Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Cité Ouvrière, woonkazerne van 1864-1928

Sluiten
X
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • Cité Ouvrière, woonkazerne van 1864-1928

    In een boekje uit de reeks "Werk en werkeloosheid in Maastricht 1930-1950" geschreven door Inez Jeunhomme, las ik op pagina 11 de volgende tekst:
    "Door de fabrikanten werden huurkazernes voor 'hun' arbeiders gebouwd. Bekend is City Ouvriere, oftewel de 'Groete Bouw', in 1863 gebouwd door Petrus Regout sr. Deze bestond uit 72 een-kamerwoningen, met een waterpomp per verdieping en '16 privaten'. Bovendien was er een onderaardse verbinding van de Groete Bouw met de aardewerkfabriek."
    Voordat betreft de onderaardse verbinding wordt verwezen naar literatuur:
    Bucholtz en Wormer, De leefde veur us aait Mestreech, pag.38

    Met name deze onderaardse verbinding is voor mij helemaal nieuw.
    Last edited by Toller; 18 juli 2015, 17:22. Reden: foutherstelling
    Kompleminte

    Toller

  • #2
    Een Menschenpakhuis

    Een Menschenpakhuis is de titel van een artikel van de Indische Courant van 9 januari 1922 over "de Groete Bouw" in Maastricht aan de Sint Anthoniusstraat.

    Ook De Telegraaf besteedde er in 1927 aandacht aan.


    Blijft de vraag naar de onderaardse verbinding.
    Daar heb ik (nog) niets over gevonden.
    Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd

    Opmerking


    • #3
      Cité Ouvrière, woonkazerne van 1864-1928 (1)

      Het gebouw heette Cité Ouvrière (misschien even verbeteren in de kop) en was in zijn tijd een hypermoderne oplossing voor een deel van het enorme woningtekort in de dichtbevolkte industriestad die Maastricht sinds 1834 in dertig jaar tijd was geworden.

      De woningnood was met name zo groot omdat de zich ontwikkelende industrie een enorme massa ongeschoolde arbeiders aantrok vanuit het omliggende (heuvel)land. Al vroeg onderkende de vanuit zijn religie sociaal bewogen industrieel Petrus (Pie) Regout het probleem. En ofschoon het in die tijd bijna volkomen not-done was dat werkgevers investeerden in wat men nu sociale woningbouw zou noemen, stelde Regout reeds in de jaren 1850 pogingen daartoe in het werk.

      Hij richtte een verzoek aan het gemeentebestuur met de vraag of hij het terrein van de Lindekruisbarakken mocht aankopen voor arbeiderswoningbouw. Die barakken werden niet of nauwelijks meer gebruikt en het perceel lag dicht bij de Boschstraat waar zijn fabrieken geconcentreerd waren. Hij kreeg echter nul op het rekest. Niet dat de gemeente zelf de noodzaak van woningbouw voor arbeiders inzag, of zelfs maar ter hand wilde nemen! Dit was de tijd van het liberalisme, van 'Dit is geen taak voor het gemeentebestuur'. Het zou tot ver na de Woningwet van 1901 duren voordat de gemeente Maastricht financieel een hand kon of wilde uitsteken. Heel lang zou sociale woningbouw een particulier initiatief blijven, aanvankelijk van de industriëlen (Herbenusstraat; Quartier Amélie), vervolgens van woningcorporaties als Beter Wonen, Servatius en anderen, en tenslotte van een enkele particulier.

      Waarom dan die gemeentelijke tegenwerking van Regout? Dat is eigenlijk nog nooit goed uitgezocht. In de toenmalige gemeentepolitiek speelden tal van onderbuikgevoelens mee, die zich concentreerden rond de figuren Willem Pyls en Petrus Regout: liberaal tegen ultramontaans-katholiek, lokale zakenman versus internationaal vermaard self made industrieel, lokale politicus tegen de landelijke politicus, de ene sociale factie (sociëteiten!) tegen de andere, de ene parvenu tegen de andere, etc. Een en ander werd uitgevochten in de plaatselijke pers, waar beide mannen ieder één krant onder hun invloed hadden.
      Last edited by Ingrid M.H.Evers; 18 juli 2015, 22:01.

      Opmerking


      • #4
        Cité Ouvrière, woonkazerne van 1864-1928 (2)

        De Cité Ouvrière ('arbeidersstad') die Petrus Regout in 1864 voor bewoning opende, was het neusje van de zalm in arbeidersland. Omdat hij niet zoals bv. in Waals-België en Parijs in de breedte kon bouwen - er was gewoon geen ruimte binnen de vesting - bouwde Regout het eerste flatgebouw in Maastricht. Het bevatte 76 kamers voor 40 arbeiders. Velen hadden een twee- of zelfs driekamerwoning, vrijgezellen een eenkamerappartementje. Elke wooneenheid beschikte in het souterrain tevens over een kleine kelder.

        Niet elke arbeider kon hier terecht. Regout huisvestte hier onder meer zijn hoofdarbeiders en ontwerpers, vaak afkomstig uit Engeland of Waals-België, omdat hij hier ter plaatse geen werkers van voldoende kennis en kwaliteit kon vinden.

        De Cité Ouvrière was aanvankelijk de meest moderne huisvesting voor arbeiders in de stad. Het is Petrus Regout niet aan te rekenen dat het gebouw nadat de stamvader enigszins was teruggetreden (1870) en uiteindelijk overleed (1878 ) door zijn drie 'Sphinx-zonen' na verloop van tijd werd opgedeeld in uitsluitend eenkamerwoningen. Het 'mensenpakhuis', waarvan de slechte naam zo vaak de oude Regout wordt aangerekend, ontstond pas vele jaren na zijn dood.

        Maar het zijn niet alleen Regouts 'Sphinx-zonen' die de verwording van Pie's ideaal is aan te rekenen. Het is met name ook de gemeente Maastricht geweest die de toestand volledig uit de hand deed lopen. In 1918 kocht zij het complex van de fabriek. In 1920 werd reeds bepaald dat het pand in feite onbewoonbaar was. Men begon met gezinnen over te brengen naar elders, maar het duurde tot 1928 voordat de Cité definitief werd gesloten voor bewoning.

        Van 1928-1938 diende het gebouw nog als pakhuis voor goederen. In dat laatste jaar werd het pand tenslotte gesloopt.



        De Cité Ouvrière of 'Groete Bouw' (Grote Bouw). Foto genomen ten tijde van de afbraak, ter hoogte van de tweede verdieping, naar het westen (Boschstraat).


        Literatuur
        Zie de literatuur die genoemd wordt in Ubachs/Evers, Historische Encyclopedie Maastricht, Zutphen 2005.
        Last edited by Ingrid M.H.Evers; 18 juli 2015, 22:00.

        Opmerking


        • #5
          Cité Ouvrière, woonkazerne van 1864-1928 (3)

          El Loco heeft eerder op deze site een paar prachtige voorbeelden geplaatst van negentiende-eeuwse woningbouw voor arbeiders in Waals-België en Schotland. Die lijken bij de servercrash verloren te zijn gegaan. Een beetje gegoogel leverde echter tal van locaties op. Deze negentiende-eeuwse bouwprojecten streefden net als de Maastrichtse Cité Ouvriére naar een eenheid, een soort zelfvoorzienende kern.

          Er wordt vaak denigrerend gesproken over de Cité, omdat er op de overloop van elke verdieping tonnetjes voor de ontlasting stonden; omdat veel gezinnen gebruik moesten maken van 'slechts' 16 buitenplee's; omdat er slechts één waterpomp per verdieping was. Het grootste schandaal vindt men nog dat er een lijkenkamer was.

          Degenen die zich daar zo druk om maken, lijden aan een anachronistische benadering van de geschiedenis. Zij zouden eens moeten kijken in hoeverre het 'abnormaal' en 'slecht' was in de tijd zelf. Een centraal lijkenhuisje betekende dat een overledene (man, vrouw, kind, baby) niet enkele dagen op of onder de tafel, of in het bed van de achterblijvende familie op begrafenis hoefde te wachten. Dat kwam de hygiëne ten goede, maar ook het rouwproces.

          In 1864 was er nog lang geen waterleiding in de stad, niet voor de gegoeden en dus ook niet voor de arbeiders. Iederéén moest naar de pomp. Goed dat de veertig families in de Cité per verdieping (!) beschikten over hun eigen pomp en niet ergens verderop in de (volgende) straat hun water hoefden te halen. En zo zijn er nog wel meer zaken waarvan men - gezien in de tijd zelve - moet constateren dat zij in 1864 een belangrijke verbetering waren.
          Last edited by Ingrid M.H.Evers; 18 juli 2015, 22:01.

          Opmerking


          • #6
            Voordat ik de discussie plaatste heb ik de site doorzocht maar niet gevonden over de Groete Bouw. Ik zal straks thuis de kop aanpassen.

            Ik ben het er mee eens dat je alles moet zien in het perspectief van de tijd. Maar hetgeen mij verbaasde was de onderaardse gang, die liep van de Groete Bouw naar de Aardewerkfabriek. Zover mijn kennis reikt was er alleen maar een onderaardse gang tussen wat nu heet te Timmerfabriek en de Aardewerkfabriek.
            Kompleminte

            Toller

            Opmerking


            • #7
              Tunnel onder de Boschstraat

              Oorspronkelijk geplaatst door Toller Bekijk bericht
              In een boekje uit de reeks "Werk en werkeloosheid in Maastricht 1930-1950" geschreven door Inez Jeunhomme, las ik op pagina 11 de volgende tekst: "Bovendien was er een onderaardse verbinding van de Groete Bouw met de aardewerkfabriek." (..) Met name deze onderaardse verbinding is voor mij helemaal nieuw.
              Die tunnel bestaat, zoals je zelf al opmerkte, nog steeds, maar heeft even weinig te maken met de Cité Ouvrière/ 'Groete Bouw' als met de 'kinderarbeid' bij Regout. En er is echt maar één tunnel geweest.

              Ik verwijs naar dit draadje. Ik meen dat iemand recent nog eens kleurenfoto's heeft geplaatst van deze tunnel. (Toller zelf?)
              Last edited by Ingrid M.H.Evers; 18 juli 2015, 21:59.

              Opmerking


              • #8
                De Werkgroep GAL

                Nog even iets over de door Inez Jeunhomme gebruikte literatuur. Ik heb het boekje zelf niet in de kast staan en kan dus alleen constateren dat de titel waarnaar de schrijfster in verband met 'de tunnel' verwijst, eerder een scriptie is dan een volwassen historische verhandeling. Ik krijg de indruk dat het vooral ook om orale geschiedenis gaat (in de jaren 1980 erg populair), de herinneringen van iemand die het allemaal zelf heeft meegemaakt of van horen zeggen kent. Niets op tegen, maar minder nauwkeurig dan men voor een bewijsvoering zou willen.

                Dat geldt overigens ook voor de reeks waarin de titel van Inez Jeunhomme uitkwam. Deze heette 'Werk en werkloosheid in Maastricht, 1930-1950' en was het lofwaardige initiatief van de Werkgroep Geschiedenis van de Arbeidersbeweging in Zuid-Limburg (Werkgroep GAL). Deze wist in 1985 de Utrechtse Letterenwinkel en de Geschiedeniswinkel Groningen te bewegen om een aantal onderzoeksvragen uit te zetten bij doctoraalstudenten geschiedenis en sociologie. In totaal verschenen in gestencilde, genaaid/gelumbackte vorm zes titels, die nog slechts antiquarisch verkrijgbaar zijn.

                De Werkgroep GAL wierp een rooie-rakkers-steen in de wat zelfgenoegzame Limburgse historische vijver. Bijna voor het eerst werd er systematisch aandacht gevraagd voor de geschiedenis van arbeid en arbeidenden in het Interbellum en in de naoorlogse jaren. Voor de studenten was het leuk om hun doctoraalscriptie voor een breed publiek gepubliceerd te zien, en het historische wereldje werd opgeschrikt door de (linkse) belangstelling voor - toen - heel recente geschiedenis.

                Dat laatste legt ook de vinger op de zwakke plek. Een aantal van de gebruikte bronnen berust op oral history: mondelinge overlevering. Maar het is bekend dat het geheugen een onbetrouwbare partner is, zowel in het dagelijks leven als in de historische wetenschap. Ook levert natuurlijk niet iedereen meteen een meesterwerk af bij zijn eerste poging. Enige voorzichtigheid ten aanzien van deze titels is dus geboden. Maar dat doet niets af aan het feit dat deze jonge auteurs in Limburg een heel nieuw onderzoeksveld openlegden.
                Last edited by Ingrid M.H.Evers; 18 juli 2015, 21:59.

                Opmerking


                • #9
                  L'ami du Limbourgh en Kapelaan Wijnen over "L'oeuvre"

                  Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers
                  (..) Maar het zijn niet alleen de drie 'Sphinx-zonen' die de verwording van Pie Regouts ideaal is aan te rekenen. Het is met name ook de gemeente Maastricht geweest die de toestand volledig uit de hand deed lopen. (..)
                  Ingrid heeft hier een goed punt.
                  Petrus "Pie" Regout uitte zich (in)direct vaak in de Franstalige krant L'ami du Limbourgh (opgericht in 1864), die overigens in Luik werd gedrukt, over sociale (wan)toestanden in mn. Maastricht.
                  De slechte openbare gezondheidszorg, maar meer nog de huisvesting van de arbeiders en hun gezinnen waren punten waar de L'ami du Limbourgh aandacht voor vroeg.
                  Petrus Regout sprak deze beweringen nooit tegen of probeerde publicatie daarvan te voorkomen, iets wat hij waarschijnlijk zeer gemakkelijk had kunnen bewerkstelligen gelet op het feit dat de feiten over Maastricht afkomstig waren van een Maastrichtse kapelaan en Petrus Regout (hoogstwaarschijnlijk!) de eigenaar van L'ami du Limbourgh was.

                  In L'ami du Limbourgh bepleitte de kapelaan van de St. Mathiasparochie, J.H. Wijnen, er voor dat de gemeenten de bouw van goede arbeiderswoningen ter hand zou nemen. Na verloop van jaren moest de huurder zelfs eigenaar van die woningen kunnen worden.

                  Wat de zedelijke en godsdienstige verheffing van de arbeider betreft pleitte Wijnen al in 1867 voor de oprichting van een Sint Josephgezellenvereniging. Daarbij moet men denken aan de oprichting van een "société ouvrière" zoals Luik die kent. (zie ook div. artikelen in L'ami du Limbourgh d.d. 17 en 24 sept. 1871 en 1, 8 en 15 okt. 1871).

                  Hoewel dit slechts een persoonlijke aanname van mij is, zou het best eens zo kunnen zijn dat Wijnen, geïnspireerd of wellicht ingefluisterd door Regout's "City Ouvrière", pakweg 3 jaar later een pleidooi hield voor een Maastrichtse société ouvrière, na voorbeeld van de Luikse variant, via de oprichting van de Sint Josephgezellenvereniging.

                  Overigens was dit geheel waarschijnlijk niet zonder bijbedoeling.
                  In een artikel "L'oeuvre" van 17 maart 1872 riep Kapelaan Wijnen de (rijke) Maastrichtenaren op om vaart te maken met de oprichting van St. Jospeh-verenigingen, omdat anders de arbeiders in de verkeerde handen van de Internationale zouden kunnen worden gedreven!

                  Desalniettemin kan Petrus (Laurentius) "Pie" Regout waarschijnlijk niet, zonder enige nuance, verweten worden dat hij slecht, na de opvattingen van die tijd!!, voor zijn arbeiders zorgde.

                  Bron: Petrus Regout - Een bijdrage tot de sociaal-economische geschiedenis van Maastricht - , Dr. A.J. Fr. Maenen (blz.316-321)
                  Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd

                  Opmerking


                  • #10
                    Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers Bekijk bericht
                    Dat geldt overigens ook voor de reeks waarin de titel van Inez Jeunhomme uitkwam. Deze heette 'Werk en werkloosheid in Maastricht, 1930-1950' en was het lofwaardige initiatief van de Werkgroep Geschiedenis van de Arbeidersbeweging in Zuid-Limburg #Werkgroep GAL## Deze wist in 1985 de Utrechtse Letterenwinkel en de Geschiedeniswinkel Groningen te bewegen om een aantal onderzoeksvragen uit te zetten bij doctoraalstudenten geschiedenis en sociologie# In totaal verschenen in gestencilde, genaaid/gelumbackte vorm zes titels, die nog slechts antiquarisch verkrijgbaar zijn.
                    Deze zes exemplaren heb ik in de kast staan, als iemand ooit info hieruit wil hebben ik hoor of lees het wel.
                    Benieuwd ben ik naar het boekje van, Bucholtz en Wormer, De leefde veur us aait Mestreech, daar citeerde Inez Jeunhomme namelijk uit.
                    Kompleminte

                    Toller

                    Opmerking


                    • #11
                      Oorspronkelijk geplaatst door Toller Bekijk bericht
                      Deze zes exemplaren heb ik in de kast staan, als iemand ooit info hieruit wil hebben ik hoor of lees het wel.
                      Benieuwd ben ik naar het boekje van, Bucholtz en Wormer, De leefde veur us aait Mestreech, daar citeerde Inez Jeunhomme namelijk uit.
                      Zoals ik al aangaf met een link: aanwezig in de Stadsbibliotheek (Centre Céramique).

                      Opmerking


                      • #12
                        Heb het boekje gevonden ga morgen kijken.
                        Kompleminte

                        Toller

                        Opmerking


                        • #13
                          Na enig gerechercheer hier dan de oplossing:

                          In haar boekje "Werk en werkeloosheid in Maastricht 1930-1950" geschreven door Inez Jeunhomme, las ik op pagina 11 de volgende tekst:

                          “Bovendien was er een onderaardse verbinding van de Groete Bouw met de aardewerkfabriek.” Voor de onderbouwing verwees zij naar, Bucholtz en Wormer, De leefde veur us aait Mestreech, pag.38.

                          Ik het dit boekje gevonden in de Bieb. Het bewuste citaat op pagina 38:
                          “In 1863 liet Regout in de St. Teunisstraat zijn Cité Ouvrière bouwen. De Groete Bouw of ook wel Zwarte Bouw genoemd, een huurkazerne met 72 eenkamerwoningen, 16 privaten, een waterpomp per verdieping, brede gangen, een centraal lijkenhuis, een onderaardse verbinding met de fabriek, een conciërge voor het toezicht.”
                          Als voetnoot bij deze tekst is het boek “Een eeuw modern kapitalisme” opgevoerd geschreven door M. Ubachs en uitgegeven bij Link/Nijmegen. In dit boek staat op pagina 57 de volgende tekst:

                          “Er ging evenwel een gerucht door Maastricht, dat de Regout's een onderaardschen gang hadden aangelegd, waardoor kinderen, die nooit de fabriek mochten verlaten naar een aan de overzijde van de straat gelegen kinderhuis gevoerd werden.”

                          M. Ubachs baseerde zijn verhaal in voetnoot 50 op pagina 217:
                          “’een gerucht’: de tunnel, het internaat en de aktiviteiten van Abbe Santol kwamen in opspraak in 1907. Volgens het Gedenkboek van de Sphinx dateert de tunnel uit 1898. Dat Abbe Santol aan de Sphinx jonge arbeidskrachten leverde die de Sphinx in Maastricht zelf onvoldoende kon krijgen, wordt ook door de bron erkend. Dat er sprake was van vrijheidsberoving en dat de tunnel hierbij een rol speelde , is volgens het jubileumwerk onjuist.”

                          Met de uitleg van Ubachs ben ik niet blij. Ik begrijp dat een bron iets vertelt tegen Ubachs. Maar een gerucht is niet altijd de waarheid. Vervolgens nemen Bucholtz en Wormer, dit gerucht klakkeloos over als een op waarheidsberustende bron. De "waarheid" volgens Bucholtz en Wormer wordt dan weer opgenomen in het boekje van Inez Jeunhomme. Hoe vreemd kan het lopen. Een groot deel van de mensen, die ooit iets gehoord hebben van een tunnel i.c. met kinderen en de Sphinx, hebben dit ook voor waar overgenomen en doorvertelt.

                          Ben verder gaan zoeken en kwam de navolgende tekst op pagina 65 tegen in het boek van Dr A.J. Fr. Maenen:
                          “Petrus Regout 1801-1878”
                          een bijdrage tot de sociaaleconomische geschiedenis van Maastricht

                          “Enige maanden nadat de Cité in gebruik genomen was vroeg Regout de gemeente, waarmee hij op gespannen voet leefde, verlof om vanuit de fabriek een tweetal waterleidingen onder de openbare straat door te mogen leggen, de ene bestemd voor de aanvoer van bluswater naar zijn houtmagazijnen aan het Bassin, de andere naar Cité Ouvrière, zodat dit gebouw van stromend water kon worden voorzien.”
                          Bron: Arch. P.R.: no. 26, p. 288.

                          De gemeente stond Regout toe de tunnel van de fabriek naar de timmerloodsen en het Bassin voor bluswater aan te leggen. De andere aanvraag, voor het Cité Ouvrière werd afgewezen. Nog enkele malen diende Regout het verzoek in voor de waterleiding naar de Cité, maar de gemeente reageerde niet of afwijzend. Er is nooit een tunnel gebouwd van de Cité naar de fabriek.
                          Last edited by Toller; 17 augustus 2013, 10:03. Reden: aanvullen
                          Kompleminte

                          Toller

                          Opmerking


                          • #14
                            Open brief Petrus Regou aan de gemeenteraad

                            Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers Bekijk bericht
                            (...)

                            Er wordt vaak denigrerend gesproken over de Cité, omdat er op de overloop van elke verdieping tonnetjes voor de ontlasting stonden; omdat veel gezinnen gebruik moesten maken van 'slechts' 16 buitenplee's; omdat er slechts één waterpomp per verdieping was. Het grootste schandaal vindt men nog dat er een lijkenkamer was.

                            Degenen die zich daar zo druk om maken, lijden aan een anachronistische benadering van de geschiedenis.
                            (...)
                            Regout was terecht trots op zijn schepping.
                            (...)
                            Zoekend naar de oplossing van de ene posting, stuit je weer op de andere

                            Op blz. 63 van het boek "Petrus Regout" van Dr. A. J. Fr. Maenen, lezen we het navolgende:

                            De oprichting van de door [Petrus] Regout in 1863 gebouwde cité ouvrère, in latere tijd "menschenpakhuis"geheten, moet men dan ook in dit licht bezien.(...)
                            Tussen 1859 en 1869 verminderde het aantal [arbeidershuizen] huizen met 171 tot 2036.
                            (...)
                            "Voor wat betreft de cité ouvrière" zo deelde Regout de gemeenteraad mede, "doet zich dagelijks meer en meer behoefte gevoelen aan geschikte huisvesting voor de arbeidende klasse. Terwijl van den eenen kant de bevolking in de laatste jaren beduidend heeft toegenomen, is van den anderen kant zeer veel afgebroken, zonder dat, bepaaldelijk voor de arbeidende klasse, weder opgebouwd is (...) De cité ouvrère, die ik voornemens ben op te rigten, zal nagenoeg vijftig woningen bevatten, waar even zoo veel huisgezinnen van de arbeidende klasse tegen geringe huur, goede en gezonde huisvesting zullen vinden, zoodat het nuttige van dat uitgestrekte gebouw, voorzeker zal erkend worden"

                            (Citaat uit de open brief aan de gemeenteraad van Maastricht d.d. 2 maart en 2 april 1863)
                            Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd

                            Opmerking


                            • #15
                              L'Ami du Limbourg [= De Limburgvriend]

                              Oorspronkelijk geplaatst door Pier Bekijk bericht
                              Petrus "Pie" Regout uitte zich (in)direct vaak in de Franstalige krant L'ami du Limbourg (opgericht in 1864), die overigens in Luik werd gedrukt, over sociale (wan)toestanden in mn. Maastricht.
                              Er was inderdaad een Luikse krant met deze naam, maar de Ami du Limbourg waar wij over spreken, werd in Maastricht uitgegeven van 1866-1877. Ik baseer mij daarbij op een onuitgegeven studie van de hand van mijn oud-collega, de historicus drs. E.P.M. Ramakers, verbonden aan de Stadsbibliotheek Maastricht [SB]. Hij inventariseerde in de jaren 1980 de omvangrijke collectie negentiende- en twintigste-eeuwse dagbladen en periodieken in bezit van de toenmalige SB; tevens wat wel bekend was, maar niet daar aanwezig. Wie geïnteresseerd is kan dit overzicht inzien in een losbladige klapper die ter inzage ligt aan de balie op de vierde verdieping van het Centre Céramique. Ik denk niet dat er vaak naar gevraagd wordt (je moet weten dat die compilatie bestaat), dus kijk niet vreemd op als het meer recente personeel in eerste instantie niet weet waarnaar je vraagt. Zie ook het lemma 'krant' in de HEM. Eventuele in de encyclopedie van het overzicht van Ramakers afwijkende gegevens berusten op later onderzoek.

                              Het overzicht van Ramakers is zowel chronologisch als alfabetisch geordend en geeft periode (in decennia), naam, plaats van verschijnen, periode van verschijnen en welke jaargangen aanwezig zijn in de SB. Het geeft geen inzicht in de politieke kleur of financiële achtergronden van deze uitgaven.

                              Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de persgeschiedenis in Limburg. Enige aanzetten zijn gedaan door Flament, en meer recent door Bogers en Evers. In de HEM worden de verschillende kranten afzonderlijk behandeld. Zoekt en gij zult hopelijk vinden.
                              Last edited by Ingrid M.H.Evers; 2 oktober 2014, 09:12.

                              Opmerking

                              Bezig...
                              X