Als nieuwkomer rondneuzend op deze website valt mij op hoe vaak in de verschillende rubrieken bij een historisch vraagteken als eerste gedacht wordt aan een gang naar het archief. Zeker, voor genealogische gegevens is dat een goed idee, maar ik zou hier voor één keer de werkwijze van een vakhistoricus uiteen willen zetten. Misschien dat het de zoektocht naar Jules Sondeijker vergemakkelijkt?
Onderzoek doet iedereen op zijn eigen manier, maar de gouden regel voor een historicus is: Lees je in. Begin bij de literatuur, niet bij het archief. In het archief wordt bij de vraag die u stelt echt geen kaartenbak opgetrokken die een (deel van het) antwoord geeft. Bij de bibliotheek kan dat wél het geval zijn, want waarom zou uw vraag uniek zijn? Heeft niemand er al eens eerder aan gedacht? Zaak is dus om uit te zoeken of er al iets over het onderwerp is geschreven!
Als ik zelf een nieuw Maastrichts of Limburgs onderwerp zou moeten aanpakken, zou mijn eerste gang mij voeren naar de catalogus van de bibliotheek. Om onnodig gereis door de stad te voorkomen, zou ik die aanklikken op de website van het Centre Céramique. Men kan daar op zijn gemak titels vinden, noteren en reserveren. Niet direct iets toepasselijks gevonden? Dan in elk geval op naar de Avenue Céramique!
Misschien mag ik aan de hand van een plaatselijke kunstenaar als Jules Sondeijker mijn werkwijze verduidelijken. Jules Sondeijker staat momenteel op deze site in een ander forum ter discussie. Hij is waarschijnlijk geen Henri Goovaerts geweest, want anders zou er wel eerder aandacht aan hem zijn besteed. Maar hij zóu te vinden kunnen zijn in een 19e-eeuwse kunstenaarsbiografie, of in een recente compilatie daarvan. Dat zou al meteen een literatuurverwijzing op kunnen leveren. De rubriek 'Kunst' staat in de Stadsbibliotheek Maastricht (Centre Céramique) op de derde verdieping ter inzage. Mijn eerste greep zou zijn naar de biografische compilaties van Immerzeel, Scheen of Jacobs. Maar ik zou ook zoeken naar publicaties over tijdgenoten-kunstenaars: mogelijk dat hij ergens terloops werd vermeld.
Bot gevangen? Spoed u naar de Documentatie Limburg op de vierde verdieping van de SB om daar de zgn. krantendocumentatie te raadplegen en de nog veel belangrijkere kaartenbakken met documentatiefiches van vermeldingen in boeken en tijdschriften. Die laatste maken eigen onderzoek in boeken en tijdschriften van voor ca. 1988 in veel gevallen geheel overbodig.
De oprichter van de Documentatie Limburg, de vorig jaar overleden heer Max van Heyst, heeft met zijn opvolgers gedurende bijna veertig jaar letterlijk elke relevante binnen- en buitenlandse publicatie doorgespit om ook maar het kleinste gegeven in verband met Limburg te noteren. Toen hij in de jaren 1970 enkele medewerkers kreeg, zijn die begonnen aan een documentatie van de Limburgse kranten. Na 1988-1990 heeft de Maastrichtse gemeentepolitiek een andere prioriteitenstelling gekozen en is het werk stopgezet. Maar als u wilt weten of er voor 1988 iets is geschreven over welk onderwerp dan ook in verband met Limburg in de breedste zin, spoed u dan naar de Documentatie Limburg. Dat geldt voor geschiedenis, maar ook voor heemkunde, adel, vakverenigingen, dialect, politiek, godsdienst, kindersterfte, biologie, gebouwen, onderwijs, woningbouw, recepten tegen toverij en speeltuinen, kortom het gehele maatschappelijke spectrum, én biografica. En dat niet alleen voor Maastricht, maar ook voor Weert, Gennep, Maasband, Schin op Geul, Waubach en Kaldenkirchen en hun vlekken en gehuchten. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is iets over gedocumenteerd, mits er voor 1988 iets over geschreven was. En dat geldt - met hiaten - ook voor de krantendocumentatie.
Zoek in die bakken niet alleen op naam maar ook op ruimere onderwerpen die in verband staan met de zoekvraag. Met betrekking tot Jules Sondeijker bv. ook op 'schilderkunst algemeen', tentoonstellingen, tekenonderwijs etc. Kortom: 'Man soll Sich etwas einfallen lassen!'
Als u er niet uitkomt, vraag dan bij het personeel hoe die systemen precies werken. Sommigen zullen het misschien niet exact weten, maar er is bijna altijd wel een ter zake kundige collega te vinden. Het loont de moeite desnoods een keer terug te komen. Men zal u dan graag verder helpen.
Bedenk echter wel dat, waar niet over gepubliceerd is, niets over gevonden kan worden, en dat de vragen van nu niet altijd die van vroeger zijn. Over het verzet van milieubewegingen tegen bijvoorbeeld legbatterijen voor kippen zal men in die kaartenbakken weinig vinden, wel over dat tegen kernenergie. Elke tijd had/heeft zijn eigen stokpaardjes! Sommige zaken werden ook nooit gepubliceerd. Het is zinloos om in kranten uit de Tweede Wereldoorlog te zoeken naar verslagen over neergeschoten vliegtuigen of daden van verzet. De Duitse bezetter stond dergelijke berichtgeving gewoon niet toe!
Bedenk ook dat het puur technisch ook niet mogelijk was alles te documenteren. Het zou niet eerlijk zijn een systeem dat eind jaren 1940 werd opgezet te vergelijken met sommige hedendaagse websites waar historische kranten digitaal werden ingescand en op een willekeurig trefwoord te raadplegen zijn. Zolang de microfiches van de krantendocumentatie niet digitaal worden ingescand (en dat is een kwestie van geld), blijft alleen het handmatig lezen via de microfiches-reader over. Maar ook daar mag men Max van Heyst dankbaar voor zijn!
Overigens worden de Limburgse kranten en weekbladen nog dagelijks verfilmd op microfiches; alleen de inhoudelijke documentatie is in 1988-1990 beëindigd. De Documentatie Limburg is voor velen een onontdekte Fundgrube. Al die kaartjes lijken zo lastig, maar eenmaal thuis in het systeem, wordt het een onmisbaar en gewaardeerd hulpmiddel. Literatuurgegevens over de laatste twintig jaar blijven echter een kwestie van moeizaam en minutieus eigen onderzoek.
Als u ten aanzien van Jules Sondeijker de bibliotheek en de Documentatie Limburg heeft uitgespit, haast u dan (en niet eerder) naar het archief op de Sint Pieterstraat. Daar zijn genealogische gegevens te vinden: levensdata, gezinssamenstelling, religieuze georiënteerdheid, huisadressen, huispersoneel, buitenstedelijk verblijf, misschien een beroepsaanduiding. In de daar berustende Adresboeken voor Maastricht zijn mogelijk nog wat aanvullende details te vinden. In de prentencollecties van het voormalige Rijksarchief in Limburg (RAL), het Gemeentearchief Maastricht (GAM) en het nu bij het Historisch Centrum Limburg (HCL) inwonende Sociaal Historisch Centrum Limburg (SHCL) - Sint Pieterstraat 7 - is misschien zelfs origineel werk van Jules Sondeijker aanwezig. Vraag ernaar, want de collectie is veel groter dan de GAM-bakken met fotokaarten in de studiezaal suggereren.
Een piepklein deel van die beeldcollecties is digitaal te raadplegen op de websites www.rhcl.nl en www.shcl.nl. In andere collecties op de Sint Pieterstraat berust mogelijk een foto, een bidprentje of een briefhoofd. Let op: RAL, GAM en SHCL hebben allemaal hun eigen variaties van dergelijke collecties. Een foto, doodsprentje of briefhoofd kan (maar hoeft niet) dus op drie plaatsen bewaard worden. Dat zijn nu eenmaal de gevolgen van fusies-in-ontwikkeling. En dan is er nog de weinig bekende Iconografische collectie van LGOG, daar berustend onder beheer van dr. G. Venner. Al die plaatjes zijn handig bij de 'aankleding' van de kunstenaar Jules Sondeijker. Als ik zelf dit onderzoek ter hand zou moeten nemen, zou ik het op de hier beschreven wijze doen.
Onderzoek doet iedereen op zijn eigen manier, maar de gouden regel voor een historicus is: Lees je in. Begin bij de literatuur, niet bij het archief. In het archief wordt bij de vraag die u stelt echt geen kaartenbak opgetrokken die een (deel van het) antwoord geeft. Bij de bibliotheek kan dat wél het geval zijn, want waarom zou uw vraag uniek zijn? Heeft niemand er al eens eerder aan gedacht? Zaak is dus om uit te zoeken of er al iets over het onderwerp is geschreven!
Als ik zelf een nieuw Maastrichts of Limburgs onderwerp zou moeten aanpakken, zou mijn eerste gang mij voeren naar de catalogus van de bibliotheek. Om onnodig gereis door de stad te voorkomen, zou ik die aanklikken op de website van het Centre Céramique. Men kan daar op zijn gemak titels vinden, noteren en reserveren. Niet direct iets toepasselijks gevonden? Dan in elk geval op naar de Avenue Céramique!
Misschien mag ik aan de hand van een plaatselijke kunstenaar als Jules Sondeijker mijn werkwijze verduidelijken. Jules Sondeijker staat momenteel op deze site in een ander forum ter discussie. Hij is waarschijnlijk geen Henri Goovaerts geweest, want anders zou er wel eerder aandacht aan hem zijn besteed. Maar hij zóu te vinden kunnen zijn in een 19e-eeuwse kunstenaarsbiografie, of in een recente compilatie daarvan. Dat zou al meteen een literatuurverwijzing op kunnen leveren. De rubriek 'Kunst' staat in de Stadsbibliotheek Maastricht (Centre Céramique) op de derde verdieping ter inzage. Mijn eerste greep zou zijn naar de biografische compilaties van Immerzeel, Scheen of Jacobs. Maar ik zou ook zoeken naar publicaties over tijdgenoten-kunstenaars: mogelijk dat hij ergens terloops werd vermeld.
Bot gevangen? Spoed u naar de Documentatie Limburg op de vierde verdieping van de SB om daar de zgn. krantendocumentatie te raadplegen en de nog veel belangrijkere kaartenbakken met documentatiefiches van vermeldingen in boeken en tijdschriften. Die laatste maken eigen onderzoek in boeken en tijdschriften van voor ca. 1988 in veel gevallen geheel overbodig.
De oprichter van de Documentatie Limburg, de vorig jaar overleden heer Max van Heyst, heeft met zijn opvolgers gedurende bijna veertig jaar letterlijk elke relevante binnen- en buitenlandse publicatie doorgespit om ook maar het kleinste gegeven in verband met Limburg te noteren. Toen hij in de jaren 1970 enkele medewerkers kreeg, zijn die begonnen aan een documentatie van de Limburgse kranten. Na 1988-1990 heeft de Maastrichtse gemeentepolitiek een andere prioriteitenstelling gekozen en is het werk stopgezet. Maar als u wilt weten of er voor 1988 iets is geschreven over welk onderwerp dan ook in verband met Limburg in de breedste zin, spoed u dan naar de Documentatie Limburg. Dat geldt voor geschiedenis, maar ook voor heemkunde, adel, vakverenigingen, dialect, politiek, godsdienst, kindersterfte, biologie, gebouwen, onderwijs, woningbouw, recepten tegen toverij en speeltuinen, kortom het gehele maatschappelijke spectrum, én biografica. En dat niet alleen voor Maastricht, maar ook voor Weert, Gennep, Maasband, Schin op Geul, Waubach en Kaldenkirchen en hun vlekken en gehuchten. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is iets over gedocumenteerd, mits er voor 1988 iets over geschreven was. En dat geldt - met hiaten - ook voor de krantendocumentatie.
Zoek in die bakken niet alleen op naam maar ook op ruimere onderwerpen die in verband staan met de zoekvraag. Met betrekking tot Jules Sondeijker bv. ook op 'schilderkunst algemeen', tentoonstellingen, tekenonderwijs etc. Kortom: 'Man soll Sich etwas einfallen lassen!'
Als u er niet uitkomt, vraag dan bij het personeel hoe die systemen precies werken. Sommigen zullen het misschien niet exact weten, maar er is bijna altijd wel een ter zake kundige collega te vinden. Het loont de moeite desnoods een keer terug te komen. Men zal u dan graag verder helpen.
Bedenk echter wel dat, waar niet over gepubliceerd is, niets over gevonden kan worden, en dat de vragen van nu niet altijd die van vroeger zijn. Over het verzet van milieubewegingen tegen bijvoorbeeld legbatterijen voor kippen zal men in die kaartenbakken weinig vinden, wel over dat tegen kernenergie. Elke tijd had/heeft zijn eigen stokpaardjes! Sommige zaken werden ook nooit gepubliceerd. Het is zinloos om in kranten uit de Tweede Wereldoorlog te zoeken naar verslagen over neergeschoten vliegtuigen of daden van verzet. De Duitse bezetter stond dergelijke berichtgeving gewoon niet toe!
Bedenk ook dat het puur technisch ook niet mogelijk was alles te documenteren. Het zou niet eerlijk zijn een systeem dat eind jaren 1940 werd opgezet te vergelijken met sommige hedendaagse websites waar historische kranten digitaal werden ingescand en op een willekeurig trefwoord te raadplegen zijn. Zolang de microfiches van de krantendocumentatie niet digitaal worden ingescand (en dat is een kwestie van geld), blijft alleen het handmatig lezen via de microfiches-reader over. Maar ook daar mag men Max van Heyst dankbaar voor zijn!
Overigens worden de Limburgse kranten en weekbladen nog dagelijks verfilmd op microfiches; alleen de inhoudelijke documentatie is in 1988-1990 beëindigd. De Documentatie Limburg is voor velen een onontdekte Fundgrube. Al die kaartjes lijken zo lastig, maar eenmaal thuis in het systeem, wordt het een onmisbaar en gewaardeerd hulpmiddel. Literatuurgegevens over de laatste twintig jaar blijven echter een kwestie van moeizaam en minutieus eigen onderzoek.
Als u ten aanzien van Jules Sondeijker de bibliotheek en de Documentatie Limburg heeft uitgespit, haast u dan (en niet eerder) naar het archief op de Sint Pieterstraat. Daar zijn genealogische gegevens te vinden: levensdata, gezinssamenstelling, religieuze georiënteerdheid, huisadressen, huispersoneel, buitenstedelijk verblijf, misschien een beroepsaanduiding. In de daar berustende Adresboeken voor Maastricht zijn mogelijk nog wat aanvullende details te vinden. In de prentencollecties van het voormalige Rijksarchief in Limburg (RAL), het Gemeentearchief Maastricht (GAM) en het nu bij het Historisch Centrum Limburg (HCL) inwonende Sociaal Historisch Centrum Limburg (SHCL) - Sint Pieterstraat 7 - is misschien zelfs origineel werk van Jules Sondeijker aanwezig. Vraag ernaar, want de collectie is veel groter dan de GAM-bakken met fotokaarten in de studiezaal suggereren.
Een piepklein deel van die beeldcollecties is digitaal te raadplegen op de websites www.rhcl.nl en www.shcl.nl. In andere collecties op de Sint Pieterstraat berust mogelijk een foto, een bidprentje of een briefhoofd. Let op: RAL, GAM en SHCL hebben allemaal hun eigen variaties van dergelijke collecties. Een foto, doodsprentje of briefhoofd kan (maar hoeft niet) dus op drie plaatsen bewaard worden. Dat zijn nu eenmaal de gevolgen van fusies-in-ontwikkeling. En dan is er nog de weinig bekende Iconografische collectie van LGOG, daar berustend onder beheer van dr. G. Venner. Al die plaatjes zijn handig bij de 'aankleding' van de kunstenaar Jules Sondeijker. Als ik zelf dit onderzoek ter hand zou moeten nemen, zou ik het op de hier beschreven wijze doen.
Opmerking