Sjefke, de eerste foto, waar jij die ster in hebt geplaatst, is een luchtfoto van de Maastrichtse fotograaf Jef Naseman (1913-1982), RHCL GAM 5816, gedateerd 2 november 1963. Ik vermoed de tweede eveneens. In normale omstandigheden zou hier auteursrecht op zitten, omdat de fotograaf nog geen 70 jaar is overleden. De collectie Naseman is echter jaren geleden aangekocht door het RHCL = Regionaal Historisch Centrum Limburg (Sint Pieterstraat 7) en vrijgegeven.
En nog maar eens: dat vrouwelijk personeel bestond niet uit 'nonnen', maar uit religieuzen, afkomstig van de zusters Onder de Bogen / Liefdezusters van de Heilige Carolus Borromeus.
Overigens zijn er bij het RHCL tientallen bouwvergunningen in te zien. Jammer genoeg wordt in de korte beschrijving daarvan geen enkele keer dat voetbalveld genoemd, dat ongetwijfeld is opgeofferd voor de zoveelste uitbreiding van het ziekenhuis. Ik vermoed dat de parkeerplaats die Breur noemt, op de laatste foto op de voorgrond te zien is.
En nog maar eens: dat vrouwelijk personeel bestond niet uit 'nonnen', maar uit religieuzen, afkomstig van de zusters Onder de Bogen / Liefdezusters van de Heilige Carolus Borromeus.
Overigens zijn er bij het RHCL tientallen bouwvergunningen in te zien. Jammer genoeg wordt in de korte beschrijving daarvan geen enkele keer dat voetbalveld genoemd, dat ongetwijfeld is opgeofferd voor de zoveelste uitbreiding van het ziekenhuis. Ik vermoed dat de parkeerplaats die Breur noemt, op de laatste foto op de voorgrond te zien is.




). Maar om via een omweggetje even terug te komen bij de religieuzen op Annadal: tijdens een grote vakantie viel ik tijdens het spel van een vestingmuur. Mijn val werd gelukkig gebroken door een struik. Mijn voet bleef hierin haken. Beneden aangekomen, kon ik niet meer lopen. Een vriendje bracht mij dragend op zijn rug naar huis. Vervolgens achter op de fiets met mijn vader naar de post aan de Bouillonstraat. Daar konden ze weinig voor mij betekenen. Verder achterop naar Annadal. Kwam op een bedje in een gang terecht. Moest uren wachten op een arts. Mijn vader ging naar huis; hij moest gaan werken en werd opgelost door mijn moeder. Kreeg honger. Toen er een religieuze zuster langs kwam - voor mijn vader waren dat nonnen - vroeg ik iets te eten. Dat hebben we niet, zei de zuster. Maar wacht maar even. Na een kwartiertje of zo kwam zij terug met een papieren zak met drop. Het was een lieve zuster. Het eindigde met een gipsen klompvoet en op het stoepje zitten om te kijken hoe anderen lekker buiten konden spelen. De ellende van gipscontrole laat ik maar buiten beschouwing. Zou dat later nog meermalen moeten meemaken. Een oudere broer van mij was eerder uit een boom gevallen in de werreke. Een tak brak af waar hij aan hing. 2 polsen gebroken bij de landing. Mijn moeder werd er bijgehaald en die hield een toevallig passerende ambulance aan op de Statensingel. Wekenlang moest mijn vader hem helpen met wassen, naar de wc-gaan, eten e.d. Wijlen mijn oudste broer brak zijn arm in de vestingwerken. Het zit blijkbaar in de familie, dat breukengedoe, maar het weegt niet op tegen het genoten buitenspeelplezier.
Opmerking