Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

'La Maestrichtoise', toneelvereniging

Sluiten
X
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • 'La Maestrichtoise', toneelvereniging

    Elders op deze site werd vermeld dat De vieftig (50) Keigeleers, een negentiende-eeuwse kegelvereniging met 'branche-vreemde' onderafdelingen, te eniger tijd een muziekafdeling oprichtte, 'La Maestrichtoise' genaamd, 'waaruit uiteindelijk de Maastrichter Staar zou zijn voortgekomen'.

    Dat is nieuw voor mij, Annefine! Volgens alle mij bekende literatuur (de Staar-herdenkingsuitgaven en het Staararchief incluis) is De Staar in 1883 voortgekomen uit oud-leden van Polyhymnia. Ik ken wel een toneelgezelschap 'Les jeunes amateurs Maestrichtois', maar een relatie met De Staar is mij onbekend.

    Kun je mij vertellen of die memoires zijn uitgegeven? Hoe ben jij eraan gekomen? En wie was I.Ph.S. Nijst? Het is duidelijk dat hij de geschiedenis van de Maestrichtoise en De Staar van horen zeggen moet hebben gehad, als hij in 1900 geboren is. Hoeft geen probleem te zijn, maar ik vind het gezien de welbekende ontstaansgeschiedenis van De Staar wel heel intrigerend.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 8 oktober 2017, 13:10.

  • #2
    I.Ph.S (Ivon) Nijst – oud-directeur van de Ambachtsschool was mijn schoonvader. Hij heeft heel veel geschreven over zijn vroegste jeugd, en later in de vorm van dagboeken over zijn belevenissen als jong onderwijzer, over de Ambachtsschool, over zijn gezin met negen kinderen, en later over zijn kleinkinderen en nog later zijn memoires.
    Deze verhalen zijn nooit gepubliceerd, en het is dus geen officiële bron.
    Het verhaal over de Maestrichtoise heeft hij waarschijnlijk uit overlevering van zijn vader Nikkela Nijst (1864-1945) die lid was van de Maastreechter Staar.

    Mijn schoonvader schreef er o.a. dit over :
    Hoewel mijn vader altijd een hartstochtelijke en goed bas-zanger is geweest en hij heeft meegewerkt had aan de oprichting van het jongeren –amateurs-zangkoor “La Maestrichtoise “( waar later de Mestreechter Staar “uit zou groeien ) werd bij ons thuis weinig werk gemaakt van muzikale vorming.

    In het Maastrichts Silhouet op blz. 7. Over de Maastreechter Staar nr. 14 (door u zelf geschreven ) staat als prelude over de ontstaansgeschiedenis te lezen:

    Zo waren er de toneelvereniging Kunst en Vermaak, de Vélocipède-club, de Vijftig Kegelaars etc.
    En de talloze zang – en muziekverenigingen. De vele muziek sociëteiten in Maastricht waren zelden een lang leven beschoren.
    Zo zien we dan ook een groep oud-leden van het opgeheven Polyhymnia aan de wieg staan van een nieuw koor: op 23 juli 1883 richtten zij het mannenkoor Mastreechter Staar op. Wie en met hoevelen zij waren is verloren gegaan.


    Zonder iets af te willen doen aan de welbekende ontstaansgeschiedenis van de Maastrichter Staar vraag ik me af, of het niet heel goed zou kunnen dat – gezien de talloze zang en muziekverenigingen - Polyhymnia weer is ontstaan uit leden van o.a. Les jeunes Amateurs Maestrichtois. Ik lees bv. in de DBNL :

    Op deze avonden werden naast zang en voordrachten steevast eenakters opgevoerd - afwisselend in het Frans of in het Maastrichtse dialect - waarna met dans werd besloten.

    http://www.dbnl.org/tekst/schi015ton...01_01_0005.php

    Opmerking


    • #3
      Er is wel sprake van 'Jeunes Amateurs Maestrichtois' in het boek 'toneel en theater in Limburg'.

      bron: http://www.dbnl.org/arch/schi015tone...5tone01_01.pdf

      Opmerking


      • #4
        La Maestrichtoise

        Maar ook : La Maestrichtoise !
        Vanwege de lengte heb ik de oorspronkelijke tekst ingekort.

        Prozawerken in Maastrichtsch dialect
        auteur: Alfons Olterdissen

        bron: Alfons Olterdissen, Prozawerken in Maastrichtsch dialect (ed. E. Jaspar). Leiter-Nypels, Maastricht 1926

        DBNL vignet

        IX. Treur- en blijspelen.

        De aw vereiniginge, es et gein militaire waore wie de ‘Willem-Sophie’ of ‘Vriendschap zij ons doel’, drooge Latijnse of Franse naome: Momus, Apollo, Euterpe, Polyhymnia, Amicitia, Concordia, of wel: Emulation, Société musicale et dramatique mèt häör ‘Section de Chant’, Harmonie Royale, Union, La Maestrichtoise, Les Amis, des sciences, de chant, de danse, Bons amis, Amis réunis en ander ‘amis de dit of de dat’, Cercle Equestre, Cercle d'Escrime, d'Artagnan en soortgelieke. Mer ondertösse waore-n-et ers toch altied, die ziech aon hun moojers taol heele. Wie nog ‘De 50 Keigeleers’ en de Staar, had me indertied D'n Huiwagel, De braaf Jonges, De Bóbbel, De Grummel, De Opstijgers, De Deldekedels, Al vallenteere liert te Ruter rije, De Smokers.

        Et verkriege van de keuninkleke goodkäöring heet evels väöl vereiniginge detou gebrach um enen Hollandse naom aon te numme of tee te verhollandizeere. Jaommer genóg weurd in dit geval eus aw moojerstaol neet genóg in iere gehawe.

        Ze maakde wienig gebruuk van et kemediegebouw. Swinters gaove ze hun familie-‘soireekes’ in de konzertzaol en somers hun muziekaovendsjes en danspartijkes op te Bleikerij op St. Pieter.

        De konzertzaol eigelek gebouwd veur de ‘Harmonie Royale’, waos al gaw de aongeweze plaots veur gezèllige bijeinkomste. Lieg en diech waos tao e klei teaterke opgeslage mèt e paar dekors, en me behollep ziech temèt. Achter e paar koelieze of e paar gardijne kleide me ziech oet en aon, hóng z'n kleijer aon e paar neegel, die in de moer waore geslage en bedeende ziech bij noedgelegenhede, bij gebrek aon e kabinèt, van ene groeten iezere koojketel, dee alle ongerechtighede van d'n hielen aovend in ontvangs naom. De ‘soireekes’ waore vollegens e vas resep inein gezat. Et orkeske (wat me toch later nudig had veur de ‘partie de danse’), e paar leefhöbbers, die e nummerke zonge of späölde op 'n instermint en gewoenelek eine dee e lollig möpke veurdroog nao eige vinding en dat góng euver de gebäörtenisse van d'n daag. (Zoe kwaome ouch nuij aordige leedsjes in umloup, wie: De Veuroetgaank van Mastreech, de ‘Chien de Paris’, D'n helle wind en De Ierewach). En dan woort et ierste en twiede gedeilte geslote mèt e kemedieke in ein ak. Dan waos te groete poos. De lui gónge toes eve soepeere of dronke ziech

        [p. 29]

        e glaas beer in de naobersjap ondertósse dat te steul oet te zaol woorte opgeruimp, de vloer gekeerd en glad gemaak, boenao de jonkheid e stök of ach denskes kós aofrape.

        Voor de volledige tekst zie hieronder :

        http://www.dbnl.org/tekst/olte001alf...01_01_0010.php

        Opmerking


        • #5
          Schijnbaar hield de Maastrichter Staar zich toch bezig met toneel. In de Tilbursche Courant van 10 april 1912 stond dit artikel. Bron is het KB.
          Bestanden bijvoegen
          Kompleminte

          Toller

          Opmerking


          • #6
            Memoires van I.Ph.S. Nijst (1900-1989 )

            Oorspronkelijk geplaatst door Annefine Bekijk bericht
            'Een bloeiende mannenvereniging was "De vieftig keigeleers ", die op een gegeven moment de "Maestrichtoise" oprichtte, een mannenzangvereniging, die hoofdzakelijk ten eigen genoegen een lieder-repertoire uitvoerde. Hoe weinig serieus de opzet was, bleek wel uit de keuze van de 'directeur' uit hun midden. Dat was de "tottel Wesly", die zijn bijnaam te danken had aan het stamelend en toonloos aangeven van de begintoon van de uit te voeren gezangen.Toch zou uit deze "Maestrichtoise "de latere Maastrichter Staar groeien!'
            Bron : Memoires van I.Ph.S. Nijst (1900-1989).
            Wat een mooi egodocument, Annefine. Ik zie dat uw schoonvader vanaf 1925 docent was aan de Ambachtsschool, en van 1945-1965 directeur. Zijn veertigjarige loopbaan aan de school wordt ruim besproken in het Silhouetje over de ambachtschool (nr. 35, pp. 29-33; auteur Chr.G. van der Grinten).
            Oorspronkelijk geplaatst door Annefine Bekijk bericht
            Zonder iets af te willen doen aan de welbekende ontstaansgeschiedenis van de Maastrichter Staar vraag ik me af, of het niet heel goed zou kunnen dat – gezien de talloze zang en muziekverenigingen - Polyhymnia weer is ontstaan uit leden van o.a. Les jeunes Amateurs Maestrichtois. http://www.dbnl.org/tekst/schi015tone01_01/schi015tone01_01_0005.php
            Deze link had ik ook al aangegeven, Annefine. En ik kan heel goed meegaan in die gedachte. Maar een algemene opmerking over wat gebruikelijk was in een bepaalde periode, is voor een historicus geen hard bewijs voor het reilen en zeilen van een bepaalde vereniging. Ik wil dan ook - als historicus - vooreerst niet verder gaan dan stellen dat het mogelijk is dat ook de zangvereniging La Maestrichtoise via Polyhymnia aan de wieg van De Staar heeft gestaan. En dat op basis van een uitspraak uit de tweede hand [van grootvader] in de zich in privébezit bevindende memoires van dhr. I.Ph.S. Nijst, docent en directeur aan de Ambachtschool (1925-1965), die ik niet zelf heb gezien of gelezen.

            Tja, dat klinkt allemaal nogal formeel, maar historisch onderzoek is geen wassen neus, ook al is het zelden een 'harde' wetenschap zoals natuurkunde, scheikunde, wiskunde of biologie. Ik zal eens graven in mijn sociëteitenarchief, en in de boekenkast.

            Opmerking


            • #7
              La Maestrichtoise en de Jeunes Amateurs Maestrichtois

              Dat La Maestrichtoise als vereniging bestond, is door de mooie vondst van Annefine bij Olterdissen nu een vaststaand feit. Nu is het dus zaak wat meer gegevens te vinden van die club (oprichting, opheffing, activiteiten: toneel, zang, sociëteit?). Misschien dat de Documentatie Limburg van de Stadsbibliotheek iets oplevert?

              Duidelijk is ook dat deze zangvereniging niet moet worden verward met Les Jeunes Amateurs Maestrichtois. Dat was een toneelvereniging (volgens Schillings) die kennelijk ook een zangvereniging is geweest. Waarom zou men anders een dirigent (Begas) hebben gehad? Maar zoals al eerder is opgemerkt: bij veel van deze verenigingen liepen de lijnen vaak door elkaar. De zangvereniging waagde zich in eigen kring ook aan het toneel, en de toneelgezelschappen speelden met koor- en operettezang.

              Volgens bijgaand bericht in het Limburgsch Dagblad zijn de Jeunes Amateurs Maestrichtois opgericht in 1900. In 1929 wordt geconstateerd dat zij ooit zeer actief en bloeiend was, maar dat die dagen lang voorbij zijn. Zij valt dus definitief af voor wat betreft de oprichting van De Staar (1883).

              Opmerking


              • #8
                Toneel in Maastricht

                Graven in de boekenkast heeft wat betreft La Maestrichtoise niet heel veel opgeleverd. Wel (her)ontdekte ik Maastricht Theatergezicht. Deze bundel van Rob Erenstein, Frans Meewis en Rezy Schumacher over tweehonderd jaar theaterleven in Maastricht (Vierkant Maastricht, nr. 9) bevat een register, hetgeen niet gebruikelijk is in een uitgave van de Stichting Historische Reeks Maastricht.

                Het register vermeldt een hele ris plaatselijke toneelgezelschappen. De grote (Momus, Kunst en Vermaak, De Lauwerkrans, Rederijkerskamer August Clavareau) worden uitgebreid behandeld, de kleinere slechts cursorisch. Dat geldt ook voor Les Jeunes Amateurs Maestrichtois. Niet vermeld wordt La Maestrichtoise, maar waarschijnlijk was die vereniging uitsluitend zangvereniging.

                Opmerking


                • #9
                  La Maestrichtoise

                  De tekst van Alphons Olterdissen heeft als titel :
                  Treur en Blijspelen
                  Curieus is dat in zijn tekst La Maestrichtoise (zang)wel genoemd wordt en Les Jeunes Amateurs Maestrichtois (toneel) niet.
                  Een eventuele verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat hij het over 'de aw vereiniginge' heeft (de oude verenigingen) en Les Jeunes Amateurs Maestrichtois (LJAM) pas in 1900 opgericht werd.

                  Samenvattend :
                  Uitgaande van het Bericht van Ingrid Evers dat :
                  LJAM , in 1900 is/zijn opgericht, mag je er gevoegelijk van uit gaan dat deze club nooit aan de wieg van de oprichting van de Mastreechter Staar gestaan kan hebben omdat laatstgenoemde in 1883 is opgericht.

                  Blijft over : La Maestrichtoise.
                  De grootvader van mijn man ( Nikkela Nijst 1864-1945) was medeoprichter van 'La Maestrichtoise' waarvan hij beweerde dat de Mastreechter Staar er uit is voortgekomen.
                  Dat is in strijd met de officiele lezing waarin wordt gezegd dat de Mastreechter Staar uit Polyhymnia zou zijn ontstaan.

                  Mijn hoop is gericht op ons MO-forumlid HermanW , die wel eens aangeboden heeft, genegen te zijn zaken uit te zoeken in archieven.

                  Zie hiervoor de posting nummer : 7 van Ingrid Evers: Nu is het dus zaak wat meer gegevens te vinden van die club (oprichting, opheffing, activiteiten: toneel, zang, sociëteit?). Misschien dat de Documentatie Limburg van de Stadsbibliotheek iets oplevert?

                  Opmerking


                  • #10
                    Polyhymnia (1869-1883)

                    Polyhymnia staat niet vermeld in de HEM, althans niet als afzonderlijk trefwoord. Deze zangvereniging speelde met de muziekvereniging Orphée (hafa) enige tijd een cruciale rol in het muziekleven van de stad. Probleem was dat zij en andere verenigingen vanuit de gemeente geen enkele steun kreegen voor gemeentelijk muziekonderwijs c.q. het aantrekken van een muziekleraar. Een gezamelijk aangevraagd subsidie werd in 1881 afgewezen. Dat leidde in 1883 tot opheffing van Polyhymnia. Haar laatste dirigent was A. Stille (zie HEM).

                    De HEM steunt voor deze gegevens op het werk van wijlen Gerard Quaedvlieg, die een half leven heeft gewijd aan de Maastrichtse muziekgeschiedenis. Quaedvlieg publiceerde tal van artikelen en boeken over het onderwerp. De relatie van Polyhymnia tot de Mastreechter Staar wordt onder meer vermeld in Maastrichts muziekleven, Maastricht (Leiter-Nypels) 1965, blz. 121, 123, en in Maastrichts muziekleven in de negentiende eeuw, Zutphen (Walburg Pers) 1979, 41.

                    Opmerking


                    • #11
                      Citaat Ingrid Evers :
                      De HEM steunt voor deze gegevens op het werk van wijlen Gerard Quaedvlieg, die een half leven heeft gewijd aan de Maastrichtse muziekgeschiedenis.
                      Dat ziet er wel heel erg serieus uit...

                      Opmerking


                      • #12
                        Dat is het ook, vrees ik. Quaedvlieg verzamelde elk detail, zijn teksten hebben de neiging een omgevallen kaartenbak te gelijken. Dus als ik nog student was zou ik nu alle publicaties van Quaedvlieg in tijdschriften en jaarboeken proberen te traceren. (Als ik niet eerst iets had gevonden in de Documentatie Limburg).

                        Het is heel goed mogelijk dat Quaedvlieg ergens wat meer aandacht heeft besteed aan de kleinere amateur- en vriendenclubjes, en de naam La Maestrichtoise noemt. De Stadsbibliotheek zou me waarschijnlijk een eind op weg helpen. Ook zou ik alle registers van De Maasgouw of de Publications kunnen navlooien. Er staan er hier heel wat in de kast, maar daartoe ontbreekt mij werkelijk de tijd.

                        PS.
                        Voor het échte werk moet La Maestrichtoise veel te klein zijn geweest, te weinig invloed hebben gehad, en vooral een te kleine openbare rol hebben gespeeld. De vereniging wordt dan ook niet genoemd in de publicaties van dr. Hans van Dijk, dé historisch-musicoloog voor Limburg. Die overigens grote waardering had voor het werk van de amateurhistoricus Quaedvlieg.

                        Opmerking


                        • #13
                          La Maestrichtoise

                          Hier nog een aardig krantenartikel uit 1932 waar de Maestrichtoise in genoemd wordt.

                          1932-18-06 La Maestrichtoise.jpg




                          http://kranten.kb.nl/view/article/id...3Ap011%3Aa0228

                          Opmerking


                          • #14
                            Liefdadigheidsfeesten 1891

                            Op zondag 30 augustus 1891 wordt in Maastricht een groot feest gehouden ten bate van de slachtoffers van de 'hagelslag' in Limburg. Deze festiviteiten zijn georganiseerd door een zestiental verenigingen in Maastricht, waaronder La Maestrichtoise.

                            Bron is een advertentie in: Het Geuldal, zomerweekblad voor Valkenburg en omstreken, dd. 28 augustus 1891.

                            Opmerking


                            • #15
                              De Vieftig Keigeleers

                              Kunst en vermaak .jpg


                              De 'Vieftig Keigeleers' laten weer van zich horen.


                              Bron : Maastricht in oude Ansichten, deel 2

                              Opmerking

                              Bezig...
                              X