Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Geheimzinnige kluisjes (prikklokken).

Sluiten
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • #16
    Tedje, heb je deze stukken in het RHCL al eens bekeken?

    20.108A Gemeentepolitie Maastricht

    1. Archief van het commissariaat van politie te Maastricht
    1.1. Personeel
    Wachtboeken, aanwezig de jaren 1849-1898. Deze registers bevatten aanvankelijk den dienst der "Klapperlieden", naderhand de nachtdienst der gewone politie en zijn vanaf 1882 getiteld "dagboek"
    7 1856 Jan. 1/2-1856 Dec. 31/1857 Jan. 1. Dienst der nachtwacht
    Datering:
    1856 - 1857
    Omvang:
    1 deel 4

    Opmerking


    • #17
      Bedankt Hermanw.
      Ik heb deze stukken zeker al eens onder ogen gehad, maar was toen met een andere zoektocht bezig.
      Ik ga ze zeker nog eens opvragen, wellicht zelfs volgende week.

      Opmerking


      • #18
        Heerlijk draadje. Ik dacht dat in deze kluisjes de poortsleutels bewaard werden... Weer iets wijzer!

        Opmerking


        • #19
          Ik sprak vandaag met Breur, die vermoedde dat deze prikklokken zijn aagebracht na de ontmanteling van de vesting (dus na, pak 'm beet, 1870). Ik denk dat Breur gelijk heeft.

          Op deze foto van de St. Pieterspoort van Theodor Weijnen is het kluisje niet te zien.


          St. Pieterspoort, stadszijde, april 1869.

          Op foto's van andere wachthuizen ontbreken de klokken ook (zie bijv. Geslechte Vestingwerken van Maastricht, 2005).

          Op de link die Herman eerder plaatste lezen we ook: "Dans les années 1870, un catalogue Collin mentionne environ 300 clients pour ce contrôleur de rondes". Hadden we die catalogus maar....

          Een zoektocht naar andere klokken op oude foto's leverde helaas niets op.

          Opmerking


          • #20
            Ik weet het niet, maar is het huis aan de linkerzijde, waar dat meisje voorstaat, het huidige pand "Het huis met de klok" aan de Sint Pieterstraat?
            De hele onderverdieping bestaat hier uit bakstenen, terwijl "Het huis met de klok" uit zandsteen (?) bestaat.

            Als het inderdaad het "Huis met de Klok" is, dan is wel duidelijk dat de prikklokken, althans de klok in de Sint Pieterstraat, van na 1867 moet zijn.
            Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd

            Opmerking


            • #21
              Oorspronkelijk geplaatst door burgemeester
              Heerlijk draadje. Ik dacht dat in deze kluisjes de poortsleutels bewaard werden... Weer iets wijzer!
              Daor stoond miech ouch get vaan beij, daor is al ins, vollegens miech op 't aajt forum (archief), euver gesproke gewoorde en toe had eederein 't inderdaad euver 'n kluiske. Eve oet miene kop, es iech miech neet vergis waors dat 't hoes oppe Toongersestraot.
              Es iech 'ne röstige deens höb vendaog, loer iech ins eve in 't archief, of iech dat dräödsje nog kin vinde.
              Kompleminte, Pieke

              Opmerking


              • #22
                Volgens dit draadje werden de stadssleutels bewaard in de Hoofdwacht op het Vrijthof:
                http://forum.mestreechonline.nl/showthread.php?t=1484

                Opmerking


                • #23
                  Oorspronkelijk geplaatst door Pier
                  De hele onderverdieping bestaat hier uit bakstenen, terwijl "Het huis met de klok" uit zandsteen (?) bestaat.
                  In het boek "Monumentengids Maastricht" van Boogard & Minis (2001; p. 44) staat meer te lezen over het wachthuis ('Huis met de klok'). Hierin staat dat in 1900 de bovenverdieping werd aangebracht en benedenverdieping werd voorzien van een pleisterlaag. Ik had al zo'n vermoeden...

                  Interessanter: Boogard & Minis hebben het ook over het gietijzeren kluisje. Zij geven aan dat hier '(...) in de negentiende eeuw de poortsleutels werden opgeborgen'. Weet ik ook waar dat misverstand vandaan komt....

                  Opmerking


                  • #24
                    Eindelijk....

                    Ik ben vrij zeker dat ik nog een historische foto gevonden heb met een prikklok. Misschien dat mevr. Evers er even een loep bij kan nemen; de foto is namelijk ontleend aan haar fantastische boek: 'Maastrichtse Monumentenzorg: documentaire fotografie van Alexander Simays tussen 1912 en 1940'.



                    Oud minderbroedersklooster, thans RHCL, St.Pieterstraat, ca. 1930.

                    En wat zien we daar op de juiste hoogte net boven dat paaltje...? Het lijkt er toch ontzettend veel op....
                    Last edited by burgemeester; 10 december 2011, 10:05.

                    Opmerking


                    • #25
                      Het wachthuis bij de Helpoort.

                      Bron: www.zichtopmaastricht.nl
                      Geen sporen van een prikklok bij de verbouwing van het wachtlokaal bij de Helpoort.

                      De Helpoort ‘gerestaureerd’ 1875-1882
                      Omstreeks 1875 lag de Helpoort in een niet erg aantrekkelijke uithoek van de
                      stad. De Helstraat –nu Sint-Bernardusstraat geheten- liep vlak buiten de poort
                      dood. Rechts buiten de poort bevond zich het gemeentelijke slachthuis. De
                      papiermolen die we tegenwoordig ‘Pesthuis’noemen, lag er waarschijnlijk
                      verlaten bij. De poort zelf straalde een zekere robuuste monumentaliteit uit,
                      maar het gebouw had allerminst de uitstraling die het tegenwoordig heeft. De
                      onderbouw van beide poorttorens was tot op een hoogte van enkele meters voor
                      een belangrijk deel aan het zicht onttrokken. Voor de rechter of westelijke
                      poorttoren zorgde daar een muur voor die het terrein van het slachthuis afsloot.
                      De linker of oostelijke toren ging gedeeltelijk schuil achter de wallen van de
                      vesting. Die aarden wallen lagen achter de stadsmuur die vanaf de Onze-Lieve-
                      Vrouwewal ononderbroken door liep tot aan het rondeel De Vijf Koppen.
                      Het poortgebouw zelf was lange tijd in gebruik geweest als kruitmagazijn voor
                      het garnizoen. 1 De ruimte boven de poortdoorgang was voor dat doel voorzien
                      van een zwaar gewelf. De voor- en achtergevel waren volledig gesloten, alleen
                      aan de stadskant was een vierkant luik aangebracht waardoorheen het buskruit
                      getransporteerd kon worden. Bovenop de wal, iets ten noordoosten van het
                      poortgebouw, bevond zich een klein wachthuis, bedoeld om het kruitmagazijn te
                      bewaken.
                      In de jaren 1875 – 1911 ondergingen de Helpoort en haar omgeving een
                      ingrijpend veranderingsproces. Zowel de poort als de omgeving gingen ‘op de
                      schop’, waardoor de situatie ontstond die eigenlijk tot op de dag van vandaag in
                      stand wordt gehouden. In het veranderingsproces dat 31 jaar in beslag nam, is
                      een aantal fasen te onderscheiden, waarbij eerst de poort zelf en daarna de
                      omgeving onder handen werd genomen.
                      De situatie in 1875
                      De Helpoort was op 26 maart 1868 van het ministerie van Oorlog overgedragen
                      aan Financiën waar het gebouw onder beheer van Domeinen kwam. Hiermee
                      kwam tevens definitief een eind aan het gebruik als kruitmagazijn. Een nieuwe
                      bestemming ontbrak en ook onderhoud werd niet verricht. De Rijksadviseurs
                      voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst, de nog jonge organisatie voor
                      monumentenzorg, waar de Maastrichtenaar Victor de Stuers op dat moment
                      secretaris van was, vestigden in 1874 de aandacht op de poort en lieten weten
                      zich zorgen te maken over de staat van onderhoud en het verval. Hun voorstel
                      was de Helpoort over te brengen naar het departement van Binnenlandse Zaken.
                      Aldus geschiedde en op 26 januari 1875 werd de poort met het naastgelegen
                      open terrein en wachthuis overgedragen aan het ministerie van Binnenlandse
                      Zaken (Waterstaat).2 Bij Waterstaat wist men blijkbaar niet zo goed wat men
                      met het monument aan moest. Hoofdingenieur Jan de Kruijff liet namelijk de
                      volgende dag al een brief aan de minister van Binnenlandse Zaken de deur uit
                      gaan waarin hij instructies voor eventueel onderhoud aan het gebouw vroeg.3 De
                      minister liet in een memo al snel weten dat hij er inderdaad van uit ging dat
                      Waterstaat zorg zou dragen voor het onderhoud en gaf aan dat hij daartoe
                      concrete voorstellen verwachtte. Hij vroeg tevens een foto van de poort te laten
                      maken en hem daarvan drie exemplaren op te sturen. Op deze memo, afkomstig
                      van de afdeling Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, schrijft iemand
                      onderaan: ‘Zouden de adviseurs hiervoor niet te gebruiken zijn? De Waterstaat
                      doet het toch niet naar hun zin. En hoe meer werk men hun geeft, des te minder
                      zullen zij ons met zaken vervelen, die hen niet aangaan”.4 Met ‘adviseurs’
                      worden hier bedoeld de eerder genoemde Rijksadviseurs voor de monumenten
                      van geschiedenis en kunst.
                      Hierna is het enkele maanden stil, maar begin juni krijgt de minister negen
                      foto’s, hetgeen doet vermoeden dat er drie verschillende opnames zijn gemaakt,
                      en deelt De Kruijff mede dat er aan de Helpoort aanzienlijke herstellingen nodig
                      zijn. Hij stelt voor een plan voor algeheee herstel te maken en in eerste instantie
                      alleen de meest noodzakelijke herstellingen uit te voeren. Die laatste betreffen
                      het dak, dat in een bouwvallige toestand verkeerde, het voegwerk en de
                      bliksemafleider: totale kosten zestienhonderd gulden.5 Deze onderhoudswerken
                      werden in de tweede helft van 1875 zeker voor een deel uitgevoerd: ‘leidekker’
                      Lonussen uit Meerssen en aannemer Reggers uit Maastricht dienden in januari
                      1876 namelijk hun declaraties in voor een totaalbedrag van vijfhonderd gulden.6
                      Noodmaatregelen
                      Werd het in eerste instantie noodzakelijke onderhoud vrij vlot uitgevoerd, het
                      totaalplan en de uitvoering daarvan zouden nog enkele jaren op zich laten
                      wachten. De Rijksadviseurs kwamen in juni 1877 met een eerste plan dat in
                      totaal op vierduizend gulden was begroot. Dit plan omvatte onder andere het
                      aanbrengen van een bretèche of mezekauw, de erkerachtige uitbouw boven de
                      veldzijde van de poortdoorgang. Het meest urgente probleem werd gevormd
                      door de druk die het later aangebrachte gewelf op de zijmuren uitoefende. Dat
                      gewelf dat ten behoeve van het kruitmagazijn was gebouwd, diende dan ook
                      onmiddellijk te worden gesloopt. Minister van Binnenlandse Zaken Heemskerk
                      gaf op 20 juni de opdracht dit werk door middel van een onderhandse
                      aanbesteding te laten uitvoeren. De overige werkzaamheden werden
                      doorgeschoven naar het volgende jaar.
                      De onderhandse overeenkomst werd op 19 juli 1877 gesloten met aannemer F.
                      Wittelings te Maastricht. Hij moest voor een bedrag van 340 gulden het gewelf
                      boven de poortdoorgang slopen en een balklaag en ankers aanbrengen.7 Rond
                      die balklaag en de ankers zou nog enige discussie ontstaan. Ingenieur De Kruijff
                      liet al op 23 juli weten dat volgens hem de beide zijmuren op drie plaatsen door
                      verankering met elkaar moesten worden verbonden. Het leggen van vloeren had
                      volgens hem geen hoge prioriteit en kon tot later wachten.8 Ook de vorm van de
                      ankers leidde tot discussie. De Kruijff was ervan overtuigd dat er in de tijd
                      waarin de Helpoort werd gebouwd, geen uitwendig zichtbare muurankers werden
                      toegepast. Toch vond hij ze technisch noodzakelijk. Hij maakte een
                      schetsontwerp voor een anker dat naar zijn mening bij de Helpoort gebruikt zou
                      kunnen worden.9 De minister liet zich hierover adviseren door P. Cuypers,
                      ‘architect der rijksmuseumgebouwen’. Deze was het in grote lijnen eens met De
                      Kruijff, hij adviseerde alleen de krullen aan de ankers groter te maken en sterker
                      te buigen. Tevens gaf hij nog een advies over de zwaarte van het ijzer.10
                      Inmiddels was duidelijk geworden dat er in de oostelijk poorttoren een gat was
                      ontstaan, dat ook in het kader van deze overeenkomst gerepareerd moest
                      worden. Door dit alles moet de uitvoering van de werkzaamheden aanzienlijke
                      vertraging hebben opgelopen. De Kruijff kon namelijk pas op 29 maart 1878
                      melden dat de werkzaamheden waren voltooid en de betalingsstukken
                      opgestuurd. Hij vroeg bij die gelegenheid tevens of nu ook de overige
                      werkzaamheden aan de Helpoort konden worden uitgevoerd.11 Op 24 juni 1878
                      werd het beheer van de Helpoort overgedragen aan de ‘Rijksbouwkundige voor
                      de gebouwen van onderwijs enz.’ een zekere J. van Lokhorst. Hij kwam eind
                      augustus kwam hij opnieuw met een voorstel het grote werk uit te stellen tot het
                      volgende jaar en in het lopende jaar 1878 slechts enkele hoognodige reparaties
                      te laten uitvoeren voor een bedrag van honderd gulden. Tot die reparaties
                      behoorde onder andere het vervangen van de loden spits die van één van de
                      beide torens verdwenen was.12 Ook in 1879 zouden nog noodherstellingen
                      worden uitgevoerd. Zo bleek op 3 juli van dat jaar in de westelijke torenkap
                      plotseling een gat van ongeveer één vierkante meter te zitten. De kosten voor de
                      reparatie bedroegen dertig gulden.13
                      Het eerste restauratiebestek
                      Van Lokhorst ontvouwde in de tweede helft van 1879 zijn plannen voor de
                      Helpoort en kwam in eerste instantie met een begroting van 3.700 gulden. Voor
                      het totaal vernieuwen van de daken was 1.400 gulden nodig. Een complicatie
                      van financiële aard bleek te zijn dat niet het hele bedrag van 3.700 gulden kon
                      worden geboekt op het jaar 1879. De werkzaamheden van het restauratiebestek
                      dat op 18 november in gedrukte vorm verscheen, werden geraamd op 3.600
                      gulden. Dit lagere bedrag kwam tot stand omdat men er een aantal
                      werkzaamheden niet in had opgenomen. Zo bleef het uitbreken van de gesloten
                      gevel aan stadszijde en het aanbrengen van de mezekauw aan veldzijde
                      voorlopig achterwege. De aanbesteding van de werkzaamheden vond op 15
                      december plaats en er waren maar liefst elf inschrijvingen. Zeven van die
                      aannemers waren in Maastricht gevestigd, twee in Sittard, één in Valkenburg en
                      één in Hulsberg. De keuze viel op Hubert Habets die met 2.900 gulden als
                      laagste had ingeschreven. Het hoogste bedrag, 4.200 gulden, werd geboden
                      door Cornelis van den Hoof uit Maastricht.14
                      Het bestek omvatte de volgende werkzaamheden:
                      - herstellen van het buitenwerk van beide torens;
                      - uitbreken en vernieuwen van 128 traptreden;
                      - gedeeltelijk uitbreken, bijwerken en invoegen van de vier buitengevels;
                      - vernieuwen van de schietgaten en lichtopeningen en aanbrengen van nieuwe
                      hardstenen blokken voor de deuren;
                      - geheel vernieuwen van de kappen op de torens en op het poortgebouw;
                      - aanbrengen van een dakvenster;
                      - leggen van balken en vloeren;
                      - aanbrengen van twee houten trapjes met in totaal zes treden;
                      - aanbrengen van vier deuren in de op dat moment bestaande deuropeningen;
                      - aanbrengen van luiken in de drie lichtopeningen in de voorgevel.
                      Het werk diende op 1 juni 1880 te zijn opgeleverd.15
                      Het wachthuis bij de Helpoort
                      In diezelfde jaren kwam ook het piepkleine wachthuisje bij de Helpoort in de
                      aandacht. Het rijk wilde dat wachthuis met bijbehorende grond in bruikleen
                      geven aan de gemeente om het te laten bewonen door een politie-agent die dan
                      meteen toezicht op de leegstaande Helpoort kon houden. Directe aanleiding
                      vormde de vernieling van een deel van de pallissaden in de omgeving van de
                      poort in 1879. Het wachthuisje werd evenwel nog bewoond door een weduwe,
                      die twee gulden huur per maand betaalde. Burgemeester en wethouders van
                      Maastricht wisten met haar te regelen dat ze op 5 januari 1880 de sleutels
                      inleverde. Als compensatie betaalde de gemeente haar een bedrag van vijftig
                      cent per week. Pas in maart liet Binnenlandse Zaken vervolgens aan de
                      gemeente weten dat het wachthuis als woning voor een politie-agent beschikbaar
                      kon worden gesteld op voorwaarde dat deze man zich ook zou belasten met ‘de
                      zorg voor de bewaking en het toezicht op de Helpoort’. Inmiddels meldde zich
                      ook een zekere Franciscus Plussie, ‘gepensioneerd Hospitaal geëmployeerde 2e
                      klasse’ uit de Kleine Looiersstraat als kandidaat voor de bewoning van het huisje.
                      De 55-jarige Plussie liet weten het land 27 jaar als militair te hebben gediend en
                      nu te moeten rondkomen van een mager pensioentje. Hij wilde graag met zijn
                      vrouw en twee kinderen in het huisje intrekken en beloofde toezicht op de
                      Helpoort te zullen houden. Zijn verzoek werd door de minister van Binnenlandse
                      Zaken op 5 maart van de hand gewezen.
                      De gemeente liet korte tijd later weten niet gelukkig te zijn met het gedane
                      aanbod. Het huisje bleek bij inspectie uit slechts één enkele kamer te bestaan en
                      verkeerde in een verwaarloosde en enigszins bouwvallige staat. Het werd niet
                      geschikt geacht als woning voor een gehuwde politie-agent. De suggestie van de
                      gemeente om ter plaatse woonruimte bij te bouwen werd door Binnenlandse
                      Zaken meteen verworpen. Het alternatief van Binnenlandse Zaken was om er
                      dan een ongehuwde agent te laten wonen. Het was inmiddels juli geworden toen
                      de gemeente op haar beurt dit tegenvoorstel weer verwierp met het argument
                      dat een politie-agent doorgaans de hele dag voor zijn werk van huis was en dus
                      het gevraagde toezicht niet kon bieden.
                      Pas een jaar later kwam de zaak weer in beweging. Burgemeester en wethouders
                      meldden namelijk op 13 mei 1881 dat Hubert Honnef, stadsviller, belangstelling
                      had getoond voor de woning en zich ook bereid had verklaard met inschakeling
                      van zijn gezin de Helpoort te bewaken. Honnef had het wachthuisje bij wijze van
                      proef ook al tijdelijk betrokken en onder toezicht van de politie zijn taak als
                      bewaker van het monument uitgevoerd. Die proef bleek ‘niet mislukt’ te zijn en
                      Honnef kreeg dan ook van de minister van Binnenlandse Zaken de officiële
                      opdracht de Helpoort te bewaken. Als tegenprestatie mocht hij het wachthuis
                      gratis met zijn gezin bewonen. Als bewaker van de Helpoort kreeg hij schriftelijk
                      vastgelegde instructies. Uiteraard stond hierin dat hij toezicht moest houden op
                      de poort, maar ook moest hij het gebouw ‘zindelijk’ houden en werd hij
                      verantwoordelijk gesteld voor alle schade die er aan zou ontstaan. Zijn ‘baas’
                      was de Rijks Bouwkundige voor de gebouwen van Onderwijs en aan hem moest
                      hij ook alle gebreken aan poort en wachthuis door geven. Honnef mocht de poort
                      zelf niet gebruiken of in gebruik geven aan derden, maar hij moest wel diegenen
                      die de Helpoort wilden bezoeken tussen zonsopgang en zonsondergang toegang
                      verschaffen en de bezoekers begeleiden. Tot slot moest hij erop toezien dat er
                      ‘geen licht noch vuur’ naar binnen werd gebracht en dat er binnen niet gerookt
                      zou worden.16 Of het nu de bedoeling is geweest dat Honnef geïnteresseerden
                      toegang tot de poort zou verschaffen of alleen mensen die betrokken waren bij
                      het onderhoud en de restauratie, is onduidelijk. Verder valt het op dat het
                      wachthuis wel geschikt geacht werd voor Honnef en zijn gezin en niet voor het
                      gezin van een politie-agent. Dit verschil wordt waarschijnlijk verklaard doordat
                      het beroep van viller of vilder destijds niet bijzonder in aanzien stond. Het is
                      verder waarschijnlijk dat Honnef het grootste deel van zijn werk uitvoerde in het
                      vlak naast de Helpoort gelegen slachthuis en dus altijd in de buurt was. Hoe lang
                      deze constructie in stand is gebleven is onduidelijk. Honnef werd in 1892 in elk
                      geval nog als bewoner genoemd.17 De eventuele koppeling met het slachthuis
                      werd pas in 1901 verbroken omdat er toen een nieuw slachthuis verrees buiten
                      de voormalige Boschpoort.18
                      Het tweede restauratiebestek
                      Voor het jaar 1881 was in de staatsbegroting gerekend op een bedrag van
                      duizend gulden voor de voortzetting van de herstelwerkzaamheden aan de
                      Helpoort.19 Een concreet plan voor die werkzaamheden kwam er pas in
                      september. Toen werd het idee gelanceerd om het poortgebouw zelf in te richten
                      tot woning voor de bewaker. Hiermee hoopte men een eind te maken aan de
                      overlast die met name werd veroorzaakt door de militairen uit de nabije
                      Pieterskazerne. Om de poort voor bewoning geschikt te maken, moest er in de
                      ruimte boven de poortdoorgang een stookplaats komen, moesten er houten
                      vloeren worden gelegd en moest de achtergevel worden voorzien van ramen.
                      Daarnaast zouden de deuren vernieuwd worden, moest enig metselwerk worden
                      hersteld en een toilet worden ingericht. In het nieuwe plan kwam ook de
                      breteche of erker weer aan de orde. Bij eerdere herstelwerkzaamheden waren
                      hier sporen van terug gevonden en het leek voor de hand te liggen dit element
                      opnieuw aan te brengen. De uitvoering van alle werkzaamheden werd
                      aanvankelijk begroot op 1.700 gulden hetgeen betekende dat zevenhonderd
                      gulden ten laste van het boekjaar 1882 moesten worden gebracht. Het plan ging
                      vergezeld van een aantal schetstekeningen die een goede indruk geven van wat
                      men wilde veranderen. Merkwaardig genoeg is op die tekeningen in het interieur
                      van de poort een houten trap voorzien die voor een verbinding tussen de eerste
                      en de tweede verdieping zorgde.20
                      Een en ander leidde uiteindelijk tot een bestek dat op 19 december 1881
                      aanbesteed zou worden. De werkzaamheden werden toen alweer begroot op
                      1.950 gulden. Ditmaal waren er slechts drie inschrijvingen: aannemer Willem
                      Wittelings uit Maastricht schreef in voor 2.500 gulden, Jan Reggers eveneens uit
                      Maastricht voor 1.990 gulden en Johannes Prevoo uit Sint-Pieter voor 1.888
                      gulden. Prevoo kreeg de opdracht, ook al omdat hij één van de aannemers van
                      het ‘nog niet voltooide Archiefgebouw te Maastricht’ was en daar ‘geen reden tot
                      klagten’ had gegeven.21 Het bestek werd in druk uitgegeven en er hoefden geen
                      tekeningen bij te worden gedrukt omdat alles klaarblijkelijk duidelijk was. Als
                      uitvloeisel van het bestek moest de aannemer een houten trap bestaande uit 22
                      treden plaatsen, hetgeen doet vermoeden dat de verbinding tussen de eerste en
                      de tweede verdieping van de woning inderdaad niet via de traptorens verliep
                      maar via een inpandige trap.
                      De werkzaamheden werden in 1882 tot een goed einde gebracht en plannen om
                      tegelijkertijd ook de omgeving van de poort aan te pakken liepen tegen het einde
                      van dat jaar spaak. In een volgend artikel zal de metamorfose van de omgeving
                      worden behandeld.
                      Jos Notermans
                      1 Op een plattegrond uit 1749 wordt vastgesteld dat in de polvertooren van de Oude Eekerpoort driehonderd
                      tonnen kruit konden worden geborgen. Nationaal Archief, plans van gebouwen OPGO M1, Plan van de
                      polvertoorens soo in de Stadt als Wijck.
                      2 Proces Verbaal van overgave en overname van de voormalige Helpoort c.a. te Maastricht , 26 januari 1875,
                      Nationaal Archief, Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en Wetenschappen 1875-1918,
                      inv. Nr. 1119.
                      3 Brief van hoofdingenieur De Kruijff aan de Minister van Binnenlandse Zaken dd 27 januari 1875, Nationaal
                      Archief, Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr.
                      1119.
                      4 Memo van het minsterie van Binnenlands Zaken, 6 februari 1875, no 37, 5e afdeeling, Nationaal Archief,
                      Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      5 Brief van ingenieur De Kruijff aan de minister van Binnenlandse Zaken, 3 juni 1875 met bijlage
                      (kostenspecificatie), Nationaal Archief, Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en
                      Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      6 Twee declaratives dd 13 januari 1876 van resp. W. Lonussen, leidekker en J. Reggers, aannemer, Nationaal
                      Archief, Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr.
                      1119.
                      7 Onderhandsche overeenkomst wegens het uitvoeren van enige werken aan de Helpoort te Maastricht, 19 juli
                      1877, goedgekeurd 23 juli 1877, Nationaal Archief, Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten
                      en Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      8 Brief van de hoofdingenieur van den Waterstaat J. De Kruijff aan de minister van Binnenlandse Zaken dd 23
                      juli 1877, Nationaal Archief, Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en Wetenschappen
                      1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      9 Brief van de hoofdingenieur van den Waterstaat J. De Kruijff aan de minister van Binnenlandse Zaken dd 27
                      september 1877, Nationaal Archief, Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en
                      Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      10 Brief van P.J.H. Cuypers, de architect der Rijks Museumgebouwen aan de minister van Binnenlandse Zaken
                      dd 1 oktober 1877, Nationaal Archief, Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en
                      Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      11 Brief van ingenieur De Kruijff aan de minister van Binnenlandse Zaken dd 29 maart 1878, Nationaal Archief,
                      Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      12 Brief van de Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst dd 12 augustus 1878 over de
                      ontbrekende torenspits; twee brieven van J. van Lokhorst van 29 augustus 1878, alle brieven gericht aan de
                      minister van Binnenlandse Zaken, Nationaal Archief, Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten
                      en Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      13 Brief van J. van Lokhorst van 3 juli 1879, machtiging om de werkzaamheden uit te voeren dd 4 juli 1879,
                      Nationaal Archief, Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en Wetenschappen 1875-1918,
                      inv. Nr. 1119.
                      14 Proces-verbaal van aanbesteding bij inschrijving van het doen van vernieuwingen en herstellingen aan de
                      Helpoort te Maastricht dd 15 december 1879, Nationaal Archief, Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e
                      afdeling Kunsten en Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      15 Ministerie van Binnenlandsche Zaken, Bestek en voorwaarden tot het doen van vernieuwingen en
                      herstellingen aan de Helpoort te Maastricht, no 88, dienst 1879 en 1880, Nationaal Archief, Archief Min van
                      Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      16 Brief van burgemeester en wethouders van Maastricht aan de minister van Binnenlandse Zaken dd 13 mei
                      1881; Brief van de minister van Binnenlandse Zaken aan de Rijks Bouwkundige voor de gebouwen van
                      Onderwijs enz. dd mei 1881 (na 16 mei), met instructie als bijlage; Brief van de minister van Binnenlandse
                      Zaken aan burgemeester en wethouders van Maastricht dd 3 juni 1881, Nationaal Archief, Archief Min van
                      Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      17 Le Courrier de la Meuse, Journal du Limbourg, 6 mei 1892.
                      18 J.G.J. Koreman, Helpoort en Nieuwstad, Maastricht 1984, 39.
                      19 Brief van de minister van Binnenlandse Zaken aan de Rijksbouwkundige voor de gebouwen van onderwijs
                      enz. dd 7 maart 1881.
                      20 Brief van de Rijksbouwkundige voor de gebouwen van Onderwijs enz aan de minister van Binnenlandse
                      Zaken dd 22 september 1881, Nationaal Archief, Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en
                      Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      21 Bestek en voorwaarden tot het verrigten van eenige werkzaamheden aan de Helpoort te Maastricht, Ministerie
                      van Binnenlandse Zaken no. 45 Dienst 1881 en bijbehorende aanbestedingsdocumenten, Nationaal Archief,
                      Archief Min van Binnenlandse Zaken, 2e afdeling Kunsten en Wetenschappen 1875-1918, inv. Nr. 1119.
                      De leefs mer eine kier .

                      Opmerking


                      • #26
                        Plattegrond gevonden kluisjes

                        Om e.e.a. een beetje te visualiseren heb ik onderstaande plattegrond gemaakt, met daarop de vindplaats van de tot nu toe zeker gevonden kluisjes.


                        1= Huis met de Klok, Sint Pieterstraat
                        2= Zwingelput hoek Bisquetplein
                        3= Minderbroedersberg
                        4= Tongersestraat-Polvertorenstraat-Tongerseweg.

                        Kijkend naar de plattegrond lijkt mij dat der door burgemeester aangedragen foto waarop mogelijk een kluisje zit in de oude gevel van het 1ste Minderbroedersklooster aan de Sint Pieterstraat niet geheel logisch. De afstand tussen "Het huis met de Klok" en het 1ste Minderbroedersklooster is feitelijk te kort en ligtr gewoon in elkaars verlengde.

                        Mijnsinziens zouden we ook moeten zoeken in de Abtstraat e.o., de Brusselsestraat/Zakstraat, de Herbenusstraat, de Capucijnenstraat en de Boschstraat/Bassin.
                        Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd

                        Opmerking


                        • #27
                          Zou er bij de hoofdwacht niet ook zo'n nachtwakerklok zijn?

                          Is het voor de gedachtenbepaling handig om de plattegrond van 1850 erbij te hebben?

                          http://www.ppsimons.nl/stamboom/maas...egrond1850.htm

                          Opmerking


                          • #28
                            Lijkt mij vooral een zoektocht worden in het archief. Het lijkt me wel duidelijk dat er meer klokken bestaan moeten hebben. Het is natuurlijk leuk als we er nog eentje aantreffen, maar het zal de vragen waarmee we nog zitten (hoe liep die ronde, wie liep die ronde en waarom/wanneer is het ingevoerd?) niet oplossen.

                            Opmerking


                            • #29
                              Lijkt mij ook. Hieraan zal een besluit van de gemeenteraad ten grondslag liggen of heb ik het dan mis?

                              Opmerking


                              • #30
                                Oorspronkelijk geplaatst door hermanw
                                Lijkt mij ook. Hieraan zal een besluit van de gemeenteraad ten grondslag liggen of heb ik het dan mis?
                                Ook dat lijkt me heel voor de hand liggend. Zo`n systeem voer je niet op eigen houtje in. Lijkt mij iets voor Pier (of Tedje, die houdt zich veel bezig met politiezaken).

                                Opmerking

                                Bezig...
                                X