PROOS, SALUTE EN GEZOONDHEID!
Van Malifa limonade tot Aqua Seltzer.
Van moedermelk tot peperwijn.
En bier, natuurlijk.
Het is allemaal te zien - niet te proeven... - bij de tentoonstelling 'De dorst van Maastricht'.

Café De Witte Ballons, Wyck, jaren 1920/1930.
De historie van het drinken door de eeuwen heen.
Een drankzuchtig volkje, die Limburgers.
Hun liefde voor de alcohol was zo mateloos dat hun werklust en verstandelijke ontwikkeling werden aangetast.
"De zangerigheid van de Limburger wordt misbruikt om de kelen te smeren met bier…
De Limburger en vooral de Maastrichtenaar verspeelt zijn geest in geestigheid.
Het is ‘t vak van de kroegloper om lollig te zijn.
het is een leuk slag mensen aan de Maas, maar hun peil is dikwijls even laag als de rivier, want ze halen alles omlaag en lachen alles kapot."
Geheelonthouder Gerardus Brom voerde als 'katholiek emancipator' rond 1900 een kruistocht tegen het drankmisbruik en het ellendige leven van de arbeiders.
Hun lonen waren karig, hun gezondheid slecht, hun levensverwachting schommelde rond de veertig jaar.
Ongeveer een kwart van de kostwinners in Maastricht bestond uit problematische drinkers die hun loon grotendeels inleverden bij de kastelein.
Drinken op de quinzaine - het tweewekelijkse loon - werd het cafébezoek wel genoemd.
De stad telde 256 café’s, dat is één per 133 inwoners.
Socialist Geel Ubachs was fel over het drankmisbruik dat zich "als een vampier" op de arbeidersklasse had vastgezogen.
"Vooreerst zocht het gif zijn prooi in de drankhuizen waar de soldaten en lichtzinnige deernen, onruststokers en opstandelingen den drankduivel als bondgenoot niet missen kan.
Allengs werd de alcohol de godendrank, waarvan de moeders meenden dat hij de moedermelk kon vervangen."

Bierbevoorrading eind jaren '50, begin jaren '60 twintigste eeuw.
Het drankmisbruik is een van de themas die aan bod komen op de tentoonstelling ‘De Dorst van Maastricht’ in Centre Céramique in Maastricht.
Een expositie over drank en drinkgewoonten.
Van de Romeinen die hun wijn conserveerden met honing en peper, tot ‘duurzame drinkers’ anno 2009.
Geloof het of niet, maar tot het begin van de twintigste eeuw waren bier en wijn de belangrijkste dranken in Maastricht.
Koffie en thee waren nog niet ingeburgerd, en alcohol was veilig om te drinken want het water was vaak verontreinigd.
In de vestingstad met weinig ruimte lagen waterputten en beerputten vaak te dicht bij elkaar.
In 1866 stierven er nog 300 mensen aan de cholera.
En in 1914 bijvoorbeeld was het water in de Maas besmet door lijken die in de rivier dreven: slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog uit België.
Water was alleen weggelegd voor de rijken die kruiken bronwater uit Spa lieten komen of Aqua Seltzer kochten.
In Maastricht werd sinds de komst van de Romeinen ook wijn gedronken, maar met de komst van de Kleine IJstijd - een koude periode eind zestiende eeuw - werd de wijnbouw lastig en bloeiden de bierbrouwerijen.
De soldaten in de garnizoensstad zorgden voor een constante afname.
De hardnekkige mythe dat garnizoenshoofd generaal Dibbets een flamboyant heerschap was dat continu bezopen was, wordt ontkracht.
Althans, zijn drankmisbruik valt niet te bewijzen.
Maar hij hield zeker wel van een glaasje op zijn tijd.
Dat blijkt uit de vele glasscherven die gevonden zijn in de beerput van het Generaalshuis op het Vrijthof, het woonhuis van Dibbets.
Deftige heren als Dibbets dronken op stand: in een sociëteit waar ze kranten konden lezen en pijp roken.

Boschstraat 105; brouwerij De Valk.
De arbeiders konden terecht in een van de vele huiscafés.
Brouwersfamilies als Marres, Rutten en Bosch zorgden voor een goede afzetmarkt.
Ze kochten arbeiderswoningen en verhuurden ze onder voorwaarde dat er een drankverkooppunt gevestigd zou worden, in de voorkamer of simpelweg door het raam.
In 1859 waren er nog meer dan veertig brouwerijen.
Vele hadden ook een eigen gelagkamer.
Zoals het populaire Prick in de Hel.
Ooggetuige Karel Hendrik van der Noorda beschreef hoe het er aan toe ging.
"Men zat er gepakt als haringen.
Men betaalde bij het heengaan, controle was dus onmogelijk.
Er waren ook liefhebbers die er op loerden of een der gasten voor een ogenblik zijn glas onbeheerd liet gaan.
Wip was het ledig en hij kon een nieuw bestellen.
Die categorie noemde men pinteveegers."

Clément en George Marres van brouwerij De Valk met personeel bij groot lagervat.
Bier bleef lange tijd de belangrijkste volksdrank.
Aansluiting op een schone waterleiding liet nog lang op zich wachten.
In 1932 hield de waterleidingmaatschappij nog een grote reclameactie.
Een vliegtuig strooide boven de stad pamfletten uit met de tekst: "Loopt niet langer naar de pomp… Beseft dat de waterleiding niet meer een luxe is, maar een allereerste levensbehoefte is geworden."
Maar zelfs nu zijn er nog talloze 'duurzame drinkers' die geen genoegen nemen met water, alcohol nodig hebben om te overleven.
Ook al waarschuwde sociëteit Momus al in 1879 om nooit meer dan elf flessen bier te drinken.
De kreet 'geniet, maar met mate' lijkt rechtstreeks afkomstig uit het Momus reglement: "Veul plezeer, mer neet boete de schräöm."

Personeel van Brouwerij Eugene Marres.
De Dorst van Maastricht is van 22 november 2009 tot 12 september 2010 te zien bij het Centre Céramique in Maastricht.
Zondag 22 november is er om 14:00 uur een rondleiding met aansluitend een excursie naar brouwerij De Keyzer, waar het speciaal gebrouwen bier De Dorst van Maastricht geproefd kan worden.
© tekst: Vikkie Bartholomeus.
© foto's: collectie H.L. Mordang en familie Marres.
Van Malifa limonade tot Aqua Seltzer.
Van moedermelk tot peperwijn.
En bier, natuurlijk.
Het is allemaal te zien - niet te proeven... - bij de tentoonstelling 'De dorst van Maastricht'.

Café De Witte Ballons, Wyck, jaren 1920/1930.
De historie van het drinken door de eeuwen heen.
Een drankzuchtig volkje, die Limburgers.
Hun liefde voor de alcohol was zo mateloos dat hun werklust en verstandelijke ontwikkeling werden aangetast.
"De zangerigheid van de Limburger wordt misbruikt om de kelen te smeren met bier…
De Limburger en vooral de Maastrichtenaar verspeelt zijn geest in geestigheid.
Het is ‘t vak van de kroegloper om lollig te zijn.
het is een leuk slag mensen aan de Maas, maar hun peil is dikwijls even laag als de rivier, want ze halen alles omlaag en lachen alles kapot."
Geheelonthouder Gerardus Brom voerde als 'katholiek emancipator' rond 1900 een kruistocht tegen het drankmisbruik en het ellendige leven van de arbeiders.
Hun lonen waren karig, hun gezondheid slecht, hun levensverwachting schommelde rond de veertig jaar.
Ongeveer een kwart van de kostwinners in Maastricht bestond uit problematische drinkers die hun loon grotendeels inleverden bij de kastelein.
Drinken op de quinzaine - het tweewekelijkse loon - werd het cafébezoek wel genoemd.
De stad telde 256 café’s, dat is één per 133 inwoners.
Socialist Geel Ubachs was fel over het drankmisbruik dat zich "als een vampier" op de arbeidersklasse had vastgezogen.
"Vooreerst zocht het gif zijn prooi in de drankhuizen waar de soldaten en lichtzinnige deernen, onruststokers en opstandelingen den drankduivel als bondgenoot niet missen kan.
Allengs werd de alcohol de godendrank, waarvan de moeders meenden dat hij de moedermelk kon vervangen."

Bierbevoorrading eind jaren '50, begin jaren '60 twintigste eeuw.
Het drankmisbruik is een van de themas die aan bod komen op de tentoonstelling ‘De Dorst van Maastricht’ in Centre Céramique in Maastricht.
Een expositie over drank en drinkgewoonten.
Van de Romeinen die hun wijn conserveerden met honing en peper, tot ‘duurzame drinkers’ anno 2009.
Geloof het of niet, maar tot het begin van de twintigste eeuw waren bier en wijn de belangrijkste dranken in Maastricht.
Koffie en thee waren nog niet ingeburgerd, en alcohol was veilig om te drinken want het water was vaak verontreinigd.
In de vestingstad met weinig ruimte lagen waterputten en beerputten vaak te dicht bij elkaar.
In 1866 stierven er nog 300 mensen aan de cholera.
En in 1914 bijvoorbeeld was het water in de Maas besmet door lijken die in de rivier dreven: slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog uit België.
Water was alleen weggelegd voor de rijken die kruiken bronwater uit Spa lieten komen of Aqua Seltzer kochten.
In Maastricht werd sinds de komst van de Romeinen ook wijn gedronken, maar met de komst van de Kleine IJstijd - een koude periode eind zestiende eeuw - werd de wijnbouw lastig en bloeiden de bierbrouwerijen.
De soldaten in de garnizoensstad zorgden voor een constante afname.
De hardnekkige mythe dat garnizoenshoofd generaal Dibbets een flamboyant heerschap was dat continu bezopen was, wordt ontkracht.
Althans, zijn drankmisbruik valt niet te bewijzen.
Maar hij hield zeker wel van een glaasje op zijn tijd.
Dat blijkt uit de vele glasscherven die gevonden zijn in de beerput van het Generaalshuis op het Vrijthof, het woonhuis van Dibbets.
Deftige heren als Dibbets dronken op stand: in een sociëteit waar ze kranten konden lezen en pijp roken.

Boschstraat 105; brouwerij De Valk.
De arbeiders konden terecht in een van de vele huiscafés.
Brouwersfamilies als Marres, Rutten en Bosch zorgden voor een goede afzetmarkt.
Ze kochten arbeiderswoningen en verhuurden ze onder voorwaarde dat er een drankverkooppunt gevestigd zou worden, in de voorkamer of simpelweg door het raam.
In 1859 waren er nog meer dan veertig brouwerijen.
Vele hadden ook een eigen gelagkamer.
Zoals het populaire Prick in de Hel.
Ooggetuige Karel Hendrik van der Noorda beschreef hoe het er aan toe ging.
"Men zat er gepakt als haringen.
Men betaalde bij het heengaan, controle was dus onmogelijk.
Er waren ook liefhebbers die er op loerden of een der gasten voor een ogenblik zijn glas onbeheerd liet gaan.
Wip was het ledig en hij kon een nieuw bestellen.
Die categorie noemde men pinteveegers."

Clément en George Marres van brouwerij De Valk met personeel bij groot lagervat.
Bier bleef lange tijd de belangrijkste volksdrank.
Aansluiting op een schone waterleiding liet nog lang op zich wachten.
In 1932 hield de waterleidingmaatschappij nog een grote reclameactie.
Een vliegtuig strooide boven de stad pamfletten uit met de tekst: "Loopt niet langer naar de pomp… Beseft dat de waterleiding niet meer een luxe is, maar een allereerste levensbehoefte is geworden."
Maar zelfs nu zijn er nog talloze 'duurzame drinkers' die geen genoegen nemen met water, alcohol nodig hebben om te overleven.
Ook al waarschuwde sociëteit Momus al in 1879 om nooit meer dan elf flessen bier te drinken.
De kreet 'geniet, maar met mate' lijkt rechtstreeks afkomstig uit het Momus reglement: "Veul plezeer, mer neet boete de schräöm."

Personeel van Brouwerij Eugene Marres.
De Dorst van Maastricht is van 22 november 2009 tot 12 september 2010 te zien bij het Centre Céramique in Maastricht.
Zondag 22 november is er om 14:00 uur een rondleiding met aansluitend een excursie naar brouwerij De Keyzer, waar het speciaal gebrouwen bier De Dorst van Maastricht geproefd kan worden.
© tekst: Vikkie Bartholomeus.
© foto's: collectie H.L. Mordang en familie Marres.
Opmerking