Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Column Ad van Iterson

Sluiten
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • Breur
    replied
    Vele zaken waar jullie nu over corresponderen zijn uitstekend en uitvoerig beschreven in de Studies over de sociaal-economische geschiedenis van Limburg uitgegeven door het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg.

    Overigens en wellicht totaal overbodig gemeld: ik heb als geboren en getogen Maastrichtenaar geen enkele last van een minderwaardigheidscomplex.

    Leave a comment:


  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    Nu ik mijn eigen stukje heb geplaatst, zie ik dat Pier inmiddels ook commentaar heeft geleverd. 'Geografische pech', zegt Pier en hij heeft zeker geen ongelijk. Ook ik heb die factor genoemd, zij het vanuit een andere invalshoek.

    Er wordt hier in Maastricht met regelmaat gemeten met verschillende maten (zit dat in dat werkelijke, of vermeende minderwaardigheidscomplex?) en deze discussie is er een uitvloeisel van. Als we hiermee verder gaan denk ik dat we naar een ander draadje moeten.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 11 november 2021, 20:52.

    Leave a comment:


  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    Van Iterson versus Reiners (4)

    Oorspronkelijk geplaatst door El Loco
    Met sommige punten uit zijn verhaal kan ik wel wat. Zo zet hij vraagtekens bij het verhaal dat Maastricht zonder de Regouts een soort Tongeren zou zijn gebleven. Dat is inderdaad nog maar de vraag. Andere Nederlandse steden hadden geen of weinig industrie. Zijn Arnhem, Nijmegen, Groningen of Haarlem daardoor achtergebleven? Welnee. Daar heeft zich gewoon een ander soort economie ontwikkeld en die steden kenden in de negentiende en twintigste eeuw een snellere bevolkingstoename dan Maastricht. Dat Maastricht met name in de negentiende eeuw een geringere bevolkingsgroei had dan het Nederlandse gemiddelde - terwijl in Engeland en Duitsland juist de industriesteden een snelle ontwikkeling doormaakten - blijft toch een verbazingwekkend gegeven.
    Minder verbazingwekkend dan het lijkt. Want over welke jaren in de 19e eeuw spreken we hier? Ik zou wel wat vergelijkende cijfers willen zien.

    Sommige van deze vestingsteden waren al vroeg ontmanteld en open voor immigratie en uitbreiding, waaronder Arnhem (1817) en Haarlem (1821); Nijmegen en Groningen vielen onder de vestingwet van 1874, dus hebben eerst veel later die mogelijkheid. Maastricht was met haar vestingkeurslijf tot de opheffing van de vesting in 1867 eigenlijk heel ver gekomen, maar barstte wel uit haar voegen.

    Een ander aspect is de vraag naar de door El Loco opgevoerde geringe bevolkingsaanwas. Ik heb geen gelegenheid dat nu allemaal op mijn gemak uit te zoeken, maar ook hier zou ik wel eens vergelijkende cijfers willen zien. Feit is dat in Maastricht in de tweede helft van de negentiende eeuw een zeer hoge kindersterfte bestond, aanmerkelijk hoger dan het landelijk gemiddelde. Die had maar zijdelings te maken met de industrialisatie, namelijk in die zin dat veel fabrieksarbeidsters - maar ook andere vrouwen - niet wisten hoe ze hun kinderen moesten voeden. En dan letterlijk: ze gaven gewoon het verkeerde eten. Er was hun niets geleerd (feitelijk wist niemand in die jaren iets van gezonde voeding en de noden van opgroeiende baby's en zuigelingen) en de gewoonten van hun moeders (zogen tot het derde jaar, met geleidelijk aan vaste voeding) pasten niet in het industriële dagritme. Een even groot probleem vormden de vele cholera- en andere epidemieën die voor een deel via het uit België komende Maaswater de bevolking uitdunden. Dat het liberale gemeentebestuur hierin geen aanleiding zag om behoorlijke riolering en waterleiding aan te leggen, hielp ook niet. Die voorzieningen liet het over aan het particulier initiatief en zouden pas na 1885 mondjesmaat ingang vinden.

    Een derde aspect is het gegeven dat Maastricht in het uiterste puntje van Limburg zonder achterland in een grensgebied lag. Waar moest die bevolkingsaanwas - afgezien van plaatselijke geboorten - vandaan komen? De oude Regout en zijn mede-industriëlen (KNP, Céramique etc.) importeerden mondjesmaat geschoolde arbeiders en voormannen uit onder andere Engeland en Wallonië. Het platteland van Zuid-Limburg leverde ongeschoolde arbeiders. Maar als de totale bevolking van Nederland omstreeks 1850 drieënhalf miljoen inwoners bedroeg, hoe groot was daarin dan het areaal waaruit de fabrieksstad Maastricht kon putten?

    Cijfers, cijfers, cijfers graag. Sweeping statements zijn geweldig voor een columnist, maar voorlopig heb ik mijn twijfels bij de teneur van deze column.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 11 november 2021, 20:51. Reden: Herstel diakritische tekens

    Leave a comment:


  • Pier
    replied
    Geografische pech......

    Om de een of andere manier heb ik nooit iets met de columns van Van Iterson gehad.
    Dat zal aan mij liggen en is verder ook niet relevant.

    Waar ik wel van geniet is de explicatie van Ingrid Evers in de controverse tussen Van Iterson en Jacques Reiners.
    Subliem!

    Oorspronkelijk geplaatst door El Loco
    (..) Dat Maastricht met name in de negentiende eeuw een geringere bevolkingsgroei had dan het Nederlandse gemiddelde - terwijl in Engeland en Duitsland juist de industriesteden een snelle ontwikkeling doormaakten - blijft toch een verbazingwekkend gegeven (..)
    Is dit verbazingwekkend?
    Stel nu eens dat de kolen die in de Oostelijke Mijnstreek lagen gewoon in "onze" mergelgrotten hadden gelegen?
    Dan was Maastricht nu minstens zo groot als Luik en wellicht nog welvarender ook.
    Heerlen en Kerkrade zouden dan nog steeds kleine dorpjes zijn en Brunssum en zeker Hoensbroek zouden niet groter zijn dan een gehucht.

    Dus geografie is veel belangrijker dan wat dan ook.

    Oorspronkelijk geplaatst door El Loco
    (..) Zijn Arnhem, Nijmegen, Groningen of Haarlem daardoor achtergebleven? (..)
    Neen, zeker niet.
    Haarlem profiteerde van de enorme groei van Amsterdam.
    Groningen heeft geen enkele vorm van concurrentie in een omtrek van zo'n kleine 100 km. en waarom Arnhem en Nijmegen groeiden zal ook wel een reden hebben, al weet ik dat niet
    In Nijmegen hebben zo in ieder geval ook een grote universiteit en in Arnhem ligt de thuisbasis voor Akzo.

    Maastricht heeft gewoon een beetje geografisch pech gehad met het feit dat uitgerekend hier geen steenkool lag. Wel in de regio Luik, de regio Genk, Geleen en de Oostelijke Mijnstreek, maar uitgerekend hier net niet...... :(

    Leave a comment:


  • El Loco
    replied
    Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers
    En wie met die gestreepte polo + kraagje worden bedoeld is mij, ondanks het feit dat ik nu 35 jaar in deze stad woon, ook onduidelijk.
    Ik neem aan dat Van Iterson het m/v deel van de studentenpopulatie bedoeld, dat vroeger met 'koorballen' werd aangeduid. Die naam is in Maastricht niet zo van toepassing omdat er, voor zover ik weet, geen traditioneel studentencorps is.
    De opkomst van de industrie ging samen met een neergang van Maastricht als stad van zuivere kennis en kunst. Iedereen vertrok naar Luik en Brussel.
    Die zin was mij ook al opgevallen. Ingrid zei het al: een column is geen historische verhandeling; overdrijven mag en humor is zelfs zeer gewenst (en dat is Van Iterson wel toevertrouwd), maar hier rijdt hij inderdaad een scheve schaats.
    Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers
    Wat wel duidelijk is, is dat Van Iterson een loopje neemt met de geschiedenis en daarnaast Reiners' woorden selectief terugbrengt tot een persoonlijk heimwee naar een verloren gegane creativiteit in de Maastrichtse kunstscene.
    Van Iterson raakt met sommige gechargeerde uitspraken wel een gevoelige snaar bij de Maastrichtenaar, denk ik, misschien verband houdend met het altijd aanwezige minderwaardigheidsgevoel, dat vaak met een sausje van lokaal chauvinisme wordt overgoten...

    Met sommige punten uit zijn verhaal kan ik wel wat. Zo zet hij vraagtekens bij het verhaal dat Maastricht zonder de Regouts een soort Tongeren zou zijn gebleven. Dat is inderdaad nog maar de vraag. Andere Nederlandse steden hadden geen of weinig industrie. Zijn Arnhem, Nijmegen, Groningen of Haarlem daardoor achtergebleven? Welnee. Daar heeft zich gewoon een ander soort economie ontwikkeld en die steden kenden in de negentiende en twintigste eeuw een snellere bevolkingstoename dan Maastricht. Dat Maastricht met name in de negentiende eeuw een geringere bevolkingsgroei had dan het Nederlandse gemiddelde - terwijl in Engeland en Duitsland juist de industriesteden een snelle ontwikkeling doormaakten - blijft toch een verbazingwekkend gegeven. En dan heb ik het niet eens over het welvaartspeil en de culturele ontwikkeling...

    Leave a comment:


  • Breur
    replied
    Overbruggen.

    Voor een beknopt overzicht van Maastricht na de zgn. Tweede Wereldoorlog (wat speelde er allemaal) verwijs ik graag naar http://www.breurhenket.com/V/VJJverkeerenvervoer.pdf

    Leave a comment:


  • wim54
    replied
    Men kan zeggen wat men wil .
    Maastricht is en blijft in mijn ogen toch een mooie stad met alles .
    Ben er geboren ,opgegroeid en hoop er ook mijn laatste adem uit teblazen.
    Voor sommige is het nergens goed genoeg

    Leave a comment:


  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    Van Iterson versus Reiners (3)

    Afgezien van de boven vermelde historische onjuistheden meent Van Iterson dat Reiners net zo doordraaft als (in zijn ogen) 'een Eugène Regout'. Van Iterson:
    Hoeveel studenten en ook stafleden dragen bij aan die vermeende culturele bloei? Veel minder dan hovaardig wordt gedacht.
    Maar Reiners beweert helemaal niet dat de universitaire staf en studenten Maastricht cultureel dragen. Hij schrijft dat
    met de oprichting van de UM (toen nog RUL geheten) door Tans Maastricht sociaal, cultureel, intellectueel en economisch heeft kunnen herrijzen. Het ingedutte, verstofte, sterk vervallen provinciestadje uit de jaren '70 is veranderd in een aantrekkelijke, fris ogende, vaak bruisende stad vol jonge wereldburgers.
    En daarmee heeft Reiners niets miszegd. Maastricht ¡s tot aan de komst van de zesde Nederlandse medische faculteit en de later volgende uitbreiding tot universiteit 'een ingedutte, verstofte, sterk vervallen provinciestad', waar elke niet-geboren Maastrichtenaar met argwaan en hoogmoed werd bekeken (inderdaad: 'neet vaan hei' ), nauwelijks nieuwe initiatieven werden ontwikkeld en het aantal onbewoonbaar verklaarde woningen in Boschstraat-, Stokstraat- en andere kwartieren in de duizenden (!) liep.
    Door de komst van de universiteit is Maastricht er inderdaad sociaal, cultureel, intellectueel en economisch bovenop gekomen. Inderdaad is het nu een stad vol jonge wereldburgers, en oogt zij aantrekkelijk en fris (als men tenminste de straatprullebakken gebruikt en de graffitispuitbussen thuislaat). Inderdaad bruist die stad soms uitbundig, al is dat niet altijd naar ieders smaak (ook niet de mijne) en niet vergelijkbaar met wat er gebeurt in grotere steden.
    Dat op het gebied van de kunst
    Artischock, Lynx, the Sharons, de Berchmans soos, de Levende Opjekten Sjoo allemaal plaatsgemaakt (hebben) voor de gestreepte polo met opstaand kraagje kun je misschien met enig heimwee jammer vinden, maar wie wil er nu nog lopen in de kleding van de jaren zestig? En waarom zou de echt-Maastrichtse kunstenaar alleen in de beslotenheid van de potdichte stad tot hoge creativiteit hebben kunnen komen? Was in het land der blinden mogelijk Eenoog koning? Als die puur Maastrichtse creativiteit er niet meer is, aan wie ligt dat dan?
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 11 november 2021, 20:48.

    Leave a comment:


  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    Van Iterson versus Reiners (2)

    Wat betreft die geschiedenis start Van Iterson met een serie onjuistheden. Hij haalt Eugène Regout aan die niet ten onrechte stelde, dat zonder het initiatief van zijn vader Pie Regout Maastricht nog lang een dode stad zou zijn gebleven. Van Iterson:
    Klopt dit argument? Een beetje. Geen industrie zonder de Regouts (...).
    Nou, het klopt een beetje veel, maar belangrijker vind ik Van Itersons volgende opmerking:
    maar de schaduwkant van hun project blijft onderbelicht. (...) De opkomst van de industrie ging samen met een neergang van Maastricht als stad van zuivere kennis en kunst. Iedereen vertrok naar Luik en Brussel.
    Dit laatste is echt geweldige onzin. Kunstenaars waren eind achttiende en begin negentiende eeuw in Maastricht met een lantaarntje te zoeken en als ze er al waren, dan kwam het merendeel uit andere streken. Wat betreft die 'stad van zuivere kennis': In de Franse Tijd bleek het kennisniveau van de zonen van de gegoede burgerij zo laag, dat de enige school voor voortgezet onderwijs, de Ecole Centrale, waarvan het diploma toegang gaf tot de universiteit, moest worden gesloten en vervangen door de Ecole Secondaire, die een trapje lager stond. In 1817 kwam er een Koninklijk Atheneum, voor een handvol middelbare scholieren. Maastricht was begin negentiende eeuw, of ten tijde van de industrialisering per se geen stad van 'zuivere kennis en kunst', al woonden er intellectuelen en zelfs enige kunstenaars.


    Van Iterson suggereert een uittocht naar Luik en Brussel vanwege het industriële klimaat. Zeker, deze universiteitssteden waren in trek (net als Antwerpen voor de kunstacademie, (Leuven moeten we ook niet vergeten), vooral vanwege de rooms-katholieke achtergrond. En Luik dus ondanks de aanwezigheid van eigen industrie! In Noord-Nederland hadden Maastrichtenaren gewoon minder kansen, voelden zij zich minder thuis.

    Maar die uittocht van ambitieuze individuen is er altijd geweest. Wie in vroeger eeuwen intellectueel of artistiek iets wilde bereiken, zocht naar een aanstelling bij een universiteit, of naar een weldoener aan een of ander hof. Noch de ene, noch de andere voorziening was in Maastricht voorradig. Misschien doelt Van Iterson op de 'collectieve' uittocht die plaats vond in 1830-1834, toen een deel van de in Maastricht wonende intellectuelen tijdens de Belgische Opstand (1830-1839) koos voor de Belgische nationaliteit. Die intellectuelen waren echter lang niet allemaal van Maastrichtse geboorte. Een groot deel had hier een baan, bij het atheneum, het garnizoen, de rechtbank of anderszins. De uitwijkelingen - artsen, juristen, notarissen, rechters, docenten etc. - vertrokken omdat zij huizen en goederen hadden liggen in wat nu Belgisch-Limburg zou worden, of omdat zij in België riante posities konden krijgen. Alle 'Hollandse' ambtenaren moesten daar immers vertrekken? Dus werd de een achtereenvolgens Belgisch minister van Financiën, Binnenlandse Zaken en Oorlog (dat was Charles de Brouckère jr.) en een ander president van de rechtbank in - bijvoorbeeld - Hasselt. Dat ze bijna allen lid waren van de in 1822 opgerichte Société des Amis (etc.) was een forse aderlating voor het plaatselijke intellectuele klimaat, maar als Maastricht zelf voldoende wetenschappelijke ruggengraat had gehad, was het vertrek van een derde van de leden geen blijvend probleem geweest. Dat was het uiteindelijk ook niet.
    'Zuivere kennis en kunst' zijn termen die tot voor kort voor Maastricht niet van toepassing konden zijn. Maar intellectuele en kunstzinnige belangstelling is er ook na de Belgische Opstand in later tijd altijd geweest. Mondjesmaat, en met een inmiddels gewijzigde belangstellingssfeer. Niet langer medicijnen, natuur- en wiskunde, maar oudheidkunde/archeologie, geschiedenis, paleontologie, biologie, ja zelfs kunst. Echter, die belangstelling voor de wetenschappen en kunst was 'de Maastrichtenaar' nooit eigen.


    Dat de industrialisering een uittocht van 'zuivere kennis en kunst' heeft veroorzaakt, raakt kant noch wal. De enige mij bekende uittocht dateert van voor de industrialisering, uit de jaren 1830-1834, aan het begin van de Belgische Opstand. Regout begon zijn eerste fabriekjes in 1834 (niet alleen maar ook met anderen!) en deze initiatieven zouden pas in het midden van de eeuw tot volle ontplooiing komen. Als na die tijd Maastrichtenaren de stad verlieten om elders te studeren en carrière te maken, dan was (en is) er niets nieuws onder de zon.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 11 november 2021, 20:45. Reden: Herstel diakritische tekens

    Leave a comment:


  • Ingrid M.H.Evers
    replied
    Van Iterson versus Reiners (1)

    (...) de gemeente en de kwartiermakers van Maastricht & Euregio Maas-Rijn 2018 (laten) een unieke kans laten liggen op een terrein dat zich bij uitstek leent voor euregionale samenwerking, namelijk dat van wereldmuziek, -film, -dans en gesproken woord is onvergeeflijk. En dat voor slechts € 15.000, ofwel vier maanden niet lunchen met Onno Hoes.
    Die laatste zin van Reiners was niet zo slim, want zij suggereert dat het hoofd van Studium Generale dagelijks luncht met de burgemeester. Dat is niet waarschijnlijk, zoals het evenmin waarschijnlijk is dat deze laatste dagelijks buiten de deur eet. Overigens lijkt 125 euro mij geen overdreven bedrag voor een warme lunch voor twee personen die beiden uit zijn op goede relaties en dan ook nog ieder iets van de ander willen (15.000 : 120 dagen = à ƒ 125, voor twee personen, inclusief drank en fooi).

    Maar dat ter zijde. Want een column is natuurlijk een column: lekker spits en lekker snel, maar geeft Van Iterson Reiners' bedoeling wel correct weer? Reiners schrijft:
    Het zou goed zijn als de gemeente zich blijft realiseren dat met de oprichting van de UM (toen nog RUL geheten) door Tans Maastricht sociaal, cultureel, intellectueel en economisch heeft kunnen herrijzen. Het ingedutte, verstofte, sterk vervallen provinciestadje uit de jaren ’70 is veranderd in een aantrekkelijke, fris ogende, vaak bruisende stad vol jonge wereldburgers. Bron: Maastricht Actueel, 20 July 2012.
    Van Iterson citeert dit foutloos, maar dan gaat hij voort:
    Het staat er echt: ingedut, verstoft, ja zelfs vervallen. Maar dankzij de "jonge wereldburgers." Reiners draaft hier door als een Eugène Regout. Hoeveel studenten en ook stafleden dragen bij aan die vermeende culturele bloei? Veel minder dan hovaardig wordt gedacht. Dankzij de universiteit is het algemeen niveau in Maastricht gestegen en zijn we, zeker als kunstconsumenten, Tongeren andermaal voorbij gestreefd. Maar de toppen van de creatie zijn afgevlakt. Het aparte en innovatieve van de Maastrichtse kunst van vóór 1974 heeft fors ingeboet. Artischock, Lynx, the Sharons, de Berchmans soos, de Levende Opjekten Sjoo: allemaal plaatsgemaakt voor de gestreepte polo met opstaand kraagje.
    (Bron: DDL, 28-7-2012)


    Wat staat hier nu eigenlijk? Ik weet het niet zo goed, maar ja, ik ben dan ook 'neet van hei'. Ik kwam pas in november 1976 naar Maastricht, dus ik zou eens moeten studeren op wat die namen (Artischock, Lynx etc.) precies inhouden. En wie met die gestreepte polo + kraagje worden bedoeld is mij, ondanks het feit dat ik nu 35 jaar in deze stad woon, ook onduidelijk.

    Wat wel duidelijk is, is dat Van Iterson een loopje neemt met de geschiedenis en daarnaast Reiners' woorden selectief terugbrengt tot een persoonlijk heimwee naar een verloren gegane creativiteit in de Maastrichtse kunstscene.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 11 november 2021, 20:37. Reden: Herstel diakritische tekens

    Leave a comment:


  • Breur
    replied
    Provinciestadje

    "Het ingedutte, verstofte, sterk vervallen provinciestadje uit de jaren zeventig is veranderd in een aantrekkelijke, fris ogende, vaak bruisende stad vol jonge wereldburgers.

    Ammehoela; ga ergens op een bankje zitten, maak een wandeling en observeer. Dan zie ik ook andere beelden.

    Leave a comment:


  • El Loco
    replied
    Impassant, 28-7-2012

    Weer een hele rake, deze week:
    Provinciestadje
    door Ad van Iterson

    De slimste Maastrichtenaar. Leuk ideetje voor een zomerquiz op TV Maastricht? Hier alvast een vraag. Van wie is deze uitspraak? „Als niet door de energie van mijn vader fabrieken in Maastricht waren opgericht, dan zou men eens zien wat een armzalig plaatsje Maastricht zou wezen.” De zoon van de Regout, goed zo. Weet u welke, want Petrus had er wel vijf? Eugène, opnieuw goed. Bij dit lokaal beroemde citaat wordt vaak Tongeren genoemd. Zonder de vaart van de ouwe Regout zou Maastricht zoiets als Tongeren zijn gebleven. Een ingeslapen provinciestadje en niet de dynamische industriestad die het is geworden, met carrièrekansen voor meester-decorateurs, bijvoorbeeld. Klopt dit argument? Een beetje. Geen industrie zonder de Regouts, maar de schaduwkant van hun project blijft onderbelicht. Ik heb het niet over de arbeidsomstandigheden, die schande is voldoende bekend. De opkomst van de industrie ging samen met een neergang van Maastricht als stad van zuivere kennis en kunst. Iedereen vertrok naar Luik en Brussel.
    Frappant: het argument van Eugène blijft het Maastrichtse debat inspireren. Op Maastricht Aktueel staat een ingezonden brief van Jacques Reiners van Studium Generale. De gemeente wil de subsidie voor zijn Global Culture Festival stopzetten. Dat festival presenteert wereldmuziek, wereldfilm en werelddans. Een groot succes. En ik snap dat het zuur is dat Maastricht haar bijdrage van 15.000 euro intrekt. Vier maanden niet lunchen met Onno Hoes, stelt de brievenschrijver bitter.
    De argumenten tegen stopzetting. Studium Generale is een onderdeel van de universiteit, maar de deur staat ook open voor algemeen publiek. De Maastrichtenaren profiteren mee van het aanbod. Dat is waar. Daarbij, wereldmuziek, etc., leent zich „bij uitstek” voor Euregionale samenwerking. Ja? Als Reiners het zegt, geloof ik het. Maar nu het hoofdargument. Het zou goed zijn „als de gemeente zich blijft realiseren dat met de oprichting van de UM Maastricht sociaal, cultureel, intellectueel en economisch heeft kunnen herrijzen. Het ingedutte, verstofte, sterk vervallen provinciestadje uit de jaren zeventig is veranderd in een aantrekkelijke, fris ogende, vaak bruisende stad vol jonge wereldburgers.”
    Het staat er echt: ingedut, verstoft, ja zelfs vervallen. Maar dankzij de „jonge wereldburgers”… Reiners draaft hier door als een Eugène Regout. Hoeveel studenten en ook stafleden dragen bij aan die vermeende culturele bloei? Veel minder dan hovaardig wordt gedacht. Dankzij de universiteit is het algemeen niveau in Maastricht gestegen en zijn we, zeker als kunstconsumenten, Tongeren andermaal voorbij gestreefd. Maar de toppen van de creatie zijn afgevlakt. Het aparte en innovatieve van de Maastrichtse kunst van vóór 1974 heeft fors ingeboet. Artischock, Lynx, the Sharons, de Berchmans soos, de Levende Opjekten Sjoo: allemaal plaatsgemaakt voor de gestreepte polo met opstaand kraagje.

    (Bron: DDL, 28-7-2012)

    Leave a comment:


  • Clio
    replied
    Héérlijk! Bijna een Carmiggelts Cursiefje.
    Last edited by Clio; 11 november 2021, 20:23. Reden: accenten verbeterd

    Leave a comment:


  • El Loco
    replied
    Grote en kleine Randwyckse drama's

    In de schaduw van het koningsdrama, dat zich deze week afspeelde in het Limburgse provinciehuis:
    Samira
    door Ad van Iterson

    Twee vrouwen staan bij een poetshok van een kantoor op Randwyck. De ene houdt zich nonchalant vast aan een schoonmaakvehikel. Een ingewikkeld geval waaraan van alles ophangt: een lichtblauwe vuilniszak, een bak met halfvuil water, allerlei borstels, lapjes en zeemleren.
    Deze vrouw heeft een NoordAfrikaans voorkomen, maar in de alternatieve variant. Spijkerbroek met haast angstaanjagend nauwe pijpen; een dansende bos krullen. Ze doet denken aan een Algerijnse vrijheidsstrijdster uit de jaren zestig.
    De andere vrouw heeft een personeelsklapper bij zich. Haar uiterlijk is honderd procent autochtoon. Zwart geverfd stekeltjeshaar, met een paar lange punten bij de oren en in de nek. Een wipneus, maar geen vrolijke. Een eind daaronder een mond waaromheen een pikdonker liplijntje is getrokken.
    Ze tikt met haar vingernagel op het papier van de klapper en roept tegen de Algerijnse: „Het gaat goed, hè! Met jou! Jouw werk! Goed! Beter geworden! Initiatief! We zien initiatief!” Dat wordt beaamd. „Ja. Geen problemen.”
    „Alleen...”, zegt de stekeltjesvrouw, „ik moet het zeggen, hoewel ik besef dat je pas bij ons bent.” „Drie maanden,” geeft de Algerijnse toe. „Ik moet zeggen”, gaat de zwartomrande verder, „dat je nog geen teamplayer bent. Althans, wij zien het niet.”
    „Nee,” zegt de Algerijnse met een zweem van vraag in haar stem. „Inderdaad: néé! De schoonmaakbranche, meisje, daar moet je teamplayer voor zijn. Sa-men wer-ken. El-kaar op-van-gen. En ja: samen een sigaretje roken in de pauze. Kletsen over de dingen in Maastricht. Maar jij...”
    De vrouw kijkt in haar klapper. „Jij, Samira, opereert liever op haar eentje. Denkt dat ze het schoonmaakgebeuren alléén afkan. Snapt kennelijk niet dat onze cultuur niet zo in elkaar steekt.”
    Samira onderbreekt de cynische tirade door te vragen of ze naar de Maastrichtse of de schoonmaakcultuur verwijst. „Ja! Nee!”, zegt de ander. „Ik heb het over de Westerse cultuur in het algemeen!” „Die cultuur is toch iedereen-voor-zich en juist niét samen-doen?” zegt Samira.
    Haar cheffin is overbluft. Ze weet niets anders te stamelen dan het ultieme Maastrichtse verweer: „Jij bent gewoon niet eentje van ons!”

    (bron: DDL, 21-4-2012)

    Leave a comment:


  • parel
    replied
    Dat is op zaterdag het eerste wat ik doe, de column lezen van Ad van Iterson, zo herkenbaar.
    En dan zijn stijl van schrijven, héérlijk toch.

    Casusboek interne organisatie, heeft hij samen met Prof. A.van Witteloostuijn geschreven, voor de faculteit economie.
    Echter Ad zijn stukken haal je er zo uit.

    Leave a comment:

Bezig...
X