Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

zeilschepen op de Maas

Sluiten
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • zeilschepen op de Maas

    Ik zou graag meer weten over de beroeps zeilvaart op de Maas rond Maastricht. Voor de motorisatie, kanalen en stuwen.
    Welke scheepstypes werden gebruikt, wat was de omvang als er in Maastricht zelfs een schipperskwartier was. Ik kan er niet zoveel over vinden.
    Erwin Steegen, Kleinhandel en stedelijke ontw., is er, maar er is waarschijnlijk meer? In noord Nederland is veel gepubliceerd over vissersschepen, en schepen die het transport deden van turf, mest en specerijen. Over schepen in het zuiden met de industrie rond Luik, met o.a. steenkool en metaal en export ervan over de Maas zie ik niet veel....
    Misschien heeft u tips? b.v.d. Jo Houben

  • #2
    Welkom joho op dit forum.

    Het boek van Wil Lem en Rob Kamps "Het kanaal van Luik naar Maastricht. Een vergeten vaarweg" al gelezen?
    De leefs mer eine kier .

    Opmerking


    • #3
      Scheepvaart op de Maas voor de komst van de stoomvaart (1)

      Oorspronkelijk geplaatst door joho Bekijk bericht
      Ik zou graag meer weten over de beroeps zeilvaart op de Maas rond Maastricht. (...) Welke scheepstypes werden gebruikt, wat was de omvang als er in Maastricht zelfs een schipperskwartier was. Ik kan er niet zoveel over vinden.
      Dat u niet zoveel over zeilvaart kunt vinden, komt doordat er niet veel over te zeggen valt. Er is zeker geschreven over de Maasvaart, maar dat betreft zelden zeilvaart. Dat komt omdat zeilvaart in onze streken vrijwel onmogelijk was door de soms zeer hoge oevers. Zeilschepen vingen gewoon te weinig wind. Ook hadden ze stroomopwaarts varend (naar het zuiden) de wind vaak tegen of zo ongunstig dat men voortdurend moest laveren. En daar was de rivier, die vaak vol ondiepten zat, weer niet geschikt voor.

      Het verval tussen Luik en Maastricht was erg groot, een halve meter per kilometer. Voorbij Maastricht werd het geleidelijk minder, tot 6 cm. per kilometer bij Venlo.

      We hadden in deze streken een aantal scheepstypen: de aak (aek), barge, coppeleye (eigenlijk een combinatie van verschillende scheepstypen), de hoogars, de hoogmast, het paatschip (paetschip, of 'vlieger'), de pont, de samoureuse en de trekschuit. Sommige werden geboomd, andere getrokken (er lopen nog altijd stukken trekpad langs de Maas). In Twintig eeuwen Maastricht, de Maastrichtenaren en hun verkeer (nr. 10 in de serie 'Ach Lieve Tijd Maastricht', gepubliceerd in 1994-1996) wordt op pp. 231-233 een beschrijving van deze scheepstypes gegeven, inclusief hun tonnage en gebruik. Deze tekst is gepubliceerd zonder noten. Als u de bijbehorende literatuur wilt raadplegen, verwijs ik u naar:

      P.J.H. Ubachs en I.M.H. Evers, Historische Encyclopedie Maastricht, Zutphen 2005.

      Hierin kunt u de bovengenoemde scheepstypen opzoeken. Bij elke tekst wordt opgegeven op welke literatuur het betreffende lemma is gebaseerd. In de literatuurlijst achterin krijgt u de volledige titel van de afkortingen bij het trefwoord.
      Last edited by Ingrid M.H.Evers; 14 juni 2014, 09:30. Reden: correctie tekst

      Opmerking


      • #4
        Voor de kanalisatie.

        Ik kan u aanraden het boek van Edouard Poncelet: Paysages Mosans du XVIme siècle - Société des Biliophiles Liégeois, 1939.
        De leefs mer eine kier .

        Opmerking


        • #5
          Schippersambacht te Maastricht

          De Maastrichtse schippers regelden vervoer over de Maas en soms over de Jeker. In de dertiende eeuw namen zij al deel aan de houthandel tussen de Ardennen en West-Nederland. Aan het eind van de middeleeuwen hoorden ze wat betreft hun belang tot de middenmoot van de ambachten (gilden) in Maastricht, achter de brouwers en de vleeshouwers. Een echt schipperskwartier hebben we hier nooit gehad, al schijnen de meesten ten zuiden van de brug te hebben gewoond: Bat, Houtmaas, Stokstraat, Bernardusstraat etc. Bekend is dat in de 17e en 18e eeuw nogal wat rijke schippers woonden in het Stokstraatgebied.

          Wat betreft literatuur verwijs ik u opnieuw naar Ubachs/Evers, Historische Encyclopedie Maastricht, trefwoord 'vissers'.
          Last edited by Ingrid M.H.Evers; 14 juni 2014, 09:30.

          Opmerking


          • #6
            bedankt voor de reacties, ik ga de boeken opzoeken.

            Wat betreft de bezeilbaarheid, en de problemen met de hoge oevers. Problematisch, inderdaad.
            Er van uitgaand dat transport vanuit het Luikse echter vaak ver stroomafwaarts ging, waar dit probleem niet was, lijkt zeilen me toch een optie voor een groot deel van het traject. Zeker daar de overheersende windrichting, KNMI 2011, west tot zuidwest is.
            Van Dordrecht richting Nijmegen, stroomopwaarts, wind in de rug, van daaruit richting Luik, van opzij of schuin van voor, bezeilbaar zou ik denken. Trekpaarden huren lijkt me toch een kostenpost, en zullen zeker stroomafwaarts niet gebruikt zijn. Om de schepen bestuurbaar te houden zullen zeilen toch een funktie hebben gehad . Wanneer het schip niet sneller gaat dan de stroom heeft het roer geen grip en is het schip stuurloos.
            Misschien moet je denken over lange afstand schippers met zeilen en een groep lokale schippers zonder zeil?

            Ben Gales schrijft in zijn boek Delven en Slepen dat in 1830 vanuit Luik 230 duizend ton steenkool richting Maastricht werd verstuurd. Een hoeveelheid die 97% van de Nederlandse import dekte. Topjaar? Doel was noord Nederland/Rotterdam

            Hoe moet ik me dat voorstellen?
            230.000 ton: stel 100 ton per schip, 250? werkdagen per jaar (365 dagen minus feestdagen + minus hoog water of juist zeer weinig water)....dat zou betekenen 10 schepen per dag te laden, hoeveel zijn er dan wel niet onderweg? Het moet m.i. druk zijn geweest op de Maas en in Maastricht.....en dat waren alleen de kolen...

            Opmerking


            • #7
              Denk eens aan de Zuid-Willemsvaart, die een groot gedeelte van de Maas overbodig maakte.
              Kompleminte

              Toller

              Opmerking


              • #8
                Scheepvaart op de Maas voor de komst van de stoomvaart (2)

                Ik heb gisteren wat snel gelezen dus in mijn eerdere posting hierboven wat gecorrigeerd en aangevuld.

                Wat betreft de scheepstypen:

                * grote herna of hoogmast, 140 ton, trapeziumvormig zeil, platbodem met oplopend hek en boeg; voer zelden verder dan Venlo, omdat het bij een plotseling zakken van de Maas maandenlang in Luik of Maastricht moest liggen voordat het schip terug kon naar het noorden.

                * Limburgse hoogars (soort kleine herna), ca. 100 ton, trapeziumvormig zeil, platbodem met oplopende boeg en hek. Vooral tussen Venlo en Luik. In Luik mignolle genoemd.

                * paetschip, in Maastricht ook wel 'vlieger' genoemd; 50 tot 60 ton, vliegerzeil hoog in de mast, drie meter breed, roef op midden- of achterdek.

                * pont, 35 ton, 18 x ca. 14 meter, piepklein dekhuisje voor de schipper; vaak op sleeptouw achter een hoogmast (coppeleye), om een deel van de lading over te nemen als het eerste schip vast liep.

                * aak/aek, 10 ton, soort groot model open roeiboot die werd voortgeboomd of met een grote 'peddel' werd gestuurd.

                Literatuur
                Twintig eeuwen Maastricht, de Maastrichtenaren en hun verkeer (nr. 10 in de serie 'Ach Lieve Tijd Maastricht', gepubliceerd in 1994-1996), pp. 231-233 (Evers).
                Last edited by Ingrid M.H.Evers; 14 juni 2014, 10:39.

                Opmerking


                • #9
                  Scheepvaart op de Maas voor de komst van de stoomvaart (3)

                  Stroomopwaarts konden de schepen vanaf Maastricht zelden profiteren van de wind. Aan de wind varen was niet altijd een optie, als men in de zeventiende en achttiende eeuw dat soort tuigage voor dit soort boten al kende c.q. zinvol vond.

                  Een 140 ton metende hoogmast met coppeleye (een of twee kleinere schepen op sleeptouw) moest door 5-7 paarden worden voortgetrokken.
                  Een coppeleye waarvan het eerste schip een hoogars was, 2-4 paarden.
                  De meeste schippers hadden er twee, die indien zij niet nodig waren, in een aangepaste pont werden meegenomen.
                  Langs de rivier waren bij moeilijke punten lijndrijvers en extra paarden te huur. De trekpaden langs de Maas gaan terug tot in de middeleeuwen.

                  Literatuur
                  Twintig eeuwen Maastricht, de Maastrichtenaren en hun verkeer (nr. 10 in de serie 'Ach Lieve Tijd Maastricht', gepubliceerd in 1994-1996), pp. 231-233 (Evers).
                  Last edited by Ingrid M.H.Evers; 14 juni 2014, 10:40.

                  Opmerking


                  • #10
                    Scheepvaart op de Maas voor de komst van de stoomvaart (4)

                    De oorspronkelijke vraagstelling van de 'draadje' betrof de beroepszeilvaart voor ca. 1800. Voor de volledigheid vermeld ik nog even dat er natuurlijk ook passagiersvaart was. Dat ging per trekschuit, ook wel barge (barque) genoemd. Ook zo'n trekschuit voer in coppelye met tenminste één pont voor de trekdieren, omdat de paarden niet altijd nodig waren en meezwemmen geen optie was.

                    Tot in de negentiende eeuw bleef deze wijze van vervoer gebruikelijk. De trekschuit ging dagelijks heen en weer tussen Maastricht en Luik, in zes uur op, in drie af. Voor de eerste klas, met een plaatsje in de voorroef, betaalde men in 1615 zes sous, voor de tweede klas in de hut op de achtersteven vijf sous. Aan dek (in de zon of in regen en sneeuw) zat men voor vier sous derde klas. Over een plaatsje in een van de open volgboten (met extra vracht of tussen de benen van de paarden), kon onderhandeld worden.

                    Overigens liepen de barges ook stroomafwaarts regelmatig vast op de grindbanken in de rivier. Dan moesten de meegevoerde paarden dus overboord en proberen het schip los te trekken. Volgens een reisjournaal uit die tijd kon de tocht van Luik naar Maastricht dan wel zeven in plaats van de gebruikelijke drie uur duren.

                    Literatuur
                    Twintig eeuwen Maastricht, de Maastrichtenaren en hun verkeer (nr. 10 in de serie 'Ach Lieve Tijd Maastricht', gepubliceerd in 1994-1996), pp. 232-233 (Evers).
                    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 14 juni 2014, 10:43. Reden: aanvulling

                    Opmerking


                    • #11
                      Stoomvaart op het traject Luik-Maastricht en volgende, ca. 1840-ca. 1930 (?)

                      Oorspronkelijk geplaatst door joho
                      Ben Gales schrijft in zijn boek Delven en Slepen dat in 1830 vanuit Luik 230 duizend ton steenkool richting Maastricht werd verstuurd. Een hoeveelheid die 97% van de Nederlandse import dekte. (...) Het moet m.i. druk zijn geweest op de Maas en in Maastricht...
                      Heel precies weet ik dit niet, maar het is bekend dat de eerste stoomvaart op de Rijn en de Beneden-Maas plaats vond omstreeks 1835. Het ging in eerste instantie om met stoom aangedreven raderboten. Er bestaan verschillende tekeningen van zo'n raderboot voor Maastricht, gemaakt door Jan Brabant (1846, twee schepen van de Stoombootmaatschappij Orban: Luik-Venlo) en een gouache-achtige tekening van Alexander Schaepkens (?), naar ik meen omstreeks 1850, met de vroege Regout-fabriek op de achtergrond. Ook Philippe van Gulpen heeft verschillende stoomraderboten vereeuwigd.

                      Literatuur:
                      * Koreman/van Hellenberg Hubar, Geteekent tot Maestricht
                      * L. Spronck, Philippe van Gulpen, chroniqueur...

                      Nota Bene: Veel platen en prenten uit de negentiende eeuw zijn aanwezig bij het RHCL aan de Pieterstraat. U zult hierop weinig vrachtschepen vinden op de Maas om de eenvoudige reden ,dat die in de negentiende eeuw waar mogelijk gebruik maakten van de speciaal voor het vrachtvervoer gegraven kanalen (zie volgende posting).
                      Last edited by Ingrid M.H.Evers; 14 juni 2014, 12:03. Reden: aanvulling kanalen

                      Opmerking


                      • #12
                        Scheepvaart rond Maastricht, negentiende en vroeg-twintigste eeuw

                        Zoals hierboven al even is aangegeven diende de Maas in de negentiende eeuw al lang niet meer als verkeersweg voor het vervoer over water.
                        * In 1829 werd voor het traject van Maastricht naar 's-Hertogenbosch de Zuid-Willemsvaart opengesteld: smalle aken , voortgetrokken door paarden (of mensen) en op sommige stukken geboomd, daarna - voor wie het kon betalen - gesleept door stoomsleepboten. In Maastricht kwam aan het eind van dit traject een binnenhaven, het Bassin.
                        * Vanaf 1850 kon men op het zuidelijke traject gebruik maken van het gelijknamige Kanaal Luik-Maastricht, een lateraal kanaal met jaagpaden langs de Maas voor paarden en - een korte periode in de twintigste eeuw - motorkracht in de vorm van een Belgische autodienst. Ook zullen er wel stoomsleepboten zijn geweest.

                        Wat betreft de drukte: al kort na 1829 bleek het Bassin veel te klein, hetgeen met de aansluiting op het Kanaal Luik-Maastricht alleen maar verergerde. Een Nieuwe Haven kon eerst in de jaren 1880 worden aangelegd. Omdat de tonnages alleen maar groter werden en de bestaande kanalen te ondiep waren, kwam in de jaren 1930 in Nederland het Julianakanaal en werd de Maas deels gekanaliseerd. In België omzeilde men Maastricht door de aanleg van het Albertkanaal, met een aftakking naar het noorden die om Maastricht heen loopt, het kanaal van Briegden dat aansluit op de Zuid-Willemsvaart.

                        Over al deze onderwerpen kunt u wel het een en ander lezen op Mestreech Online; ook in dit 'draadje' hebben Breur en Toller er al op gewezen. Gebruik de zoekfunctie in de bovenbalk. Binnen een 'specifiek draadje' is nog een tweede zoekfunctie beschikbaar, in de tweede balk die dan geopend is.
                        Waar mogelijk wordt op MO anvullende literatuur opgegeven. En anders is er altijd nog weer de Historische Encyclopedie Maastricht (Ubachs/Evers).
                        Last edited by Ingrid M.H.Evers; 14 juni 2014, 12:06. Reden: aanvulling zoekfuncties MO.

                        Opmerking


                        • #13
                          geweldig Breur en Ingrid!
                          Ik sta perplex van de links die binnenkomen.
                          Ik heb al gezocht naar de verschillende boeken en uitgaven, maar ze zijn niet zomaar te krijgen, ook niet tweedehands.
                          Misschien hebben jullie een tip?

                          In het boek van Sopers, Schepen die verdwijnen, pag 149, zegt hij dat hij van het Gemeente archievaris van Maastricht uit processtukken uit Luik en Leuth meerdere afbeeldingen van schepen heeft gekregen. 1553 en 1561. Ze staan in het boek. Meerderen met zeilen.
                          Hij verteld ook over de " Walenmajol", of " Mijole" een tweemaster en echte zeiler.
                          groet Jo

                          Opmerking


                          • #14
                            Oorspronkelijk geplaatst door joho
                            Ik heb al gezocht naar de verschillende boeken en uitgaven, maar ze zijn niet zomaar te krijgen, ook niet tweedehands.
                            Misschien hebben jullie een tip?
                            Wat zou u zeggen van de bibliotheek. Geen idee of u in Maastricht woont, maar bij elke openbare bibliotheek in Nederland kunt u boeken aanvragen via het Interbibliothecair Leenverkeer, oftewel het IBL. Gewoon naar vragen aan de balie. Dat kost meestal niet veel, een paar euro, als het binnen dezelfde provincie gebeurt. Dus je vraagt in Gennep een boek aan in Maastricht en dat kost dan € 2,50 of zo. Daarbuiten soms iets meer, en soms ook helemaal niets.

                            Oorspronkelijk geplaatst door joho
                            In het boek van Sopers, Schepen die verdwijnen, pag 149, zegt hij dat hij van het gemeentearchivaris van Maastricht uit processtukken uit Luik en Leuth meerdere afbeeldingen van schepen heeft gekregen uit 1553 en 1561. Ze staan in het boek. Meerderen met zeilen.
                            Hij verteld ook over de "Walenmajol", of " Mijole" een tweemaster en echte zeiler.
                            De eerste uitgave van P.J.V.M. Sopers, Schepen die verdwijnen, dateert van 1947. Dat betekent dat de auteur die gegevens kreeg van dr. H.H.E. Wouters: betrouwbaar tot op de laatste puntkomma! De Stadsbibliotheek Maastricht heeft een 3e druk uit 1974, een door H.C.A. van Kampen bewerkte versie.

                            Van 'walenmajol' en 'mijole' is het maar een kleine stap naar 'mignolle, waarmee we dan weer zijn aanbeland bij de 'Limburgse hoogars', inderdaad een goede zeiler (zie posting 8 ).
                            Last edited by Ingrid M.H.Evers; 15 juni 2014, 09:27. Reden: redactie

                            Opmerking

                            Bezig...
                            X