Indien dit uw eerste bezoek is, vergeet dan niet de FAQ te lezen door op de bovenstaande verwijzing te klikken. U dient zich te registreren voordat u kunt gaan posten. Klik op de registreer verwijzing hierboven om te vervolgen. Om te beginnen met het tonen van de berichten selecteert u het forumdeel welke u wil gaan bezoeken middels gebruikmaking van de onderstaande selectie.
Ter info:
Mocht er zich onverhoopt een probleem en/of fout voordoen tijdens uw aanmelding, meldt deze dan aub. aan ons (door op de onderstaande gekleurde tekst te klikken).
Wij zullen u dan via email contacteren en zorg dragen voor uw aanmelding zodat u gebruik kunt maken van het forum! Registreren lukt niet, ik kan mij niet aanmelden!
In de catalogus van schilderijen en beeldhouwerken 1958 van het Bonnefantenmuseaum - Maastricht worden 40 werken van Alexandre Schaepkens vermeld; waaronder:
Zicht op de middeleeuwse Sint Martinuskerk, met rechts de Kruittoren. Zien we hier ook de schilder in het vrije veld? Of een militair tekenaar? Of soldaten met een theodoliet?
Hartelijk dank Breur. Dit is bij gebrek aan toegang tot het origineel al lang een twistpunt. Uit de vergroting blijkt zonneklaar dat al die 'pootjes' beentjes zijn die gewoon horen bij patrouillerende soldaatjes met een eigentijdse soldatenransel op de rug.
In 1970 verkeerden een aantal schilderijen in abominabele toestand. Geen idee of dat nu beter is. Foto's: beeldbank.cultureelerfgoed.nl
Het ouderlijke huis was genoemd "In het draakenveld 1769" en was gelegen in de Grote Staat no. 665 (het huidige nr. 23), waar A. Schaepkens van 1840 tot 1848 zijn atelier had gevestigd. Het huis werd in 1930 afgebroken.
Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. EversBekijk bericht
Hartelijk dank Breur. Dit is bij gebrek aan toegang tot het origineel al lang een twistpunt. Uit de vergroting blijkt zonneklaar dat al die 'pootjes' beentjes zijn die gewoon horen bij patrouillerende soldaatjes met een eigentijdse soldatenransel op de rug.
Een origineel ligt hier thuis in de kast. Dat was dus een makkie.
Was broer Theodore wel gewaardeerd? Die kreeg immers 'n straatnaam
Theodore was een 'wonderkind' in het met krantenpapier dichtgeplakte Maastricht van na de Franse Tijd. Hij had enig talent en profiteerde van de veranderde maatschappelijke structuur en het wegvallen van de ambachten (gilden). Dus niet meer het vak leren in het atelier van een schilder, maar 'gewoon' via een schoolopleiding.
Théodore ging als 12-jarige naar de net opgerichte Stadstekenschool en verving op 16-jarige (!) leeftijd een half jaar lang directeur Lipkens, die het tijdige met het eeuwige had verwisseld. Daarna vertrok hij en kwam alleen nog terug voor het uitvoeren van opdrachten, meestal portretten. Hij woonde met zijn broer Arnaud (een tekenaar/graficus) bij Brussel en ontwikkelde zich tot historieschilder. Daarmee had hij in het jonge België een goede markt, want de Belgen verheerlijkten hun verleden. Théodores gebrekkige kennis van, c.q. aandacht voor de anatomie werd hem daarbij veelal vergeven.
Wat betreft die straatnaam: een Maastrichtenaar die het gemaakt had in het buitenland? Natúurlijk een straatnaam, en Mathieu Kessels ook, al is die geloof ik alleen maar in Maastricht geboren...
Théodore kreeg inderdaad opzij van het Sterreplein een eigen Théodore Schaepkensstraat. Het daar residerende audiovisueel bureau van Jean Pierre Toonen (en co.) dat indertijd zijn nek uitstak en mede TV Maastricht heeft opgericht, is genoemd naar het adres: T36.
Alexander zou ook een straatnaam verdienen, eigenlijk meer dan Théodore. Hij heeft echt veel voor de stad gedaan, al is dat nooit onderkend en uitgezocht. Het probleem zit hem waarschijnlijk vooral in de achternaam: twee zo op elkaar lijkende straatnamen worden vanwege de verwarring bij publiek, taxichauffeurs en hulpverleners niet toegestaan door de straatnamencommissie. Voor Alexander zouden we iets anders moeten verzinnen (Alexanderstraat? Niet Alexander S.-straat alsjeblieft, want dat klinkt zo dubieus. )
Weet iemand waar de 30 schilderijen en litho's, die de gemeente uiteindelijk van Alexander Schaepkens kocht, zich op dit moment bevinden?
In principe moet er een lijst zijn van gemeentelijk (roerend) kunstbezit. De afdeling Erfgoed (Servé Minis) zou hier een antwoord op kunnen geven. Probleem is dat de werken vaak zijn ondergebracht in de kantoren van gemeentelijke diensten en dat die lijsten vaak niet worden aangepast bij verhuizingen van diensten, of bij vervreemding (op welke wijze dan ook).
Ik weet dat er vroeger een paar hingen in de kantoren van het Gemeentearchief Maastricht. Dezer dagen hoorde ik van archivaris Frans Roebroeks dat hij bezig is met een nieuwe inventarisatie in de (werk)ruimten van het RHCL, waar onder meer ook werk van Alexander Schaepkens hangt.
Toch lijkt het veel op de omgeving van La Motterie "Gouverneurs Lusthuys" te St. Pieter (...). SP was indertijd toch ook een sjoen sjtedsje, hè?
Keep daydreaming, dear friend.
Zou dit tafereel iets in (de omgeving van) Brussel kunnen zijn? Ofschoon er weinig over Alexanders reisgedrag bekend is, meen ik mij te herinneren dat hij op zeer late leeftijd trouwde met een ook niet piepjonge Brusselse.
Alexander daarentegen was meer een lokaal kunstenaar, die zich voornamelijk tot lokale onderwerpen beperkte en daardoor van grotere betekenis voor de kennis van de stad Maastricht kan worden geacht. Of hij minder ambitieus was, is moeilijk te zeggen. Hij leek in elk geval te accepteren dat hij in de schaduw van zijn broer moest werken.
Ikzelf heb de - niet door feiten onderbouwde - indruk dat Alexander er helemaal geen last van had dat zijn oudere broer op het gebied van de schilderkunst in bepaalde kringen werd gefêteerd. Alexander had als kunstschilder geen belangstelling voor portretten, historiewerken en allegorieën, de genres waarin zijn oudere broer zich specialiseerde. Hij had heel andere ambities dan Théodore, en werd daar ook voor gewaardeerd.
Pijnlijk kan misschien wel geweest zijn dat zijn broer in 1840/41 voor de eerste historische (carnavals-) optocht van de Sociéteit Momus de historische kostuums mocht ontwerpen. Maar Alexander was toen nog een sappelende, ongediplomeerde tekenleraar, terwijl zijn vijf jaar oudere broerlief het in Brussel scheen te maken.
Alexander was geïnteresseerd in de geschiedenis van de stad, in haar architectuur en met name in het vastleggen van datgene dat dreigde te verdwijnen. Hij was (net als zijn kunstzinnige broers) vrijgezel, had een baan die hem bestaanszekerheid gaf, hield er een particuliere tekenschool op na en kon zich dus wijden aan alles wat hem met betrekking tot Maastricht en haar omgeving lief was. Hij maakte er schilderijen van en litho's en een prachtige serie eaux-fortes (etsen). Deels werd dat alles uitgegeven in ingebonden albums, dan wel in in de negentiende eeuw buitengewoon populaire platenatlassen.
Alexander was meer dan Théodore historisch geïnteresseerd (zijn jongere broer Arnaud had dat op andere wijze met hem gemeen). Hij schreef tal van historische artikelen die nu weinig bekend meer zijn, omdat ze vooral in het Frans verschenen in Belgische tijdschriften. Er was immers in Maastricht/Limburg lange tijd geen historisch genootschap. Het was Alexander zelf die uiteindelijk aan de wieg stond van de Maastrichtse Société Historique... (1854) en van Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG, 1863). Zijn artikelen bestreken een breed terrein: archeologie, geschiedenis, kunstgeschiedenis, genealogie en heemkunde. Veelal was de erbij horende illustrering van zijn hand.
Het was Alexander Schaepkens die in 1854-1855 protesteerde tegen de afbraak van de St.-Martinuskerk en later de Kruittoren, zaken die speelden tot in 'Den Haag'. (Kunst)historici zijn het er over eens dat zijn inzichten en tekenlessen de jonge Victor de Stuers hebben aangemoedigd in zijn belangstelling voor 'het oude Maastricht' en uiteindelijk hebben geleid tot de instelling van een afdeling Monumentenzorg bij het toenmalige departement van Algemene (nu: Binnenlandse) Zaken.
De foto's van de vesting Maastricht, die de plaatselijke fotograaf Theodor Weijnen in de jaren 1867-1870 maakte aan de vooravond van de afbraak van stadspoorten en -muren, zouden nooit tot stand gekomen zijn als de toen 24-jarige Victor de Stuers niet aanvankelijk zijn eigen geld en daarna zijn invloed had doen gelden bij rijks- en stedelijke overheid. De meer dan driehonderd tekeningen die Jan Brabant in opdracht van LGOG maakte van diezelfde stadspoorten, -muren en vooruitgeschoven vestingwerken, zijn door De Stuers bekostigd. Maar uiteindelijk is dat alles voor een groot deel ook de verdienste geweest van zijn leermeester, Alexander Schaepkens.
Alle drie de broers Schaepkens worden uitgebreid beschreven in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW). Ik ben er niet handig in dat alles te scannen/kopiëren, maar misschien El Loco wel?
Opmerking