In Memoriam
Margriet Zéguers-Van Schaïk en haar joie des livres
Lisa Kuitert
De Boekenwereld
Tijdschrift voor boek en prent.
19e jaargang nr.5 [augustus 2003]
***********************************************
'Ik ken een bloem.
Is het wel nodig, dat ik ze noem?
Zij zweeft door haar tuin en nipt en raakt
aan titels en ruggen ironisch vermaakt.
Ik verklap niet, waar gij die tuin kunt zoeken.
Gij begrijpt al, het is haar tuin van boeken.'
***********************************************
Wie de bloem is in deze regels uit het lange gedicht 'Les 4 joies des livres' van Pierre Kemp, is geen geheim.
Dat is Margriet Zéguers, die in de kerstnacht van 2002 is overleden, 87 jaar oud.
Pierre Kemp schreef het gedicht in 1959, speciaal voor de Maastrichtse boekverkoopster met wie hij een bijzondere verstandhouding had.
Zéguers was een vrijgevochten, innemende vrouw, met een onbedwingbare liefde voor boeken.
Een sterk karakter: zij was een van de weinige boekverkopers (zo niet de enige] die ooit een excuusbrief van uitgever Geert van Oorschot ontving.
Van huis uit protestants kwam de leesgrage Margriet van Schaïk op vijftienjarige leeftijd met haar familie naar het katholieke Maastricht, waar haar vader een tunnel in de Pietersberg ging aanleggen.
Aan het eind van haar leven sprak zij moeiteloos Limburgs dialect en was zij volkomen 'ingeburgerd'.
Toch is er in de vijftien jaar die ik haar gekend heb, geen gesprek geweest waarin niet terloops gememoreerd werd hoezeer zij zich als protestantse gehuwde vrouw mét kinderen in de jaren vijftig een plekje moest zien te veroveren tussen de katholieke vakgenoten in het zuiden.
Aanvankelijk zelfs zonder het boekverkopersdiploma.
'Ik ben een autodidact en het produkt van permanente educatie', sprak zij plechtig, toen ze hierover door Koosje Sierman geïnterviewd werd voor Boekblad (1988].
Het was dan ook haar grootste triomf.
Uitgerekend zij opende de belangrijkste Limburgse literaire boekwinkel, aan het Vrijthof nr. 34 in Maastricht.
En dat was ook nog eens het pand waar op de eerste verdieping de Katholieke Middenstands Vereniging zetelde.
Boekwinkel 'La joie des livres' van Margriet Zéguers-van Schaïk (1915-2002) werd een waar trefpunt voor intellectuelen en literair-geïnteresseerden uit heel Limburg, want veel andere echt literaire boekwinkels waren er daar in de jaren zestig niet.
Limburg telde in 1958 één boekwinkel op de 16.664 inwoners, tegen een landelijk gemiddelde van één op de 9.184 inwoners.
Zéguers heeft pionierswerk verricht.
Er gaapte een culturele kloof tussen noord en zuid.
De Limburgse elite sprak tot aan de Tweede Wereldoorlog overwegend Frans of dialect.
Het Nederlands was een vreemde taal.
Daarbij komt dat katholieken tot voor kort beduidend minder lazen dan protestanten.
Katholieken waren minder op woordcultuur maar meer op beeldcultuur gespitst, zo wil het cliché.
Wat er ook van waar is, de 'lees-achterstand' valt niet te ontkennen.
Een onderzoek van het cbs uit 1957 wees uit dat 37% van de katholieken zei geen boeken te lezen, tegen 16% van de protestanten.
Deze resultaten werden in 1996 nog eens bevestigd door een onderzoek naar de bibliotheken in Limburg, waaruit bleek dat daar minder gelezen werd dan in de rest van Nederland.
'In Limburg leest niemand wat', schreef Nescio al in zijn Natuurdagboek.
Het was dus niet zonder risico's om in Maastricht een boekhandel te beginnen.
Zeguers' loopbaan in het boekenvak ging al in 1937 van start bij het Maastrichtse Leiter-Nypels, een uitgeverij/drukkerij die vanaf 1935 ook een boekwinkel runde.
Dat zij daar kwam te werken was geen toeval.
Leiter-Nypels heette tot aan de oprichting van 'La joie des livres' de enige niet-katholieke boekwinkel ten zuiden van Den Bosch te zijn.
Ook toen ze al getrouwd was en drie kinderen had gekregen, bleef zij daar (met een onderbreking) werken.
Met elan zette zij zich in voor de Maastrichtse leescultuur, onder meer met de organisatie van de eerste Maastrichter boekenweek, in 1957.
Voordien ging de landelijke feestweek goeddeels aan de Maastrichtenaren voorbij.
Ook zwengelde zij de contacten tussen Limburg en de boekenvakorganisaties zoals Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek (cpnb) en de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels aan.
Na een conflict met Leiter-Nypels begon ze in 1958 aan het Vrijthof met een startkapitaaltje, en een hoop goodwill van uitgevers die boeken leverden in commissie, haar eigen zaak: 'La joie des livres'.
Het moet een opvallende winkel met een heel eigen karakter zijn geweest.
Bij haar waren boeken te koop die door IDIL (de katholieke censuurinstantie) als 'ongewenst' waren bestempeld, zoals Lady Chatterley's Lover.
Maar, ze had ze alleen als die boeken ook kwaliteit hadden, en strips weigerde Zéguers aanvankelijk te verkopen.
Later had ze die wel, maar alleen de betere strips.
Laurens van Krevelen, de latere ditecteut van Meulenhoff, kocht er als tiener 'in korte broek' wel eens een stripboek, herinnerde zij zich.
In de etalages refereerde Margriet Zéguers aan de actualiteit, bijvoorbeeld door tijdens carnaval de ruit met zoiets verrassends als bloemkool te versieren, of in de vakantie een bikini op te hangen.
Toen de zogenaamde kruidenierskwestie speelde - en kruideniers tot verdriet van de boekhandel overwogen om ook pocketboeken te gaan verkopen, liet Zéguers een stempel maken met de tekst: 'Koopt uw suiker bij de kruidenier maar uw pocketboekjes hier', die ze eigenhandig op haar suikerzakjes stempelde.
Je kon in haar zaak dus ook een kopje koffie drinken.
Zéguers was de spil in het Maastrichtse literaire leven.
'Ik voelde me soms een verkeersagent op een druk kruispunt', zo typeerde zij haar culturele taak.
Het Parool eerde haar in 1965 met de 10 Rode Rozen, een actie waarmee vrouwen die iets bijzonders hadden gepresteerd in het zonnetje wetden gezet.
Zéguers organiseerde lezingen en tentoonstellingen in de winkel.
De Limburgse dichter Pierre Kemp, die in 1959 de P.C. Hooftprijs kreeg, was in haar winkel kind aan huis.
Er zijn tal van brieven en kattenbelletjes alsook enkele gedichten van zijn hand in haar archief bewaard gebleven.
Een financieel genie was Zéguers waarschijnlijk niet.
De zaak kon, zoals zijzelf zei, alleen maar draaien omdat haar echtgenoot voor het basisinkomen zorgde.
In 1966 werd de zaak met opheffing bedreigd, maar dat werd voorkomen door het duo Johan Polak & Rob van Gennep die een keten van boekwinkels aan het opzetten waren.
De naam 'La joie des livres' bleef wel behouden, en ook Margriet Zéguers bleef, als filiaalchef, in een nieuw pand (ook aan het Vrijthof) op haar post.
Maar niet voor lang.
Het Amsterdamse beleid van Polak & Van Gennep sloeg niet aan en Zéguers, al meer Limburgs geworden dan ze misschien zelf besefte, voelde zich ontheemd.
Ze nam in 1973 ontslag, ook om gezondheidsredenen, waarna ze nog enkele jaren als consulente bij de Provinciale Bibliotheekcentrale werkte.
Een groot verdriet trof haar in die jaren toen haar dochter Joan, die bevriend was met de geheimzinnige en te vroeg gestorven dichter H.G. Liebentrau (ps. van Peter Heringa), in 1968 overleed.
Het moet haar getroost hebben dat ze zelf de uitgave van Liebentrau's verzameld werk in 2001 (Voces intimae) nog mee heeft kunnen maken.
De laatste jaren waren haar stem en vooral haar gezichtsvermogen danig aangetast, maar met behulp van een loep en vriendelijke voorlezers kon ze het nieuws nog lange tijd volgen.
Ze had nog altijd een abonnement op Boekblad en elke studie over het boekenvak werd aangekocht - ook al was het lezen ervan nagenoeg uitgesloten.
De laatste keer dat zij voor het voetlicht trad was in 2001, bij de presentatie in Maastricht van het boek van Nanske Wilholt over uitgever A.A.M. Stols, Voor alles artiste, dat haar, als Limburgse boekenpionier, werd overhandigd.
Gelukkig heeft ze door de jaren heen een goed oog gehad voor de geschiedenis waarvan zij deel zou uitmaken.
Zij bewaarde bijna alles.
Op basis van haar archief en aan de hand van vraaggesprekken maakte Annemiek Buijs in 1997 een kleine scriptie (La joie des livres 1958-1970 - Maastrichts venster op de wereld) waarvan hier dankbaar gebruik is gemaakt.
Het archief heeft Zéguers enkele jaren geleden zelf overgedragen aan de Bibliotheek van de Koninklijke Vereniging, nadat een overdracht aan de Maastrichtse archieven niet helemaal volgens haar wensen leek te gaan verlopen.
Ook dit in memoriam zou ze met enig hoofdschudden gelezen hebben.
Zéguers was een vrouw die de regie maar moeilijk 'uit handen' kon geven.
Nu ligt haar archief daar op de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek, op anderhalve meter plank.
Er valt ongetwijfeld nog veel in te ontdekken.
=========================================
Maastricht, 24 - XI - '59
Turennestraat 21.
Hooggeachte Mevrouw Zeguers,
Het is misschien gemakkelijk voor U reflektantkopers van mijn nieuwe dichtbundel: Garden, 36, 22, 36 inches" te kunnen inlichten zo nodig, dat deze maten die der borst, taille en heupwijdte zijn van de Blue Bell Girls.
Deze maten zijn nu éénmaal bij de kenners en organisatrices der Blue Bell Festijnen favoriet.
In de cataloog van Coebergh te Haarlem is er tussen haakjes al aan toegevoegd (De Tuin det Lusten).
(Zie bv. openingsgedicht slot Emeritaat).
Dit is de titel van het centrale paneel uit de tryptiek van Hieronymus Bosch en versierde de wand van de slaapzaal van Filips II v. Spanje vlak tegenover 's konings bed; vermoedelijk om hem te stichten bij slapeloosheid.
Hopend, dat U er misschien iets aan hebt ter eventuele stimulatie van besluitelozen
met beste wensen voor de 4 Joies i/d. Sinterklaastijd en alle hoogachting.
Pierre Kemp
Deze brief van Pierre Kemp verschijnt ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Margriet Zeguers.
De tekst is door Ser J. L. Prop te Terhorst naar een fotokopie van het handschrift gezet uit de Romanée en gedrukt op Zerkall-Bütten in een oplage van tachtig exemplaren.
12 januari 1995
SP
=========================================
Margriet Zéguers-Van Schaïk en haar joie des livres
Lisa Kuitert
De Boekenwereld
Tijdschrift voor boek en prent.
19e jaargang nr.5 [augustus 2003]
***********************************************
'Ik ken een bloem.
Is het wel nodig, dat ik ze noem?
Zij zweeft door haar tuin en nipt en raakt
aan titels en ruggen ironisch vermaakt.
Ik verklap niet, waar gij die tuin kunt zoeken.
Gij begrijpt al, het is haar tuin van boeken.'
***********************************************
Wie de bloem is in deze regels uit het lange gedicht 'Les 4 joies des livres' van Pierre Kemp, is geen geheim.
Dat is Margriet Zéguers, die in de kerstnacht van 2002 is overleden, 87 jaar oud.
Pierre Kemp schreef het gedicht in 1959, speciaal voor de Maastrichtse boekverkoopster met wie hij een bijzondere verstandhouding had.
Zéguers was een vrijgevochten, innemende vrouw, met een onbedwingbare liefde voor boeken.
Een sterk karakter: zij was een van de weinige boekverkopers (zo niet de enige] die ooit een excuusbrief van uitgever Geert van Oorschot ontving.
Van huis uit protestants kwam de leesgrage Margriet van Schaïk op vijftienjarige leeftijd met haar familie naar het katholieke Maastricht, waar haar vader een tunnel in de Pietersberg ging aanleggen.
Aan het eind van haar leven sprak zij moeiteloos Limburgs dialect en was zij volkomen 'ingeburgerd'.
Toch is er in de vijftien jaar die ik haar gekend heb, geen gesprek geweest waarin niet terloops gememoreerd werd hoezeer zij zich als protestantse gehuwde vrouw mét kinderen in de jaren vijftig een plekje moest zien te veroveren tussen de katholieke vakgenoten in het zuiden.
Aanvankelijk zelfs zonder het boekverkopersdiploma.
'Ik ben een autodidact en het produkt van permanente educatie', sprak zij plechtig, toen ze hierover door Koosje Sierman geïnterviewd werd voor Boekblad (1988].
Het was dan ook haar grootste triomf.
Uitgerekend zij opende de belangrijkste Limburgse literaire boekwinkel, aan het Vrijthof nr. 34 in Maastricht.
En dat was ook nog eens het pand waar op de eerste verdieping de Katholieke Middenstands Vereniging zetelde.
Boekwinkel 'La joie des livres' van Margriet Zéguers-van Schaïk (1915-2002) werd een waar trefpunt voor intellectuelen en literair-geïnteresseerden uit heel Limburg, want veel andere echt literaire boekwinkels waren er daar in de jaren zestig niet.
Limburg telde in 1958 één boekwinkel op de 16.664 inwoners, tegen een landelijk gemiddelde van één op de 9.184 inwoners.
Zéguers heeft pionierswerk verricht.
Er gaapte een culturele kloof tussen noord en zuid.
De Limburgse elite sprak tot aan de Tweede Wereldoorlog overwegend Frans of dialect.
Het Nederlands was een vreemde taal.
Daarbij komt dat katholieken tot voor kort beduidend minder lazen dan protestanten.
Katholieken waren minder op woordcultuur maar meer op beeldcultuur gespitst, zo wil het cliché.
Wat er ook van waar is, de 'lees-achterstand' valt niet te ontkennen.
Een onderzoek van het cbs uit 1957 wees uit dat 37% van de katholieken zei geen boeken te lezen, tegen 16% van de protestanten.
Deze resultaten werden in 1996 nog eens bevestigd door een onderzoek naar de bibliotheken in Limburg, waaruit bleek dat daar minder gelezen werd dan in de rest van Nederland.
'In Limburg leest niemand wat', schreef Nescio al in zijn Natuurdagboek.
Het was dus niet zonder risico's om in Maastricht een boekhandel te beginnen.
Zeguers' loopbaan in het boekenvak ging al in 1937 van start bij het Maastrichtse Leiter-Nypels, een uitgeverij/drukkerij die vanaf 1935 ook een boekwinkel runde.
Dat zij daar kwam te werken was geen toeval.
Leiter-Nypels heette tot aan de oprichting van 'La joie des livres' de enige niet-katholieke boekwinkel ten zuiden van Den Bosch te zijn.
Ook toen ze al getrouwd was en drie kinderen had gekregen, bleef zij daar (met een onderbreking) werken.
Met elan zette zij zich in voor de Maastrichtse leescultuur, onder meer met de organisatie van de eerste Maastrichter boekenweek, in 1957.
Voordien ging de landelijke feestweek goeddeels aan de Maastrichtenaren voorbij.
Ook zwengelde zij de contacten tussen Limburg en de boekenvakorganisaties zoals Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek (cpnb) en de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels aan.
Na een conflict met Leiter-Nypels begon ze in 1958 aan het Vrijthof met een startkapitaaltje, en een hoop goodwill van uitgevers die boeken leverden in commissie, haar eigen zaak: 'La joie des livres'.
Het moet een opvallende winkel met een heel eigen karakter zijn geweest.
Bij haar waren boeken te koop die door IDIL (de katholieke censuurinstantie) als 'ongewenst' waren bestempeld, zoals Lady Chatterley's Lover.
Maar, ze had ze alleen als die boeken ook kwaliteit hadden, en strips weigerde Zéguers aanvankelijk te verkopen.
Later had ze die wel, maar alleen de betere strips.
Laurens van Krevelen, de latere ditecteut van Meulenhoff, kocht er als tiener 'in korte broek' wel eens een stripboek, herinnerde zij zich.
In de etalages refereerde Margriet Zéguers aan de actualiteit, bijvoorbeeld door tijdens carnaval de ruit met zoiets verrassends als bloemkool te versieren, of in de vakantie een bikini op te hangen.
Toen de zogenaamde kruidenierskwestie speelde - en kruideniers tot verdriet van de boekhandel overwogen om ook pocketboeken te gaan verkopen, liet Zéguers een stempel maken met de tekst: 'Koopt uw suiker bij de kruidenier maar uw pocketboekjes hier', die ze eigenhandig op haar suikerzakjes stempelde.
Je kon in haar zaak dus ook een kopje koffie drinken.
Zéguers was de spil in het Maastrichtse literaire leven.
'Ik voelde me soms een verkeersagent op een druk kruispunt', zo typeerde zij haar culturele taak.
Het Parool eerde haar in 1965 met de 10 Rode Rozen, een actie waarmee vrouwen die iets bijzonders hadden gepresteerd in het zonnetje wetden gezet.
Zéguers organiseerde lezingen en tentoonstellingen in de winkel.
De Limburgse dichter Pierre Kemp, die in 1959 de P.C. Hooftprijs kreeg, was in haar winkel kind aan huis.
Er zijn tal van brieven en kattenbelletjes alsook enkele gedichten van zijn hand in haar archief bewaard gebleven.
Een financieel genie was Zéguers waarschijnlijk niet.
De zaak kon, zoals zijzelf zei, alleen maar draaien omdat haar echtgenoot voor het basisinkomen zorgde.
In 1966 werd de zaak met opheffing bedreigd, maar dat werd voorkomen door het duo Johan Polak & Rob van Gennep die een keten van boekwinkels aan het opzetten waren.
De naam 'La joie des livres' bleef wel behouden, en ook Margriet Zéguers bleef, als filiaalchef, in een nieuw pand (ook aan het Vrijthof) op haar post.
Maar niet voor lang.
Het Amsterdamse beleid van Polak & Van Gennep sloeg niet aan en Zéguers, al meer Limburgs geworden dan ze misschien zelf besefte, voelde zich ontheemd.
Ze nam in 1973 ontslag, ook om gezondheidsredenen, waarna ze nog enkele jaren als consulente bij de Provinciale Bibliotheekcentrale werkte.
Een groot verdriet trof haar in die jaren toen haar dochter Joan, die bevriend was met de geheimzinnige en te vroeg gestorven dichter H.G. Liebentrau (ps. van Peter Heringa), in 1968 overleed.
Het moet haar getroost hebben dat ze zelf de uitgave van Liebentrau's verzameld werk in 2001 (Voces intimae) nog mee heeft kunnen maken.
De laatste jaren waren haar stem en vooral haar gezichtsvermogen danig aangetast, maar met behulp van een loep en vriendelijke voorlezers kon ze het nieuws nog lange tijd volgen.
Ze had nog altijd een abonnement op Boekblad en elke studie over het boekenvak werd aangekocht - ook al was het lezen ervan nagenoeg uitgesloten.
De laatste keer dat zij voor het voetlicht trad was in 2001, bij de presentatie in Maastricht van het boek van Nanske Wilholt over uitgever A.A.M. Stols, Voor alles artiste, dat haar, als Limburgse boekenpionier, werd overhandigd.
Gelukkig heeft ze door de jaren heen een goed oog gehad voor de geschiedenis waarvan zij deel zou uitmaken.
Zij bewaarde bijna alles.
Op basis van haar archief en aan de hand van vraaggesprekken maakte Annemiek Buijs in 1997 een kleine scriptie (La joie des livres 1958-1970 - Maastrichts venster op de wereld) waarvan hier dankbaar gebruik is gemaakt.
Het archief heeft Zéguers enkele jaren geleden zelf overgedragen aan de Bibliotheek van de Koninklijke Vereniging, nadat een overdracht aan de Maastrichtse archieven niet helemaal volgens haar wensen leek te gaan verlopen.
Ook dit in memoriam zou ze met enig hoofdschudden gelezen hebben.
Zéguers was een vrouw die de regie maar moeilijk 'uit handen' kon geven.
Nu ligt haar archief daar op de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek, op anderhalve meter plank.
Er valt ongetwijfeld nog veel in te ontdekken.
=========================================
Maastricht, 24 - XI - '59
Turennestraat 21.
Hooggeachte Mevrouw Zeguers,
Het is misschien gemakkelijk voor U reflektantkopers van mijn nieuwe dichtbundel: Garden, 36, 22, 36 inches" te kunnen inlichten zo nodig, dat deze maten die der borst, taille en heupwijdte zijn van de Blue Bell Girls.
Deze maten zijn nu éénmaal bij de kenners en organisatrices der Blue Bell Festijnen favoriet.
In de cataloog van Coebergh te Haarlem is er tussen haakjes al aan toegevoegd (De Tuin det Lusten).
(Zie bv. openingsgedicht slot Emeritaat).
Dit is de titel van het centrale paneel uit de tryptiek van Hieronymus Bosch en versierde de wand van de slaapzaal van Filips II v. Spanje vlak tegenover 's konings bed; vermoedelijk om hem te stichten bij slapeloosheid.
Hopend, dat U er misschien iets aan hebt ter eventuele stimulatie van besluitelozen
met beste wensen voor de 4 Joies i/d. Sinterklaastijd en alle hoogachting.
Pierre Kemp
Deze brief van Pierre Kemp verschijnt ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Margriet Zeguers.
De tekst is door Ser J. L. Prop te Terhorst naar een fotokopie van het handschrift gezet uit de Romanée en gedrukt op Zerkall-Bütten in een oplage van tachtig exemplaren.
12 januari 1995
SP
=========================================
.
Geweldig dat je deze informatie hebt op kunnen scharrelen, Sjef. Dat artikel van Paumen kon ik zelf niet vinden op Google toen ik van Marguérite een Wie ben ik-je wilde maken.
Opmerking