Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Arbeiders in Limburg / VARA-serie

Sluiten
X
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • #16
    spijskokerij / gaarkeuken

    Dat deuntje komt volgens mij uit katholieke hoek; als de socialisten het hebben gezongen, wie hadden ze dan op het oog? Hun eigen achterban?

    Het liedje verwijst naar de afgunst die - misschien niet ten onrechte - werd verondersteld bij de neutrale en socialistische arbeiders. De 'blauwe' waren de katholieken, de 'roeie' de socialisten. De socialisten hebben veel gedaan voor hun aanhang, maar een gaarkeuken was daar niet bij. Het liedje moet stammen uit de periode 1880-1917. De Centrale Keuken die in het laatste jaar werd ingesteld, was geen particulier (katholiek) initiatief, maar een gemeentelijke instelling.

    De eerste spijskokerij ter ondersteuning van de behoeftigen was die van de Sociëteit Momus (1846-1918 ). De Momus was politiek neutraal, maar vanwege het grote aantal katholieke notabelen onder de leden, werd zij vaak als katholiek aangemerkt. De instelling werkte met kaartjes die behoeftigen recht gaven op een portie soep, vandaar het 'soppekeertsje'.

    Ruim twintig jaar later volgde de katholieke St.-Vincentiusvereniging (gaarkeuken in de jaren 1868-1917 en 1937-1948 ). Ook de Maatschappij tot Nut van het Algemeen dreef een tijdlang een spijskokerij. In de Eerste Wereldoorlog kwam er van gemeentewege zoals gezegd een Centrale keuken (1917-1919), evenals in de Tweede Wereldoorlog (1940: op de Heerderweg en aan de Boschstraat; in 1941 volgde een vestiging in Limmel). Dit laatste initiatief bleef in stand tot 1943, waarna het werd overgenomen door een Duitsgezinde onderneming. Uiteindelijk in bedrijf tot in 1946.

    Literatuur:
    HEM
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 29 maart 2014, 09:19.

    Opmerking


    • #17
      Gaarkeuken

      Leuk, de gaarkeuken aan de Heerderweg kwam gisteren nog aan de orde bij Ouderen Online.
      De leefs mer eine kier .

      Opmerking


      • #18
        Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers Bekijk bericht
        Dat deuntje komt volgens mij uit katholieke hoek; als de socialisten het hebben gezongen, wie hadden ze dan op het oog? Hun eigen achterban
        Het deuntje is volgens Hans Evers en Hub Schwaenen afkomstig van de socialisten:
        'Bovendien worden de soepkokerijen bespot door de socialisten. Dezen zien ze als een middel van de Sint Vincentiusvereniging om mensen naar de kerk te krijgen, lid van een of andere congregatie te worden of om ze af te houden van het socialisme.'

        Bron: De Vincentiusvereniging in Maastricht, een aspect van de stadsgeschiedenis vanaf 1848, onder redactie van Hans Evers en Hub Schwaenen, pag. 76
        Kompleminte

        Toller

        Opmerking


        • #19
          Michel Ubachs, Een eeuw modern kapitalisme (1934)

          Het citaat dat Toller aanhaalde uit mijn tekst (posting nr. 17) is onvolledig. Achter 'achterban' stond bij mij een vraagteken.

          In 1982 heb ik dit liedje opgenomen in het Silhouetje nr. 8 over De Momus, zie pag. 36, waar de soepkeuken aan de orde kwam. Ik was toen nog jong en onbedorven , het silhouetje De Momus was pas mijn tweede publicatie.

          Ik ben indertijd afgegaan op wat ik las in de literatuur: 'En wie auwer of ze weurde en wie stommer of ze zien: en veur e sôppekeertsche zou'en ze van de blauwe wêlle zien'. Het citaat kwam uit M. Ubachs, Een eeuw modern kapitalisme, Maastricht 1934, pag. 143 van de herdruk uit 1976. Het was pakkend en suggestief, en ik heb de tekst toentertijd gebruikt, maar onvoldoende ingeschat.

          Hans Evers en Hub Schwanen (1993) citeren het liedje uit de MO-scriptie van mijn studiegenote, de latere drs. Marie-José Klavora-Moers, of mogelijk ook uit mijn Momus-tekst. (De volgende noot in hun tekst verwijst namelijk naar de betreffende pagina in De Momus).

          32 jaar later ben ik van mening dat het liedje uit tweeërlei hoek kan zijn gekomen. Enerzijds uit kringen van katholieke arbeiders, omdat sommige socialisten mogelijk graag als katholiek zouden zijn aangemerkt, vanwege de gratis maaltijden. Anderzijds vanuit socialistische kringen, gericht tegen de wankelmoedigen in de eigen socialistische gelederen. De schampere tekst klaagt diegenen aan 'die van de blauwe wêlle zien'. Dat zijn dus mensen die NIET katholiek zijn, maar het eigenlijk graag zouden zijn, vanwege de gratis maaltijden.

          Als je er Michel Ubachs op naslaat, schrijft hij er het volgende over:
          'Op de textielfabriek van Ernest Regout werd [omstreeks 1907] een ongekende uitbuiting toegepast. Bazen verdienden nog geen gulden daags. Conflicten waren aan de orde van den dag, die door de geestelijkheid en charitas werden bijgelegd. Alle arbeiders werden bedeeld [kregen ondersteuning]. Als er een conflict dreigde gaf men extra soepkaartjes. Toen ontstond een lied met het refrein: En wie auwer of ze weurde en wie stommer of ze zien. En veur e sôppekeertsche zou'en ze van de blauwe wêlle zien.'

          Daarmee eindigt Michel Ubachs zijn hoofdstuk(je) 15. Van een verwijzing naar de katholieke arbeiders is geen sprake. Het moet hier gaan om de zwakke broeders in eigen kring. De context suggereert dat het liedje uit 1907 of daaromtrent stamt.

          Meer in het algemeen wil ik hier opmerken dat het boek van Michel Ubachs geen enkele voetnoot bevat. Hij schreef de tekst uit de losse hand en de heruitgave werd in 1976 niet voor niets voorzien van annotaties ('punten en komma's') door (nu: dr.) Jos Perry. Het loont de moeite die kanttekeningen/noten serieus te lezen. Het woordje 'onjuist' komt er met grote regelmaat aan de orde. Het simpele feit dat iets in druk is verschenen betekent niet, dat het ook 'de waarheid' is. Vandaar dat men in de wetenschap (en op MO) staat op het vermelden van de bronnen, het noemen van de plaatsen waar je iets hebt gevonden, zodat een ander dat kan verifiëren, kan kijken of er wel correct is geciteerd.

          Michel Ubachs' boek was een pamflet, een strijdschrift, sensationeel en suggestief. Als zodanig heeft het zijn functie vervuld. Het bezorgde Pie Regout onverdiend een slechte naam: de zonden van de zonen werden (en worden door sommigen nog altijd) de stamvader aangerekend. Bij Michel Ubachs loopt de historische waarheid niet altijd parallel aan zijn tekst. Jos Perry heeft dat niet alleen aangetoond in zijn kanttekeningen bij het boek, maar ook in zijn proefschrift Roomsche kinine en rode koorts.
          Last edited by Ingrid M.H.Evers; 29 maart 2014, 21:13.

          Opmerking


          • #20
            In het boekwerk onder redactie van Hans Evers en Hub Schwaenen staat op pagina 76 achter de tekst:

            ‘Bovendien worden de soepkokerijen bespot door de socialisten. Dezen zien ze als een middel van de Sint Vincentiusvereniging om mensen naar de kerk te krijgen, lid van een of andere congregatie te worden of om ze af te houden van het socialisme.’

            het aandachtscijfer 91. Dit verwijst onderaan dezelfde bladzijde naar, GAM Archief Nafzger: nr. 72. Met mijn beperkte kennis denk ik dat dit het archief is van de voormalige wethouder Nafzger die ik niet in mijn bezit heb.

            Jos Perry schrijft op pagina 43 en 42 van Roomsche kinine tegen roode koorts:

            ‘Op gezette tijden verschenen in de volksbuurten de armenbezoeksters van de ‘Société de Charité’ met hun notitieboekjes, en de heren van de Sint Vincentiusvereniging die – altijd met zijn tweeën – bonnen voor levensmiddelen kwamen uitreiken.8 Natuurlijk niet aan iedereen! Wee degene die, al te duidelijk voor het oog van de buitenwereld, kerk en goede zeden aan zijn laars lapte. Brood-, soep- en kolenkaarten gingen aan zijn neus voorbij…’

            In de tekst verwijst Perry onder andere door het aandachtspuntje 8 naar; Honderdjarig bestaan der Vereeniging Société de Charité; Herdenking van het honderdjarig bestaan van de Sint Vincentiusvereniging. Ook verwijst hij naar Fons Olterdissen in zijn Mestreechter vertelsels, pagina 169 e.v.

            Uit deze tekst kun je opmaken dat het van wezenlijk belang was dat de arme die in aanmerking wenste te komen voor de bonnen katholiek diende te zijn. Nu waren de meeste mensen ook de socialisten katholiek van geboorte, maar het ging de Sint Vincentiusvereniging om de combinatie katholiek en goede zeden. En met name het laatste punt daar scoorden de socialisten niet op.

            Jos Perry schrijft op pagina 90 van Roomsche kinine tegen roode koorts:

            ‘Afweer van gevaren zoals dat van het socialisme speelde in dat geheel een belangrijke rol.’

            Jos Perry schrijft op pagina 60 van Roomsche kinine tegen roode koorts:

            ‘Armenonderwijs, speciaal op godsdienstig gebied, was ook een van de activiteiten waar de Sint Vincentiusvereniging zich mee ging bezig houden. Daarbij beperkte de religieuze lekenvereniging, te Maastricht opgericht in 1848, zich niet tot de jongere kinderen. Voor de kinderen die al op een van de fabrieken werkten trachtte zij in de vorm van een zondagsschool een soort herhalingsonderwijs te organiseren. De bedeling diende daarbij als pressiemiddel.’

            Het zijn van socialist of aanhanger van het socialisme gaf je geen toegang tot de bedeling, dus geen bonkaarten.

            ‘Michel Ubachs' boek was een pamflet, een strijdschrift, en als zodanig heeft het zijn functie vervuld. Het bezorgde Pie Regout onverdiend een slechte naam: de zonden van de zonen werden (en worden door sommigen nog altijd) de stamvader aangerekend. Maar de historische waarheid liep niet altijd parallel met zijn tekst. Jos Perry heeft dat in zijn proefschrift Roomsche kinine en rode koorts deels aangetoond.’

            Over het ‘onverdiend een slechte naam’ voor Pie Regout wil ik toch een opmerking maken. Petrus (Pie) Regout wist precies op welke wijze hij zijn doel wilde bereiken. De kerk en haar instellingen werden overladen met geschenken. Overal waar de kerk tegen ageerde volgde Regout gedwee. Het streven van de kerk en haar instellingen was om samen met de fabriekseigenaren ‘de armen en de fabrieksarbeiders te helpen schikken in hun lot.’ Het ontwikkelde en ingezette beleid van Petrus Regout is voortgezet door zijn zonen. Jos Perry laat in zijn boek Roomsche kinine tegen roode koorts op de pagina’s 60, 61 en 62 dit duidelijk naar voren komen.
            Kompleminte

            Toller

            Opmerking


            • #21
              Je neemt wel hele grote stappen, Toller en ik zie niet goed wat de draad is in je betoog. We hadden het hier over een liedje, niet over de meriten van een bepaalde godsdienst, de katholieke bedeling of de bemoeiingen met het onderwijs rond 1840, 1865, 1890 of 1907: willekeurige ijkpunten, maar essentieel voor veranderende ideeën op politiek, religieus en maatschappelijk gebied.

              De negentiende eeuw was niet statisch; wat in 1840 een goed idee leek, was in 1890 deels verworden tot een machtsmiddel, of in 1914 eindelijk het terrein van de overheid. En als de Vincentiusvereniging zich midden jaren 1850 net de Broeders van de Beyart (1841), de zusters van den H. Joseph (1853) en nog enkele andere congregaties in de stad gaat bemoeien met het onderwijs aan de armen, dan is dat zeker bedoeld om de kinderen enige godsdienst en morele waarden bij te brengen, maar ook om te voorzien in een lacune waar de overheid zich bij voorkeur verre van hield: leren lezen, rekenen en schrijven.

              Wat betreft Pie Regout: hij trok zich in 1870 terug uit de zaak en stierf in 1876, lang voor het socialisme in Maastricht manifest werd, en lang voordat de lokale geestelijkheid daartegen ten strijde trok met de voorhanden machtsmiddelen (zoals bv. de bedeling) en na 1891 zelfs met volledig negeren van de pauselijke encycliek Rerum Novarum.

              Probeer de man eens in zijn tijd te zien, niet met de ogen van nu of 1930 en al helemaal niet als degene die de beleidslijn van zijn zonen zou hebben uitgezet. Bedenk dat je steeds opnieuw de chronologie in de gaten moet houden. Ik wil er best eens over praten, maar het gaat veel te veel tijd kosten om dat allemaal hier te behandelen.
              Last edited by Ingrid M.H.Evers; 31 maart 2014, 07:57.

              Opmerking


              • #22
                Oorspronkelijk geplaatst door Toller Bekijk bericht
                Kwam nog een leuk spotliedje tegen, die de socialisten zongen rond 1900. In die tijd kregen de armen soep van de St. Vincentiusvereniging.

                " En wie auwer of ze weurde en wie stommer of ze zien
                En veur e soppekeertsche zoue 'n ze van de blauwe welle zien"
                Als echte 100%Sjeng met Sint-Pieterse afwijkingen en lettend op de tekst: die komt uit rode hoek. Minachting voor de mensen die omwille van een voordeeltje alle kanten "opkleuren". Katholieken zouden niet het woord "blauwe" in deze context hebben gebruikt. Bestaat er een variant "En wie auwer of ze weurde en wie stommer of ze zien
                En veur e soppekeertsche zoue 'n ze van de roeje welle zien" ?
                De leefs mer eine kier .

                Opmerking


                • #23
                  Mijn postings 16 en 19 aangaande het liedje zijn duidelijk. Ook de bron en uitleg van de tekst voorafgaande aan het liedje is duidelijk. Voor welke armen of arbeiders het liedje bedoeld was maakt niets uit. In elk geval staat vast dat de socialisten dit zongen en dat met de blauwen bedoeld worden de te kerk gaande katholieken.

                  Ik heb verhaald over een spotlied van rond de eeuwwisseling 19e naar de 20e eeuw met daarbij tevens gekoppeld de motiveringen van de Sint Vincentiusvereniging en de katholieke kerk om de armen te bedelen en dat deze ‘bedeling een pressiemiddel is’.

                  Of de werkwijze van deze instellingen de juiste waren, daar verschillen we duidelijk van mening over. In elk geval waren in deze tijd de armen en arbeiders daar de dupe van, de Parlementaire Enquête van 1887 en het werk van Jos Perry, ‘Roomsche kinine tegen roode koorts’ spreken voor zich.

                  De zijsprong naar Petrus Regout is mijn antwoord op een opmerking over het ‘onverdiend een slechte naam’. Het enige dat mij verwonderd is dat het tot nu toe nog niemand is gelukt hem te rehabiliteren. Jos Perry het schreef hierover:
                  Het socialistisch blad ‘Recht voor Allen’ betitelde de door Petrus Regout gestichte fabriek als een ‘moordhol’. Onder de pen van L.M. Soeters, schrijver van ‘objectieve geschiedschrijving’ aangaande het gedenkboek van de firma veranderde het moordhol in een sanatorium.
                  Kompleminte

                  Toller

                  Opmerking


                  • #24
                    rehabilitatie Petrus I Regout

                    Oorspronkelijk geplaatst door Toller Bekijk bericht
                    De zijsprong naar Petrus Regout is mijn antwoord op een opmerking over het ‘onverdiend een slechte naam’. Het enige dat mij verwonderd is dat het tot nu toe nog niemand is gelukt hem te rehabiliteren. Jos Perry het schreef hierover:
                    "Het socialistisch blad ‘Recht voor Allen’ betitelde de door Petrus Regout gestichte fabriek als een ‘moordhol’. (...) Onder de pen van L.M. Soeters, schrijver van ‘objectieve geschiedschrijving’ aangaande het gedenkboek van de firma veranderde het moordhol in een sanatorium".
                    Ik heb het citaat even tussen aanhalingstekens gezet, zodat het duidelijker wordt dát het een citaat is (te vinden op pagina 49 van Roomsche kinine en rode koorts).

                    Het betreffende citaat uit 'Recht voor allen' dateert uit de jaargang 1887. Perry heeft twee afleveringen uit dat jaar gebruikt, maar geeft niet specifiek aan in welke aflevering het 'moordhol' wordt genoemd. Perry schrijft zoals je al aangaf: "Het socialistisch blad ‘Recht voor Allen’ betitelde de door Petrus Regout gestichte fabriek als een ‘moordhol’." Er staat: de door Petrus Regout gestichte fabriek. De omschrijving van die fabriek als 'moordhol' zou de periode 1874 tot 1886-1887 moeten betreffen, de jaren waartoe de Arbeidsenquête zich bepaalde. Wat er pertinent niet staat is een veroordeling van de fabriek toen die nog onder leiding stond van de oprichter. Die, ik zeg het nog maar eens, was ten tijde van de enquête allang dood en begraven (1876) en al zestien jaar niet meer betrokken bij het beleid (sinds 1870).

                    Misschien is het goed hier nog eens aan te geven dat Perry's proefschrift niet over de Regouts ging, maar over de vraag hoe het kwam dat Maastricht, dat goed op weg was om een socialistisch bolwerk te worden, dat uiteindelijk toch niet werd. In zijn 'Besluit' komt de naam Regout zelfs niet voor (268-272). Het ging Perry om 'de arbeidersbeweging en de katholieke kerk in Maastricht [in de periode] 1880-1920', zoals hij dat ook opgeeft in de ondertitel van zijn dissertatie.

                    Dan de vraag 'waarom niemand inmiddels Petrus Regout heeft kunnen rehabiliteren?' Jos Perry promoveerde in 1983 en zijn onderzoek betrof slechts zijdelings Petrus I Regout. Inmiddels zijn we ruim dertig jaar verder en is het beeld wel degelijk in positieve zin bijgesteld. De onderschatte dissertatie van Maenen (1959) heeft een zekere herwaardering gekregen en daarmee ook de persoon van Regout. Ook het proefschrift van Van Iterson (zie hieronder), en enkele detailstudies hebben de verschuiving van het beeld versterkt en er is nu in het geplande westelijk Boschstraatkwartier zelfs een straatnaam aan hem gewijd, namelijk het 'Petrus Regoutplein'. (Commissie Naamgeving, 13 mei 2008 ).

                    Het proefschrift van de socioloog A.Th.M. van Iterson: 'Vader, raadgever en beschermer, Petrus Regout en zijn arbeiders, 1834-1870, stijlen van werving, behoud en beheersing van arbeid in fabrieksregimes in de beginjaren van de Westeuropese Industriële Revolutie (Maastricht 1992) behandelt niet zozeer de persoon Pie Regout, maar zijn stijl van werken. Die stijl - paternalistisch - was afkomstig uit het Waalse waar Regout zijn eerste ervaringen met het fabriekswezen had opgedaan. Die stijl is niet meer de onze en daardoor moeilijk navoelbaar; ze begon bij een grotere oriëntering van de regio op Noord-Nederland ook rond 1860 al weerstand op te roepen. Van Iterson legt de grens van zijn onderzoek niet voor niets bij 1870: het moment dat de oude Regout zich terugtrekt uit de zaak. In zijn slotwoord schrijft hij (173-174):

                    'Omdat Petrus Regout, die zich toch met een zo moderne activiteit als de grootschalige industrie bezighield, onbuigzaam bleef vasthouden aan waarden en praktijken uit een andere tijd en een ander land, groeide de weerstand in stad en land. De zonen Regout die de leiding over de verschillende bedrijfsactiviteiten in de jaren zeventig overnamen, hadden echter geen paternalistische, maar een liberale stijl ontwikkeld - [en] nog wel de hardvochtige, cynische variant ervan. (...) Hun hard-liberale stijl laat zich misschien begrijpen als een uiting van een gefrustreerde paternalistische stijl. Dit alles is niet bedoeld als een apologie [verdediging], maar als een poging gedrag te begrijpen [van de zonen] dat - terecht - zoveel verontwaardiging heeft veroorzaakt. (...) Als ik een gezinspsycholoog was, zou ik Petrus Regout misschien postuum verwijten dat hij weliswaar een vader voor zijn arbeiders is geweest, maar niet voor zijn kinderen. Goed opgevoede kinderen [d.w.z. opgevoed volgens de waarden die Regout bijvoorbeeld in geschrifte heeft uitgedragen en verdedigd] zeggen en doen zoiets niet, ook niet al zouden ze zijn getart.' Met dat laatste verwijst Van Iterson naar het gedrag der zonen tijdens de arbeidsenquête (1886-1887).

                    Van Iterson bekeek het industriële systeem vanuit een sociologische hoek aan de hand van de vroege Nederlandse industrieel Petrus Regout. Het wachten is nog altijd op een moderne historische biografie van de man.

                    Tja, waarom is die er nog niet? Heel simpel. Iemand moet bereid zijn om vier of meer jaren van zijn leven uit te trekken voor een gedegen onderzoek. Die persoon moet dan ook nog die tijd willen besteden aan dit onderwerp. En vervolgens zijn voorstel gefinancierd zien te krijgen. Zoveel promoverende historici zijn er nu ook weer niet in Nederland c.q. Limburg, en de meesten zijn als AIO met een klein salaris en onderwijstaken min of meer gedwongen een onderwerp te behandelen dat past in de politiek van de universiteit/faculteit waarbinnen zij promoveren. De anderen, de zogenaamde buitenpromovendi die over het algemeen vier jaar in eigen onderhoud en studiekosten moeten voorzien, kiezen voor zover mogelijk hun eigen onderwerp. (Er moet wél iemand zijn die hen kan begeleiden!). Maar wie wil zich wagen aan Regout? Het is allemaal niet zo simpel als het lijkt, zelfs al heb je de beschikking over een prachtig archief.
                    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 1 april 2014, 09:36. Reden: redactie; aanvulling straatnaam

                    Opmerking


                    • #25
                      Oorspronkelijk geplaatst door Els Knaapen Bekijk bericht
                      Ik ben tijdens mijn research al meerdere keren op mooie geschiedkundige verhalen gestuit op dit forum, daarom vraag ik ook graag jullie om hulp. Brand dus los!

                      Tips mogen via dit forum, maar ook via els.knaapen@vara.nl of 035-6711 417. Ben benieuwd!
                      Als het goed is, komt de VARA in november naar Maastricht voor opnames en een bezoekje.
                      De leefs mer eine kier .

                      Opmerking


                      • #26
                        NPO 2
                        Vrijdag 16 oktober 2015


                        VARA : DE STRIJD , 10 -delige geschiedenisserie

                        MONDDOOD VANWEGE EEN WONINKJE HERBENUSSTRAAT MAASTRICHT,
                        Erik Dijkstra praat met Breur Henket, nakomeling van drie generaties Regoutarbeiders.

                        Zeer de moeite waard om terug te kijken !!!!

                        Opmerking


                        • #27
                          Voor wie terugkijken wil http://destrijd.vara.nl/artikelen/rode-vlaggenroute/205/monddood-vanwege-een-woninkje

                          Breur deed het erg goed, chapeau.
                          Veel kijkpezier
                          Iedereen neemt mij zoals ik ben,.....nu ik nog

                          Opmerking


                          • #28
                            Oorspronkelijk geplaatst door Annefine Bekijk bericht
                            NPO 2 Vrijdag 16 oktober 2015


                            VARA : DE STRIJD , 10 -delige geschiedenisserie

                            MONDDOOD VANWEGE EEN WONINKJE HERBENUSSTRAAT MAASTRICHT,
                            Erik Dijkstra praat met Breur Henket, nakomeling van drie generaties Regoutarbeiders.

                            Zeer de moeite waard om terug te kijken !!!!
                            Mooie uitzending

                            Hoogtepunt was misschien wel om onze Breur achterop een oude Kreidler te zien zitten met een schitterde helm..........


                            Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd

                            Opmerking


                            • #29
                              Flikken Maastricht heeft niet het alleenrecht zich soms niet aan de verkeersregels te houden Pier en ik voorspel je: de vet leren helm wordt weer een hype in vogelrijke gebieden.
                              De leefs mer eine kier .

                              Opmerking

                              Bezig...
                              X