Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Mestreechse keersverhaolen

Sluiten
X
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • Mestreechse keersverhaolen

    Dit keersverhaol kwam ik tegen in de Veritas van 21 december 1940. Sommigen zullen wel gaan maar het is een leuk verhaal. Op de onderstaande link is het gehele blad te vinden.

    http://kranten.kb.nl/view/article/id...3Ap002%3Aa0002

    ONS KERSTVERHAAL BIJ HET SCHIJNSEL VAN DE KERSTLICHTJES.... Een Maastrichtsen tijdsbeeld.

    Wel tien keer vanmiddag, telkens als zij buiten zware voetstappen hoorde naderen, was moeder Gepkens naar het raam geloopen, om vandaar, van achter de gordijntjes uit, de Raamstraat af te kijken. Nu stond ze ér weer, en minstens al een half uur, als verwachtte ze elk oogenblik iemand die komen zou. Al die keeren bleek zij in haar verwachten teleurgesteld, 't Waren telkens mannen van uit de buurt, die van hun werk kwamen en zich haastten thuis te komen, want er ging een koude scherpe wind, de lucht zat vol fijne sneeuw, de straat was er koud en wit van.... maar hem, naar waar moeder zoo verlangend uitkeek, zag ze maar niet. Nog eens tuurt zij links en rechts: niemand die nog komt. De Raamstraat ligt nu stil en verlaten.
    Langzaamaan begint ook al de avond te vallen. Aan den grijzer wordenden hemel laat de maan zich reeds zien en hier en daar stippelt een ster haar lichtje in de wijde verte. Bij de overburen vermoedt moeder Gepkens de lampen reeds aangestoken achter de neergelaten papieren verduisteringsgordijnen. Langer kijken en wachten lijkt haar nu wel tevergeefsch te zijn en verdrietig om haar teleurstelling, trekt ze zich terug, binnen haar kamer, waar ook al in de hoeken de donkerte hangt. Toch vindt zij 't nog te vroeg, om ook bij haar 't licht op te steken... in het stille halfduister wil ze probeeren beter haar leed weg te denken.
    Even zal ze 't vuur in de kachel wat aanporren, dat zal goed doen, ze heeft 't koud gekregen daar bij 't raam. Met enkele rukken trekt ze haar grooten leuningstoel — een geschenk van haar jongen, toen zij vijftig jaar was geworden — wat dichter bij de nu warmer brandende kachel en zwaar laat ze zich er in neerzakken Ze kan 't niet helpen, maar ze is zóó teleurgesteld, zoo verdrietig geworden, dat ze 't even moet uitschreien. Ze had hem zoo stellig verwacht.... en nu.... Melk, chocolade, tabak, bakmeel had ze gehaald om hem vanavond eens echt te verrassen. Den heelen middag had ze zich moe gemaakt, met het opstellen daar in den hoek van den grooten Kerststal, waarbij elk beeldje en lichtje hun eigen plaatsje kregen. Hoe mooi wuifden nu de groote palm en de andere planten hun groen over de kerstkribbe heen! Daarna had ze de kamers een beurt gegeven, zooals dat alleen maar 's Zaterdags zóó gebeurd en morgen was het Kerstdag, vanavond zouden ze samen Kerstavond vieren., en nu was hij niet gekomen.-...
    De oude pendule op den schoorsteen tik-takt verder, de kachel werpt nu weder haar schijnsel op den vloer langzaam dwalen moeders gedachten verder in een droomwereld van voorbije gelukkiger dagen....
    Haar man zaliger, vader Gepkens, was altijd goed en zorgzaam geweest voor haar en haar jongen. Hij stond bekend als een oppassend werkman en knap glasslijper op de fabriek. ledereen mocht hem gaarne, vooral zijn werkmakkers. In de lange winteravonden was 't zijn liefste bezigheid, 's avonds na 't avondeten thuis 't een of ander te knutselen. „Wat zijn oogen zagen, maakte hij" zei moeder altijd. 't Waren nuttige en bruikbare dingen die vader vervaardigde, mooi bewerkte kistjes en kastjes en bloempotten. Veel van die dingen pronkten daar nog in de huiskamer. Uren was vader er 's avonds aan bezig, terwijl hij de eene pijp na de andere aanstak. Moeder zat er dan bij te kijken, terwijl zijaan brei- of verstelwerk bezig was. Harieke, hun Jongen toen nog klein, mocht mee hameren en vijlen op een stukje hout, dat vader hem daartoe gaf, tot hij 't wel eens te druk maakte of erbij in slaap viel, en dan naar zijn bedje moest. Tegen tien uur hield vader op met zijn huisvlijt, ruimde op, stak nog een pijp op, moeder schonk een laatste kop warme koffie.
    Samen praatten ze nog wat over het nieuws van den dag of over de huiselijke aangelegenheden en zorgen tot 't ook voor hen tijd werd ter ruste te gaan. Den laatsten winter van zijn leven, had vader dien grooten kerststal gemaakt, timmerwerk van miniatuur-balken en planken; er boven op een dak van stroo. Moeder was er van overtuigd, dat alles er precies zóó uitzag, als het in Bethlehem geweest moet zijn. Van zijn spaarcenten had vader de er bij hoorende beeldjes en de noodige kandelaars voor de kaarsen en kaarsjes gekocht. En toen het kerstavond was geworden en alles mooi was opgesteld op de werktafel van vader juist zooals moeder dat nu vanmiddag had gedaan.... en toen de kaarsjes waren ontstoken, hadden ze met hun drieën er uren bij gezeten, in bewondering voor vaders werk. Moeder had heerlijke wafels gebakken, die smaakten bij een lekkere kop chocola. Genoten hadden ze dien avond in rein huiselijk geluk. Maar reeds vroeg waren ze naar bed gegaan, want vader zou niet graag de eerste Kerstmis den volgenden dag willen missen. Voor moeder was het de gelukkigste tijd geweest. Toen kwam de zware slag. Op een avond was vader ziek van de fabriek gekomen en weinige weken daarna stierf hij. Even te voren had hij Harieke nog bij zich aan bed doen komen, en hem gezegd: „Jongen, als vader niet meer zal zijn, en jij eens groot bent geworden, wees dan altijd goed voor moeder. Vader zal voor jullie beiden bidden in den hemel" Harieke was toen nog te jong om het leed dat hun overkomen was te beseffen, maar die woorden van vader schenen diep zijn zieltje te hebben getroffen. Hij had ze altijd onthouden en voor moeder was hij een zorgzame jongen geworden. Moeder beteekende alles voor hem!
    Na den dood van vader ging moeder naar de Céramique werken, ze had er voor haar trouwen ook gearbeid en men had haar graag teruggenomen, haar oude „meester" was altijd tevreden over haar werk geweest. Met haar loon kon ze best rondkomen Als moeder op de fabriek werkte, was Harieke veilig verzorgd bij een andere zuster, die zelf zes kleintjes had en daarbij nog graag voor den kleinen jongen zorgde. Jaren gingen heen. Het waren tamelijk goede jaren, al kon moeder af en toe haar verdriet over het verlies van vader nog wel eens uitschreien, vooral op lange winteravonden als ze terugdacht aan de gelukkige avonden van voorheen.
    Secuur werd op kerstavond de kerststal opgezet, werden wafels gebakken en chocolade gedronken als toen vader nog leefde. Veertien jaar geworden was Harieke met moeder mee op de Céramique gaan werken. En toen de jongen ruim de twintig was gepasseerd en moeder langzaam grijze haren kreeg, meende hij dat moeder nu wel lang genoeg gewerkt had en voortaan maar thuis moest blijven. Hij verdiende voldoende voor 't onderhoud van hun tweeën. En moeder was ook thuisgebleven. Het werd weer een heel gelukkige tijd. Harie had het karakter van vader-zaliger, even huiselijk, even zorgzaam voor moeder. Toen kwam de nieuwe slag. Harie werkte nu in de oven-afdeeling van de Sphinx, en daar gingen geruchten over het bouwen van een nieuw soort ovens, waarbij heel wat van het huidige werkvolk overbodig zou worden. Er verschenen vreemde heeren op de fabriek, en weldra volgden ook vreemde werklieden; er werd gebroken en gebouwd., tot de nieuwe „tunnel-oven" klaar stond en beproefd zou worden. De oude arbeiders begrepen toen eerst recht goed, dat voor velen hunner het ovenwerk spoedig zou zijn afgeloopen.
    Korten tijd daarna werden dan ook meerdere dezer arbeiders ontslagen. Ze waren „overcompleet" geworden.... en gingen het reeds zoo groote leger van werkloozen nog aanvullen. Onder de ontslagenen was ook Harie Gepkens. Wat baatte het klagen van die ontslagen menschen, het vloeken van velen hunner? Technische vooruitgang is niet tegen te houden! Als werklooze had Harie zich bij zijn vakbond gemeld voor kasuitkeering, waarop hij immers recht had. Toen hij „uitgetrokken" was geraakt, werd hij in de "gemeentesteun" opgenomen, vervolgens was hij ook al bij de „Werkverschaffing" geplaatst geweest. Maar noch hij zelf, noch moeder klaagde, hoezeer ook voor beiden weer zorgvolle dagen waren aangebroken. De weinige spaarcenten van moeder schoten er bij in, hun goede spulletjes en kleeren raakten op, en wat zouden de komenden tijden nog brengen?... Weer een nieuwe slag voor moeder. Harie werd opgeroepen voor werk in Duitschland. Dat had hij moeder niet zoo dadelijk durven zeggen. Tegen werken in Duitschland had hij weinig bezwaar voor zich zelf, al werkte hij natuurlijk liever hier in eigen land en op eigen bodem. maar hoe zou 't met moeder gaan? Moest zij bij al het andere nu nog het verdriet krijgen, haar jongen te zien weggaan en zielig alleen achter te blijven? Maar toen hij 't moeder voorzichtig had bekend gemaakt, had die hem met haar vertrouwde en verstandige oogen aangekeken en hem moed ingesproken: „Dat afscheid, jongen, is toch niet voor altijd, misschien niet eens voor heel lang. Eens komt weer een andere tijd. Op den dag van Harie's vertrek was moeder echter met haar ontzaglijk verdriet maar liever op haar kamertje gebieven... Sedert had ze van Harie uit Duitschland geregeld brieven gekregen. Het ging hem vrij goed, schreef hij geregeld,... hij had een goeie baas ...Alleen dacht hij heel veel aan Moeder!... Geregeld stuurde hij haar zijn loonoverschot en zij kon er van rondkomen. Harie was nu ruim drie maanden in Duitschland. In zijn laatsten brief van de vorige week had hij haar geschreven dat zijn baas hem verlof had toegezegd om Kerstdag te vieren bij moeder en een paar dagen thuis te blijven. Moeder moest er dus stellig op rekenen, dat hij Kerstavond thuis zou komen en ze dus samen als vroeger bij de kribbe Kerstavond zouden vieren ". Wel honderd keer had ze dien brief overgelezen, ongeduldig de resteerende uren geteld. Ze werkte en sjouwde om den tijd maar vlugger te doen opschieten. De kerstkribbe en al het andere stond klaar. Wel tien keer was ze vanmiddag naar het raam gaan kijken. En nu was hij niet gekomen. Heel haar verwachting, heel haar geluk viel in scherven. De oude pendule op de schoorsteen slaat langzaam het zevende uur.
    Als met een ruk schudt ze de weemoed die haar overvalt van zich af. Ze trekt zich uit haar leuningstoel op. 't Is geheel donker nu in de kamer... ze zal vanavond dan maar alleen Kerstavond vieren, in gedachten met haar jongen vereenigd. Ze schuift de verduisteringsgordijnen voor 't raam... en traag, een voor een worden de kaarsen en de kaarsjes aan de kribbe aangestoken. Maar!... hoort ze daar geen stappen?... Neen, ze vergist zich niet: 't Zijn zijn voetstappen! Zenuwachtig steekt ze nog gauw het laatste lichtje aan. Reeds gaat de kamerdeur open... en een gelukkige jongen roept haar toe: „Moeder!"... En bij 't schijnsel van de kerstlichtjes grijpen een paar stevige handen haar bij de schouders. Een hartelijken zoen voelt zij op haar oude kaken gedrukt. Moeder zoekt met haar kromme vingers zijn gezicht te streelen en huilend van vreugde, weet ze niets anders te zeggen dan: „Jongen, jongen... toch gekomen!"... Dien Kerstavond zaten moeder Gepkens en haar jongen nog uren lang saam te praten aan de kerstkribbe. En de wafels die moeder bakte waren nooit zoo mooi gelukt, de chocolade leek nooit zoo heerlijk, Harie had de pijp tabak nooit zoo goed gesmaakt! In den hemel lachte vader.
    OBSERVATOR.
    Kompleminte

    Toller

  • #2
    Wat een geweldig verhaal, dank je Toller!
    Ik ben bij vlagen geniaal, alleen is het nu windstil!

    Opmerking


    • #3
      Nog eine en daan sjei ich oet. Weer zo'n Veritas 23-12-1939, de laatste vrije kerstmis voor dat onze oosterburen dik vier jaar op visite kwamen. Dit is voor onze wortelboeren

      Hier de link naar het origineel:

      http://kranten.kb.nl/view/text/id/dd...3Ap005%3Aa0007

      'T KRAOLKE VAAN WIEK Maastrichtsch Kerstverhaal
      Allen waren 't er over ééns geweest: in jaren hadden de Wieker Kerstgangers geen kraölke gehoord, als in de laatste Kerstmis.
      De éérste-kerstmis — zoo vroeg in den morgen al — was altijd iets buitengewoons; in Wiek vooral! 't Hoogaltaar en koor waren dan in hoogfeestdos en straalden in een zee van licht... En dan, onder die Mis vooral deed de organist 't Wieker orgel — bekend als een der mooiste in wijden omtrek — in al zijn registers hooren en liet het zijn mooiste koralen en liederen uitgalmen. Daarbij dan de machtige zangen van 't niet minder bekende Wieker zangkoor!... dat mooie jongenskoortje van broeder Leander!... en dan nog het solo-kraölke! ...
      Als de honderden Kerstmis-vierders daar zoo vroom neergeknield lagen, in innig devote aanbidding van het Jesukindeken, onder de geweldige klanken van golvende orgelmuziek, mannenzang en kinderstemmetjes in alle variaties en als dan 't kraölke zn engelen-stemmetje deed jubelen over die biddende massa, God ter eere, dan was 't, of één liefde en genadestroom trilde door 't kerkruim, en al die menschenharten bevangen werden door hemelsch-zalige zielsgeneugten; of die massa zich zou uitstorten gaan in één machtig: Alleluja!... Alleluja!.... Dan werd het velen te machtig, rolden traantjes van aandoening over wangen... of werden heimelijk weggepinkt!... Zóó was 't alle jaren. Maar de laatste Kerstmis was er een nieuw kraölke gehoord, zóó mooi... als nooit gehoord!... leder wist spoedig, dat 't „Sjoke" heette; een jongetje van een arme weduwe uit „'t Kemelsch peürtsje" in de Gracht; de oudste van de vijf. Sjoke was bij broeder Bertinus op school... een prachtventje! ... Broeder Leander — 'n knap musicus — had 't fijne stemmetje van Sjoke al spoedig opgemerkt en Sjoke aangewezen als eerste kraölke! ... De directeur van 't zangkoor en de organist kwamen met broeder Leander overeen, 't volgende jaar Sjoke eens extra te laten hooren; misschien wel in een speciale in te studeeren Kerstcantate! Weer ging 't naar Kerstfeest toe. De koren waren al begonnen met de repetities voor de Kerstmis. De directeur van het zangkoor van Wiek studeerde met zn zangers en zangertjes een heerlijke Kerstcantate in. 't Was zwaarwerk; en Sjoke, het solo-kraölke, had er niet minder moeilijke partijen tai Vooral één: „van het biddende herderken aan de Kribbe", dat was zwaar, maar overweldigend mooi!... Broeder Leander zat avond aan avond, na schooltijd, met Sjoke te repeteeren en nóg eens te repeteeren. De moeder van Sjoke was, als gezegd, een arme weduwe. Vóór twee jaar stierf haar man en was zij met vijf kleintjes — Sjoke 10 jaar, de oudste — achtergebleven. Toen moest ze met wasschen en uit werken gaan den kost voor haar huishoudentje zien te verdienen. Dat ging lang niet gemakkelijk, 't Armbestuur betaalde de huur en sprong af en toe nog wel eens anderszins bij. Maar vooral broeder Bertinus wist de moeder van Sjoke vaak te helpen! — Maar dat mocht niemand weten! ... Sjoke's moeder was 't ook waard. Ze werkte en ploeterde van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, om haar kinderen toch netjes voor den dag te laten komen — en, was er alles behalve weelde, ze had voorbeelden van kinderen! Broeder Bertinus zei meermalen: „Sjoke's moeder is een van die heldinnen, die elken dag bergen van zorgen en moeilijkheden weten te verzetten."
      Sjoke zelf was een bijdehand kereltje; thuis en in de school; reeds zeer jong vol werkelijken levensernst. Erf moeder had al een heele handreiking aan hem; hij moest boodschappen loopen, moeder bij 't werk helpen, voor de kleineren zorgen; en toch was hij ook nummer één in zn klas.
      'n Paar dagen vóór Kerstdag was Sjoke, met tranen in zn oogjes, snikkend bij broeder Bertinus gekomen en vertelde dat moeder héél ziek te bed lag en de dokter had gezegd: 't was longontsteking! ... Of hij nu uit school kon blijven? voor moeder? ... Broeder Bertinus was ervan geschrokken. En broeder Leander niet minder: wat moest het nu worden met de Kerstcantate? Broeder Bertinus meende, dat Sjoke in elk geval moest thuis blijven van school, en probeeren trouw de repetities te blijven volgen... en dan met Kermis Onze Lieve Heertje maar eeru echt geweld aandoen voor beterschap van moeder. Dan zou 't wel weer in orde komen. Sjoke had zijn traantjes gedroogd en deed, .-zooals broeder Bertinus gezegd had. Toch had broeder Leander, en met hem de directeur, de organist en 't heele koor gevreesd, dat Sjoke niet zou kunnen zingen met de Kerstmis. Moeder werd al zieker en zieker; 't was hoogst ernstig met haar, had de dokter en ook de kapelaan gezegd!... Toch was Sjoke wel geregeld naar de repetitie gekomen, ook naar de laatste nog, toen hij schreiend vertelde, dat de komende nacht de beslissing zou brengen;... de dokter had zn best gedaan, maar hij had gezegd: „Onze Lieve Heer moet dezen nacht helpen!" Was die crisis voorbij, dan was moeder er door!... De directeur had daarop tot zijn zangers gezegd: In 't ergste geval moest de Kerstcantate vervallen, en de andere kraölkes zouden eenige kerstliederen zingen als andere jaren... „Maar 't zou toch jammer wezen!"
      Kerstnacht-mis!... De kerk van Wiek vol biddende menschen, het Hoogkoor, bloemendos, een zee van licht! Op 't oxaal alle zangers en zangertjes present; behalve één: Sjoke... De organist voor zn groote orgel; de directeur te midden van zn zangerschaar, broeder Leander mistroostig tusschen zn kraölkes.
      „'t Is jammer", had de directeur nog eens gezegd, „enfin!... Maar God geve voor Sjoke's moeder 't beste!"...
      Klinkende schelletjes verbreken plots de' kerkstilte... Machtig jubelend zet 't orgel in; vibreerende tonen fluiten door de ruimte. — 't Koor zingt de Kerstmis, af en toe onderbroken door de Kerstliederen der kraölkes. Heerlijk mooi, — maar Sjoke wordt toch gemist.
      Eensklaps echter, na het Agnus Dei gaat de zware oxaaldeur stilletjes open, als poogde de binnenkomende toch vooral niet te storen, 't was Sjoke! ...
      Stilletjes nam hij plaats bij de andere kraölkes — en ging bidden. Broeder Leander scheen plotseling in den hemel; ook de directeur bemerkte Sjoke, groet hem even, met een stillen lach.
      Er was nu niet veel tijd meer te verliezen; de partituren worden uitgedeeld; alles staat klaar... Een tikje en overweldigend rolt machtige koorzang gedragen door nog machtiger orgelklanken, door 't eerbiedig-stille kerkgebouw! Wat trillen in 't getrokken fluit-register, die melodieuze tonen als herders-schalmeien; wat dreunen die bassen als zingende golven, alsof ze jubelend dragen een Koningskindje naar 't wachtende menschdom. Wat hemelenzang, als van engeltjes, vergezellende Jezuke-klein!... Hoort!... Eén herderken treedt naar voren en zingt voor al die andere herderkens en schaapkens zn jubel-lied uit voor 't Kribke, voor Jezuken-goed ... Sjoke!... Wat een hemelsche zang. Mooier zou 't niet gekund hebben, 't Was echt in Bethlehem's stal vóór Jesuken zelf!...
      Een geweldige ontroering deint door de vrome massa, een geestelijke extase. Allen voelen zich nader bij God en buigen dieper néér in heilige aanbidding.
      De cantate is uitgezongen; de laatste klanken sterven nog weg. Broeder Leander is als van de wersld af! ... De directeur zoekt naar Sjoke; — de zangers ook... Waar is Sjoke?
      Sjoke was, toen hij zijn laatste noot gezongen,had, onmiddellijk stil weggeslopen. Buiten de kerk gekomen, rende hij voort. Naar huis... naar moeder!..,
      Even voor het begin van de Kerstmis had moeder Sjoke aan haar bed geroepen en, in koorts stamelend, hem gezegd: „Sjoke, probeer het laatste bij Onze Lieve Heertje ... voor moeder...!"
      Sjoke was toen gevlogen naar de kerk; naar 't oxaal; had zijn lied gebeden, zijn gebed gezongen, Onze Lieve Heertje echt geweld aangedaan, zooals Broeder Bertinus gezegd had: voor moeder! Even snel was hij, na de Kerstcantate, ook weer terug geijld.
      Toen hij thuis kwam, trad hem een buurvrouw, die bij moeders ziekbed gewaakt had, tegemoet, zachtjes hem wenkende: Ssst!... Moeder was juist in een rustigen slaap gevallen! ...
      „Moeder was gered! — had de dokter gezegd — het ergste gevaar was nu geweken! Noodig was nog veel rust en dan versterkende middelen!"
      Voor dit laatste zorgde toen broeder Bertinus wel weer! Maar dat mocht niemand weten!
      REINIER
      Kompleminte

      Toller

      Opmerking


      • #4
        Weer om kippenvel van te krijgen...........
        Ik ben bij vlagen geniaal, alleen is het nu windstil!

        Opmerking


        • #5
          Geweldige verhalen Toller, merci voor het delen ervan.

          En niet te vergeten: Helemaal opnieuw getypt, wat een werk.
          Mestreechter Geis mage beleve
          en dat door te kinne geve.
          God, wat is dat sjiek ! © Wigo

          Opmerking


          • #6
            Oorspronkelijk geplaatst door Wigo Bekijk bericht
            Geweldige verhalen Toller, merci voor het delen ervan.

            En niet te vergeten: Helemaal opnieuw getypt, wat een werk.

            Heb een andere methode gevonden
            Kompleminte

            Toller

            Opmerking


            • #7
              Oorspronkelijk geplaatst door Toller Bekijk bericht
              Heb een andere methode gevonden
              Die mag je dan best ook met ons delen !
              Mestreechter Geis mage beleve
              en dat door te kinne geve.
              God, wat is dat sjiek ! © Wigo

              Opmerking


              • #8
                Oorspronkelijk geplaatst door Wigo Bekijk bericht
                Die mag je dan best ook met ons delen !
                Als je een artikel heb geselecteerd dan kun je het met een van de buttons omvormen tot een soort van worddocument. Je komt dan in de tekst enkele fouten tegen, dus alles controleren. De tekst kopiëren en plakken in de discussie, klaar. Je hebt ook nog de mogelijkheid om er een PDF file van te maken, maar die zijn te zwaar om ze in te voegen in MO.
                Kompleminte

                Toller

                Opmerking


                • #9
                  Merci Toller voor de reactie en de tip.
                  Mestreechter Geis mage beleve
                  en dat door te kinne geve.
                  God, wat is dat sjiek ! © Wigo

                  Opmerking


                  • #10
                    Gere gedoon als het niet lukt lees ik het wel...
                    Kompleminte

                    Toller

                    Opmerking


                    • #11
                      Om stil van te worden, bedankt erg mooi
                      Iedereen neemt mij zoals ik ben,.....nu ik nog

                      Opmerking


                      • #12
                        Kan het niet laten, je vindt de mooiste verhalen in het oude Boschstraatkwartier, nu het levensverhaal van Graduske en Trees.

                        De internetlink naar Veritas 23-12-1944:

                        http://kranten.kb.nl/view/text/id/dd...3Ap005%3Aa0061


                        't Keend. Keersvertèlling.

                        Ze zaote tegeneuverein mèt doezend gedachte. Graduske en Trees, maan en vrow. Alleon de taofel stoond tösse hun in. Op die taofel waor zog sjus Graduske z'n voes neergekaome, mèt tot heer sjrieuwde : „Noonde mieijaar, en nee gei woord mie, versteste, gei woord mie. leoh laot miech neet langer besallemandere". Dr waor gei woord mie gevalle. Trees loerde de vinster oet en Graduske aögde oonaofgebroke nao de kachel. Ze waore al twie en twintig jaor getrojt, Graduske en Trees. Twie en twintig jaor laank hadde ze 't same klaor gekrege, met alles te deile: leef en leid. Wie ze trojde waor 't netuurlik vieve-le-vink gewees. Es Graduske mèt ze wèrrek op 't pottefebrik klaor waor, leep heer, zoe hel es z'n krom beinsjes 't touleete, nao hoes tow, boe Trees op 'm wachde. Wat waor dat toen 'ne gouwen tied gewees. Veural wie ze hun ierste kinneke verwachde. De lui zachte tot 't hun nog wel ens zow opbreke, want die leefde, nein, dat waor te èrreg. Meh Graduske en Trees trokke zich vaan de lui niks aon en deege wie hun hart 't hun ingaof. Wie Nètteke gebore woort, wis Graduske van gekkigheid niks beter te doen, daan de wijsvrouw, oongevraog op haör dikke bleike wange te pune en daonao op de taofel te springe en z'ch wie 'nen herleking aon te stelle. Eedere bekinde, dee heer op straot tegekwaom, mos gehowwe en gesilage 'ne pot aait mèt 'm goon drinke, mèt 't gevolg, tot heer 's aovends zoe zaat waor, tot 'r 't keend veur z'n vrow, en z'n vrow veur 't keend aonzaog. Trees waor in de zevenden hiemel gewees um 't keend en auch um haör Graduske. Drei weke later kaome ze Netteke hole. Graduske en Trees waore neet te truuste. D'n dokter had gezag tot 't toch mèr e kröppelke zow gewoorde zien. De ha-rtklepkes hadde gein sjarneere gehad, meh mèt dat alles waore de awwers 't leefste wat ze op de wereld hadde kwiet. D'n tied doog ze wèrrok en de twie berösde. „'t lerste höbbe veer aon Slivvenier kedo gedoon," zag Trees en Graduske verzekerde: „Meh de tien die nog kaome, zien veur us." Ze wachde geduldig, jaore laank. Winters en zomers ginge veurbei. Wat néét kwaom waor 't twiede kinneke. Graduske woort zeenewegtig devaan. Es heer 's aovends mèt Trees oonder 't lampleech zaot, kós heer, zoonder gèt te zègke, op enne meneer nao haör kieke, tot ze traone devaan in haör aoge kraog. Ze deege bèlweeg en gaove, ter iere van Sint Antonius, broed aon dn erreme. Niks hollep. Ze truusde zich door eerderkier opnuü 't geval te vertèlle, boe de awwers iers nao vieftien jaor 't ierste gekrege hadde. Meh wie 't wachte zestien jaor gedoord had, verloor auch dit leechpuntsje zn weerde en woord Trees 'n vrow die ziech gans aon Gods wèl had euvergegeve en Graduske "ne veroete maan dee bleef hope. Graduske woort opstendig en wie heer 't weer ens te pakke had, gaof 't Slivvenier de sjöld vaan de ganse mikmak en gong z'nen eige weeg. Trees merkde 't in 't begin neet, um tot Graduske 's Zoondags zag tot er nao de late Mès ging, meh wie Trees ziech 's verslaope had en mèt haöm mèt wow goon, waor d'n aap oet de mow gekaome. Geleutige, dat waor "n oontdekking veur Trees gewees. Graduske had wel 'ne roeie kop gekrege en stoond te stamele, mèh waor toch, inplaots vaan nao de kèrrek nao de kaffee op dn hook gegaange. D'r waor gein Trees en geine Pestoer kepabel urn haom tot aander gedachte te bringe. Venaovend waor Trees weel begonne. „Buig toch d'ne stiefkop", had ze gezach, „mörrege is t Keersemes en eus ingelke in d'n hiemel...." Weyer waor ze neet gekaome, want mèt de voesslaag op taofel had heer verzekerd, gei woord mie treuver te wèlle huure. Ze zaote noe in de vreuge sjiemer tegeneuverein te mótse. t Waor stel. De aw klok tikde de seconde. Wat waor dat?... Bezeuk?... e Zach klöpke op de deur, die daonao opeging, deeg hun opkieke. 'n Jong vrow, met e laank sniewit kleid aon en 'ne gouwe glans um hèur gans lief, kwaom nao binne. „Versjrik uuch mer neet", zach ze tege Graduske en Trees, die met groete aoge in hun versjrikde geziechte haöm aon zaote te stare, want iech bring uuch groet nuijts Venach weurt e Kinneke gebore, dat alle minse kump verlosse. En noe kom iech uuch oetnudige um nao de Kèrrek te kaome en 't Keend in eur hart te oontvaange." „Veur... us...!" 't Waor alles wat Graduske oet zn keel kraog gepeers. „'t Keend weurt gebore veur alle minse, dus auch veur eur twieë", zach d'n ingel, mèt n stum wie de sjoenste meziek en nao e vruntelik knikske, ging zie weer weg. Graduske en Trees hoorten haör op de deur vaan hun naoberse klop en eve later d'n trap nao de twiede verdeeping opgoon. Dao woenden auch nog drei hoeshawwes. „Ze liekende sjus op Nètteke", snagkde Trees. „Mesjien...." Toen kós Graduske zn traone auch neet mie tegenhawwe. In alle vreugte, wie nog gein levende ziel op straot waor, stievelde 'ne maan en 'n vrow de Boschstraot op. Ze goonge 't Keerskeent in hun harte oontvaange en kaome zoe vreug, umdat Graduske iers nog z'ne ketel mós sjoore.
                        Sjesco.
                        Kompleminte

                        Toller

                        Opmerking


                        • #13
                          Waar komt de kerstboom toch vandaan. Onderstaande verhaal onverkort overgenomen

                          De Kerstboom, zonder welke onze Duitsche en Engelsche buren zich geen Kerstfeest kunnen voorstellen, heeft al sinds jaren ook in ons land burgerrecht verkregen. Omtrent den Kerstboom bestaat een zeer aardige legende. Volgens dit verhaal zond God den Heiligen Ansgarius naar de woeste Vikings om ook hen tot het Christendom te bekeeren. De heilige was vergezeld van de drie boodschappers, Geloof, Hoop en Liefde.

                          Deze drie nu staken een boom aan, opdat door het vlammen van het vuur de aandacht der Vikings zou worden getrokken en zij naar de woorden van Ansgarius zouden komen luisteren. Zij zochten een boom, welke hoog was (in de hoop op hooge verwachtingen) en welke zoo ruim was als de liefde en die aan eiken tak het teeken des kruises droeg. Na lang zoeken vonden de drie boodschappers den den welke zij als eenige boom aantroffen, welke al deze eigenschappen in zich vereenigde. Zoo was dus de „Kerst"-boom (van kerstenen) ontstaan.

                          Hoewel de Kerstboom zoo onafscheidelijk met het Kerstfeest verbonden is, heeft hij naar verhouding een kort verleden achter zich Volgens deskundigen is het gebruik van den Kerstboom nog van vrij jongen datum. De bekende Zwitsersche onderzoeker prof. Arnold Meyer heeft uitgevonden, dat de oudste oorkonde over het gebruik van den Kerstboom dateert uit het jaar 1605. In dat jaar deed de Kerstboom zijn intrede te Straatsburg. Men trachtte toen het uiterlijk van het Kerstfeest te verfraaien door denneboomen met veelkleurige papieren rezen, appelen en suikerwerk te versieren. Later ging men er toe over brandende kaarsjes in de boomen aan te brengen, welk gebruik volgens de overlevering ook bet eerst te Straatsburg werd toegepast.

                          Langzamerhand verspreidde de Kerstboom zich van den Elzas door geheel Duitschland, waar hij zich een enorme populariteit verwierf. In Berlijn werd de Kerstboom omstreeks 1810 ingevoerd.

                          In den oorlog van 1870 maakten de Franschen voor het eerst kennis met den Kerstboom, doordat de Duitsche soldaten in Frankrijk het Kerstfeest vierden. Na dien oorlog werden de Kerstboomen ook in Frankryk vrij algemeen.
                          Door Maria Dorothea van Wurtemberg, derde vrouw van den aartshertog Jozef, werd in 1819 de Kerstboom in Hongarije ingevoerd. In Zwitserland en Italië schijnt de Kerstboom eerst veel later te zijn doorgedrongen. In Italië is de Kerstboom ook thans nog lang niet algemeen; alleen in Noord-Italië treft men hem veelvuldig aan.

                          Wanneer de Kerstboom voor het eerst in Nederland werd gebruikt, valt niet met zekerheid te zeggen. Duitschland is nog steeds het land van de Kerstboomen. Er is haast geen huisgezin denkbaar, waar men op Kerstavond niet een versierd denneboompje, al is het ook nog zoo klein, aantreft.
                          In Berlijn alleen worden jaarlijks circa 1 miljoen Kerstboomen verkocht en in geheel Duitschland ongeveer 18 a 20 miljoen. Deze boomen zijn hoofdzakelijk afkomstig uit de dichte dennebosschen van Beieren, Thüringen en Sleeswijk-Holstein. Ook uit het Zwarte Woud komt menig boompje.

                          In Engeland werd de Kerstboom ingevoerd door hertogin Mary van Gloucester op het Kerstfeest van het jaar 1857. Nog algemeener dan de Kerstboom zijn in Engeland de Kerstkaarten. Het is in dat land nl. gewoonte, dat familieleden en vrienden elkaar met Kerstmis een Kerstgroet zenden. Een oud volksgebruik is dit evenwel niet, daar de eerste Kerstgroet van dien aard in het jaar 1844 door den schilder W. A. Dobson, lid van de Royal Academy, op een stukje bordpapier werd geteekend. De teekening gaf een voorstelling von een vroolijken maaltijd op het oogenblik, dat op de afwezige vrienden werd gedronken; aan een van zijn vrienden zond de schilder deze kaart. In zijn kennissenkring vond deze gewoonte spoedig navolging en thans worden jaarlijks ongeveer dertig miljoen kaarten als Kerstgroeten verzonden.

                          Begrijpelijkerwijze verschaft dit gebruik aan heel wat menschen werk; in de Kerstweek worden op de postkantoren legers van werkloozen belast met bet stempelen en sorteeren van deze kaarten, terwijl ook voor de bezorging hulptroepen moe ten worden gerequireerd.

                          www.delpher.nl Limburgsch Dagblad van 24-12-1931
                          Kompleminte

                          Toller

                          Opmerking


                          • #14
                            Wellicht zijn al die sparren de opvolger van de maretak in onze streken?
                            De leefs mer eine kier .

                            Opmerking


                            • #15
                              Keersverhaol

                              Met een beetje zoeken krijg je het kerstverhaal wel ongeveer bij elkaar op de Maastrichtse gevelstenen.
                              Kijk hier
                              Kiek ins nao bove !
                              http://www.maastrichtsegevelstenen.nl

                              Opmerking

                              Bezig...
                              X