Aankondiging

Sluiten

Vrienden van 2017

Stelt U onze activiteiten op prijs? Word dan vriend van Stichting MestreechOnline voor het jaar 2017. Een vrijwillige bijdrage is altijd welkom.
Bankgegevens: Stichting MestreechOnline: IBAN : NL73 ABNA 0615 0242 54 BIC : ABNANL2A
Meer lezen
Minder zien

Tillystraat en Hof van Tilly

Sluiten
X
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • Tillystraat en Hof van Tilly

    Je zou denken dat de Tillystraat en de Hof van Tilly vernoemd zijn naar een persoon met de achternaam Tilly, maar dat is niet het geval.
    De 'naamgever' is Claude Fréderic 't Serclaes, een veldheer die van 1718 tot aan zijn overlijden in 1723 gouverneur was van Maastricht. Weliswaar was hij graaf van Tilly, een plaats in Waals-Brabant, maar waarom het gebouw aan de Brusselsestraat en de straat in het Wittevrouwenveld niet vernoemd zijn naar zijn feitelijke persoonsnaam bevreemdt mij. Misschien is er een verklaring voor?
    Last edited by Jo Pluymakers; 28 januari 2017, 18:48.

  • #2
    De straatnaam werd in 1921 vastgesteld met nog enkele andere voor Wittevrouwenveld. Ik denk dat het een bewuste keuze is geweest voor de meest bekende naam. Claude-Frédéric t'Serclaes stond in zijn tijd als legeraanvoerder internationaal bekend als de graaf van Tilly'. Hij werd ongetwijfeld ook zo aangesproken of aangeschreven. Dus iets in de geest van: Son Altesse le comte de Tilly, niet monsieur t'Serclaes. Met een stadspaleisje als de Hof van Tilly aan de Grotte Gracht (nrs. 90-92, de laatste nummers voor begin Brusselsestraat) en een 'Tilly'-grafmonument in de Sint-Servaas was deze naam in 1921 al twee eeuwen bekend in het collectief geheugen.

    Als we nog even in Wittevrouwenveld blijven, zie je iets dergelijks bij de Parmastraat, eveneens vastgesteld in 1921. Die is vernoemd naar Alessandro Farnese, die in 1579 de stad veroverde. Pas later verwierf hij de titel 'hertog van Parma'.

    En dan is er nog de Markies van Ledestraat (1950). Zij is vernoemd naar alweer een mannetjesputter: Willem Bette van Lede. Bette was de oorspronkelijke familienaam, Lede werd eraan toegevoegd toen die familie uitstierf en de heerlijkheid Lede met de adellijke titel op Bette overging.
    Last edited by Ingrid M.H. Evers; 31 januari 2017, 13:37. Reden: correctie/aanvulling

    Opmerking


    • #3
      Bedankt voor het heldere antwoord!

      Opmerking


      • #4
        Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers Bekijk bericht
        .(..) Claude-Frédéric t'Serclaes stond in zijn tijd als legeraanvoerder internationaal bekend als de graaf van Tilly'. Hij werd ongetwijfeld ook zo aangesproken of aangeschreven. Dus iets in de geest van: Son Altesse le comte de Tilly, niet monsieur t'Serclaes. Met een stadspaleisje als de Hof van Tilly aan de Brusselsestraat en een 'Tilly'-grafmonument in de Sint-Servaas was deze naam in 1921 al twee eeuwen bekend in het collectief geheugen.
        (....).
        Voor mijn beeldvorming en volledigheid.
        Heeft Claude-Frédéric 't Serclaes dan wel het stadspaleis "Hof van Tilly" laten (ver)bouwen en was hij de oorspronkelijke "wereldlijke" bewoner?
        En als hij gouverneur (Opperbevelhebber) was van Maastricht, was het Hof van Tilly dan feitelijk het "Gouvernement" of was het niet meer dan een "woonhuis"?

        Mestreechersteerke heeft er overigens ook een mooie pagina aan besteed, maar beantwoord niet geheel mijn vragen.
        http://www.mestreechtersteerke.nl/paghofvantilly.htm

        Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd

        Opmerking


        • #5
          Al in de Historische Encyclopedie Maastricht [HEM] gekeken, Pier? Of heb jij die niet? Daar de HEM slechts beknopte beschrijvingen geeft en voor de finesses verwijst naar de gebruikte literatuur, heb ik voor de exacte bouwgeschiedenis maar even in die literatuur gekeken, in dit geval het Silhouetje nr. 18: Tuinman/Dumoulin, De Hof van Tilly.

          De Hof van Tilly* (* = zie HEM) is ontstaan uit een conglomeraat van verschillende panden en percelen aan de Hardemansruwe*. Daaruit ontstond de Poort* (refugie*) van Munsterbilzen*, waarvan twee dames van Aspremont* Lynden uiteindelijk de eigenaren waren. Claude Frédéric t'Serclaes, graaf van Tilly*, huwt een der dames. Hij koopt haar aandeel en nog enkele omliggende goederen op, terwijl de zus als abdis van Munsterbilzen haar aandeel in hun erfenis aan het echtpaar schenkt. Aanvullend verkopen de Conventuelen* van de Beyart* (het middeleeuwse zusterklooster waarvan nu nog een ruïnemuur in de tuin van De Beyart* staat) aan Tilly een aanpalend stuk grond van hun tuin. Dit alles wordt gerooid, gesloopt, verbouwd of herbouwd tot de Hof van Tilly, een statig grafelijk Hôtel (stadspaleis), dat in 1714 de cartouche in de gevel van het poortgebouw kreeg en toen dus waarschijnlijk klaar was. Ook het (huidige) aangrenzende pand nr. 90 krijgt dan de hardstenenen gevel. Het geheel staat binnen de familie bekend als 'La grande Maison'.

          De Hof van Tilly was dus een privéwoning. Claude Frédéric, graaf van Tilly,liet het pand bouwen en was de eerste burgerlijke bewoner/eigenaar. Hij had een bijzondere militaire loopbaan, met als hoogtepunt zijn benoeming in 1708 tot opperbevelhebber van het Staatse (Republikeinse/Hollandse) leger. Als zodanig zal hij vóór 1718 niet vaak in Maastricht zijn geweest, ook al was het huis op de Grote Gracht vanaf 1714 waarschijnlijk klaar. Dat veranderde toen hij in 1718 werd benoemd tot gouverneur* van de vesting* Maastricht. Toen hij in 1723 overleed, ging het gebouw over in eigendom van zijn weduwe Anna Antoinette d'Aspremont Reckheim, totdat zij in 1743 eveneens overleed en het complex binnen haar familie vererfde.

          Het gouvernementsgebouw* in de Bouillonstraat*, dat zijn feitelijke ambtswoning was, zal Tilly gedurende de vijf jaar van zijn gouverneurschap voor zijn ambt hebben gebruikt, maar niet als woning. Latere gouverneurs hadden geen eigen Maastrichtse basis en woonden dus wel in het gouvernement.

          De Hof van Tilly is in de negentiende eeuw behoorlijk gekortwiekt, verbouwd en verkocht. Het gebouw heeft veel van zijn voorname stijl moeten inboeten en is zeker ook wat betreft de gebruikte bouwmaterialen geen schaduw meer van wat het ooit was. Aardig is, dat Tuinman en Dumoulin een uitgebreide rondleiding in de gebouw beschrijven, die terug gaat op de staat van het pand in 1720, zes jaar na voltooiing.
          Last edited by Ingrid M.H. Evers; 1 februari 2017, 22:10. Reden: redactie

          Opmerking


          • #6
            De HEM staat héél prominent op mijn bureau, maar ik moet bekennen dat ik geen moment aan de HEM dacht toen ik - op internet - op zoek ging naar info over het Hof van Tilly.

            In ieder geval bedankt voor de uitleg
            Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd

            Opmerking

            Bezig...
            X