Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Minder bekende en onbekende begijnenhoven en kloosters

Sluiten
X
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • Minder bekende en onbekende begijnenhoven en kloosters

    In de kloosterlijst http://www2.let.vu.nl/oz/kloosterlijst/index.php
    worden nog enkele kloosters/begijnenhoven genoemd die al in een vroeg stadium verdwenen zijn, zonder een spoor in de stad achter te laten. Over sommige vestigingen weet de Historische Encyclopedie Maastricht nog wel iets te zeggen, maar er zijn er ook totaal onbekend bij de redactie.

    Natuurlijk is de vraag wie wel iets weet over deze vestigingen.

    Hondertmarckconvent
    Dit was een begijnenhof dat een plaats kreeg aan de Helstraat (St.Bernardusstraat), achter het koor van de eerste Minderbroederskerk, daar waar nu het gebouw van de KPN staat. Later werd dat begijnenhof bekend onder de naam Convent der Zeven Weeën, maar het is niet bekend of dat nog steeds het oorspronkelijke hof was. Over een leefregel is niets bekend. De vroegste vermelding is van 1294 en het hof bestond in elk geval nog in 1377.

    Tertiarissen van Sint Dominicus

    Begon als een begijnenhof in de buurt van de eerste Minderbroederskerk. De naam doet vermoeden dat het hof in een Derde Orde-klooster omgezet is. De laatste vermelding is van 1357.

    Sint Andrieskerk

    De benaming “kerk” is verwarrend. Dit gebouw stond buiten de eerste stadsmuur en er huisden in de 13e eeuw begijnen. Het is lang niet zeker of het hier niet de eerste behuizing van de St. Catharinadal betreft (zie Faliezusterklooster). De laatste vermelding is van 1431.
    Er is een tekening bekend van een aanval van de Luikenaren waar buiten de St.Pieterspoort een huis staat.
    Dit hof kwam aan de orde bij de thread Aldenhof vs. Catharinadal

    Tertianenconvent Bartholomeus en Michael


    Zwesteren in de Keesruwe

    Dit hof of convent viel onder de O.L.Vrouweparochie, wat slechts een heel globale indicatie geeft over de ligging.

    Zwesteren van Wiric Borneken

    Dit hof wordt in 1317 één keer vermeld in een testament. Het zal een der vele huizen betreffen die geschonken werden aan leefgemeenschappen van vrouwen, die we meestal als begijnen aanduiden. Waar het huis stond is niet bekend maar het viel onder de St. Matthijsparochie en zal dus in het noorden van de stad gestaan hebben. Gezien de volgende tekst is het niet onmogelijk dat de Tertiarissen van Dominicus en deze Zwesteren dezelfde zijn.

    Hier volgt een tekst van de site Blik op de Wereld:
    In 1330 zou een generaal kapittel der orde (der Dominikanen) gehouden worden te Keulen. Het was in den tijd. dat een hevige strijd woedde tusschen den gekozen Duitschen keizer Lodewijk van Beieren en Paus Joannes XXII. De Dorninikanen hadden de zijde van den Paus gekozen en waren daarmee Lodewijk's vijanden geworden. Deze liet zich niet onbetuigd en beraamde een aanslag tegen de afgevaardigden der Orde, die te Keulen in, kapittel bijeen waren. Maar, zoo luidt het verhaal van de Maastrichtsche kroniekschrijvers, St. Servatius verscheen in een droom aan een zuster Dominikanes. deze waarschuwde op haar beurt de paters, die Keulen haastig verlieten en het generaal kapittel der orde te Maastricht hielden.
    De waarheid van bovenstaand verhaal is wel aangevochten, maar een feit is het, dat sindsdien de orde het feest van St. Servatius altijd bijzonder heeft herdacht en in de kerkelijke getijden zijn wonderbare hulp dankbaar gedenkt. Zoodat, terwijl het feest van St. Servatius buiten Limburg en Maastricht bijna nergens bestaat, het in de Dorninikanen en Dominikanessenkloosters van de 1ste, 2de en 3de orde overal ter wereld gevierd wordt en daar den naam van Maastricht en van diens patroonheilige bekend doet zijn. In 1316 kreeg men de geestelijke leiding van een begijnhof, gesticht door een zekeren Wiric Borneke en in 1350 over het begijnhof, dat pas gesticht was aan de tegenwoordige Begijnenstraat. De Dorninikanen traden op, als raadgevers van de burgerij en de namen van hun prioren vindt men vermeld op officieele stukken naast die van de schepenen der stad en andere hoogwaardigheidsbekleders. Zoo nam men in het leven der stad een vooraanstaande en belangrijke plaats in.

    Oorspronkelijk verschenen in Limburger Koerier, 13 mei 1938 en 17 mei 1938, dr.J.Ploeg O.P.


    http://www.blikopdewereld.nl/Ontwikkeling/geschiedenis/181-maastricht/2783-de-dominikanen-in-maastricht-deel-1.html
    Last edited by Theo Bakker; 28 februari 2011, 14:49.


  • #2
    Zo werkt dat vaak, Olijfje. Mijn vader was een Fries en trok op z'n 18de naar Amsterdam. Binnen de kortste keren wist hij veel meer van de stad dan de echte Jordanese waar hij mee trouwde. Andere ogen, andere gezichtshoek, onbevangen kijk, kies maar.

    Opmerking


    • #3
      Vermelding in de Historische Encyclopedie Maastricht

      Oorspronkelijk geplaatst door Theo Bakker Bekijk bericht
      Over sommige vestigingen weet de Historische Encyclopedie Maastricht nog wel iets te zeggen, maar er zijn er ook totaal onbekend bij de redactie.
      Het is niet zo dat het schrijversteam van de Historische Encyclopedie Maastricht deze stichtingen niet kende. Het algemene uitgangspunt voor opname van lemmata in het boek was echter - zoals uit het voorwoord kan worden begrepen - dat er iets over gepubliceerd moest zijn. Een eenmalige vermelding zonder enige 'body' viel af. Summiere archiefvondsten, al dan niet in gedrukte bronnen, werden zelden opgenomen.
      Last edited by Ingrid M.H.Evers; 28 februari 2011, 22:24. Reden: inkorting

      Opmerking


      • #4
        Hondertmarck- of Zeven Weëen van Maria-conventje

        Aardig is, dat het Hondertmarck- of Zeven Weeën van Maria-conventje is beschreven in het enige boekje dat geheel gewijd is aan de geschiedenis van de Maastrichtse vrouw: Bonne et Servante, Maastricht 1986, 141 blz.

        Th.J. van Rensch gaat ter inleiding kort in op het verschijnsel begijnhoven in Maastricht. Voor het Hondertmarck-conventje heeft hij niet kunnen achterhalen volgens welke derde orderegel deze begijnen precies leefden, maar over hun dagelijkse plichten zijn wel een paar gegevens bekend.
        Het conventje lag in de Ridderstraat 'achter de minrebroeders' en in de directe nabijheid van het kapittel van Onze Lieve Vrouwe. Er staat nog wel wat van overeind.
        De naamgeving 'Hondertmarck' aan het huidige 'ingebreide' nieuwbouwcomplex tussen Ridderstraat en Onze Lieve Vrouweplein (1980) gaat terug op dit huis.

        Om in de begijnensfeer te blijven: Bonne et Servante bevat ook de geschiedenis van de 'bekering' van Blinde Stijn (Christina Mulders, * ca. 1641), die als begijntje woonde op de Beld, een conventje achter de Sint Matthijskerk. (P.J.H. Ubachs).

        In dezelfde sfeer beweegt zich nog een klein artikel van J. Bruijnzeels over zuster Rosa (Anna Maria Steijns, *1685), die zich na elf jaar kloosterleven bekeert tot 'de religie' (de gereformeerde godsdienst) en haar bruidschat probeert terug te krijgen. Geen begijn dit keer, maar een grauwzuster.
        Last edited by Ingrid M.H.Evers; 1 maart 2011, 18:06. Reden: aanvulling

        Opmerking


        • #5
          Mijn favoriet: Zwesteren in de Keesruwe

          Opmerking


          • #6
            Vicus Casei = Keesruwe = Heggenstraat

            Die 'Keesruwe' is een verbastering van Vicus Casei. Tegenwoordig heet het daar Heggenstraat.
            Last edited by Ingrid M.H.Evers; 1 maart 2011, 07:46.

            Opmerking


            • #7
              Begijnhuis of begijnhof?

              Van Rensch onderscheidt begijnhuizen (elders 'hofsteden' genoemd) en begijnhoven. De meeste werden gesticht tussen 1250 en 1350.

              In een begijnhuis woonde een aantal vrouwen tezamen in één (stads)huis, dat bij voorkeur lag in de onmiddellijke nabijheid van een kerk of kapel. Het Hondertmarck-conventje behoorde tot deze categorie. En dat conventje is nog altijd zichtbaar in het stadsbeeld: vanaf de hoek van de Ridderstraat verder dat straatje in. Het pand (deels uit de achttiende eeuw) is nu opgedeeld in enkele wooneenheden en wordt gebruikt door particulieren. Het oudste gedeelte heeft aan de straatzijde een vrij lage poort.

              Een begijnhof lag aan de rand van de stad of net erbuiten. Hier woonden de ‘swestriones’ elk in een eigen huisje zoals we dat nog kennen van het begijnhof in Amsterdam of Brugge. Het begijnhof bezat vaak een eigen kapel en begraafplaats en religieuze bediening. Bekend zijn in Maastricht de boven reeds genoemde Catharinakapel en de Andrieskapel ten zuiden van de eerste stadsmuur. De Aldenhof en Nieuwenhof behoorden tot deze tweede categorie.

              Overigens spreken in verband met begijnen (vrouwen) en begaarden (mannen) de zeer schaarse bronnen vóór 1377 vaak met een Latijnse term van een 'domus Swestriorum', een huis van 'Swestriones'. Onbekend is of het dan gaat om mannen of vrouwen. Franquinet ging zonder echte bewijsgronden uit van de vertaling ‘mannen’. Van Rensch gaat uit van vrouwen, al geeft hij toe dat hij dat vóór 1377 niet met harde bewijzen kan staven.

              Mannelijke 'begijnen' heeft de stad weinig gekend. Er heeft lange tijd een begaardenklooster gelegen in de Witmakerstraat, vermeld in de HEM en beschreven door Alting von Geusau (PSHAL 1894). Ook in Wyck schijnt een leefgemeenschap bestaan te hebben, maar afgezien van één bronvermelding is er niets over bekend.

              Bron: Th.J. van Rensch, ‘Het Hondertmarck- of Zeven Weëen-Convent’, in: Ingrid M.H. Evers, Th.J. van Rensch en P.J.H. Ubachs, Bonne et Servante, uit de geschiedenis van de Maastrichtse vrouw, Maastricht 1986, 9-26.

              Ter informatie: in de gedrukte raadsverdagen uit 1367-1428 (RGP, 1992, mw.dr. M.A. van der Eerden-Vonk) worden een enkele keer begijnen genoemd, maar over specifieke huizen/hofjes wordt weinig verdere informatie gegeven. Dat is ook niet te verwachten, tenzij de betreffende huizen inbreuk maakten op andermans rechten. Zo speelt er een conflict tussen begijnen en het ambacht waarin de 'cortspoelders' zijn verenigd.
              De benaming 'Aldenhof' lijkt tegen het einde van de veertiende eeuw eerder een toponiem te zijn dan te verwijzen naar een convent.
              Last edited by Ingrid M.H.Evers; 2 maart 2011, 03:46. Reden: aanvulling

              Opmerking


              • #8
                Kijk, we komen toch meer te weten. Ik begin plezier te beleven aan deze thread. Ik hoop dat er meer zijn.

                Opmerking


                • #9
                  Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers Bekijk bericht
                  Tegenwoordig heet het daar Heggenstraat.
                  Is het dan niet verwonderlijk dat dit onder de O.L.Vrouweparochie viel? Of liep de grens tussen de Servaas- en OLV-parochies zo grillig? Kan natuurlijk ook dat de "Kloosterlijst" het mis heeft.

                  Opmerking


                  • #10
                    Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers Bekijk bericht
                    Het kloostertje lag in de Ridderstraat 'achter de minderbroeders' en in de directe nabijheid van het kapittel van Onze Lieve Vrouwe. Er zijn nog wat bouwresten van bewaard gebleven. De naamgeving 'Hondertmarck' aan het huidige 'ingebreide' nieuwbouwcomplex tussen Ridderstraat en Onze Lieve Vrouweplein gaat terug op dit kloostertje.
                    Daarmee is de locatie van het convent een andere dan de bewuste 'Kloosterlijst' noemde. Niet daar waar de KPN nu huist maar juist aan de andere zijde van Achter de oude Minderbroeders. Kan ook een interpretatiefout van mij zijn.

                    Opmerking


                    • #11
                      Begijnhof - Derde Orde-convent

                      Dat een begijnenhof met convent aangeduid wordt is onwennig voor me. Ik werkte tot nu met het idee dat een convent altijd een klooster is, ook al was dat van de Derde Orde. Het verschil was toch het aantal geloften? Begijn één: kuisheid en tertiaris drie: soberheid, gehoorzaamheid, zuiverheid?
                      Een begijn/bogard kon altijd weer terugkeren naar de maatschappij, de geloften van een tertiaris maakte dat eigenlijk onmogelijk. Alhoewel er weer een verschil is tussen plechtige en eenvoudige geloften.
                      Gesneden koek voor mensen met een katholieke opvoeding misschien, maar niet voor mij.

                      Opmerking


                      • #12
                        convent(je)

                        Het woord ‘convent’ stamt af van het Latijnse woord ‘conventus’ = samenkomst. Het heeft nogal veel betekenissen. De eerste drie hieronder komen uit Verdam, Middelnederlandsch handwoordenboek, en lopen goeddeels parallel aan mijn drie uitgaven van Van Dale; de laatste drie komen uit die Van Dale-delen en het WEB:
                        • vergadering, samenkomst, gezelschap; een hedendaags gebruik is het BENELIM-convent, een jaarlijkse samenkomst van archivarissen uit Belgisch- en Nederlands-Limburg;
                        • de vergaderden (degenen die bijeen zijn); ook ‘het Hemelsche Convent’ = de gelukzaligen, de hemel;
                        • de samenwoning in een klooster van mannen of vrouwen, maar ook: de kloosterlingen, de kloostergemeenschap;
                        • de bijeenkomst van de stemgerechtigde leden van een kloostergemeenschap (dus de religieuzen, niet het lekenpersoneel); deze Web-definitie verduidelijkt een juridische constructie die eigenlijk onder punt 3 al is genoemd;
                        • (Van Dale, Zuidnederlands): een huis van vrouwelijke religieuzen of begijnen,samenwonend in een gemeenschappelijke woning of in eigen huisjes; het woord geldt dus voor zowel begijnhuis, als voor begijnhof;
                        • (Van Dale): slaapkamertje voor boerenknechts in een schuur.
                        Last edited by Ingrid M.H.Evers; 1 maart 2011, 17:02. Reden: redactie en aanvulling

                        Opmerking


                        • #13
                          conventje versus kevinsje

                          In Maastricht is het woord ‘conventje’ in het dialect verbasterd tot ‘kevinsje’. Het wordt zonder verder onderscheid gebruikt voor een huis of hof waarin ongehuwde vrouwen samenleefden.

                          Zo spreken we van het Hondertmarck-kevinsje, waar begijnen in een religieuze gemeenschap in één huis samenwoonden. Maar we hebben het ook over 'het kevinsje' als we spreken van de Sint Maartenshuizen op de Grote Looiersstraat. Het huidige Sint Martinushofje bood bij de oprichting in 1715 een eigen huisje aan dertien ongehuwde bejaarde vrouwen, die zich daar op bepaalde voorwaarden konden inkopen. (De naam 'hofje' dateert van na 1965).

                          Het gaat hierboven om oorspronkelijke doelstellingen, maar instellingen evolueerden in de loop der eeuwen van religieus naar profaan. Het Hondertmarck-conventje was in de achttiende eeuw nog slechts een kleine wereldlijke gemeenschap (oude vrouwen, zonder religieuze context). Dat gold ook voor het Sint Gillishospitaal: oorspronkelijk een religieuze gemeenschap, later nog slechts een huis voor bejaarde vrouwen.

                          Die bejaardenfunctie - onderkomen voor zelfstandige ouderen, zonder verzorging - gold specifiek voor de 'Sint Maartenshuizen' (nu Sint Martinushofje / 'kevinsje oppe Luurestraot') en het hofje/kevinsje dat in de negentiende eeuw werd gesticht met een legaat van juffrouw Vaes, en dat gelegen was pal tegenover de pastorie van de Sint-Matthijsparochie. Het pand staat er nog steeds en memoreert met een plaquette in de voorgevel de vrijgevige stichtster.

                          Zoals gezegd: het Mestreechs maakt met de aanduiding 'kevinsje' geen onderscheid naar 'religieus' of 'wereldlijk'.
                          Last edited by Ingrid M.H.Evers; 2 maart 2011, 07:44. Reden: correctie

                          Opmerking


                          • #14
                            Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers Bekijk bericht
                            In Maastricht is het woord ‘conventje’ in het dialect verbasterd tot ‘kevintsje’. Het wordt zonder verder onderscheid gebruikt voor een huis waarin ongehuwde vrouwen samenleefden, al dan niet in een religieuze gemeenschap.
                            [....]
                            Gaat het hier om de oorspronkelijke doelstellingen, de meeste instellingen veranderden in de loop van de eeuwen. Het Hondertmarckconventje was in de achttiende eeuw geëvolueerd naar een kleine wereldlijke gemeenschap (oude vrouwen zonder religieuze context).
                            [....]
                            Zoals gezegd: het Mestreechs maakt met de aanduiding 'kevintsje' geen specifiek onderscheid naar 'religieus' of 'wereldlijk.
                            Daarmee vervalt mijn aanname dat, zodra over een convent gesproken wordt, er sprake is van een kloostergemeenschap.

                            Opmerking


                            • #15
                              Katholieke begrippen

                              Oorspronkelijk geplaatst door Theo Bakker Bekijk bericht
                              Gesneden koek voor mensen met een katholieke opvoeding misschien, maar niet voor mij.
                              Als een tegemoetkoming aan een niet meer met bepaalde begrippen opgevoed lezerspubliek, is in de Historische Encyclopedie Maastricht een Glossarium opgenomen (blz. 602-607) dat ook veel RK-termen uitlegt. Niet dat u daar alles zult vinden wat u nu zoekt.

                              Een handig antiquarisch naslagwerk is de driedelige Historische Winkler Prins. Maar het echte werk wordt geleverd door de Katholieke Encyclopedie (25 dln) en het onvolprezen Lexikon für Theologie und Kirche (15 dln.).
                              Last edited by Ingrid M.H.Evers; 2 maart 2011, 03:51. Reden: inkorting

                              Opmerking

                              Bezig...
                              X