Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Belastingboekje Maastricht

Sluiten
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    Oorspronkelijk geplaatst door hermanw Bekijk bericht
    Mogen we daaruit concluderen dat Jan Alfred Marie Maxim Pijls in 1906 verhuist van de Markt naar het Vrijthof en dat het boekje dus uit 1905 stamt? Of loop ik nu te hard van stapel?
    Geen idee Herman, maar onze burgemeester kan de proef op de som nemen. Het blijkt dat ook de bibliotheek van het RHCL één exemplaar bezit van een dergelijke naamlijst en wel over het jaar 1906! Nu het jaar van uitgave door jullie al was teruggebracht tot 1905 of 1906, wordt het met een vergelijking een peulenschilletje! Al moet burgemeester natuurlijk wel eerst de vesting bestormen! Eureka: morgen zijn ze open!
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 19 juni 2019, 14:53.

    Leave a comment:


  • hermanw
    replied
    In deze post (http://forum.mestreechonline.nl/show...6&postcount=12) staat vermeld:
    Pijls, J.A.M.M. Markt 18. Oud-rechter. 25000 gulden

    Ik lees in het boek 'Monumenten in Nederland' (http://www.dbnl.org/tekst/sten009mon...08_01_0090.php) het volgende:

    Rechter J.A.M.M. Pijls liet in 1904-'05 het herenhuis Vrijthof 19 bouwen naar plannen van de Luikse architect S. Rémont in op de Franse renaissance geïnspireerde vormen.

    Mogen we daaruit concluderen dat Jan Alfred Marie Maxim Pijls in 1906 verhuist van de Markt naar het Vrijthof en dat het boekje dus uit 1905 stamt? Of loop ik nu te hard van stapel (dat doe ik wel 'ns)?

    Leave a comment:


  • burgemeester
    replied
    'tis wat! Dan zou ik zeggen 1905 of 1906.

    Leave a comment:


  • hermanw
    replied
    Op het adres Groote Staat 6 woonde de weduwe A.H. Otterbein.
    Als ik het goed heb is dit Gabrielle Marie Hubertine Adèle de Nocker, weduwe van Adolphe Henri Otterbein. Gabrielle overleed op 17 juni 1907.

    Adolphe was al veel eerder overleden (in 1885, hij was veel ouder dan Gabriëlle). Adolphe was militair en bracht het tot luitenant-kolonel. Hij is in Amsterdam verdronken. Beiden zijn begraven op het oude kerkhof aan de Tongerseweg.

    Bronnen:
    Gendalim 7
    http://www.graftombe.nl/names/info/925070/nocker_de
    http://www.graftombe.nl/names/info/925069/otterbein
    http://stamboomonderzoek.com/sumpel/...27&tree=sumpel

    Leave a comment:


  • burgemeester
    replied
    Geweldig werk, Ingrid!

    Ik heb wat veel champagne genuttigd gisteren en zit dus met een vrij harde kop in mijn boekje te zoeken. Wil niet echt lukken. Ik ben er over aan het denken om dat hele boekje eens te digitaliseren. Het is me al heel vaak tot nut geweest, maar het is vaak moeilijk doorzoekbaar (door de gehanteerde indeling op straten).


    Toch maak ik wat vorderingen. Ik had besloten om maar eens te gaan kijken naar 'photografen', een geliefd onderwerp van onze stadshistorica. Ik wed dat ik er een paar mis. Hier volgen er een paar die ik aantrof.
    • Van den Eerenbeemt, J.G. Helmstraat 8.
    • Sohl, E. Langs de Maas 21.
    • Arnolts, F. Groote Gracht 14.
    • Weijnen, Wed. Th. Jacobsstraat 7.
    Die laatste is interessant, omdat Theodor Weijnen stierf in 1904. Een datering na 1904 lijkt me dus redelijk. Hoe ik aan die datering kom van 1906 weet ik niet precies. Ik heb hier een notitie dat ik dit heb bepaald aan de hand van Alfons Olterdissen, maar als ik dit nu nazoek kan ik dit niet hard maken. 1908 is dus veel veiliger.


    Dan nog enkele faits divers.
    • Baltussen, A.M., Handelsagent, Moesmarkt (Amorsplein) 6. (verdiende 1600 gulden). Dit even voor onze vraagsteller...
    • Jonas, H.C., Verver, Markt 68. (500 gulden)
    • Swelsen, H., Herbergier en winkelier, Capucijnenstraat 84. Verdiende slechts 500 gulden, dus zal niet de gezochte zijn....

    Leave a comment:


  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    Hotel Swelssen, Wijker Brugstraat 28

    Oorspronkelijk geplaatst door Caesar Bekijk bericht
    Zelfs de naam van het hoekcafe Swelsen (tot 1912), de voorganger van hotel Beaumont, is niet te vinden.:(
    Hotel Swelssen (eigenaar W. Swelssen) had volgens het telefoonboek van 1915 als adres Wijker Brugstraat 28. In het belastingboekje worden op dat adres twee personen genoemd:
    1. C. Brall, caféhouder en ongetwijfeld ook uitbater van het hotel.
    2. de commies der Rijksbelastingen P.J. Penders, die waarschijnlijk permanent een hotelkamer huurde.

    Brall was geen eigenaar van het pand, maar huurder van Swelssen. Zelf woonde deze waarschijnlijk op een ander adres, in de stad of in een van de buurgemeenten zoals Sint Pieter. Hij zal dan op dat adres zijn aangeslagen voor het hotel (klusje voor burgemeester, om zijn boekje daarop eens na te vlooien ). Jammer genoeg had Swelssen in 1915 privé nog geen telefoon, zodat hij niet voorkomt in het genoemde telefoonboek.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 19 juni 2019, 14:52.

    Leave a comment:


  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    Datering van des burgemeesters Naamlijst...

    Oorspronkelijk geplaatst door burgemeester Bekijk bericht
    Na een heerlijke avond en wat verder gezoek ben ik tot de conclusie gekomen dat het boekje gemaakt moet zijn tussen 1903 en 1906.
    Aldus onze burgemeester hier. Dat de lijst van na 1903 moest zijn, kon hij baseren op het gegeven dat Willem Pijls er in was opgenomen met de kwalificatie 'oud-burgemeester'. Pijls trad namelijk in 1903 af. Zijn keuze voor de einddatum 1906 is minder vaststaand: enerzijds het gegeven dat het niet na 1910 kan zijn, omdat burgemeester Bauduin erin wordt vermeld, en die trad in 1910 af; anderzijds de gebruikte papiersoort en typografie. Een beetje wankel dus, misschien.

    Bij het nog eens doorlopen van de lijst uit de Stationstraat viel mij de naam op van L. Schmidlin, fotograafbediende. Die geeft ons een wat 'hardere' einddatum. Schmidlin vertrok namelijk in het voorjaar van 1908 naar Tilburg, waar hij een eigen fotoatelier begon.

    Als we er van uitgaan dat deze lijsten werden gedrukt aan het eind van het belastingjaar, hebben we nu dus een datering tussen 1903 en 1908. Des burgemeesters lijst werd dan gepubliceerd in 1904, 1905, 1906 of 1907.

    Leave a comment:


  • hermanw
    replied
    Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers Bekijk bericht
    100.000 bezoek(st)ers in drie (3!) dagen, in een land met zeer beperkte openbaar vervoersdiensten?! Ik denk dat dit affiche alleen de laatste dagen van de manifestatie en tentoonstelling betreft. Elders las ik dat deze drie maanden liep, namelijk in juli, augustus én september.
    Klopt, de tentoonstelling werd geopend op 9 juli 1898.
    Zie: http://kranten.kb.nl/view/article/id...3Ap004%3Aa0027

    Leave a comment:


  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    Oorspronkelijk geplaatst door SJEF † Bekijk bericht
    Staan er alleen maar gegevens van Maastricht in, of ook van Sint Pieter?
    Sint Pieter was tot 1920 een zelfstandige gemeente, dus gegevens daarover zul je niet kunnen vinden in een uitgave over Maastricht. Misschien wel in de periode 1920 (annexatie) -1922 (opheffing van dit omslagstelsel), maar ik weet niet of Maastricht toen nog dit soort boekjes uitgaf.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 3 januari 2012, 09:54. Reden: aanvulling

    Leave a comment:


  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid (189

    Oorspronkelijk geplaatst door hermanw Bekijk bericht
    De affiche van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, gehouden te Den Haag van 19 september 1898 tot 21 september 1898.
    100.000 bezoek(st)ers in drie (3!) dagen, in een land met zeer beperkte openbaar vervoersdiensten?! Ik denk dat dit affiche alleen de laatste dagen van de manifestatie en tentoonstelling betreft. Elders las ik dat deze drie maanden liep, namelijk in juli, augustus én september.

    Aardig is dat nog in oktober 1898 in de Redoute te Maastricht vanwege het organiserend commitee te Den Haag twee dienstboden werden geëerd voor hun levenslange trouwe dienst. Ook elders hadden dit soort plechtigheden plaats. Overigens ging het bij 'vrouwenarbeid' beslist niet alleen om fabrieks-, veld- en huishoudelijke arbeid. De zusters ursulinen te Venray stuurden bijvoorbeeld prachtig borduursel in op kazuivels en altaarlinnen.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 3 januari 2012, 09:57. Reden: aanvulling

    Leave a comment:


  • hermanw
    replied
    Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid

    Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers Bekijk bericht
    Het bekendst werd zij door de organisatie (door en voor vrouwen) van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid die eind 1898 na 100.000 bezoek(st)ers afsloot met een ongehoord batig saldo van twintigduizend (20.000!) gulden, een kapitaal naar toenmalige maatstaven. Daarmee werd uiteindelijk een Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid opgericht, waarvan Jungius directeur werd (1901).
    De affiche van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, gehouden te Den haag van 19 september 1898 tot 21 september 1898:



    Bron:
    http://www.aletta.nu/aletta/nl

    Leave a comment:


  • burgemeester
    replied
    Prachtig, Ingrid!

    Ik zal na de jaarwisseling nog eens het Centre Ceramique binnenvallen. Ik kan me herinneren dat er inderdaad een inleiding bij het exemplaar in het CC zat. Interessante aanvaullingen zal ik hier plaatsen.

    Leave a comment:


  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    Marie Jungius (1864-192

    Op één dag na is het vandaag twee jaar geleden dat onze Sjef veronderstellenderwijs de discussie leidde naar 'het belastingboekje een beroepengids?'. Hij verwees onder meer naar onderstaande uitgave van Marie Jungius, waarvan het bestaan mij niet bekend was. Sjef kwam wel vaker met onverwachte invalshoeken en ik persoonlijk mis hem mede daardoor nog steeds. Het gaat om deze uitgave:



    Marie Jungius was onderwijzeres (een van de weinig intellectuele beroepen die in haar jeugd voor vrouwen openstonden) en schrijfster, maar vooral een van de wegbereiders van de vrouwelijke emancipatiebeweging in Nederland. Ze is minder bekend dan Aletta Jacobs of Suze Groeneweg, maar was in de breedte en diepte niet minder invloedrijk. In de praktijk heeft zij voor vrouwen in het algemeen waarschijnlijk groter betekenis gehad dan deze gedoodverfde boegbeelden uit wetenschap (Aletta) en politiek (Suze).

    In bovenstaand boekje uit 1898 toonde Junius - op basis van gegevens van het CBS inzake een landelijke beroepentelling uit 1889 (het jaartal 1839 op het titelblad is een drukfout!) - aan wat het aandeel van vrouwen was in de landelijke economie. Deze uitgave was overigens niet de enige. Op basis van de telling van 1899 produceerde zij soortgelijke cijfers in 1903. Andere uitgaven betroffen deelgebieden, zoals het aandeel van vrouwen in de agrarische sector, in de steenindustrie, in de telefoondienst etc.

    Marie Jungius had zeer vooruitstrevende ideeën over de rol van vrouwen in de maatschappij. Zo was zij bijvoorbeeld van mening dat onbetaalde huishoudelijke arbeid wel degelijk als een bijdrage aan de economie moest worden gezien, en dat ook vrouwen moesten worden verplicht tot dienst nemen in het leger. Het bekendst werd zij door de organisatie (door en voor vrouwen) van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid die eind september 1898 na 100.000 bezoek(st)ers afsloot met een ongehoord batig saldo van twintigduizend (20.000!) gulden, een kapitaal naar toenmalige maatstaven. Daarmee werd uiteindelijk een Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid opgericht, waarvan Jungius directeur werd (1901). Het voert te ver om haar op Mestreech Online de aandacht te geven die zij ongetwijfeld verdient, maar lees ook eens hier.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 22 augustus 2012, 13:10. Reden: aanvulling

    Leave a comment:


  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    Criteria voor de berekening van de hoofdelijke omslag

    Hierboven stelde ik al niet te weten hoe in Maastricht de hoofdelijke omslag precies tot stand kwam. Het zal waarschijnlijk niet erg hebben afgeweken van wat bijvoorbeeld in Amsterdam gebruikelijk was. Onderstaand citaat komt uit een artikel in het prestigieuze tijdschrift De Gids waarin vanuit juridische hoek de criteria ter discussie worden gesteld (1875):

    "(...) eene [gemeentelijke] belasting naar een vermoedelijk inkomen, welks bedrag wordt opgemaakt uit de huurwaarde volgens de Rijks personele belasting, het mobilair, de dienst- en werkboden, de paarden van weelde en de talrijkheid van het gezin; terwijl hij, die aantoont, dat het op die wijze verkregen cijfer hooger is dan zijn werkelijk inkomen, naar dit laatste wordt aangeslagen.

    Bij de huurwaarde wordt het perceelsgedeelte, dat tot bewoning dient en niet dat, uitsluitend aan de uitoefening van beroepen of bedrijven gewijd, in aanmerking genomen; daarentegen worden stallen van weelde met woningen gelijk gesteld. De huurwaarde van hetgeen op deze wijze als woning wordt beschouwd, wordt, ter berekening van het vermoedelijk inkomen wegens dezen grondslag, vermenigvuldigd met een cijfer, dat, naarmate de huurwaarde hooger is, van 3 tot 10.60 klimt. Huurwaarde beneden Æ’ 80 komt niet in aanmerking.

    Het inkomen wegens mobilair wordt berekend in evenredigheid van de huurwaarde. Het houden van elke vrouwelijke dienstbode, volgens de Rijks personele belasting in de 1e klasse vallende, wordt gerekend een inkomen van Æ’250 en van elken mannelijken derzelfde klasse een van Æ’300 aan te duiden, terwijl de eenige vrouwelijke dienstbode in een gezin met inwonende minderjarige kinderen en de eerste vrouwelijke dienstbode in zoodanig gezin, wanneer slechts twee vrouwelijke worden gehouden, niet worden geteld.

    Het houden van elk paard der 1e kl. wordt geacht een inkomen van Æ’ 400 aan te duiden.

    Wegens talrijkheid van het gezin wordt het bedrag der belasting van hem, die meer dan drie minderjarige inwonende kinderen heeft, verminderd met 5 pCt. voor elk kind boven dat getal.

    NB. Aanvankelijk ging men uit van een vermoedelijk bedrag, na 1899 steeds meer van een geschat bedrag, dat wil zeggen: op basis van ter plaatse geverifieerde gegevens, en van vrijwillig (!) ingediende belastingaangiften.

    Bron: http://www.dbnl.org/tekst/_gid001187...01_01_0040.php (1875).
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 3 januari 2012, 09:55. Reden: redactie

    Leave a comment:


  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    'Naamlijst van de aangeslagenen in den hoofdelijken omslag der Gemeente Maastricht'

    Des burgemeesters 'belastingboekje' is geen adresboekje of beroepengids, maar een gedrukt belastingkohier. Het geeft een overzicht van de bedragen waarvoor de inwoners jaarlijks werden aangeslagen in de gemeentelijke belastingen.

    Met de Gemeentewet (Thorbecke, 1851) kreeg Nederland een gestandaardiseerde bestuurlijke indeling in gemeenten, die ieder beschikten over een gemeenteraad en een college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad werd gekozen door het 'volk', via censuskiesrecht, een vorm van mannenkiesrecht op basis van inkomsten en vermogen. Algemeen mannenkiesrecht kwam er immers pas in 1917, algemeen vrouwenkiesrecht in 1919.

    De gemeenten hadden voor het bestuur inkomsten nodig en inden die zoals ze dat al eeuwenlang hadden gedaan, namelijk in de vorm van accijnzen. Door deze belasting op - vooral - de eerste levensbehoeften werden de armen en minvermogenden onevenredig zwaar belast. Tien jaar na de invoering van de Gemeentewet liepen de accijnzen in sommige gemeenten dermate hoog op, dat het Rijk deze vorm van gemeentelijke belastingheffing verbood en er andere criteria moesten worden opgesteld. Deze lagen aan de basis van de zogenaamde 'hoofdelijke omslag'. Dit systeem heeft, al naar gelang de verschillende gemeenten besloten het toe te passen, zestig tot zeventig jaar gefunctioneerd, totdat het in 1922 werd afgeschaft. Er kwam vervolgens een regeling waarbij de gemeenten werden gefinancieerd uit opcenten van de rijksbelastingen.

    Tussen ca. 1851/1861 en 1922 werd het heffingsbedrag voor de hoofdelijke omslag vastgesteld op grond van een mix van criteria. Elke gemeente bepaalde zelf welke factoren daarin een rol speelden, maar het ging niet langer om accijnzen. Nu werd gekeken naar onder meer grondbezit, de geschatte huurwaarde van een pand, het aantal personeelsleden (al dan niet in livrei), het aantal (luxe)paarden c.q. -stallen, het aantal ramen en deuren dat een pand bezat, de waarde van de inrichting (meubilair), maar ook het salaris telde mee. De waarde van dat alles tezamen noemde men 'inkomen'. Er werd voor de bepaling van de hoofdelijke omslag dus geen verschil gemaakt tussen werkelijk inkomen en vermogen.

    Wat in Maastricht precies de criteria waren, weet ik niet. Ongetwijfeld is dat gemakkelijk na te gaan in het archief van de Gemeente Secretarie (RHCL); mogelijk wordt het ook vermeld in het voorwoord van het 'belastingboekje'. In het exemplaar van onze burgemeester ontbreekt die inleiding, maar in de Stadsbibliotheek (Centre Céramique) is een vergelijkbaar overzicht bewaard gebleven uit het jaar 1899 (zie 'literatuur').

    In alle gemeenten gold dat het aantal minderjarige inwonende kinderen tot kortingen kon leiden. Sommige personen waren helemaal vrijgesteld van de hoofdelijke omslag, bijvoorbeeld als zij een bepaalde financiële drempel niet haalden. Verder vielen buiten de heffing gehuwde (niet werkende) vrouwen en inwonende kinderen zonder eigen inkomen. Aardig is dat dit te zien is op de pagina's die hierboven zijn gepubliceerd. Een vrouwelijke winkelbediende wordt wel aangeslagen, maar een echtgenote is niet te vinden. Hoe het precies met die winkeliersters zit, zou eens moeten worden uitgezocht. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat ze allemaal weduwe of ongehuwd waren. Ik denk dat zij zijn aangeslagen op basis van inkomen door arbeid, huurwaarde, bedienden etc. Dat zou aansluiten bij de behandeling in vroeger eeuwen, waarin Maastrichtse koopvrouwen in hun beroepsuitoefening als gelijkwaardig aan mannen werden gezien.

    Belangrijk is hier nog te vermelden dat de in de kohieren vermelde bedragen niet zonder meer gebruikt kunnen worden als basis voor een vergelijking van het vermogen van de genoemde families. Daarvoor speelden er teveel factoren mee en was er ook in kringen van tijdgenoten/juristen teveel voorbehoud ten aanzien van de gebruikte criteria. Het artikel van Nick Bos (zie hieronder) is een mooi uitgangspunt om er kijk op te krijgen, omdat hij naast het kohier ook andere bronnen gebruikt om tot een vermogensbepaling te komen.

    Literatuur:
    * Naamlijst van de aangeslagenen in den hoofdelijken omslag der Gemeente Maastricht over het jaar 1899. [Maastricht, 1899], 82 blz. Alleen ter inzage: magazijnnummer SB 65 H 27.

    * Nick Bos, 'De deftige lui. Elites in Maastricht tussen 1850 en 1890', in: Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis 12 (1986) 53-90. Ook gepubliceerd in zijn proefschrift Nobele ingezetenen (1985).

    * P.M.M. (Paul) Klep, A. Lansink en W. van Mulken, De kohieren van de gemeentelijke hoofdelijke omslag,1851-1922. (Broncommentaren I), Nijmegen 1982.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 2 januari 2012, 00:39. Reden: aanpassing

    Leave a comment:

Bezig...
X