Vandaag een groot artikel in Dagblad De Limburger over Karen Jeneson, het vernieuwde Thermenmuseum en Romeins Heerlen, dat volgens Jeneson zoveel groter was dan voorheen gedacht. Jeneson hoopt een discussie hierover op gang te brengen. Of dat ook consequenties voor Romeins Maastricht zal hebben?
Romeinse revolutie in Limburg
Nieuwe vaste tentoonstelling in het Thermenmuseum in Heerlen
door Patrick Marx
Zo’n 50 jaar voor Christus kwamen de Romeinen naar Limburg. Alle Romeinen? Nee, een paar duizend. Hun komst veroorzaakt de grootste cultuuromslag die Limburg heeft gekend. Het Thermenmuseum in Heerlen laat, sinds gisteren, de omwenteling zien in een nieuwe vaste tentoonstelling. De Limburger staat centraal.
Op alle denkbare gebieden veranderde het leven van de ijzertijdLimburger toen Julius Caesar onze regio inlijfde. De Romeinen brachten nieuwe bouwstijlen en landbouwtechnieken mee maar ook goden, het Latijn en de kip. De Limburger nam, na enige tegenstribbeling, deze cultuur over hoewel de oorspronkelijke Keltische en Germaanse invloeden zichtbaar bleven.
„Als je Asterix en Obelix leest, krijg je een aardig beeld van de samenleving van de ijzertijd-Limburger”, zegt Karen Jeneson, conservator van het Thermenmuseum. „Ze leefden in kleine, zelfvoorzienende nederzettingen waar ze genoeg graan verbouwden om de winter mee door te komen. Ook maakten ze hun eigen kleding, gereedschappen en werktuigen. Hun huizen bouwden ze van hout, takken, stro en riet. Hoewel ze vooral een geïsoleerd bestaan leidden, waren er onderlinge contacten en was er ruilhandel.”
Na de komst van de Romeinen, vormt de Geul een bestuurlijke grens. Het gebied ten noordoosten van Heerlen valt onder hoofdstad Xanten en het gebied ten zuidwesten van Maastricht onder Tongeren. „Die bestuurlijke indeling is nodig voor het heffen van belastingen”, zegt Jeneson. „De kolonisatie was immers op winst gericht.” Met de bestuurlijke onderwerping aan Rome en de bijbehorende infrastructuur kwam de weg voor de Romeinse beschaving en kennis vrij. De Limburgers namen gebruiken over. „Luxe Romeins aardewerk maakten ze al snel na met lokale klei.” Volgens Jeneson was de transformatie het grootst op het platteland. „Soldaten en stedelingen vergroten de markt voor graan en vee. Dit bracht meer rijkdom mee. De lokale boeren konden zich grotere huizen naar Romeins model veroorloven. Zo ontstonden de villaboerderijen met een stenen hoofdgebouw en houten bijgebouwen. Vooral de laatsten bouwden ze op traditionele, inheemse manier maar naar Romeins model.”
Meer Keltische en Germaanse gebruiken bleven overeind. De kledingstijl bijvoorbeeld, veranderde maar weinig. Typisch voor ZuidLimburg was een wollen cape met capuchon. Aan hun natuurgodsdienst echter hielden de Limburgers het langst vast. Hun goden waren elementen uit het landschap zoals de top van een heuvel. Langzaam maar zeker slopen Romeinse invloeden in het geloof. Vooral Mercurius, god van de handel en Minerva, godin van de ambachtslieden, vielen in de smaak.
Het meest opmerkelijk aan de nieuwe tentoonstelling is een enorme reconstructietekening van de stad Heerlen. Het blijkt een compacte stad, vol Romeinse huizen. Deze reconstructie verschilt rigoureus van de tekening die de oude tentoonstelling sierde. Hierop was Heerlen te zien als een bijna dorpse nederzetting met veel open ruimten. „Als je alle vondsten en opgravingen in Heerlen bij elkaar neemt, blijkt Heerlen een grote Romeinse stad te zijn geweest. Even groot als Xanten en een beetje kleiner dan Romeins Keulen. Ik verwacht veel discussie over de reconstructie. Wetenschap bestaat echter voor een groot deel uit discussie en die ontbrak tot nu toe als het om Heerlen gaat.”
De opkomst van de steden zoals Heerlen en Maastricht bracht nog een verandering mee. De zelfvoorzienende alleskunners, landbouwers en ambachtslieden tegelijk, werden specialisten, mensen die nog maar één vak beheersten, zoals dat van smid of pottenbakker. Vooral in de stad kwam dit tot uiting. „Heerlen kende een grote aardewerkindustrie met typische producten die aan vorm en klei herkenbaar zijn”, aldus Jeneson. „De stad telde zeker 50 pottenbakkerijen. Één pottenbakker kennen we omdat hij zijn naam en die van zijn geliefde op een kruik achterliet. Lucius Verenius maakte het voor Amaka. Lucius heeft een Romeinse naam. Amaka is een inheemse Germaanse naam.”
De Romeinen legden met hun rijk vrijwel de hele bekende wereld open voor de Limburgse handelaren. Zo bestelde een Heerlense producent van badoliekruikjes 80 pond kurk bij de Griekse handelaar Atticus. „Als Heerlenaar kon je overal spullen bestellen en die kwamen na verloop van tijd daadwerkelijk aan.” Een ander voorbeeld is een in Heerlen gevonden offerschaal uit het gebied dat nu Irak is. In de eeuw na de Romeinse onderwerping veranderden de in hun geïsoleerde nederzettingen levende ijzertijd-Limburgers tot wereldburgers. Hoe ouderwets de Romeinen nu ook mogen lijken. Zelfs de manier waarop moderne media de wereld voor ons openleggen, kan niet tippen aan de wijze waarop de Romeinen het leven van de Limburgers volledig op zijn kop zetten.
(Bron: DDL, 13-4-2012)
Nieuwe vaste tentoonstelling in het Thermenmuseum in Heerlen
door Patrick Marx
Zo’n 50 jaar voor Christus kwamen de Romeinen naar Limburg. Alle Romeinen? Nee, een paar duizend. Hun komst veroorzaakt de grootste cultuuromslag die Limburg heeft gekend. Het Thermenmuseum in Heerlen laat, sinds gisteren, de omwenteling zien in een nieuwe vaste tentoonstelling. De Limburger staat centraal.
Op alle denkbare gebieden veranderde het leven van de ijzertijdLimburger toen Julius Caesar onze regio inlijfde. De Romeinen brachten nieuwe bouwstijlen en landbouwtechnieken mee maar ook goden, het Latijn en de kip. De Limburger nam, na enige tegenstribbeling, deze cultuur over hoewel de oorspronkelijke Keltische en Germaanse invloeden zichtbaar bleven.
„Als je Asterix en Obelix leest, krijg je een aardig beeld van de samenleving van de ijzertijd-Limburger”, zegt Karen Jeneson, conservator van het Thermenmuseum. „Ze leefden in kleine, zelfvoorzienende nederzettingen waar ze genoeg graan verbouwden om de winter mee door te komen. Ook maakten ze hun eigen kleding, gereedschappen en werktuigen. Hun huizen bouwden ze van hout, takken, stro en riet. Hoewel ze vooral een geïsoleerd bestaan leidden, waren er onderlinge contacten en was er ruilhandel.”
Na de komst van de Romeinen, vormt de Geul een bestuurlijke grens. Het gebied ten noordoosten van Heerlen valt onder hoofdstad Xanten en het gebied ten zuidwesten van Maastricht onder Tongeren. „Die bestuurlijke indeling is nodig voor het heffen van belastingen”, zegt Jeneson. „De kolonisatie was immers op winst gericht.” Met de bestuurlijke onderwerping aan Rome en de bijbehorende infrastructuur kwam de weg voor de Romeinse beschaving en kennis vrij. De Limburgers namen gebruiken over. „Luxe Romeins aardewerk maakten ze al snel na met lokale klei.” Volgens Jeneson was de transformatie het grootst op het platteland. „Soldaten en stedelingen vergroten de markt voor graan en vee. Dit bracht meer rijkdom mee. De lokale boeren konden zich grotere huizen naar Romeins model veroorloven. Zo ontstonden de villaboerderijen met een stenen hoofdgebouw en houten bijgebouwen. Vooral de laatsten bouwden ze op traditionele, inheemse manier maar naar Romeins model.”
Meer Keltische en Germaanse gebruiken bleven overeind. De kledingstijl bijvoorbeeld, veranderde maar weinig. Typisch voor ZuidLimburg was een wollen cape met capuchon. Aan hun natuurgodsdienst echter hielden de Limburgers het langst vast. Hun goden waren elementen uit het landschap zoals de top van een heuvel. Langzaam maar zeker slopen Romeinse invloeden in het geloof. Vooral Mercurius, god van de handel en Minerva, godin van de ambachtslieden, vielen in de smaak.
Het meest opmerkelijk aan de nieuwe tentoonstelling is een enorme reconstructietekening van de stad Heerlen. Het blijkt een compacte stad, vol Romeinse huizen. Deze reconstructie verschilt rigoureus van de tekening die de oude tentoonstelling sierde. Hierop was Heerlen te zien als een bijna dorpse nederzetting met veel open ruimten. „Als je alle vondsten en opgravingen in Heerlen bij elkaar neemt, blijkt Heerlen een grote Romeinse stad te zijn geweest. Even groot als Xanten en een beetje kleiner dan Romeins Keulen. Ik verwacht veel discussie over de reconstructie. Wetenschap bestaat echter voor een groot deel uit discussie en die ontbrak tot nu toe als het om Heerlen gaat.”
De opkomst van de steden zoals Heerlen en Maastricht bracht nog een verandering mee. De zelfvoorzienende alleskunners, landbouwers en ambachtslieden tegelijk, werden specialisten, mensen die nog maar één vak beheersten, zoals dat van smid of pottenbakker. Vooral in de stad kwam dit tot uiting. „Heerlen kende een grote aardewerkindustrie met typische producten die aan vorm en klei herkenbaar zijn”, aldus Jeneson. „De stad telde zeker 50 pottenbakkerijen. Één pottenbakker kennen we omdat hij zijn naam en die van zijn geliefde op een kruik achterliet. Lucius Verenius maakte het voor Amaka. Lucius heeft een Romeinse naam. Amaka is een inheemse Germaanse naam.”
De Romeinen legden met hun rijk vrijwel de hele bekende wereld open voor de Limburgse handelaren. Zo bestelde een Heerlense producent van badoliekruikjes 80 pond kurk bij de Griekse handelaar Atticus. „Als Heerlenaar kon je overal spullen bestellen en die kwamen na verloop van tijd daadwerkelijk aan.” Een ander voorbeeld is een in Heerlen gevonden offerschaal uit het gebied dat nu Irak is. In de eeuw na de Romeinse onderwerping veranderden de in hun geïsoleerde nederzettingen levende ijzertijd-Limburgers tot wereldburgers. Hoe ouderwets de Romeinen nu ook mogen lijken. Zelfs de manier waarop moderne media de wereld voor ons openleggen, kan niet tippen aan de wijze waarop de Romeinen het leven van de Limburgers volledig op zijn kop zetten.
(Bron: DDL, 13-4-2012)
Leave a comment: