
Foto: Toller. (zie posting nr. 1)
De cellen onder het stadhuis zijn drieëneenhalve eeuw oud. Het zijn er altijd maar een handvol geweest, want men zat er zelden lang gevangen. In het ancien regime (ca. 1500-1794), de tijd vóór de Franse Tijd (1794-1814), kende men het begrip gevangenisstraf niet. Men zat in voorarrest totdat de rechtszaak had gediend en daarna kreeg men vrijspraak of een straf. Dat kon een geldstraf, schandstraf, lijfstraf, doodstraf of verbanning zijn, of een combinatie daarvan, maar het was nooit gevangenisstraf. Dat is iets van na 1794.
De cellen onder het stadhuis werden in de Franse Tijd in gebruik genomen als permanent onderkomen voor diegenen die door het Tribunal Criminel, de nieuwe Criminele Rechtbank, waren veroordeeld. Het Tribunal Criminel (en haar opvolger, de Cour de Justice Criminelle) was de hoogste rechtbank in het departement Nedermaas; de veroordeelden waren dan ook echte criminelen die voor langere tijd vast zaten.
Niet dat de Franse autoriteiten gelukkig waren met deze huisvesting. De cellen werden beoordeeld als te laag met slechte beluchting, er was geen luchtplaats voor de gevangenen die dus 24 uur per dag in eenzame opsluiting op cel zaten, en alle ramen kwamen uit op een openbaar plein, namelijk de Markt, waardoor de gevangenen ongewenst contact hadden met de buitenwereld. Bovendien waren er te weinig cellen en waren andere toegewezen lokalen (met cachotten) ontoereikend. Het was maar beter deze accomodatie op te heffen.
Op de Minderbroedersberg heeft men ter vervanging van de voorzieningen in het stadhuis onder de zuidelijke vleugel soortgelijke cellen ingericht (zie foto), die oorspronkelijk in gebruik waren bij de politierechter. Toentertijd kon die overtreders slechts voor drie dagen vastzetten. Dus het was akelig, schandelijk en afzien, maar in vergelijking tot een criminele of civiele celstraf viel het ongemak uiteindelijk wel mee.
In hoeverre de cellen onder het stadhuis in de negentiende en twintigste eeuw nog dienst hebben gedaan, is na te gaan in de politiearchieven. De politie zoals wij die kennen, is een negentiende-eeuwse uitvinding. Geen politiebureau zonder arrestantencellen, dus toen er een politiepost in het stadhuis zat, deden ongetwijfeld ook de aloude cellen weer dienst. Dit keer echter uitsluitend als tijdelijk verblijf. De arrestant sliep zijn roes uit of ging zo snel mogelijk door naar een officieel huis van bewaring.
Literatuur
Ingrid M.H. Evers, 'Het begin van een gevangeniswezen in het departement Nedermaas', in: A.M.J.A. Berkvens en Th.J. van Rensch (red.), 'Wordt voor recht gehalden', Maastricht 2005, 345-374.





Leave a comment: