Het wapen van de sociëteit Momus bestond uit een rood/groen wapenschild met rechts een bok, links een nar en aan de bovenzijde een kroon met nar.
Op het rode/groene schild staat afgebeeld een wind(koren)molen van het type standaardmolen. Het hekwerk aan de wieken van de afgebeelde molen zit aan de verkeerde kant.
In het gedicht van Coenraad Breuls, Momus' creatie (opgenomen in Boekèt Mestreechs van Lou Spronck en Flor Aarts) wordt de molen als symbool van de sociëteit vermeld:
't Symbool der Momezij bestónt in 'n windmeule,
Woevaan nog eder lid bijtijds 'ne slaag moot veule;
En 't is neet um Laurent Polis hei te flejje,
Mer dee heet, wie z'ne nónk, dat dingske sjoen doen drejje.
Óng'lökkeg heet de maan 'ne meuleslaag beet,
Woe dat 'r nog altied get koppijn van heet,
Het gebruik van de windmolen als symbool lijkt opmerkelijk. In Maastricht stonden watergedreven molens op de Jeker en de Maas . Windmolens stonden buiten Maastricht.
Het verkeerd plaatsen van het hekwerk aan de wiek van de molen zal vast geen toeval zijn.
Wat is er aan de hand?
Is de windmolen, als symbool, erbij gehaald vanwege het spreekwoord 'Hij heeft een tik van de molen gehad' en was om lid te kunnen zijn van Momus een zekere mate van spreekwoordelijke getikheid een vereiste?
Moeten we aan de omkering van het hekwerk symbolische waarde toekennen?
En, het gedicht van Breuls lijkt dat te suggereren, werd er soms een miniatuur molentje gebruik waarmee (nieuwe) leden een fysiek tikje kregen?
Op het rode/groene schild staat afgebeeld een wind(koren)molen van het type standaardmolen. Het hekwerk aan de wieken van de afgebeelde molen zit aan de verkeerde kant.
In het gedicht van Coenraad Breuls, Momus' creatie (opgenomen in Boekèt Mestreechs van Lou Spronck en Flor Aarts) wordt de molen als symbool van de sociëteit vermeld:
't Symbool der Momezij bestónt in 'n windmeule,
Woevaan nog eder lid bijtijds 'ne slaag moot veule;
En 't is neet um Laurent Polis hei te flejje,
Mer dee heet, wie z'ne nónk, dat dingske sjoen doen drejje.
Óng'lökkeg heet de maan 'ne meuleslaag beet,
Woe dat 'r nog altied get koppijn van heet,
Het gebruik van de windmolen als symbool lijkt opmerkelijk. In Maastricht stonden watergedreven molens op de Jeker en de Maas . Windmolens stonden buiten Maastricht.
Het verkeerd plaatsen van het hekwerk aan de wiek van de molen zal vast geen toeval zijn.
Wat is er aan de hand?
Is de windmolen, als symbool, erbij gehaald vanwege het spreekwoord 'Hij heeft een tik van de molen gehad' en was om lid te kunnen zijn van Momus een zekere mate van spreekwoordelijke getikheid een vereiste?
Moeten we aan de omkering van het hekwerk symbolische waarde toekennen?
En, het gedicht van Breuls lijkt dat te suggereren, werd er soms een miniatuur molentje gebruik waarmee (nieuwe) leden een fysiek tikje kregen?
Opmerking