Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Grensmarkeringen rondom Maastricht

Sluiten
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • #31
    Het kanonschot langs de grens, een Limburgse mythe (2)

    Oorspronkelijk geplaatst door SJEF † Bekijk bericht
    Bij het vaststellen van de grens tussen Nederland en België werd [in 1839] afgesproken dat de Maas tot bij Maasbracht de scheiding zou vormen. Behalve bij [de stad] Maastricht die, inclusief een strook [grond] rondom de stad, aan Nederland werd toegevoegd. De strook rondom Maastricht werd bepaald op 1.200 Amsterdamse vademen (2.037,6 meter) vanaf de Maastrichtse vestingwerken, zo ver als de toenmalige vestingkanonnen reikten.
    In posting #13 hierboven heb ik al aangegeven dat de afstand tot de grens op basis van de reikwijdte van een kanonschot, zowel bij het vaststellen van de grens met Pruisen (ca. 1814), als bij die met België (1839), een Limburgse mythe is. Graag wil ik daar nog eens op terugkomen.

    In 1839 werd een commissie gevormd, om een grens te trekken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het afgescheiden Koninkrijk België. In die commissie had een gelijk aantal Nederlandse en Belgische leden zitting. In 1843 kwam de commissie met een definitieve tekst. In de vierde (4e) link van de beginposting van dit draadje (http://docs.google.com/fileview?id=0...ODFmNTVk&hl=nl) is die grens van dorp tot dorp en van rivier tot haakse hoek te volgen. Als we de landgrens van Vaals naar de Maas even buiten beschouwing laten, kan worden gesteld, dat de zuid-noord grens overal de Maas volgde (het stuk dat nu de Grensmaas heet), behalve bij Maastricht. Aangezien Nederland aanspraak maakte op behoud van de vesting, en de stad op de linkeroever van de rivier lag, moest men een aparte regeling treffen. Bepaald werd dat bij Maastricht de grens zou worden getrokken op een afstand van 1200 vadem vanaf de voet van het glacis.

    Dat deze afstand de lengte zou zijn van een kanonschot, is en blijft een broodje-aapverhaal. De historici P.J.H. Ubachs en P. Dingemans hebben in hun notities in De Maasgouw (1981, pp. 216-217) specifiek de reikwijdte van het toenmalige geschut uitgezocht. Tal van berekeningen kwamen naar voren, maar een relatie met de afstand van 1200 vadem in 1839-1843 is niet gevonden. Als het om de reikwijdte van het geschut ging, zou het dan niet logischer zijn geweest te meten vanaf de geschutsmond? En waarom zou men van beide kanten militair gezien een dergelijke afstand ambiëren, in de wetenschap dat ontwikkelingen in de vuurkracht omstreeks 1840 internationaal in een stroomversnelling waren gekomen, onder meer door de vervanging van gladde buizen door getrokken lopen? Militair gezien sloeg dat nergens op.

    Die 1200 vadem vormen op zichzelf een vraagteken: over welke ‘vadem’ gaat het eigenlijk? Een zoektocht in literatuur en op het internet geeft geen eenduidig uitsluitsel. In 1843 liet een uniform Nederlands stelsel van maten en gewichten nog een kwart eeuw op zich wachten. Op basis van gebruiken die teruggingen tot in de middeleeuwen hanteerden dorpen, steden en streken soms geheel eigen maten. Het is daarom lastig te bepalen welke lengtemaat in 1839-1843 exact werd gebruikt. De vadem werd in de negentiende eeuw als land-lengtemaat vaak gedefinieerd op basis van 6 Amsterdamse voeten (1 Amsterdamse voet was 0,283133 m, afgerond 28 cm.). Een 'Amsterdamse' vadem wordt dan 6 x 0,283133 = 1,698798 meter x 1200 = 2.038,5576 m, dus ruim 2 kilometer.
    In tegenstelling tot wat in posting 1 wordt gesteld, vermeldt de overeenkomst van 1843 niet de specifieke term 'Amsterdamse vadem'. Het is dan ook mogelijk dat er een andere lengtemaat werd gebruikt, bijvoorbeeld:
    • Zes (Nederlandse) Rijnlandse voeten – gebruikelijker in verband met waterpartijen, maar ook een landmaat - vormden eveneens een basis voor een vadem: 1.883679 m (afgerond 1,88 m); x 1200 = 2.260,4148 m
    • En dan was er nog de Engelse fathom van 6 feet: 1.8288 m; x 1200 = 2.194,56 m.
    Voor de exacte vademmaat zou men de protocollen van de regelingscommissie moeten raadplegen, want in de tekst van de overeenkomst (zie de 4e link in posting #1) wordt hierover niets gezegd. Het verschil tussen de drie genoemde afstanden is overigens minder dan de lengte van tweeënhalf voetbalveld. Maar zoals gezegd: een relatie van de afstand tot de grens met de reikwijdte van het toenmalig geschut (niet alleen kanonnen, maar ook mortieren etc.) is er niet.

    Dat men vanaf de voet van het glacis begon te meten, was overigens logisch. De stad Maastricht bezat in en na de Franse Tijd geen grondgebied meer buiten de vestingwerken. Die vestingwerken waren ook nog eens rijks eigendom. Maar als vesting eindigde het totale gebied van de stad dus aan de voet van het laatste glacis. Daarbuiten lag begin negentiende eeuw de grote, landelijke gemeente Vroenhoven. De bepaling 'vanaf de voet van het glacis' verklaart waarom de westelijke grens zo grillig is. De vestingwerken vertoonden vanuit het oogpunt van verdediging van oudsher hoekige, inspringende en uitstulpende constructies, dus als men die exact volgde, versprong de grenslijn eveneens: de loop van de grens was bij het 1200 vadem-traject een spiegelbeeld van de omtrekken van de vesting.

    Frappant is, dat er bij het verwijzen naar die 1200 vadem nooit op wordt gewezen, dat die bepaling slechts goldt voor een specifiek deel van de grens bij Maastricht, namelijk het gebied van ruwweg de oversteek op de Tongerseweg tot aan de Dousberg. Als de afstand van 1200 vadem vanaf de voet van het glacis vanwege een ‘kanonschot’ consequent zou zijn volgehouden, zou de grens overal rond de zuid-, west- en noordzijde van de vesting op die manier getrokken moeten zijn. Maar dat is niet het geval. Wie de kaart in posting #2 hierboven bestudeert, zal zien dat in het zuiden en noorden het gebied veel ruimer genomen is. De oorspronkelijke gemeente Vroenhoven reikte in het zuiden tot aan de huidige Prins Bisschopsingel. Als daar de 1200 vadem-lijn zou zijn aangehouden, zou de grens halverwege de huidige Cannerweg hebben moeten liggen. Zet een meetlat op de Bossche Fronten en je komt zou in het noorden ergens halverwege de Brusselseweg de grens moeten hebben bereikt, maar die ligt er pas bij Nederlands Smeermaas, op een veel grotere afstand dan 1200 vadem. De 1200 vadem-grens begint betreft feitelijk alleen de westzijde van de stad. Dus waar zit dat in?

    Zonder onderzoek in de protocollen van de regelingscommissie blijft het gissen naar de reden waarom men koos voor een strook van 1200 vadem diep, maar een blik op de kaart wijst uit, dat men in 1843 in het westen de oorspronkelijke en zeer grote landelijke gemeente Vroenhoven in tweeën heeft gedeeld. In de 1200 vadem strook heeft men een nieuwe, Nederlandse gemeente Oud-Vroenhoven gecreeërd.


    image_4476.jpg
    De gemeente Oud-Vroenhoven in de jaren 1860-1870. Voor een grotere afbeelding, ook van de vestingwerken, zie de link: https://www.atlasenkaart.nl/maps/2583.jpg.


    In het westen ontstond een eveneens nieuwe, Belgische gemeente Vroenhoven, die ongeveer even groot in omvang was. Ik vraag mij dan ook af, of die 1200 vadem niet iets te maken hebben met een evenwichtige grondverdeling tussen België en Nederland. Heeft men van Nederlandse zijde bij het claimen van grond mogelijk teruggegrepen op rechten uit het ancien regime? De huidige zuidelijke, westelijke en noordelijke schil gaat terug op het middeleeuwse Graafschap van de Vroenhof, dat tot aan de Franse Tijd Maastrichts gebied was en deels binnen, deels buiten de stad lag? Ongetwijfeld heeft men zich die historische grond herinnerd. Dat blijkt zonder meer al uit de naamgeving van de drie negentiende-eeuwse gemeenten die er naar werden vernoemd. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Graafs...an_de_Vroenhof).

    Als men een kaart van het graafschap bekijkt, bijvoorbeeld in de Historische Encyclopedie Maastricht (2005) afb. 11, is het helder als glas. Men heeft het oude graafschap min of meer gelijkelijk opgedeeld. De zuidelijke grens van het graafschap liep langs de Jeker naar de galg in Kanne. Links van de Jeker lag de heerlijkheid Sint Pieter. Het kasteel te Kanne lag net buiten de grens van de Vroenhof en indien de kasteelheer niet luidkeels had geprotesteerd, was het in 1843 bij België gevoegd. Vanuit Kanne is tot de Tongerseweg een min of meer rechte lijn getrokken. Daarna volgt een wat grilliger beeld (de 1200 vademlijn!) naar de Dousberg en vervolgens gaat het opnieuw in vrij rechtstreeks naar Smeermaas.

    Caberg, oorspronkelijk buiten het graafschap van de Vroenhof gelegen, is in 1839/1843 binnen de gemeente Oud-Vroenhoven getrokken. Dat had consequenties voor de kerkelijke situatie. Caberg, dat geen eigen kerk had, schijnt vanaf 1801 kerkelijk onder Lanaken te hebben gehoord. Na 1839 hoorde het onder parochie Wolder (Wylre), binnen de nieuwe gemeente Oud-Vroenhoven. De afstand naar de verplichte zondagsmis werd er niet kleiner op en leidde ertoe dat Caberg in 1878 een zelfstandige parochie werd. De Gemeente Oud-Vroenhoven zou In 1920 worden opgeheven en het grondbezit overgaan naar de gemeente Maastricht.

    Zolang niemand in die protocollen duikt, blijft het gissen. Maar het ‘kanonschot’ is een mythe. Een laatste argument daarvoor is de Kringenwet die in 1814 in geheel de Nederlanden voor vestingen werd ingevoerd. Het stelsel van de zogenaamde Verboden Kringen bestond echter al veel eerder. Het was een regeling om het schootsveld rond een vesting vrij te houden. Als daar was gebouwd, een boomgaard of een bos was ontstaan, dan werden ze bij een dreigend beleg rigoureus afgebroken of gekapt. 'Die van Sint Pieter' hebben dat door de eeuwen heen keer op keer meegemaakt en waren er niet blij mee. Een reden waarom een van de uit 1515-1516 daterende rondelen in het Stadspark (gebouwd op Pieterse grond) 'Haet ende Nijdt' is genoemd (nu: Haat en Nijd). Het dorp koos uiteindelijk eieren voor zijn geld en besloot de bebouwing ver naar het zuiden op te schuiven, tot ruim zuidelijk van de huidige Glacisweg.

    De Kringenwet van 1814 voorzag in een 'verboden kring' die in drie concentrische ringen was verdeeld. Het bouwverbod in het schootsveld werd minder streng naarmate de bouwplaats verder van de vestingmuren af lag. Bij herziening van de Kringenwet in 1853 werden die afstanden te Maastricht bepaald op respectievelijk 300, 600 en 1.000 m. Als in 1843 twee kilometer de grootste schootsafstand zou zijn geweest, waarom was het gebied van de verboden kringen dan in 1853 zoveel kleiner?
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 20 augustus 2017, 19:38. Reden: correctie en aanvulling

    Opmerking


    • #32
      is die vermelde 1200 Vadem niet eerder een boogstraal na uitrichten van dat geschut c.q. kanon vanuit een bepaalde hoogte en ligging in het Landschap?

      dus niet een afstandsmaat in 2 dimensies maar in 3 dimensies en daarmee de ballistische baan bepaald door elevatie en relatieve snelheid van de kogel na het verlaten van het geschut!

      de reikwijdte is afhankelijk van loopdiameter cartouche en looplengte maar bovenal de hoek, elevatie welke de loop t.o.v. het horizontale vlak heeft

      in de forten rond luik staan er enkele aanwijzingen over op wikipedia
      tevens the ballistic coefficient op wikipedia

      heb al eens enkele maanden kanons afgevuurd op oefening

      misschien dat ik u daarmee verder kon helpen
      Bestanden bijvoegen
      Last edited by Antonius; 17 augustus 2017, 13:30.
      iets te oud voor re-educatie
      iets te jong voor afschrijving
      m.a.w. stoere Maastrichtenaar in buitendienst

      Opmerking

      Bezig...
      X