Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

De Franse Tijd in Maastricht en Limburg

Sluiten
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • De Franse Tijd in Maastricht en Limburg

    Oorspronkelijk geplaatst door SJEF
    Zal ik nu eens gaan beginnen met het lijstje Franstalige straatnamen in Maastricht (gedurende de Franse bezettingsjaren) ... ?
    De bovenstaande vraag stelde Sjef elders op de site en legt een diepgewortelde misvatting bloot, namelijk dat 'De' Franse Tijd een bezetting zou zijn geweest.
    Wanneer zal men in Limburg (en 'Holland') nu eens afkomen van die onjuiste ‘historische’ visie en alle bijbehorende bakerpraatjes en nakauwerij?!

    Nog maar weer eens opnieuw: De Franse perioden tijdens Lodewijk XIV (1673-1678 ) en Lodewijk XV (1748-1749) waren in Maastricht inderdaad 'bezettingsjaren', net als de Duitse periode in de Tweede Wereldoorlog (Maastricht: 10 mei 1940-14 september 1944): een vreemde mogendheid heerste wederrechtelijk over ons.

    Maar in de jaren 1795-1814 behoorden wij Maastrichtenaren en de overige Limburgers na een zeer kortstondige bezetting tot het land dat ons in november 1794 veroverd had. Volkenrechtelijk en staatsrechtelijk was dat een heel andere situatie. Twintig jaar lang waren wij FRANSEN, gelijkberechtigde burgers in de Franse Republiek en wij regeerden een mondje mee! Maastrichtse afgevaardigden als Roemers en Membrede zaten in het Franse parlement, tal van plaatselijke lieden ('autochtonen') vervulden openbare ambten in stad en departement, waren burgemeester (Monachon, Coenegracht), schepen, vrederechter, commissaris van politie (Cudell!), directeur van de gevangenis en ga zo maar door, mits ze Frans konden lezen en schrijven en min of meer republikeins gezind waren. Het departement Nedermaas deelde even veel of even weinig in betalingen uit de Franse staatskas, deelde politiek en voor zo ver de middelen reikten in dezelfde voorzieningen als elders: scholen, wegen, behoorlijke gevangenissen, rechtbanken etc.! En ja, daar stonden dezelfde verplichtingen tegenover als alle andere Fransen hadden, zoals soldaten leveren voor de conscriptie, of belastingen, of noem maar op!

    De Generaliteitslanden (zo'n beetje alles onder Maas en Schelde) en de autonome stad Maastricht (die wel onderdeel uitmaakte van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar niet behoorde tot de generaliteit) zijn in mei 1795 bij de Vrede van Den Haag door de toenmalige regering van 'Nederland', namelijk de volksvertegenwoordiging van de Bataafse Republiek (1795-1806), overgedragen aan Frankrijk. Men deed afstand van die gebieden. Wij kregen het Franse staatsburgerschap, met dezelfde rechten en plichten als een willekeurige Fransman in Marseille, Toulouse, Parijs, Boulogne sur Mer of Sedan.

    Eigenlijk kan ik het Limburgers en Maastrichtenaren nauwelijks kwalijk nemen dat ze dit niet weten, want de misvattingen zijn hen via onjuiste of onvolledige lesmethoden op school ingehamerd, lesmethoden die vaak geschreven zijn door mijn 'Hollandse' vakgenoten. Veel Nederlandse historici weten zelf niet hoe het precies zit, wáár de geschiedenis van de zgn. generaliteitslanden en de stad Maastricht afwijkt van díe van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Dat is het gevolg van het nog steeds niet uitgeroeide hollandocentrisme aan Nederlandse universiteiten en in de Nederlandse historiografie. Pas de laatste jaren begint daar een beetje verandering in te komen. Een recent Limburgs initiatief was de uitgave van dr. Jos Venner, Geschiedenis van Limburg (Maastricht 2001), 2 dln., die de tot 1815 scherp van de 'Nederlandse' geschiedenis afwijkende historie van 'Limburg' voor het onderwijs in vogelvlucht bijeengezet heeft.

    Het is dan ook een schande dat recent een landelijke nieuwsdienst beweerde dat 'Nederland' in 1811 een kadaster kreeg, of een Code Napoleon, echtscheidingsrecht, registratie in een burgerlijke stand, godsdienstvrijheid etc. Al die zaken werden al vanaf 1795, dus vele jaren eerder, 'onder de rivieren' geleidelijk ingevoerd en waren daar gemeengoed. Hoezeer ik het ook betreur mee te moeten huilen in een traditioneel verongelijkt koor: inderdaad, soms lijkt het echt alsof Limburg (én Brabant, én Zeeuws-Vlaanderen) niet meetelt in de identiteit van Nederland!

    Literatuur:
    1. Een goede introductie in de Franse Tijd is voor de stad Maastricht: P.J.H. Ubachs, Tweeduizend Jaar Maastricht, een stadsgeschiedenis (Zutphen 2006), blz. 151-173.

    2. Voor een uitgebreidere beschrijving van de situatie in de beide Limburgen zie: P.J.H. Ubachs, met medew. van Ingrid M.H. Evers, Ongewilde Revolutie. Limburgs Maasland onder Frankrijk, 1794-1894, Maastricht 1994. Het boek is als zelfstandige titel uitverkocht, maar tevens verschenen als Publications (1994), het jaarboek van LGOG. Het is verkrijgbaar bij het bureau van LGOG (Brusselsestraat, Maastricht; zie ook de website).
    Een wat snel overzichtje in vogelvlucht is het rijk geïllustreerde deeltje 10 van De Kleine Geschiedenis van Limburg in 25 dagen, Dag 10, Zwolle 2008, 3-49 (Regis de la Haye); verkrijgbaar bij boekhandel en kiosk.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 25 januari 2010, 11:08. Reden: aanpassing en uitbreiding tekst

  • #2
    Ja, ik heb, historisch beschouwd, een blunder begaan.
    Dat hele tijdvak 1795-1814 is voor mij nog een witte vlek in de geschiedenis van Maastricht, dat nog ingekleurd moet worden door het lezen van het boek, dat Ingrid hierboven al vermeldde.
    Ik hoop dat ik niet, ongewild, een kleine revolutie heb veroorzaakt door het doen van mijn uitspraak.
    Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
    Thomas More

    Opmerking


    • #3
      De Franse Tijd (1794/95-1814/15): Waarom soms die 'rare' jaartallen?

      Als er wordt verwezen naar de Franse Tijd in Limburg worden vaak verschillende jaartallen vermeld. Nu eens is het 1794-1814, dan weer 1795-1815, terwijl een combinatie ook voorkomt (1794/95-1814/15). Hoe komt dat?

      1794-1814:
      Maastricht werd in november 1794 door de Fransen veroverd en bestuurd (jawel: een tijdelijke bezetting). Vanaf mei 1795 - toen Maastricht een Franse stad in Frankrijk werd, werd het mede door Maastrichtse politici in het Franse Parlement bestuurd. Twintig jaar later kwam het na de slag bij Leipzig (1814) onder tijdelijk geallieerd/'Hollands' bestuur.
      De terugkeer van Napoleon van Elba en de daaropvolgende periode van honderd dagen dat hij opnieuw regeerde, heeft Maastricht niet meegemaakt. Het bleef onder het in 1814 ingestelde tijdelijke bestuur. De totale Franse periode duurde in Maastricht dus van 1794 tot 1814.

      1795-1815:
      Maastricht werd in mei 1795 na dik vijf maanden bezettingstijd officieel afgestaan aan de Franse Republiek. Zoals boven vermeld werden de Maastrichtenaren Franse burgers in Frankrijk. Die staatsrechtelijke status behielden zij na de slag bij Waterloo, de abdicatie van Napoleon en het einde van het Franse keizerrijk tot de definitieve afwikkeling van Napoleons ‘erfenis’ door het Congres van Wenen (1815). Vanuit staatsrechtelijk oogpunt duurde de Franse Tijd dus van 1795 tot 1815. Dit ondanks het gegeven dat de stad na 'Leipzig (1814) onder geallieerd bestuur kwam. Dit werd na enkele maanden overgedragen aan de commissarissen van de nog slechts 'souvereine vorst' Willem (I), die namens de geallieerden het gebied bestuurden.

      1794/95-1814/15:
      De keuze voor een bepaalde combinatie van jaartallen hangt dus af van het onderwerp van de auteur: de praktische situatie of de staatsrechtelijke positie. Een complicerende factor is, dat wat voor Maastricht en Zuid-Limburg geldt, niet hoeft te gelden voor bv. Noord-Limburg of Nederland in het algemeen. Als men dus tijd en ruimte in de breedste zin wil vangen, kan men dat doen door: 1794/95-1814/15. Want daar valt voor Limburg dan ‘alles’ onder!

      Hetzelfde geldt voor de Tweede Wereldoorlog. Voor Maastricht loopt die van 1940-september 1944, voor Midden- en Noord-Limburg van 1940-1945. Met 1940-1944/45 vangt men het hele gebied.
      Last edited by Ingrid M.H.Evers; 13 november 2011, 16:57. Reden: aanvulling

      Opmerking


      • #4
        Daarom geniet ik nu zo van dit forum!

        Ingrid legt ons uit dat Maastricht in de periode 1794-1815 niet ‘bezet’ was, maar dat “wij Maastrichtenaren (en de overige Limburgers) behoorden tot het land dat ons in november 1794 veroverd had. Volkenrechtelijk en staatsrechtelijk was dat een heel andere situatie.”
        Ik zal eerlijk bekennen dat ik dit nooit zo gezien of beredeneert heb. Deze invalshoek is voor mij totaal nieuw.
        Voor mij zijn, in al mijn (zeer beperkte) kennis van de geschiedenis van Maastricht en Limburg, de standaard werken “Tweeduizend jaar Maastricht” (Dr. P.J.H. Ubachs, 1991, uitgeverij J. Schenk B.V.) en “Oorsprong en geschiedenis van de Limburgers” (Prof Dr. W. Jappe Alberts, 1981, Uitgeverij Elsevier Nederland B.V.) de naslagwerken waarmee mijn interesse begon en waarin ik alles (globaal) opzoek.
        Het zijn voor de echte historici onder ons natuurlijk ‘boeken voor Dummies’.
        Voor mij herbergen deze boeken echter een schat aan informatie over dingen die ik nog niet wist. Inmiddels heb ik ze echter zo vaak nageslagen, dat ik al de illusie had veel te weten.
        Niets blijkt dus minder waar te zijn, of moet ik zeggen, ik heb ze altijd verkeerd geïnterpreteerd.
        Toen ik het verhaal van Ingrid las, meende ik toch zeker te weten dat in de genoemde boeken altijd werd gesproken over ‘bezetting’. Dus plukte ik ze uit de kast om het te herlezen.
        En ja hoor….. ik had ze nooit goed gelezen.
        Hoewel de “Volkenrechtelijke en staatsrechtelijke” consequenties alleen maar te lezen zijn met de kennis en uitleg van Ingrid, staat er heel duidelijk in beiden boeken “Stad in Frankrijk, 1975-1815” (Ubachs) en “De Franse Tijd” (W. Jappe Alberts).

        Verwarrend is echter dat Ubachs een heel hoofdstuk wijdt aan ‘Publieke opinie’ van de bewoners van toen, waaruit duidelijk valt de destilleren dat ‘het publiek’ niet erg gelukkig was met de Fransen “(..) Het merendeel der bevolking binnen en buiten de departementshoofdstad was immers niet gelukkig met de veranderingen die de Fransen oplegden. (..)”.
        W. Jappe Alberts begint hoofdstuk 8 “De Franse Tijd” zelfs met de zin “Op 4 november 1794, toen de vesting Maastricht capituleerde en de Franse troepen de stad bezetten, was de verovering van het Limburgse gebied door de revolutionaire legers voltooid”.

        Als je de hoofdstukken nu leest zie je dat er inderdaad over ‘inlijving’ (W. Jappe Alberts) en “de wettelijke grondslag voor deze omwenteling leverde de aanhechting van de stad bij Frankrijk” (Ubachs) wordt gesproken.
        Ik kan dus niet beweren dat Ubachs en W. Jappe Alberts niets schreven over de Volkenrechtelijke en staatsrechtelijke consequenties, maar ik las cq interpreteerde dit niet als zodanig.

        Nu, dankzij Ingrid, weet ik beter en lees ik het goed.
        Waarvoor dank !!
        Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd

        Opmerking


        • #5
          Er is verschil tussen wettelijke status en publieke opinie

          Oorspronkelijk geplaatst door Pier Bekijk bericht
          Verwarrend is echter dat Ubachs een heel hoofdstuk wijdt aan ‘Publieke opinie’ van de bewoners van toen, waaruit duidelijk valt de destilleren dat ‘het publiek’ niet erg gelukkig was met de Fransen “(..) Het merendeel der bevolking binnen en buiten de departementshoofdstad was immers niet gelukkig met de veranderingen die de Fransen oplegden. (..)”.
          De uitweiding bij Ubachs over de gevoelens van de plaatselijke bevolking ten opzichte van hun Franse nationaliteit lijkt slechts in tegenspraak met hun wettelijke status. Ik zal de laatste zijn om te beweren dat heel Limburg stond te springen van enthousiasme! Lang niet iedereen hing immers de ideeën van de Verlichting aan of van de revolutie die mede daaruit was voortgekomen. Lang niet iedereen wilde veranderen, het oude door iets nieuws en onbekends vervangen. Als dat wel zo was geweest dan was er geen revolutie nodig geweest, maar was evolutie genoeg geweest.

          Het is overigens wel noodzakelijk dat men bij deze ontwikkelingen in gedachten houdt dat in de achttiende eeuw de plaatselijke bevolking nog niet werd betrokken bij de politiek. Democratie zoals wij die nu kennen is – ik benadruk het hier nog maar weer eens – iets van de twintigste eeuw.

          Oorspronkelijk geplaatst door Pier Bekijk bericht
          W. Jappe Alberts begint hoofdstuk 8 “De Franse Tijd” zelfs met de zin “Op 4 november 1794, toen de vesting Maastricht capituleerde en de Franse troepen de stad bezetten, was de verovering van het Limburgse gebied door de revolutionaire legers voltooid”.
          Ik heb hierboven net als Alberts geschreven dat de stad in eerste instantie werd bezet. Die bezetting duurde van november 1794 tot mei 1795. Eerst daarna werd het gebied afgestaan aan Frankrijk en kreeg Limburg de status van een departement (Nedermaas) en Maastricht die van een stad in Frankrijk.


          Aardig vind ik wel, dat het departement Nedermaas in 1795 volgens alle regelen van de kunst staatsrechtelijk is ingelijfd bij Frankrijk. Toen Napoleon in 1810 het door zijn broer geregeerde Koninkrijk Holland (1806-1810) ophief en Noord-Nederland bij Frankrijk inlijfde, was dat het handelen van een roofridder.
          Last edited by Ingrid M.H.Evers; 14 november 2011, 06:00.

          Opmerking


          • #6
            Nu ik aan het lezen ben geslagen over de tijd 1794-1815, kom ik toch alweer wat bijzonderheden tegen.
            In de 'Canon van Limburg, een historisch overzicht (2009)' lees ik, met o.a. verwijzing naar "P.J.H. Ubachs, met medew. van Ingrid M.H. Evers, Ongewilde Revolutie. Limburgs Maasland onder Frankrijk, 1794-1894, Maastricht 1994" in hoofdstuk 7.4 het 'relaas' van Derck Coenjaerts.
            Derck Coenjaerts leefde van 1752 tot 1842 en hij woonde heel zijn leven in Sibbe.
            Toch zou hij 6 nationaliteiten krijgen. Geboren werd hij als Oostenrijker, toen werd hij Nederlander (onder de Staten Generaal van de Republiek) en in de Franse Tijd werd hij Fransman. In 1815 werd hij weer Nederlander in het Staatsverband van het Verenigd Koninkrijk om in 1830 Belg te worden. In 1839 werd hij weer Nederlander.

            Mijn vraag aan Ingrid is nu of dit klopt of dat de Canon hier een loop neemt met de Volkenrechtelijke en Staatsrechtelijke werkelijkheid daar waar het de nationaliteiten van Derck Coenjaerts betreft?
            Want waren we nu bezet of deel van Oostenrijk cq België?
            Overigens staat er wel op blz. 143 duidelijk dat de Zuidelijke Nederlanden werden ingelijfd bij de Franse Republiek!
            Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd

            Opmerking


            • #7
              Zes 'nationaliteiten' in één mensenleven zonder één keer te verhuizen

              Oorspronkelijk geplaatst door Pier Bekijk bericht
              Derck Coenjaerts leefde van 1752 tot 1842 en hij woonde heel zijn leven in Sibbe.
              Toch zou hij 6 nationaliteiten krijgen. Geboren werd hij als Oostenrijker, toen werd hij Nederlander (onder de Staten Generaal van de Republiek) en in de Franse Tijd werd hij Fransman. In 1815 werd hij weer Nederlander in het Staatsverband van het Verenigd Koninkrijk om in 1830 Belg te worden. In 1839 werd hij weer Nederlander.
              Het klopt als een bus. Toen Coenjaerts werd geboren, behoorde het gebied waarin Sibbe lag, tot de Oostenrijkse Nederlanden. Tijdens Coenjaerts' leven ging het vijf keer over in andere handen.

              Die wisselingen van 'nationaliteit' zijn allemaal in staatkundige verdragen vastgelegd. Met 'bezetting' hebben zij niets van doen. Het zou goed zijn als iedereen dat woord 'bezetting' eens wat minder zou gebruiken. Het is voor de eeuwen waarover wij spreken vaak een anachronisme, een term van nu die wordt toegepast op iets van vroeger.
              Last edited by Ingrid M.H.Evers; 14 november 2011, 06:08. Reden: inkorting

              Opmerking


              • #8
                De Canon van Limburg: een kwestie van schrijven en lezen

                Oorspronkelijk geplaatst door Pier Bekijk bericht
                Overigens staat er wel op blz. 143 duidelijk dat de Zuidelijke Nederlanden werden ingelijfd bij de Franse Republiek!
                De in dit verband zo belangrijke vrede van Den Haag (mei 1795) wordt in de Canon van Limburg niet genoemd en dat is jammer. Maar deze Canon is bedoeld voor een breed publiek en in duizend (1.000!) woorden per onderwerp kun je niet alles vertellen. Ik weet uit ervaring hoeveel moeite het kost om binnen zo'n limiet een heel lastige materie uit te leggen.

                Inderdaad spreekt men in de Canon van een inlijving van het gebied bij Frankrijk, maar nergens wordt gesuggereerd dat dat wederrechtelijk gebeurde. Dat is volgens Van Dale ook niet de eerste betekenis van het woord 'inlijven'. Misschien zou het beter zijn als de auteurs de terminologie hadden gebruikt van P.J.H Ubachs, die spreekt van 'aanhechting bij Frankrijk'. Als zij inderdaad een geweldadige of gedwongen incorporatie in de Franse Republiek bedoelden, dan maakten ze een fout. Dat is jammer, maar in elk boek worden fouten gemaakt.

                Soms leest men ook iets anders dan de auteur heeft bedoeld, zoals Pier dat voor zichzelf heeft vastgesteld in zijn reactie hierboven onder # 4. Zo spreekt de Canon van Limburg op diezelfde pagina's van 'Franse bestuurders'. Men is geneigd te lezen, dat de bestuurders dus Frans waren. Maar nee, het merendeel kwam uit de eigen streek. Ze bestuurden echter namens de Franse republiek. 'Frans' is hier bedoeld als tegenstelling tot 'Nederlands', tot de regering van de Staten Generaal in Den Haag.
                Heeft de auteur een fout gemaakt? Nee. Is het toch verwarrend? Ja.
                Last edited by Ingrid M.H.Evers; 13 november 2011, 17:13. Reden: aanvulling tekst met 'aanhechting'

                Opmerking


                • #9
                  Het decreet van Rambouillet, 9 juli 1810

                  Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers Bekijk bericht
                  Aardig vind ik wel, dat het departement Nedermaas in 1795 volgens alle regelen van de kunst staatsrechtelijk is ingelijfd bij Frankrijk. Toen Napoleon in 1810 het door zijn broer geregeerde Koninkrijk Holland (1806-1810) ophief en Noord-Nederland bij Frankrijk inlijfde, was dat het handelen van een roofridder.
                  Nog even wat puntjes op de i:

                  Keizer Napoleon I Bonaparte creëerde in 1806 het Koninkrijk Holland en installeerde zijn broer Lodewijk Napoleon op de troon. In 1809 wilde Napoleon dat zijn broer vervangen, omdat deze meer de ‘Nederlandse’ dan de Franse belangen was toegedaan. Broerlief voelde er niet veel voor en áls hij al zou aftreden, dan toch alleen ten gunste van zijn zoontje. Daar zag Napoleon weer niets in. Hij stuurde daarom begin 1810 een invasieleger naar de Lage Landen en annexeerde op 16 maart bij traktaat/decreet al het gebied van het Koninkrijk Holland dat gelegen was beneden de Waal. Voor een deel lag dat gebied ook ten zuiden van de Maas. Het Limburgse Weert in het Franse departement Nedermaas bijvoorbeeld was tot 1810 een stad aan de grens met de Bataafse Republiek (1795-1806) en daarna aan die met het Koninkrijk Holland (1806-1810).

                  Enkele maanden later lijfde Napoleon heel het gebied boven de rivieren in. Bij het decreet (GEEN verdrag!) van Rambouillet van 9 juli 1810 werd het Koninkrijk Holland opgeheven en als departement geïncorporeerd in het Franse Keizerrijk. Al die 'hollanders' werden toen nillens willens Fransen (de bestuurselite incluis) en deelden de volgende vier jaar mee in de positieve en negatieve ervaringen die het zuiden al vijftien of zestien jaar kende.
                  Last edited by Ingrid M.H.Evers; 13 november 2011, 17:17. Reden: inkorting

                  Opmerking


                  • #10
                    kwam dit leuk en interessant onderzoek naar de invloeden van de Verlichting op de praktijk van het laat 18e eeuws Maastrichts strafrecht tegen :

                    http://www.ethesis.net/verleech/Mest...20Verleech.pdf

                    ( tip : na het openenen, het PDF formaat aanpassen, door het terug te brengen naar 100% ( leesbaar) , het staat standaard te groot op 208% ingesteld).

                    Veel plezier bij het lezen !

                    Opmerking


                    • #11
                      Ik kan jullie het volgende boek aanbevelen:

                      De decadaire, resp. maandelijkse Rapporten van de commissarissen van het Directoire exécutif in het Departement van de Nedermaas, 1797-1800.
                      Auteurs Gerard Willem Aug. Panhuysen, Louis Roppe.
                      Bijdrager Elis. M. Nuyens
                      Gepubliceerd in 1956
                      Lengte 252 pagina's.

                      Los van de rapporten wordt het decreet van 1 oktober 1795 van de Nationale Conventie behandeld en het geheel wordt gecompleteerd met een mooie Carte du Department de la Meuse Inferieure (A3-formaat).
                      Ik heb nog één exemplaar van dit boek dubbel
                      Last edited by Breur; 13 november 2011, 14:28.
                      De leefs mer eine kier .

                      Opmerking


                      • #12
                        Décadaire rapporten

                        De décadaire rapporten waarover Breur hierboven spreekt (uitgegeven als deel 1 van de Werken van LGOG), vormden een soort 'State of the Union'-verslag van de commissaris van het departement Nedermaas aan de minister in Parijs. De commissaris van het Directoire Éxecutif was de hoogste ambtenaar, de belangrijkste bestuurder in het departement. Hij bracht elke tien dagen (décade) - later maandelijks - verslag uit over de stand van zaken in 'Limburg'. Maar natuurlijk reisde de commissaris (er was er steeds maar één) niet voortdurend door het land om een en ander op te tekenen! Hij kreeg zijn gegevens van zijn kantoncommissarissen.

                        Voor zover mij bekend zijn van slechts twee kantons in Nedermaas de tiendaagse rapporten uitgegeven, nl. van Maaseik (Werken LGOG, 5) en van Venlo. De laatste zijn door Sigismund Tagage f.i.c. getranscribeerd én vertaald en verschenen in de Publications (1974).

                        Wie echter het wel en wee in bijvoorbeeld het kanton Maastricht wil volgen, kan terecht bij het RHCL, waar een getypte (onvertaalde) transcriptie van alle 'Limburgse' kantons in fotokopie in de studiezaal staat.
                        Last edited by Ingrid M.H.Evers; 13 november 2011, 16:31.

                        Opmerking


                        • #13
                          Gevangenissen in de Franse Tijd (1)

                          De decadaire rapporten volgden een bepaald stramien: er wordt uitleg c.q. commentaar gegeven op een aantal vaste vragen van de commissaris van het departement. Omdat het een relatief klein bestuursgebied betreft, geven de kantonrapporten veel meer details prijs dan het uiteindelijke rapport aan de minister.

                          Hoeveel je te weten kunt komen als je het systematisch aanpakt, blijkt uit mijn studie naar het begin van het gevangeniswezen in de Franse Tijd. Vóór 1795 waren er wel gevangenissen, maar zij dienden vooral als tijdelijk onderkomen voor personen wier rechtzaak nog in behandeling was. Was het vonnis geveld, dan kregen zij een straf in de vorm van een boete, schandstraf, lijfstraf (inclusief de doodstraf) en/of verbanning. Een straf uitzitten in het gevang, was bij ons niet aan de orde.

                          In de achttiende eeuw begon men echter te denken dat openbare vernedering, lijfstraffen en verbanning geen humane oplossingen waren voor de bestraffing van crimineel gedrag. Er moesten instellingen komen voor detentie, voor opsluiting voor een bepaalde tijd.

                          Vanaf 1795 heeft het Franse republikeinse bewind in onze streken een nieuw justitieel stelsel opgezet, met uniforme rechtspraak en uniforme gevangenissen. Dat was vijftien jaar voordat het ook in Noord-Nederland werd ingevoerd.
                          Last edited by Ingrid M.H.Evers; 13 november 2011, 16:33.

                          Opmerking


                          • #14
                            Gevangenissen in de Franse Tijd (2)

                            Vóór 1795 bestonden er in 'Limburg' en zelfs in Maastricht tal van rechtbanken; veel daarvan hadden ook weer een eigen gevangenis. Als we ons even tot Maastricht beperken, dan maakten de Hooggerechten van de Luikse en de Brabantse schepenbanken en het Indivies Laaggerecht gebruik van de zolders/kelders van de Lanscroon en later van het Dinghuis. Of het gerecht van de Brabantse Vroenhof daar ook gebruik van maakte, ontschiet mij even. Het kapittel van Sint Servaas had een eigen gevangenis in de nog altijd bestaande burcht van Heer. Dergelijke gevangenissen waren zoals gezegd niet bedoeld voor het uitzitten van een straf en volkomen ongeschikt voor een verblijf van langer dan een paar dagen. Toch zat men er in afwachting van een vonnis soms zeventig dagen en meer opgesloten. In een strenge winter haalde men hen soms overdag naar de keuken of een andere ruimte waar de haard brandde (Lanscroon, Dinghuis), en ketende hen daar aan de muur. Alles beter dan bevriezen op de ongeïsoleerde zolder of in de ondergelopen kelder.

                            De Fransen schaften zoals gezegd de lijfstraffen etc. af en wilden behoorlijke verblijven voor het uitzitten van gevangenisstraf. Hoe dat in onze streken uitpakte, heb ik uitgezocht aan de hand van de bovengenoemde décadaire rapporten van de kantoncommissarissen. Daaruit bleek dat de wil er vaak wel was, maar dat de realisatie soms volkomen onmogelijk was. Enerzijds lag dat aan een chronisch geldgebrek bij het bewind. Anderzijds bleek men een beetje te haastig te zijn geweest met het onteigenen en verkopen van de zogenaamde nationale goederen, het onteigende grondbezit van de adel en de geestelijkheid (1796/97).

                            Voor een gevangenis had je een stenen pand nodig, anders braken de gevangenen uit door een gat te maken in de vakwerkmuren! Op het platteland was het enige stenen huis vaak dat van de plaatselijke (kasteel)heer geweest, of soms de bescheiden dorpspastorie. Maar ja, die panden waren inmiddels verkocht aan nieuwe eigenaren, dus daar kon geen gebruik meer van worden gemaakt. En zeker, men had hier en daar nog wel een onteigend klooster binnen de kantongrenzen, maar daar woonden inmiddels de plaatselijke gendarmen en had de vrederechter zijn kantoor, dus daar was ook geen plaats meer. Temeer omdat de gevangenen van de politierechter, de vrederechter, de strafrechter en nog hogere rechters allemaal van elkaar moesten worden gescheiden. Elke 'soort' had een eigen afdeling/kamer nodig.

                            Het ging allemaal niet van een leien dakje. Toch is - zo blijkt uit de decadaire rapporten - in deze eerste twintig jaar van de invoering van een modern strafstelsel de basis gelegd voor ons huidige gevangeniswezen.
                            Last edited by Ingrid M.H.Evers; 14 november 2011, 05:55. Reden: redactie

                            Opmerking


                            • #15
                              Gevangenissen in de Franse Tijd (3)

                              Het voert te ver hier voor alle steden en dorpen in het departement Nedermaas aan te geven wanneer en hoe men aan een kantonale of arrondissementsgevangenis kwam. Bij de arrondissementshoofdsteden (Maastricht, Hasselt en Roermond) schoot het harder op dan op het platteland. Al stond Hasselt bij de bestuurders slecht bekend, want de gevangenen gingen er met grote regelmaat vandoor en zij die bleven richtten soms hele bachanalen aan, in het gezelschap van vrouwen van licht allooi. Dat er dingen gebeurden die niet door de beugel konden, lag voor de hand als er maar één - soms zelf géén - cipier was.

                              Bij sommige kantons kwam het er nooit van. De plaatselijke commissaris schreef boudweg dat hij niets kon doen als er geen geld kwam, dat hij niets nieuws te melden had na de vorige keer (alles was nog steeds kommer en kwel), of antwoordde helemaal niet meer op de vraag naar de huisvesting van gedetineerden. Maar soms werd iets groots verricht, zoals de uitgebreide verbouwing van het tweede klooster van de Minderbroeders in Maastricht (Minderbroedersberg) tot gecombineerde gevangenis voor arrondissement en departement (1807), compleet met een eigen vrouwenvleugel. Voor Roermond werd in 1806 door Matthias Soiron een soortgelijke afdeling ontworpen, maar of hij ook gebouwd is, kan ik niet zeggen.

                              Literatuur
                              * Ingrid M.H. Evers, 'Het begin van een gevangeniswezen in het departement Nedermaas', in: Wordt voor Recht gehalden, opstellen ter gelegenheid van vijfentwintig jaar Werkgroep Limburgse Rechtsgeschiedenis (1980-2005), Maastricht 2005, blz. 345-374.

                              * Ingrid M.H. Evers, De Minderbroedersberg (Maastrichts Silhouet, 54), Maastricht 1999, blz. 23-32.
                              Last edited by Ingrid M.H.Evers; 14 november 2011, 05:48. Reden: redactie

                              Opmerking

                              Bezig...
                              X