Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Verdwenen kerk: de H. Hartkerk (Tongersestraat)

Sluiten
X
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • Verdwenen kerk: de H. Hartkerk (Tongersestraat)

    De negentiende-eeuwse Heilig Hartkerk, de in 1976 gesloopte, tweede kerk van de jezuïeten in Maastricht, aan de Tongersestraat, valt een beetje tussen wal en schip. Zij was te recent gebouwd om nog besproken te kunnen worden in de Monumenten van Geschiedenis en Kunst en is te vroeg afgebroken om in aanmerking te komen voor de uitgaven van de Stichting Historische Reeks Maastricht. Met als gevolg dat hij bijna onbekend is in het huidige Maastricht. De eerste 'toegang' is dan ook het boek van pater dr. J. Tesser, hieronder genoemd.

    De kerk verving een kapel, die in 1853 als eerste bedehuis werd ingericht op de binnenplaats van het gebouwencomplex. Zij diende zowel voor de kloosterlingen als voor het kerkvolk. Heel prettig kan dit voor de jezuïeten niet geweest zijn. Een kloostergemeenschap heeft behoefte aan een eigen bedeplaats, om in afzondering de verplichtingen van het ordereglement na te komen en de verrukkingen van een diep gevoeld geestelijk leven te ervaren.

    Het is dan ook geen wonder dat men na een aantal verbouwingen in het complex ertoe overging een aparte kerk te bouwen voor de gelovigen. De neogotische H. Hartkerk was een ontwerp van de jezuïeten-lekebroeder A. Slootmaekers, 'architect, meester timmerman en makelaar', die ook elders huizen en kerken voor de orde ontwierp. De eerste steen van de H. Hartkerk werd gelegd op 20 april 1869. Reeds op 3 november volgde de plechtige consecratie (inwijding), al zou er de kerk eerst in 1871 geheel af zijn.

    Literatuur
    J. Tesser, De jezuïeten te Maastricht, 1852-1952, Maastricht (Veldeke) 1952.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 23 mei 2017, 13:27.

  • #2
    Beoordeling ontwerp

    Men schijnt unaniem van mening te zijn dat de jezuïeetenkerk van het H. Hart niet het meest geslaagde project is geweest van broeder Slootmaekers. Mogelijk dat het beperkte budget van 25.000 gulden en de vaart die achter de bouw zat, daar debet aan waren. Anderzijds kan ook de artistieke waardering voor de neogotiek die immers van generatie tot generatie kan verschillen, hier een rol in spelen. Het is moeilijk je een oordeel te vellen over een gebouw waarvan in het openbaar domein zo weinig afbeeldingen bewaard zijn gebleven.

    Eerlijkheidhalve moet gezegd worden dat de situering van het gebouw in de krappe ruimte van het terrein meteen achter de toegangspoort, een rechtvaardige beoordeling van het exterieur wel wat in de weg stond. Ook schijnen de verhoudingen van het forse gebouw tot de relatief smalle Tongersestraat en de lange tijd bij avond zeer slechte straatverlichting geen positieve factoren te zijn geweest.

    De kerk werd gebouwd in een tuin, een vrijliggend terrein tussen de verschillende gebouwen van het klooster. Zij bevond zich kort achter de ingangspoort van het huis Villain XIIII, die nog steeds aan de Tongersestraat gelegen is. Tegenwoordig is dit de ingang tot de open ruimte met parkeerterrein en fietsenstalling voor de toegang (rechts) van de huidige universiteit. (zie fotolink in posting 1).

    Literatuur
    J. Tesser, De jezuïeten te Maastricht, 1852-1952, Maastricht (Veldeke) 1952.
    Last edited by Ingrid M.H.Evers; 23 mei 2017, 13:27.

    Opmerking


    • #3
      Heilig Hartkerk, interieur (1)

      De Heilig Hartkerk was verdeeld in drie beuken. Een foto van het interieur van het middenschip is te vinden bij Tesser (fotopagina tussen blzz. 48-49). Van een kapel kan men bij dit gebouw niet meer spreken, het was een kerk. Een paar mooie foto's zijn te vinden in Monument, een groot formaat fotoboek dat in 2006 werd uitgegeven bij gelegenheid van het zesde lustrum van de Universiteit Maastricht.

      Ondanks het forse formaat bleek het gebouw decennialang te klein om de toeloop van gelovigen gemakkelijk te herbergen. Met name het lof met avondprediking was populair in de buurt.

      Het inwendige van het gebouw oogstte - ook bij de leden van de Sociëteit van Jezus - meer waardering dan het uiterlijk. Algemeen was men van mening dat versiering en uitrusting het gebed stimuleerden, de hoogste lof die men in kerkelijke kringen aan een bedehuis kan geven.

      De meubilering bestond uit:
      1. Vier eikenhouten biechtstoelen uit het atelier van de gebroeders Goyers te Leuven, die ook de preekstoel van de Utrechtse domkerk hadden geleverd. Prijs: ƒ 1.971,75.
      2. De firma Ramakers uit Geleen leverde eveneens vier biechtstoelen, die qua materiaal en uitvoering wonderwel aansloten bij het Leuvense. Zij was een weinig goedkoper en rekende per stuk ƒ 400.
      3. Ramakers leverde ook het eiken Aloysiusaltaar ad ƒ 900. Grappig genoeg was dit bijna eenderde goedkoper (ƒ 290) dan
      4. het exact gelijke Maria-altaar dat geleverd werd door de kunstenaar-beeldensnijder J.A, Oor uit Roermond (ƒ 900 + 290 = ƒ 1.190).
      5. Oor leverde tevens de eikenhouten preekstoel met rijkbewerkte trap en goed gesneden heiligenbeeldjes, voor ƒ 1.949.
      6. Een marmeren beeld van de heilige Aloysius, geschonken door mw. Regout-Berger, was van de hand van de kunstenaar Geelen en kostte ƒ 425,25.
      7. De kunstenaar Scheen leverde de (12-14?) kruiswegstaties voor ƒ 100 per stuk.
      8. Een marmeren Onze Lieve Vrouwebeeld kwam opnieuw uit het atelier Goyers in Leuven en kostte ƒ 401,62.
      9. Het hoofdaltaar tenslotte bestond lange tijd slechts uit een tombe/tombeau, geflankeerd door twee piedestals waarop een grote marmeren engel stond (Geelen, in totaal ƒ 844,77).

      Het gehele, witmarmeren altaar zou pas in 1875 voltooid worden en uiteindelijk ƒ 6.000 kosten. Het was de schepping van ene Lecomte. Mogelijk betrof het vroeg werk van Adolf Lecomte (1850-1921), die reeds op jonge leeftijd docent zou worden in de ornamentale kunst.

      Literatuur
      J. Tesser, De jezuïeten in Maastricht, 1852-1952; blz. 44-45.
      Last edited by Ingrid M.H.Evers; 23 mei 2017, 14:09.

      Opmerking


      • #4
        Heilig Hartkerk, interieur (2)

        Bij de beschrijving van het interieur van de kerk (zie posting 3) vallen twee zaken op:

        1. tot twee keer toe levert het atelier Ramakers (Geleen) meubilair dat volgens Tesser qua concept en uitvoering sprekend gelijkt op, zo niet identiek is met, het werk van een andere leverancier. Het betreft dan de biechtstoelen van Goyers te Leuven en een zijaltaar van de kunstenaar Oor te Roermond.
        2. de niet onaanzienlijke kosten voor de verschillende kunstwerken.

        Ad 1. De onderlinge overeenkomst kan verschillende oorzaken hebben. Ik geloof niet dat we hier moeten denken aan bedrijfsspionage. De vraag is wat er het eerst was: het werk uit Leuven of het werk uit Geleen. Waarschijnlijk kreeg Ramakers opdracht om (goedkoper!) het ontwerp van Goyen te kopiëren. Uit de tekst van Tesser kan men opmaken dat de toeloop tot de kerk onverwacht groot bleek, hetgeen een uitbreiding van het aantal biechtstoelen rechtvaardigde. Iets dergelijks kan ook gelden voor het zijaltaar. De opdrachtgever heeft mogelijk gezocht naar eenheid in de kerk, en het Atelier Ramakers was naast ontwerper vooral ook 'meubelmaker'. Ik vermoed dat Tesser dit verband niet heeft onderkend.

        Ad 2. Voor de aanvankelijke inrichting van de kerk had Slootmaeker slechts ƒ 5.000 ter beschikking. Hij zou er ondanks de schenkingen van diverse particulieren (o.a. de ons in dit verband bekende behangselfabrikant Claereboets!) en collega-religieuzen ruim overheen gaan. Maar het zet bovenstaande bedragen wel in perspectief. Bedenk dat we het nog niet hebben gehad over muurschilderingen, kerkbanken, de witmarmeren communiebank, inrichting sacristie etc.

        Literatuur
        J. Tesser, De jezuïeten te Maastricht, 1852-1952, Maastricht (Veldeke) 1952.
        Last edited by Ingrid M.H.Evers; 23 mei 2017, 13:29.

        Opmerking


        • #5
          Heilig Hartkerk, interieur (3)

          De verdere aankleding van de kerk kwam over een langere periode tot stand. Wegens gebrek aan fondsen duurde het tot 1888 voordat er in Aken bij de firma Stahlhut een orgel werd gekocht, dat op 12 maart plechtig zou worden ingezegend.

          Het vele witte marmer in de kerk gaf haar een koele, zo niet koude aanblik. In 1892 bracht een Parijse firma hete luchtverwarming aan, mogelijk de eerste in Maastricht, hetgeen in elk geval de reële temperatuur omhoog schroefde.

          Om de gevoelsmatig koele indruk te weren, kreeg de kerk ongeveer tezelfder tijd een beschildering. Tesser merkt misprijzend op: 'een buitenlands artist, maar dan toch een van de koude grond (...). Dezelfde man, die nog wel de veelbelovende en trotse naam Préclaire droeg, schilderde ook de geestloze [nieuwe] kruisweg, waarvan gelukkig in de tamelijk donkere zijbeuken niet veel te zien is, zelfs niet als het tijdens de eerste wereldoorlog aangelegde electrische licht is ontstoken.'

          Wie deze Préclaire is geweest, heb ik niet kunnen traceren. Het is ook de vraag of er veel meer over hem bewaard is gebleven in het archief van de jezuïeten. Tesser schrijft dat het archief van het huis te Maastricht verloren is gegaan.

          Literatuur
          J. Tesser, De jezuïeten te Maastricht, 1852-1952, Maastricht (Veldeke) 1952.
          Last edited by Ingrid M.H.Evers; 23 mei 2017, 13:31.

          Opmerking


          • #6
            Heilig Hartkerk, interieur (4)

            Als men de leveranciers van de inrichting van de kerk nader beziet, wordt duidelijk dat de jezuïeten in Maastricht gebruik maakten van hun ervaring met de neogotiek. Het was een stijl die zij na hun 'terugkomst' in de negentiende eeuw zowel in hun Nederlandse, als in hun Belgische huizen toepasten. Zij waren niet de enigen. De neogotiek was bij uitstek de bouwstijl die de katholieken omarmden na het herstel van de bisschoppelijke hiërachie in Nederland (1853), de stijl van het zich emanciperende kartholieke volksdeel.

            Uit het Leuvense kenden de jezuïeten het in België zeer bekende atelier van de gebroeders Goyen (door Tesser vermeld als Goyers). In Nederland waren zij op de hoogte van de kunstwerkplaatsen van Cuypers en Stoltzenberg te Roermond. Zowel de kunstenaar-beeldsnijder Oor, als de beeldhouwer Geelen werkten bij Cuypers. Het atelier Ramakers op zijn beurt deed volgens de mondelinge overlevering binnen de familie veel uitvoerend werk voor Cuypers (Vriendelijke mededeling van J. Janssen, Goiânia-Go, Brazilië).

            Het is jammer dat we zo weinig kijk hebben op de uitrusting van de H. Hartkerk. Interieurfoto's zijn zeldzaam en detailfoto's al helemaal.
            Waar je de eind-achttiende-eeuwse inrichting van de St.-Nicolaaskerk op het Onze Lieve Vrouweplein (gesloopt in 1837) nog op tal van plaatsen in de stad en elders kunt terugvinden en je die kerk dus bijna volledig digitaal zou kunnen aankleden, is de inrichting van de veel jongere Heilig Hartkerk nauwelijks te recronstrueren en eigenlijk spoorloos.

            Bij het vertrek van de orde der jezuïeten uit de stad hebben zij in 1966 het interieur van de kerk verkocht aan de plaatselijke antiquair Wolters. Van enkele reliekschrijnen weten we dat Wolters ze geschonken heeft aan de kerk van Wyckerveld. Dit was de enkele jaren geleden gesloopte kerk van de H. Familie; mij is onbekend wat er met deze relieken is gebeurd.

            De rest van het interieur van de H. Hartkerk is verwaaid in de stormwind van de kerkelijke kaalslag in de jaren 1960-1970. Het zou geweldig zijn als Wolters nog enige documentatie had van zijn verkopen, maar dat lijkt mij niet erg waarschijnlijk. En zelfs dan zijn we bijna vijftig jaar verder, de handel staat niet stil.

            Literatuur
            J. Tesser, De jezuïeten te Maastricht, 1852-1952, Maastricht (Veldeke) 1952.
            jezuïetenkerk Tongersestraat, verkoop inboedel.jpg
            Last edited by Ingrid M.H.Evers; 23 mei 2017, 13:38.

            Opmerking


            • #7
              De kloosterkapel aan de Tongersestraat 53 (1)

              Wat men zich vaak niet realiseert is, dat het kloostercomplex naast de jezuïetenkerk (de H. Hartkerk) nog een tweede bedehuis herbergde (zie posting 1). Deze kapel werd sinds de opening van de kerk (1869) uitsluitend gebruikt door de kloostergemeenschap. In verband met nieuwbouwplannen op de binnenplaats werd deze kapel echter in de jaren 1880 afgebroken. Op 11 februari 1883 kwam er aan de vieringen in deze kapel een einde.

              Meer dan een jaar moesten de kloosterlingen zich behelpen, totdat in 1884 een nieuwe kapel werd ingericht in de oude salon van het huis Vilain XIIII, die van een prachtige betimmering was voorzien. Die betimmering werd gedemonteerd en geschonken aan het Bonnefantenmuseum. Zij kwam later terecht in het Spaans Gouvernement, nu Museum aan het Vrijthof, waar zij een van de pronkstukken in de stijlkamers is.

              De voormalige salon werd door ene Leynen, mogelijk een architect uit Brussel, inwendig voorzien van een soort absis van stucwerk en glas-in-lood. Daarin kwam een nieuw en schitterend altaar te staan. 'Het bestond uit een koperen opstand, met gedreven kaarsenbanken en tabernakeldeur.'
              Deze nieuwe huiskapel werd op 15 juli 1884 ingezegend en zou tot de grote verbouwing in 1940-41 in gebruik blijven.

              Literatuur
              J. Tesser, De jezuïeten in Maastricht, 1852-1952, Maastricht 1952, 49-51, alwaar citaat.
              Last edited by Ingrid M.H.Evers; 23 mei 2017, 13:40.

              Opmerking


              • #8
                De kloosterkapel aan de Tongersestraat 53 (2)

                Bij de nieuwbouw in de jaren 1940-41 (onder meer een nieuwe bibliotheek langs de Tongersestraat en een nieuwe woonvleugel), sneuvelde de nog bestaande negentiende-eeuwse bouw en de daargelegen kloosterkapel. Bijkomend effect was dat de laatste resten van het vroegere huis Vilain XIIII definitief verdween uit het beeld van de stad. Alleen de karakteristieke rijk gedecoreerde achttiende-eeuwse gevel bleef behouden, zij het dat hij een kwart slag werd gedraaid. Tegenwoordig staat die gevel dus dwars op de straat.

                In de nieuwbouw was ook een nieuwe kapel voorzien. Deze bevond zich op de begane grond, maar had open koorgalerijen op de eerste en tweede verdieping, zodat zij overal gemakkelijk te bereiken was. Het ontwerp voor de (totale) nieuwbouw was van de hand van de plaatselijke architect ir. A. Swinkels.

                De kapel kwam tot stand in oorlogstijd. Zij werd op 27 april 1941 ingewijd, maar de jezuïeten en hun studenten hebben er niet lang van kunnen genieten. Op 31 januari 1942 werd het pand definitief gevorderd door de Duitse bezetter; op 4 februari 1942 was het leeg en de kloosterlingen voor de rest van de oorlog verstrooid over tal van locaties in de regio. Alleen de bibliotheek bleef in handen van de jezuïeten, op voorwaarde dat een nieuwe deur op de aanpalende wenteltrap deze afgescheiden zou houden van de rest van het gebouw. (Tesser, 202 en elders).

                Na de oorlog heeft men deze moderne kapel verder aangekleed. De jonge Maastrichtse kunstenaar Libert Raemakers vervaardigde een nieuwe kruisweg (1953). De kunstenares Marianne van der Heijden verzorgde een aantal levensgrote mozaïeken voor de 'blinde' absis (1953-56), later uitgebreid met taferelen op de triomfboog boven de absis (1956-58 ). Zo heeft de kapel nog ruim twintig jaar dienst gedaan, tot aan het vertrek van de sociëteit uit Maastricht op 27 augustus 1967.

                De reden dat ik nader ben ingegaan op de kloosterkapel van de jezuïeten is, dat zij in tegenstelling tot de Heilig Hartkerk als architectonische ruimte bewaard is gebleven. Dit ondanks de afbraak van grote delen van het klooster in de jaren 1970.

                Het feit dat de kapel zo hoog was, maakte haar buitengewoon geschikt als aula voor de jonge Maastrichtse universiteit. Het pand aan de Tongersestraat diende aanvankelijk als hoofdzetel voor het bestuur en de administratieve afdelingen. Na de restauratie en verbouwing van de Tweede Minderbroederskerk op de Minderbroedersberg (1999) is de zetel van de universiteit daarheen verhuisd, en is daar een grotere aula in gebruik genomen. Maar wie vóór die tijd aan de Tongersestraat een promotie heeft meegemaakt, zal zich de oplopende rijen zitplaatsen en de mozaïeken van Marianne van der Heijden zeker herinneren.



                Mozaïeken van Marianne van der Heijden in de absis van de vroegere kloosterkapel, nu aula, aan de Tongersestraat. Foto genomen naar het oosten.





                Aula in de voormalige kloosterkapel, gezien naar het westen.

                Literatuur
                J. Tesser, De jezuïeten te Maastricht, 1852-1952, Maastricht (Veldeke) 1952. Daarnaast de KB Krantenbank.
                Last edited by Ingrid M.H.Evers; 23 mei 2017, 13:43.

                Opmerking


                • #9
                  Beste Ingrid,

                  Dank je wel voor de uitvoerige beschrijving van de verdwenen H. Hartkerk. Jammer dat er weinig foto materiaal van het interieur is.

                  Ik bewonder je uitvoerige rapportages!
                  Joep.

                  Opmerking


                  • #10
                    Uit het Leuvense kenden de jezuïeten het in België zeer bekende atelier van de gebroeders Goyen. In Nederland waren zij op de hoogte van de kunstwerkplaatsen van Cuypers te Roermond. Zowel de kunstenaar Oor als de beeldhouwer Geelen werkte bij Cuypers. Het atelier Ramakers op zijn beurt deed veel uitvoerend werk voor Cuypers.

                    Atelier Ramakers deed veel uitvoerend werk voor atelier Cuypers & Stolzenberg. Dat weet ik uit familie overlevering.

                    Mijn vragen zijn:
                    1) Waar heb jij, Ingrid, het vandaan dat atelier Ramakers veel werk uitvoerde voor atelier Cuypers & Stolzenberg uit Roermond?

                    2) Is het te achterhalen wat atelier Ramakers uitvoerde voor Cuypers & Stolzenberg?

                    Bijvoorbaat dank voor de reacties en uw tijd!

                    Joep Janssen

                    Opmerking


                    • #11
                      Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers Bekijk bericht
                      Uit het Leuvense kenden de jezuïeten het in België zeer bekende atelier van de gebroeders Goyen (door Tesser vermeld als Goyers). In Nederland waren zij op de hoogte van de kunstwerkplaatsen van Cuypers te Roermond. Zowel de kunstenaar-beeldensnijder Oor als de beeldhouwer Geelen werkten bij Cuypers. Het atelier Ramakers op zijn beurt deed veel uitvoerend werk voor Cuypers.
                      In de vorige posting werd niet helemaal duidelijk dat het eerste gedeelte een citaat was, dat hier te vinden is. Inmiddels heb ik de tekst daar aangepast met de uitbreiding: 'volgens de mondelinge overlevering binnen de familie'. Want dat is de herkomst van mijn opmerking, Joep. Jijzelf hebt dat ergens gesteld. Ik heb even zitten zoeken in alle door jou gestarte draadjes en geplaatste postings. Wat ik tot nu toe heb gevonden, is meer een suggestie voor dat uitvoerend werk voor Cuijpers en Stoltzenberg, dan dat het er met zoveel woorden staat (zie hier en hier). Ik vermoed dan ook dat het in onze privé-briefwisseling duidelijker ter sprake is gekomen, want alleen op basis van deze twee postings zou ik niet zo stellig zijn geweest over dat uitvoerend werk. De p-mail heb ik echter gewist.
                      Oorspronkelijk geplaatst door J.W. Ramakers en Zonen Bekijk bericht
                      Is te achterhalen wat atelier Ramakers uitvoerde voor Cuypers & Stolzenberg?
                      Het is Stoltzenberg (met T) . Ik zal er het proefschrift van Lidwien Schiphorst eens op nazien en er eventueel een telefoontje aan wagen.
                      Last edited by Ingrid M.H.Evers; 23 mei 2017, 13:45.

                      Opmerking


                      • #12
                        Archief Kunstwerkplaats Cuypers en Stoltzenberg (1851-1879)

                        Het archief van P.J.H. (Pierre) Cuypers wordt bewaard bij het Nederlands Architectuur Instituut (NAI) te Rotterdam, na een fusie in 2013 onderdeel van 'Het Nieuwe Instituut". Het is opgedeeld in enkele grote bestanddelen. Het archief van de Kunstwerkplaats Cuypers en Stoltzenberg (later Cuypers en Co.) is volledig geïnventariseerd. De beschrijving ervan is als PDF bestand te downloaden.

                        De inventaris heeft 417 blz. en ik heb niet gezocht naar mogelijke relaties met Ramakers. Daar heeft men tijd voor nodig, maar het is natuurlijk heel goed mogelijk dat er iets in de stukken van algemene aard zit (bv. in mappen met correspondentie).

                        Mochten er beloftevolle beschrijvingen zijn, dan is het natuurlijk altijd mogelijk contact op te nemen met het NAI en nadere inlichtingen te vragen.
                        Last edited by Ingrid M.H.Evers; 23 mei 2017, 13:46.

                        Opmerking


                        • #13
                          De Petrus Canisius van Ramakers (1)

                          Lidwien Schiphorst promoveerde in 2004 op de Kunstwerkplaats van Cuypers en Stoltzenberg. Haar rijk geïllustreerde studie behandelt onder meer modellenboeken, opdrachtgevers en medewerkers. Het is een goed voorbeeld van hoe je een dergelijk onderzoek zou kunnen opzetten.

                          In verband met de modelering van beelden van mannelijke heiligen vermeldt zij ,dat Cuypers en Stoltzenberg drie basisontwerpen hanteerden waarbij het opperkleed de vorm had van een toga, een kazuivel of een lange 'sluik hangende mantel met kraag of kap'. De oorspronkelijke vormen dateerden uit de hoge middeleeuwen, de uitvoering was conform de technische mogelijkheden en smaak van de negentiende eeuw.

                          Dat er drie basisvormen waren betekende echter niet dat alle beelden nu kopieën van elkaar waren. Integendeel, 'de uitvoeringen laten steeds in plooien, houding of details verschillen zien, geen beeld was identiek, getuige de talrijke Jozefbeelden.' (p. 246)

                          Heel belangrijk was, dat de kunstenaar op de hoogte was van de iconografie die een bepaalde heilige omringde. Van de meeste heiligen wist men met welke attributen hij doorgaans werd afgebeeld. De heilige Jozef kreeg bijvoorbeeld als patroon van de timmerlieden timmergereedschap mee; of als patroon van het gezin droeg hij het kindje Jezus op de arm; of als toegewijde echtgenoot een lelie (zuiverheid) etc. Soms vroeg de opdrachtgever echter om een 'nieuwe' heilige, een die misschien lang geleden had geleefd, maar pas in de negentiende eeuw was opgenomen in de kerkelijke heiligenkalender. Voor zo'n opdracht moest eerst uitgebreid gestudeerd worden op de persoon, voordat men met een schets kon komen:

                          '(...) beelden [van 'nieuwe' heiligen] zoals Lebuïnus voor [een kerk in] Deventer en in 1863 Petrus Canisius voor [de jezuïeten in] Nijmegen vroegen om uitvoerige documentatie. Cuypers/Stoltzenberg liep niet voorop met de vervaardiging van een nieuw Petrus-Canisiusbeeld. Het eerste beeld kwam van J.W. Ramakers te Geleen.'

                          N.B. In het citaat zijn de aanvullingen tussen vierkante haken van mijn hand (IMHE).

                          Literatuur:
                          Lidwien Schiphorst, 'Een toevloed van werk, van wijd en zijd'. De beginjaren van het Atelier Cuypers/Stoltzenberg, Roermond 1852-ca. 1865, Nijmegen 2004, blz. 246.
                          Last edited by Ingrid M.H.Evers; 23 mei 2017, 13:47.

                          Opmerking


                          • #14
                            De Petrus Canisius van Ramakers (2)

                            Petrus Canisius (1521-1597) was een Nederlandse theoloog die in Nijmegen was geboren en de eerste Nederlandse jezuïet werd. In 1864 zou hij door Rome zalig worden verklaard, de eerste stap naar heilig verklaring (1925). Het was dus geen wonder dat de jezuïeten te Nijmegen in 1863 aan de vooravond van dat gebeuren een opdracht voor een beeld probeerden uit te zetten.

                            Roermond was in die jaren een centrum van kunstateliers en meerdere werden benaderd, waaronder ook het 'glasbedrijf Frans Nicolas' en 'Cuypers/Stoltzenberg'. Maar hoe had Petrus Canisius er uit gezien, wat waren zijn attributen, hoe moest hij worden vormgegeven?

                            Het was volgens Schiphorst het Atelier J.W. Ramakers te Geleen, dat in Nederland het eerste beeld van Petrus Canisius maakte (1863/64). De tekst suggereert dat dit atelier de opdracht van Nijmegen had aangenomen, maar helemaal duidelijk is het me niet. Feit is dat Cuypers/Stoltzenberg korte tijd later haar eigen vormgeving ontwikkelde. De auteur benadrukt echter dat het Ramakers was die voorop liep met onderzoek naar en uitbeelding van 'nieuwe heiligen'.

                            Literatuur:
                            Lidwien Schiphorst, 'Een toevloed van werk, van wijd en zijd'. De beginjaren van het Atelier Cuypers/Stoltzenberg, Roermond 1852-ca. 1865, Nijmegen 2004, blz. 246-247.
                            Last edited by Ingrid M.H.Evers; 23 mei 2017, 13:48.

                            Opmerking


                            • #15
                              Oorspronkelijk geplaatst door Ingrid M.H. Evers Bekijk bericht
                              In de vorige posting werd niet helemaal duidelijk dat het eerste gedeelte een citaat was, dat hier te vinden is. Inmiddels heb ik de tekst daar aangepast met de uitbreiding: 'volgens de mondelinge overlevering binnen de familie'. Want dat is de herkomst van mijn opmerking, Joep. Jijzelf hebt dat ergens gesteld. Ik heb even zitten zoeken in alle door jou gestarte draadjes en geplaatste postings. Wat ik tot nu toe heb gevonden, is meer een suggestie voor dat uitvoerend werk voor Cuijpers en Stoltzenberg, dan dat het er met zoveel woorden staat (zie hier en hier). Ik vermoed dan ook dat het in onze privé-briefwisseling duidelijker ter sprake is gekomen, want alleen op basis van deze twee postings zou ik niet zo stellig zijn geweest over dat uitvoerend werk. De p-mail heb ik echter gewist.
                              Het is Stoltzenberg (met T) . Ik zal er het proefschrift van Lidwien Schiphorst eens op nazien en er eventueel een telefoontje aan wagen.
                              Beste Ingrid,

                              Goed dat jij dit stelt. Ik heb niet al mijn postings voor ogen. En dit is komt inderdaad uit familie-overlevering. Er bestond namelijk een "levendige" samenwerking tussen atelier Cuypers & Stoltzenberg en atelier. Over en weer bleken er beeldhouwers voor dan Atelier Cuypers en dan weer voor atelier Ramakers te werken.

                              Een aantal keren heeft Pierre Cuypers de ateliers bezocht. Mij bekend zijn:
                              1) Een keer bij de gelegenheid bij het behalen van de Ereprijs met Gouden Medaille op de Internationale tentoonstelling voor Kerkelijk Kunst in Den Bosch in 1909 door atelier Ramakers. De Eremedaille voor werken in College van Herve (Belgie) (lambrisering) en voor zijaltaren voor de Abdij in Valdieu (Belgie). En de gouden medaille voor het Mariabeeld bestemd voor de Zusters onder de Bogen in Maastricht

                              2) Ik ben in bezit van een brief van Louis Ramakers (1900-1982), de laatste telg van het beeldhouwersgeslacht en eigenaar van het atelier, geschreven in Mei 1967. In deze brief worden bekende personen, geestelijke en wereldlijke leiders die het atelier bezochten. Ik citeer de teksten
                              "Dr. P.H.J. Cuypers met een aantal hoofd-ambtenaren van Monumenten Zorg uit Den Haag. Bij gelegenheid van de volledige restauratie der Theoteca in de basiliek van Meerssen heeft Dr. P.H.J. Cuypers opdracht gegeven afgietsels te maken, welke zijn geplaatst in het Rijksmuseum te Amsterdam."

                              Bijlagen:
                              Foto 1) Lambrisering van het College Marie-Thérèse in Hervé (Belgie), dit is nog te bewonderen
                              Foto 2) Maria-altaar uit Abdij Valdieu. Dit altaar is inmiddels verwijderd.

                              P.s.:
                              1) Een foto van het Maria beeld is al eerder geplaats onder draadje van de Klooster Zusters onder de Bogen.
                              2) Voor de kloosterbierliefhebbers onder ons. Abbaye Valdieu kloosterbieren zijn verrukkelijk! Een aanbeveling!
                              Bestanden bijvoegen
                              Last edited by J.W. Ramakers en Zonen; 8 januari 2014, 01:00.

                              Opmerking

                              Bezig...
                              X