Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Historische nonsens, onbegrepen gegevens en plagiaat in de pers

Sluiten
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • Historische nonsens, onbegrepen gegevens en plagiaat in de pers

    'Tweeherigheid'

    'Je hoort het "Hollandse" toeristen vaak zeggen: ,,Het lijkt hier wel het buitenland!” Steevast heb je dan de neiging om ze te corrigeren: ,,Het lijkt niet zo, het is zo.” Maastricht is in de verste verte geen Delft, Middelburg, Amsterdam of Utrecht. In dat opzicht verschilt Mestreech beslist van een Nederlandse stad. Ze komt wel overeen met Waalse steden als Luik, Hoei, Namen en Dinant. De straatkeien, de blauwe Naamse steen en de huizen in Maaslandse Renaissance-stijl maken dat die steden veel met elkaar gemeen hebben. De daken zijn het meest bijzonder. Trapgevels ontbreken [kop Brusselsestraat, bijvoorbeeld?] en de noklijn loopt evenwijdig aan de straat. De zijmuren zijn hoog opgemetseld en dragen het dak. Door de grote diepte van de meeste panden zijn de daken hoog. Ze versterken het buitenlandse beeld. Mestreech is een Waalse [!] stad. Dat komt door haar eeuwenlange oriëntatie op Luik. Vanaf pakweg de dertiende eeuw wordt de stad bestuurd door de Prins-bisschop van Luik. Hij doet dat samen met de hertogen van Brabant (na de Tachtigjarige Oorlog de Staten-Generaal van Holland). Pas met de Franse revolutie komt er een eind aan het Ancien Regime en aan de macht van de Prins-bisschop. De stad wordt dus al die tijd bestuurd door twie hiere. Deze twiehiergheit (tweeherigheid) gold voor meer steden in Europa (zoals Bitburg in de Eifel), maar Maastricht heeft het het langste volgehouden [o ja?]. De stad is verdeeld in Luiks en Brabants (Staats) grondgebied. De grenzen lopen door elkaar heen, Alleen Wyck en een deel van de binnenstad zijn tweeherig. De Servaaskerk is Brabants en de Onze Lieve Vrouwekerk Luiks. Er zijn ook twee burgemeesters en twee hooggerechten (en laaggerechten) [één indivies laagegerecht!].
    Het stadhuis is gemeenschappelijk bezit [van de stad!]en kent twee opgangen [ha!, dus…]; er is een Brabantse en een Luikse Kamer [en wat wilt u daarmee zeggen?]. Gezamenlijk eigendom zijn ook de stadspoorten (met de sleutels), de gevangenissen, de straten, de putten en de maten en gewichten. [allemaal halfbakken of onjuist]. Het belastingstelsel, het innen van boetes en het slaan van munten [!] wordt in overleg vastgesteld. De inwoners zijn ofwel Luiks dan wel Brabants onderdaan [geldt ook weer niet over de gehele linie].
    Meestal gaat het mis met twee kapiteins op één schip, maar in Maastricht houdt het systeem eeuwenlang tot 1794 stand. Mestreechtenere, vertrouwd als ze zijn met twee heren, spinnen er garen bij. Wat ste neet beij d’n eime kreigs, vreugste aan d’n aandere. (Wat je bij de een niet krijgt, vraag je aan de ander...). Wellicht dat dât heeft bijgedragen aan de wa laconieke houding van de Mestreechteneer in zijn omgang met magistraten. Mestreech behuurt aan geine van de twie hiere apart, ze luustert allein naar de twie hiere same. Tot het adagium van de stad behoort dan ook de uitdrukking: Eine hier, geine hier, twie hiere eine hier. (Eén heer, geen heer, twee heren één heer).'

    TON HAMELEERS EN ALDERT DREIMÃœLLER
    DDL, 4-5-2010

    PS. Het onderstreepte is het meest opvallend, maar in feite deugt er weinig of niets van dit verhaal. Onbegrepen onzin.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 8 mei 2010, 10:02.

  • #2
    Je hebt gelijk, Ingrid. Het 'anders zijn' wordt weer eens lekker aangedikt. Altijd wordt de 'onbekende Hollander' aangehaald, die Maastricht zo buitenlands vindt. Nooit hoor je de 'onbekende Luikenaar', die Maastricht misschien wel net zo anders vindt. Over het verschil tussen Maastricht en Gent of Koblenz lees je ook nooit. Maastricht ligt op pakweg 200 km van de meeste Hollandse steden, dus het is niet meer dan normaal dat het er ietsje anders uitziet.

    Die tweeherigheid blijft natuurlijk een lastig onderwerp en ik kan me voorstellen dat je daar makkelijk over struikelt als je een populair artikeltje voor de krant moet schrijven. Ik heb laatst dat artikel van Wouters over de Maastrichts-Luikse betrekkingen in de Middeleeuwen aangehaald (zie hier), en daar kom je er pas goed achter hoe ingewikkeld de Maastrichtse status was (en door de eeuwen heen aan verandering onderhevig). Wel of niet neutraal, wel of niet één van de 'bonnes villes', wel of niet vertegenwoordigd in de Luikse staten, het antwoord is nooit simpel ja of nee.

    Opmerking


    • #3
      Tweeherigheid (2)

      Afgezien van een gebrek aan vergelijking en nuancering in dit artikel, moet opgemerkt worden dat de Maastrichtse tweeherigheid tweeledig was (en dat is tamelijk bijzonder). Er was een territoriale, maar ook een personele tweeherigheid, en dat is hier vrolijk door elkaar gehusseld.

      Het onderwerp is in kort bestek behandeld in de HEM (2005), pp. 537-538 en uitgebreider in: P.J.H Ubachs, Twee heren, twee confessies (1975) en A.Fl. Gehlen, Het notariaat in het tweeherig Maastricht (1981). Wie liever wat minder diepgaand en wetenschappelijk wil graven, verwijs ik naar Ach Lieve Tijd Maastricht, afl. 3: De Maastrichtenaren en hun bestuurders (Van Rensch/Evers, 1995), waar de hoofdzaken met een lichtere toets zijn geschilderd.

      Wat ook onjuist is, is de nadruk op een bestuur door de twee heren. Niet de heren bestuurden Maastricht, maar de Maastrichtenaren, zij het volgens wetten die door beide heren waren goedgekeurd. Maastricht had een heel grote zelfstandigheid, waarin de beide heren relatief weinig te zeggen hadden. Om bijvoorbeeld de belastingen te verhogen, moesten zij een bede doen (bedelen, dus), en de Luikse bisschop zocht tijdens de onlusten in het Luikse weliswaar zijn toevlucht binnen de stad, maar dat kon alleen met toestemming van de gehele (dus ook de Brabantse) Raad.
      De Brabantse en de Luikse schout zagen toe op de rechtzinnigheid van het Maastrichtse bestuur (hield men zich aan wetten en verplichtingen?), maar daar hield het mee op. In het algemeen mag gesteld worden dat slechts als beide heren één lijn trokken, zij in voorkomende gevallen veranderingen konden aanbrengen in de bestaande priviliges en wetten van de stad.

      Wat meestal ook niet begrepen wordt, is dat tot aan de Franse Tijd (1794-1814) een verandering van heer niet noodzakelijk een verandering van bestuur betekende. Het waren dynastieke wisselingen, die weinig of geen invloed hadden op het reilen en zeilen van de stad. Die dynastieke wisselingen waren namelijk altijd gekoppeld aan het behoud van bestaande stedelijke privileges (rechten).

      "Ja maar", hoor ik u al denken, "hoe zit dat dan na 1579 als de stad rigoureus gerekatholiseerd wordt? Dat is toch anders dan voorheen?" Inderdaad: een heel nieuw regime dat door de - door de Brabantse landsheer deels nieuw benoemde - Raad moet worden geaccepteerd en doorgevoerd. Maar dat alleen omdat op dat moment beide heren het eens zijn. Zij (de graaf van Brabant/koning van Spanje en de prinsbisschop van Luik) hebben dezelfde godsdienst (rooms-katholiek) en maken zich tesamen sterk voor het behoud van die godsdienst in Maastricht. Dat brengt vijftig jaar rekatholisatie en verjaagt veel protestanten uit de stad.

      Omgekeerd zijn na de verovering door stadshouder Frederik Hendrik in 1632 de Maastrichtse katholieken niet twee eeuwen lang door de protestantse Staten-Generaal onderdrukt, zoals zo vaak wordt beweerd! In het vredesverdrag van 1632 worden de stedelijke privileges en de rechten der katholieken expliciet gewaarborgd. Wel krijgen nu de gereformeerden (calvinisten) dezelfde rechten als de katholieken en wel omdat hun godsdienst de godsdienst is in de Republiek, vanaf 1632 de drager van de Brabantse heerlijke rechten.

      Er heeft dus na 1632 géén onderdrukking of achterstelling van het katholieke volksdeel plaats gehad: de religies van beide heren hadden gelijke rechten. Wel ging dat op basis van de in die tijd gebruikelijke pariteit: alles gelijkelijk - dus voor de helft - verdeeld over beide groepen, ook al waren die groepen niet even groot (veel katholieken, een handvol protestanten). Nu lijkt dat onrechtvaardig, gewend als we in de twintigste eeuw zijn geraakt aan een verdeling op basis van het aantal koppetjes. In vroeger eeuwen ging men echter niet uit van het individu, maar van de groep.
      Last edited by Ingrid M.H.Evers; 9 mei 2010, 12:52. Reden: tekstcorrecties

      Opmerking

      Bezig...
      X