Nou, zo te lezen had Van Agt ook al een vermoeden dat niet alleen de Bacchus van de Gravenhof afkomstig was van Huis Severen, maar ook de Mars van Villa Aldegonda. We zijn dus minder origineel dan we dachten, maar we zijn er wel zélf opgekomen 
Uit: J.F. van Agt (1962): De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst. Deel V, 3e stuk: Zuid-Limburg uitgezonderd Maastricht, pp. 33, 36. Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, Den Haag (online tekst)
Van Agt bevestigt hier ook meteen dat het Marsbeeld zich in elk geval in 1962 in de tuin van Villa Aldegonda bevond. Hoe het dan weer bij de buren terechtkwam? Verder lezen we dat de beelden van hard aardewerk zijn, terracotta neem ik aan, dus niet van hardsteen, zoals de sokkels. Ook interessant: er waren in 1962 in de tuin van Severen blijkbaar twee voetstukken te vinden en in de tuin van Villa Aldegonda één. Misschien waren er dan ook drie godenbeelden? Die rechtse op de tweede tekening van Van Gulpen (zie hierboven) lijkt een vrouwelijk figuur. Venus? Diana?

In de tuin bevinden zich nog twee voetstukken met rocaille-ornament, terwijl in de tuin van de Gravenhof een levensgroot Bacchusbeeld van hard aardewerk staat, dat van Severen afkomstig is. [...] Villa Aldegonda, levensgroot tuinbeeld van Mars in hard aardewerk op een hardstenen voetstuk in Lodewijk xv-stijl; vertoont enige overeenkomst met het beeld op de Gravenhof, dat van Severen afkomstig is.
Van Agt bevestigt hier ook meteen dat het Marsbeeld zich in elk geval in 1962 in de tuin van Villa Aldegonda bevond. Hoe het dan weer bij de buren terechtkwam? Verder lezen we dat de beelden van hard aardewerk zijn, terracotta neem ik aan, dus niet van hardsteen, zoals de sokkels. Ook interessant: er waren in 1962 in de tuin van Severen blijkbaar twee voetstukken te vinden en in de tuin van Villa Aldegonda één. Misschien waren er dan ook drie godenbeelden? Die rechtse op de tweede tekening van Van Gulpen (zie hierboven) lijkt een vrouwelijk figuur. Venus? Diana?
Opmerking