Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Stucwerkers in Maastricht

Sluiten
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • Stucwerkers in Maastricht

    In de 18e en begin 19e eeuw waren in Maastricht en omgeving diverse uit Italië (Lombardije) of Zwitserland (Tecino) afkomstige stucwerkers actief. Sierstucwerk was in deze periode geliefd als decoratie van plafonds, schoorsteenmantels en soms complete vertrekken met afbeeldingen van landschappen en mythologische en allegorische voorstellingen. Bij sierstucwerk worden kunstige figuren gesneden in een nog natte stuccolaag, een mengsel van stro, paardenhaar en kalk op een ruwe ondergrond. De stijl van het stucwerk ontwikkelde zich met de mode van de tijd van barok via Lodewijk XV en XVI stijlen naar streng neo-classicisme (Empire). Soms werd ook sierstucwerk aan buitengevels toegepast.

    De bekendste stucwerkers in Maastricht zijn Tomaso Vasalli, die van 1735-1737 in het stadhuis werkte, en Petrus Nicolaas Gagini, die van ca 1791 tot ca 1811 in Maastricht woonde en een groot aantal patriciërshuizen in Maastricht en omgeving van stucwerk voorzag. Ook tenminste twee andere leden van de familie Vasalli en leden van de families Moretti, Cantoni, Parini, Spinetti en Castelli waren in de 18e eeuw in de streek Maastricht-Aken-Eupen-Luik actief.

    Literatuur (ook betreffende nog volgende artikelen):
    • C.J.M. Schulte-van Wersch, 'Het stucwerk van Petrus Nicolaas Gagini en het Huis Eyll te Heer-Maastricht', in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg, 116-117, 1980-81, p.285–350
    • L. Minis, Het Stadhuis. Maastrichts Silhouet 4, Maastricht, 1980
    • P.J.H. Ubachs, I.M.H. Evers, Historische Encyclopedie Maastricht. Maastricht, 2005
    • http://nl.wikipedia.org/wiki/Petrus_Nicolaas_Gagini

  • #2
    Gekke vraag misschien, maar zou dat engeltje uit de Cellebroederskapel niet afkomstig kunnen zijn van het afgebroken huis in de Capucijnenstraat. Tenslotte woonde daar van Aken, wiens (alliantie) wapen het is, volgens Ingrid!
    Ik ben bij vlagen geniaal, alleen is het nu windstil!

    Opmerking


    • #3
      Op het kerkhof van Sint-Pieter is ook deze beroepscategorie vertegenwoordigd:

      Maria Elisabeth Schouten - Hendricus Petrus Lacroix / Joannes Antonius H. Lacroix
      - Een kruis -

      Dit grafmonument is beschikbaar voor adoptie.

      In memoriam / Maria Elisabeth / Schouten / * Maastricht / 18.6.1863 / † St Pieter 15.6.1941 / en haar echtgenoot / Hendricus Petrus / Lacroix / * Maastricht / 20.3.1869 / † St Pieter / 8.5.1949
      J.A.H.Lacroix / * 3.8.1906 † 5.3.1979

      De ouders van Hendricus Petrus LACROIX waren:
      Pieter Nicolaus LACROIX geboren op 19 april 1829 te Maastricht. Pieter Nicolaas huwde Maria Gertrudis CRIJNS 8 augustus 1853 te Maastricht. Pieter Nicolaas overleed 26 juni 1910, 81 jaar oud te Maastricht. Hij was evenals zijn vader Henri LACROIX - geboren te Lanaye - plakker (pleisteraar, stucadoor) van beroep.
      Maria Gertrudis CRIJNS werd geboren omtrent 1828 te Maastricht. Zij overleed 9 maart 1916, 88 jaar oud te Maastricht.

      Hendricus werd geboren op 20 maart 1869 te Maastricht. Hij huwde Maria Elisabeth SCHOUTEN, dochter van Henricus Franciscus SCHOUTEN en Bernadina Rosina Joanna VAN KEULEN, 7 mei 1895 te St. Pieter.
      Hendrik overleed 8 mei 1949, 80 jaar oud Hoge Kanaaaldijk 35 te Maastricht (St. Pieter) en werd te St. Pieter 11 mei 1949 bijgezet in het graf van zijn echtgenote. In 1895 was hij plakker van beroep. Maria werd geboren op 18 juni 1863 te Maastricht. Zij overleed 15 juni 1941, 78 jaar oud te Maastricht (St. Pieter) en werd te St. Pieter begraven.
      De leefs mer eine kier .

      Opmerking


      • #4
        Oorspronkelijk geplaatst door elletje Bekijk bericht
        Gekke vraag misschien, maar zou dat engeltje uit de Cellebroederskapel niet afkomstig kunnen zijn van het afgebroken huis in de Capucijnenstraat.
        Lijkt me niet, elletje. Dat wapen in de Cellebroederskapel is toch onderdeel van een kapiteeltje? En lijkt me qua stijl ook meer passen bij de andere kapitelen in de kapel.

        @Breur:
        Ja inderdaad, ook in de late 19e en vroege 20e eeuw hield het beroep van stucadoor/pleisteraar heel wat meer in dan het aanbrengen van een knap gestuct wandje!

        Opmerking


        • #5
          Petrus Nicolaas Gagini - leven

          De bekendste stucwerker in Maastricht was de Zwitser Petrus Nicolaas Gagini (in 1802 in het bevolkingsregister aangeduid als P. Lagenij!). Pietro Nicolo Gagini werd op 13 januari 1745 geboren in Bissone, in het Italiaans-sprekende Zwitserse canton Tecino. Het kleine dorp Bissone aan het meer van Lugano heeft een indrukwekkende lijst beeldhouwers, architecten en stucwerkers voortgebracht, waarvan enkele leden van de familie Gagini/Gaggini in de vijftiende en zestiende eeuw grote bekendheid genoten. Ook de bekende beeldhouwer Borromini was afkomstig uit Bissone.

          Waar Petrus Nicolaas Gagini zijn opleiding genoot, is niet bekend, maar het ligt voor de hand dat hij in een familietraditie werkte. Waarschijnlijk werkte hij vanaf 1770 in de streek Maastricht-Aken-Eupen-Luik. In 1791 trouwde hij in de Catharinakerk in Maastricht met de 28-jarige Maria Catherina Jagers uit Itteren. Waarschijnlijk kregen ze geen kinderen. Het echtpaar vestigde zich in Maastricht in een huurhuis van de bierbrouwer Wynandus Denis op de hoek Eikelstraat/Houtmaas.

          Op 30 maart 1792 legt Gagini de eed af als burger onder het kremers-ambacht. In 1796 en 1800 reist hij naar de Noordelijke Nederlanden en verblijft daar o.a. enige tijd in Leiden. In zijn paspoort voor de reis van 1800 staat vermeld dat hij de reis ondernam 'pour sa profession' en dat het paspoort goed is voor '2 decades et vingt d'absence'. Of hij in Leiden of elders in 'Holland' werk heeft afgeleverd, is niet bekend.

          In 1802 staat de 'sculpteur' Gagini nog steeds ingeschreven op hetzelfde adres. Behalve zijn vrouw woont bij hen in de 37-jarige 'emploijé' Jean North. Enkele van hun buren worden in het bevolkingsregister aangeduid als 'pauvre', dus het zal zeker geen rijke buurt zijn geweest.

          Een sterfdatum is nog niet gevonden. Het laatst gedateerde werk - in het door hem gehuurde pand Eikelstraat 1 - is uit 1811. In 1813 is Gagini in elk geval overleden, aangezien in een brief gedateerd 2 oktober 1813, geschreven door een Maastrichtse soldaat in het leger van Napoleon, de groeten worden overgebracht aan de 'wedew Gagini'. De weduwe Gagini is, volgens de bevolkingsregisters van 1820 en 1825, in het huis aan de Eikelstraat blijven wonen, samen met de eerder genoemde Jan North, aan wie zij in 1837 bij haar overlijden haar bezittingen nalaat.

          huis 'De Eikel' of Vlaminxhuis, Eikelstraat 1. In beide huizen bevindt/bevond zich sierstucwerk dat aan de Maastrichtse Gagini wordt toegeschreven.
          Last edited by Toller; 16 december 2014, 18:30.

          Opmerking


          • #6
            Petrus Nicolaas Gagini - werk

            Petrus Nicolaas Gagini was een van de weinige stucwerkers in de regio Maastricht, die zijn werk, althans een deel ervan, signeerde. In totaal zijn 15 gesigneerde werken van hem bekend, waarvan 3 in Maastricht:
            • Sierstucwerk in de grote salon van Huis Eyll in Heer. Gesigneerd en gedateerd: Gagini invenit et Sculpsit 1789
            • Sierstucwerk in de salon van het in 1922 gesloopte patriciërshuis Capucijnenstraat 114. Gedeeltelijk overgeplaatst naar de zgn Gaginikamer (ofwel: 'kleine wethouderskamer aan Brabantse zijde') in het stadhuis. Gesigneerd en gedateerd: Gagini Invenit et Sculpsit 1789 (uitgebreide informatie en foto's in dit draadje)
            • Sierstucwerk schoorsteenboezem 'Annunciatie' in Gagini's woonhuis, hoek Eikelstraat/Houtmaas. Gesigneerd en gedateerd: P G 1811 (verdwenen)

            De volgende ongesigneerde werken in Maastricht worden aan Gagini toegeschreven:
            • Gevelfries woonhuis Sint-Pieterstraat 42, Maastricht (1775; omstreeks 1930 verwijderd). Zie dit draadje.
            • Chambre Romaine en ander sierstucwerk in Empirestijl, kasteel Borgharen (einde 18e eeuw, i.s.m. Mathias Soiron)
            • Sierstucwerk vestibule kasteel Meerssenhoven, Itteren (ca 1800, i.s.m. Mathias Soiron)
            • Sierstucwerk schoorsteenboezem Withuishof, Amby (ca 1801, i.s.m. Mathias Soiron)
            • Sierstucwerk twee schoorsteenboezems, Capucijnenstraat 13 (jaartal onbekend)
            • Sierstucwerk schoorsteenboezem Van Hasseltkade 1 (jaartal onbekend, verdwenen)
            • Sierstucwerk schoorsteenboezem en dessus-de-porte, Brusselstraat 76A (jaartal onbekend)

            Voor een volledige lijst van werken van Gagini (gesigneerd of toegeschreven) zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Petrus_Nicolaas_Gagini. Opvallend is dat in alle gevallen waar hij met architecten samenwerkte (met name Jakob Couven en Mathias Soiron), hij zijn werk niet signeerde. Daaruit blijkt toch waarschijnlijk de ondergeschikte rol die de stucwerker had t.o.v. de architect/bouwmeester.


            Gagini in Maastricht: Capucijnenstraat 114 (nu stadhuis) - Huis Eyll - Meerssenhoven. In het werk is een geleidelijke overgang van Lodewijk XVI naar Empire te zien.

            Opmerking


            • #7
              Verdwenen reliëf Eikelstraat 1 van Gagini?

              Oorspronkelijk geplaatst door olijfje
              ik moet El Loco een compliment geven voor zijn vermogen een onderwerp tot op de bodem uit te diepen Als jij je ergens op stort dan hou je niet op voordat àlles er over gezegd is, chapeau!
              Merci! Gek eigenlijk, ik hou niet eens van deze periode (hoewel ik er nu toch wat meer voeling mee begin te krijgen). We gaan nog maar even door:

              In het huis waar Petrus Nicolaas Gagini en zijn vrouw van ca 1781-1811 woonden, bevond zich tot ±1920 een gestuct schoorsteenboezemreliëf met een voorstelling van de Annunciatie dat gesigneerd was met P G 1811. In de literatuur wordt zonder meer aangenomen dat P G hier voor Petrus Gagini staat. Het werk zou daarmee zijn laatst gedateerde werk zijn, dat hij op 66-jarige leeftijd maakte. Ik twijfel hieraan en wel om de volgende redenen:
              1. Van de 15 gesigneerde en ±12 toegeschreven werken is dit het enige met een religieus thema;
              2. De stijl van het werk, met name de lijst en een aantal ornamenten, is barok en past niet bij de late datering. Gagini werkte toen al minstens 10 jaar aan projecten in laat-klassicistische stijlen (Directoire, Empire). Het is moeilijk voor te stellen dat hij thuis zou teruggrijpen naar een gedateerde stijl;
              3. Het werk is inferieur aan zijn overige gesigneerde werk. De compositie is rommelig, de figuur van Maria en de engel zijn onhandig weergegeven en de banderol met de signatuur lijkt er opgeplakt.

              Mijn suggestie: Gagini's leerling(?) en huisgenoot Jean North (later zelfs zijn opvolger bij zijn vrouw Maria Catherina Jagers, zie post #5) maakte deze religieuze voorstelling als eerbetoon aan zijn baas en signeerde met diens initialen. Wellicht was Gagini toen net overleden. Misschien ook zette Jean North het bedrijf nog enige tijd voort onder de naam Petrus Gagini.


              Schoorsteenmantel Eikelstraat 1. Rechts: detail Annunciatie. Foto uit 1916.
              Bron: Schulte-van Wersch, p.332 (zie post #1 hierboven)


              Nog even, enigszins off-topic, maar wel leuk, over Gagini's vrouw, Maria Catherina Jagers:
              In het doopregister van de kerk van Itteren staat zij vermeld als Maria Catherina Hunter, onwettige dochter van Daniel Hunter en Anna Akkermans, gedoopt op 3 februari 1763. Hunter/Jagers? Wellicht de dochter van een Engelse soldaat? De Zevenjarige Oorlog was in volle gang en hoewel Maastricht buiten het echte oorlogsgebied lag, was de vesting toch extra versterkt. Veel soldatenvolk dus. Grappig is ook dat Maria Catharina, na haar Zwitsers/Italiaanse echtgenoot, samen blijft wonen met de 'emploijé' Jean North. Weer een Engelsman?

              Opmerking


              • #8
                Gaginis op drift

                Eerder was al aangegeven dat sommige door Gagini gesigneerde werken verloren zijn gegaan. Andere, zoals het gestucte interieur van Capucijnenstraat 114, zijn overgebracht naar andere locaties.

                Gagini's oudste gesigneerde werk bevindt zich in het Couvenmuseum in Aken. Het betreft een schoorsteenstuk uit 1778 voor het voormalige Haus Drimborn in Eschweiler, dat in 1945 verwoest werd. Het schoorsteenstuk werd in 1958 overgebracht naar het Haus Monheim in het centrum van Aken, dat toen als museum werd ingericht. De kamer wordt sindsdien aangeduid als Gagini-Zimmer.

                Elders op deze site kwam al ter sprake dat men in Aken er langzamerhand van doordrongen raakt, dat het vermeende portret van J.J. Couven in het Couvenmuseum, waarschijnlijk een van de gebroeders Soiron voorstelt. Hiermee doet zich de merkwaardige situatie voor dat het Akense museum, dat vernoemd is naar de stadsarchitecten Johann Joseph en Jakob Couven, vrijwel niets in huis heeft van deze belangrijke architecten, terwijl het wel een kamer vernoemd heeft naar de Maastrichtse stucwerker Gagini en een groot portret van de Maastrichtse bouwmeester François (of Mathieu) Soiron aan de muur heeft hangen!

                Zie ook deze folder van het Couvenmuseum: "Neue Erkenntnisse weisen darauf hin, dass es sich wahrscheinlich um einen zeitgenössischen Berufskollegen handelt, der stolz seine Werkzeuge zeigt." Ja ja..!


                Links: Gagini-Zimmer. Midden: detail schoorsteenmantel. Rechts: Hofzimmer met portret Soiron

                Nóg een op drift geraakte Gagini:
                In 2006 veilde het gerenommeerde Keulse veilinghuis Lempertz 13 stucreliëfs, die Gagini in 1805 voor Schloß Waldenburghaus in Kettenis nabij Eupen had gemaakt. Hoe de reliëfs daar terechtkwamen en of ze verkocht zijn (richtprijs 80.000-120.000 euro) is niet bekend. Het slot werd in 1975 tijdens een brand zwaar beschadigd. Hoewel de stuczaal aanvankelijk onberoerd bleef, liepen de reliëfs daarna door lekkages grote schade op. Op een zeker moment waren ze gewoon verdwenen...

                Lees hier over Schloß Waldenburghaus en hier over de veiling.

                Opmerking


                • #9
                  Oorspronkelijk geplaatst door El Loco Bekijk bericht
                  Gagini's oudste gesigneerde werk bevindt zich in het Couvenmuseum in Aken. Het betreft een schoorsteenstuk uit 1778 voor het voormalige Haus Drimborn in Eschweiler, dat in 1945 verwoest werd. Het schoorsteenstuk werd in 1958 overgebracht naar het Haus Monheim in het centrum van Aken, dat toen als museum werd ingericht. De kamer wordt sindsdien aangeduid als Gagini-Zimmer.
                  Een beschrijving van het schoorsteenstuk in de Gagini-kamer is te vinden in de folder 'SchönWarm' van het Couvenmuseum, uitgebracht naar aanleiding van een tentoonstelling die daar te zien is geweest (blz 23, pdf, 4,5 mb):
                  http://www.couven-museum.de/ausstell...log_4_5_mb.pdf

                  Das Gagini-Zimmer bietet ein gutes Beispiel für einen Kamin der Louis-seize-Periode. Die Tendenz zur
                  Vereinheitlichung zeigt sich im Material und im reduzierten Kaminsims, das den Gesamtkörper zwar
                  gliedert, aber nicht trennt. Die Einbindung in den Raum gelingt durch Ecklisenen, die die Kaminfront mit
                  den seitlichen Wänden verbinden. Die Feuerstelle ist als Unterbau hervorgehoben durch diagonal gestellte
                  Ecklisenen, die in leicht vortretenden Voluten das Tragen des Mittelsims andeuten. Der vermutlich später
                  eingefügte Feuerkorb (spätes 18. Jahrhundert) gehört gestalterisch in die Louis-seize-Periode. Der Kaminmantel
                  zeigt eine Zweiteilung, die in einem gradlinigen Rahmen zusammengefasst ist. Auf die untere
                  Spiegelfläche ist eine plastische Stuckarbeit aufgesetzt, in deren Zentrum ein Blumenkorb dargestellt ist.
                  Die verbleibende Fläche ist mit Rosengirlanden ausgefüllt. Gerade in der Gestaltung des Blumenkorbes
                  zeigen sich Verbindungen zu späteren Arbeiten Gaginis.19
                  Der Stukkateur ist durch eine Signatur auf dem Kaminsims gesichert: „Gagini Fecit 1778“. Auch die
                  Herkunft aus dem Landhaus Drimborn (Kriegsverlust) ist durch das Inventar geklärt. Auftraggeber war Hermann
                  Isaac von Außem, der in den 1770er Jahren Eigentümer von Gut Drimborn war.20 Die Architektur
                  des Herrenhauses ist durch einige Aquarelle von Caspar Wolf21 aus dem Jahr 1780 dokumentiert.
                  Der Kamin ist im Werk Gaginis von besonderem Rang, da es sich um das früheste signierte und datierte
                  Werk handelt. Pietro Nicola Gagini gehört zu der großen Zahl südländischer Stukkateure, die im 18.
                  Jahrhundert im Rhein-Maasländischen Gebiet arbeiteten. Die Biographie Gaginis ist in den letzten Jahrzehnten
                  um einige Details ergänzt worden. Puters hat das Geburtsdatum (13.1.1745) belegen können.22
                  Geburtsort ist Bissone im Schweizer Kanton Tessin. Vermutlich hielt sich Gagini seit den frühen 1770er
                  Jahren in der niederrheinischen Region auf.23 Ab 1778 ist Gagini ausschließlich im Gebiet Aachen-Lüttich-
                  Maastricht nachweisbar, wie 14 signierte Werke belegen. In seinen beiden letzten Lebensjahrzehnten
                  war Gagini in Maastricht angesiedelt. 1792 wird er Bürger der Stadt und Mitglied der Krämerzunft. Seine
                  Wohnung war seit 1792 in der Eikelstraat/Ecke Houtmaas. Im Wohnhaus befindet sich das letzte signierte
                  Werk Gaginis (1811). Sein Tod wird zwischen den Jahren 1811 und 1813 vermutet.
                  Einige Fragen bleiben: Gaginis Signaturen sind höchst unterschiedlich. Im Drimborner Kamin sind nur der
                  Familienname und das Jahr angegeben. Oft findet sich „Gagini sculpsit“ oder „Gagini invenit et sculpsit“.
                  In den Unterschieden ist möglicherweise die Eigenständigkeit des Entwurfs bzw. die Zusammenarbeit mit
                  Architekten angedeutet.24 Unklar bleibt auch die Gestaltung des Großen Saales in Haus Drimborn. In der
                  Regel stukkierte Gagini neben dem Kamin auch Wände und Decken. Liese, der den Raum wohl noch aus
                  eigener Anschauung gekannt haben dürfte, beschreibt Gaginis Kamin als Einzelstück:
                  „In der Wohnung ließ er [i.e. Hermann Isaac von Außem, G.T.] eine Wandbekleidung malen, (...). Den
                  großen Saal, der auch heute [i.e. 1936, G.T.] noch in seiner ganzen Schönheit bewundert werden kann,
                  zierte der Italiener [sic!] (...) Gagini im Jahr 1778 mit einem herrlichen Stuckkamin, in dessen Mitte sich
                  der Blumenkorb befindet, der von Rosengirlanden mit Lorbeergewinden umgeben ist.“25

                  Opmerking

                  Bezig...
                  X