Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Stadhuis Maastricht

Sluiten
X
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • Stadhuis Maastricht

    Kiem voor imago Europese stad lag in 1656.

    Stadhuistoren.
    Eigenaar: gemeente Maastricht
    Hoogte: 44 meter, exclusief de windwijzer
    Functies: stadhuis, werkkamers van burgemeester en wethouders, trouwlocatie, vergaderzalen, plek voor ontvangsten en feesten
    Historie: in 1656 kreeg architect Pieter Post opdracht om een tekening, begroting en maquette te maken voor een Maastrichts stadhuis, waarvan de ruwbouw in 1662 werd opgeleverd.
    Pas 21 jaar later mocht Akenaar Adam Wynandts de door Post ontworpen toren bouwen.
    De vertraging had te maken met de oorlogssituatie in die jaren.
    De toren stamt daardoor uit 1684.
    Kosten: het stadhuis werd voor 127.000 Hollandse guldens gebouwd.
    Hoeveel de toren kostte, is onbekend.
    Post had een open, houten toren gepland; het werd een gesloten exemplaar.



    ZOMERSERIE
    Kijken vanuit de torens van Maastricht.


    Zicht vanuit de toren van het Stadhuis Maastricht.

    Wijlen architect Aldo Rossi was verliefd op Maastricht, ‘die magnifieke stad met haar mooie torens’.
    In de zomerweken nemen we u mee naar een aantal bijzondere exemplaren, waar mensen ongewenst zijn.
    Vandaag de eerste aflevering van een reeks: de toren van het stadhuis.
    Beiaardier Frank Steijns heeft een van de hoogste functies van Maastricht.
    Letterlijk.
    Wekelijks bespeelt hij onder de koepel van de stadhuistoren wat hij de ‘stradivarius onder de carillons’ noemt: zeventien klokken van de beroemde gieter Hemony, elf van Van den Gheijn en vijftien van Eysbouts.
    Een inspannende bezigheid.
    Niet alleen vanwege de honderden trappen die genomen moeten worden om tot in de nok van het huis van het volk te komen, maar ook omdat de piek bekleed is met lood.
    In de zomer is het er op sommige dagen niet te harden van de hitte.
    Maar altijd is er ook een beloning die weinigen gegeven is: panorama- uitzicht op Maastricht.
    Zo ver het oog reiken kan als het weer tenminste meewerkt.
    Met een beetje fantasie kan de stadhuistoren met zijn bescheiden bordesje beschouwd worden als ‘Het Balkon van Europa’, een van de vele bijnamen waarmee Maastricht zich graag tooit.
    Dat zo gekoesterde imago werd dik 350 jaar geleden letterlijk in de steigers gezet.


    Stadhuis Maastricht.

    Het stadsbestuur in die tijd zat verdeeld op vier plekken:
    in het Dinghuis (nu VVV), de Lakenhal op de Markt en in De Lanscroon en De Liebaerd in de Grote Staat.
    Allerminst efficiënt en Haarlemmer Pieter Post, een leerling van Jacob van Campen, kreeg in 1656 de opdracht een stadhuis te ontwerpen.
    De achthoekige klokkentoren kwam er pas na bijna dertig jaar.
    Hij werd uitgesteld ‘met het oog op de oorlogssituatie’.
    Maar toen hij er ook stond, werd hij prompt gekopieerd.


    Stadhuis Maastricht 1720

    Dat beweert architectuurhistoricus professor Terwen tenminste, die ontdekte dat een identieke toren op het Troitse Sergijiv-klooster bij Moskou staat.
    De verklaring is logisch.
    De legendarische Peter de Grote verbleef in 1717 in Nederland en kreeg toen vermoedelijk een riedel architectuurboeken mee, waaruit lustig werd geput bij het ontwerpen van nieuwe ‘Russische’ gebouwen.
    Het staat staat allemaal in het vierde deel in de reeks Maastricht Silhouet over het stadhuis.


    Stadhuis Maastricht 1884.

    Ontworpen door een Hollander voor een Luik-Brabantse magistraat, met een toren gebouwd door een Akenaar, aangekleed met Vlaamse tapijten, met schilderijen van Hollandse meesters, met kunstwerken van Limburgers en Luikenaren, met stucwerk van Italianen, ingericht met Spaanse, Franse, Luikse en Hollandse meubelen.
    ‘Een voorbeeld van de wijze waarop artiesten uit diverse Europese regio’s een bouwwerk konden voltooien dat opvalt door zijn eenheid en schoonheid.
    Een illustratie van een wens die in Maastricht leeft: een stad zijn van en voor Europa’.

    © John Hoofs; dagblad De Limburger 080708.


    Meer informatie over de (bouw)geschiedenis van het stadhuis van Maastricht is op deze webpagina te lezen.
    Last edited by SJEF †; 16 juli 2010, 09:28. Reden: Toevoeging informatie
    Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
    Thomas More

  • #2
    Stadhuis Maastricht

    Stadhuis Maastricht #1.

    Het stadhuis.
    Van ± 800 tot 1794 werd Maastricht door twee heren geregeerd, namelijk de prins-bisschop van Luik en de hertog van Brabant.
    Beide heren zonden om de twee jaar commissarissen naar Maastricht om recht in hoogste instantie te spreken en om wetten af te kondigen.
    Daarnaast benoemden zij het stadsbestuur dat toen bestond uit een college van 28 leden.
    Voordat in 1664 het stadhuis als bestuurscentrum in gebruik werd genomen, was het bestuur op drie plaatsen in de stad gehuisvest, namelijk in het Dinghuis (Kleine Staat), in de huizen De Lanscroon en De Liebaerd (Grote Staat) en in de Lakenhal die toen midden op de huidige markt stond.


    De Halle ofwel Lakenhal midden op de markt; situatie 1649.

    Dit ongemak en de bouwkundige toestand van de panden maakten het noodzakelijk een nieuw stadhuis te bouwen.
    Sinds 1664 is het stadhuis op de Markt de zetel van het stadsbestuur.
    In dit gebouw bevinden zich de kamers van de burgemeester, de wethouders, de gemeentesecretaris en de adjunct-secretaris.
    Verder treft men er de raadzaal aan, waarin de Maastrichtse vroede vaderen één keer per maand vergaderen.
    In de overige vergaderruimten worden bijna dagelijks besprekingen gehouden met en van allerlei commissies en werkgroepen.
    Een klein gedeelte van het ambtelijk apparaat heeft onderdak gevonden in het stadhuis.
    Op de benedenverdieping is verder nog een ruimte die bestemd is voor representatieve doeleinden.


    Het Dinghuis, Kleine Staat.
    In gebruik als kantoor VVV-Maastricht.


    De bouw.
    In 1656 kreeg Pieter Post de opdracht een tekening, een begroting en een maquette te maken voor de bouw van een stadhuis in Maastricht. Pieter Post (1608-1669) was een leerling van Jacob van Campen.
    Hij is onder andere de bouwmeester van het Hofje van Nieuwkoop in Den Haag, het Huis ten Bosch en de vergaderzaal van de Staten van Holland.
    Daarnaast ontwierp hij het buitengoed Hofwijck in Voorburg, de Waag in Leiden en de Waag in Gouda.
    Samen met Jacob van Campen werkte hij aan het paleis Noordeinde en het Mauritshuis in Den Haag.
    Voor de bouw van het stadhuis moest de Lakenhal, het Belfort, een deel van de stadsmuur met daarin de Gevangenenpoort en de Leugenpoort én enkele huisjes worden gesloopt.
    Op die manier ontstond in het centrum van Maastricht een groot vierkant plein.
    Het stadhuis is 100 Rijnlandse voeten lang, breed en hoog.
    Dit komt overeen met 32 meter.
    Het gebouw bevat vier verdiepingen: een kelder, de begane grond, twee verdiepingen en een zolder, met erop een toren.
    De gevels zijn opgetrokken uit Naamse steen, die in de groeve van Seilles bij Namen in de Ardennen is gewonnen.
    In deze groeve werden ook alle treden, pilasters en versieringen gehouwen.
    De bouwkosten van het stadhuis bedroegen 127.000 Hollandse guldens.
    In 1659 werd de eerste steen gelegd voor de bouw.
    Drie jaar later, in 1662, kwam de ruwbouw gereed.
    In de achtergevel van het stadhuis is dit jaartal aangebracht.
    In 1664 was het werk zover afgerond dat de eerste raadsvergadering in het nieuwe gebouw kon worden gehouden.
    Het stadhuis is een voorbeeld van classicistische barok.
    De kenmerken van deze stijl zijn symmetrie en harmonie in opbouw en omvang.
    Zo is in het Maastrichtse stadhuis te zien dat de vertrekken links en rechts van het plein gelijk zijn voor wat betreft de afmetingen.


    Dubbele trap voorzijde stadhuis Maastricht.

    Begane grond.
    De begane grond, waar vroeger de moutwaag en de vetwaag waren opgesteld, is in 1980-1981 gerestaureerd en teruggebracht in de oorspronkelijke staat.
    Op deze verdieping is het kabinet van de burgemeester ondergebracht.
    Daarnaast zijn er nog drie vergaderlokalen.
    In het centrum van de begane grond is een ontmoetingsplaats gecreëerd.
    Naast de dubbele trap aan de voorkant werd in 1695 een schandpaal en een 'draeyhuysken' opgesteld, zodat hier straffen uitgevoerd konden worden.
    In 1757 zijn rond die toestellen de huidige smeedijzeren hekken aangebracht.
    Vóór het stadhuis werden in die tijd ook de executies van ter dood veroordeelden uitgevoerd.
    In 1860 gebeurde dat voor het laatst.

    Verdiepingen.
    De verdiepingen op de eerste en tweede verdieping zijn gebouwd rond een grote hal, het zogenaamde plein.
    De kamers aan de linkerkant (gezien vanaf de toegangsdeur) noemt men de kamers aan de Luikse kant; die aan de rechterkant de kamers aan de Brabantse kant.
    De oorsprong hiervan ligt in de tweeherigheid van Maastricht.


    Het Plein; de grote toegangshal stadhuis Maastricht.

    Het plein.
    Het plein wordt afgedekt door een koepel met daarop een klokkentoren.
    Hierin bevinden zich 49 klokken: 17 van Hemony, 11 van Van den Ghijn, 15 van Eijsbouts en 6 van Petit en Fritsen.
    Dat in het verleden in het stadhuis werd recht gesproken is onder andere te zien in het plein.
    Theodoor van der Schuer schilderde in 1670 op het kruisgewelf de naam Jahwe in Hebreeuwse letters.
    Daarnaast zijn de drie goddelijke deugden te zien: geloof, hoop en liefde.
    Het opschrift op het boek "Bibla Sacra" is zó geschilderd dat de tekst altijd voor de toeschouwer te lezen is, waar deze zich ook bevindt op het plein.
    In de koepel schilderde Theodoor van der Schuer de vier jaargetijden en de vier elementen.
    De vlaggen in de triomfboog over de trappen zijn afkomstig van Franse, Belgische en Nederlandse steden die door het Amerikaanse leger werden bevrijd in 1944, vóórdat Maastricht bevrijd werd.
    De bronzen balusters van de borstwering zijn geschonken door de raadsleden van 1664; zij hebben hierop hun naam en hun wapen laten aanbrengen.

    De burgemeesterskamer
    In de kamer van de burgemeester is goudleer tegen de wand gespannen.
    Hierop komen voorstellingen voor die zijn overgenomen van Chinese prenten en borden.
    De kopieerder fantaseerde wel eens teksten die voor Chinees moesten doorgaan, maar op één plaats, namelijk aan de kant van de Muntstraat, heeft hij de Chinese karakters zo nauwkeurig overgenomen dat deze nu nog te lezen zijn.
    Er staat dat alle buitenlandse staten aan het Chinese hof schattingen brengen.
    In 1737 is het goudleer besteld bij de Hollandse handelaar J. van Thiel voor een bedrag van 1166 guldens.
    Het stucwerk in het plafond is het werk van Thomas Vasalli, die van 1735 tot 1737 in het stadhuis van Maastricht werkte.
    I Vasalli was een Italiaans kunstenaar, die in die tijd met zijn gezellen door Europa trok om nieuwe gebouwen te versieren met zijn kunst. Boven de schouw bevindt zich een schilderij van de Luikse Schilder Edmond Plumier uit 1714.
    Hierop zijn de beide heren afgebeeld en een groep weduwen en wezen die worden belaagd door ondeugden.

    De secretariskamer
    De wandtapijten in de secretariskamer zijn gemaakt door het Antwerps Tapissiershuis Naulaerts in 1705.
    De tapijten stellen afbeeldingen voor van Italiaanse tuinen met vogels en beesten.
    Het wandtapijt boven de deur dateert uit 1959, maar is geheel aangepast aan de overige tapijten.
    Het stucwerk van het plafond in laag reliëf en van de schoorsteen in hoog reliëf is weer van Thomas Vasalli.
    In de schoorsteen is de spreuk "Vis imperio secura benigno" aangebracht.
    Dit betekent: "Het gezag is in veilige handen bij een welwillend bestuur".
    Last edited by SJEF †; 21 november 2009, 14:19.
    Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
    Thomas More

    Opmerking


    • #3
      Stadhuis Maastricht

      Stadhuis Maastricht #2.


      Huidige stadhuis op de markt van Maastricht.

      De collegekamer
      De tapijten in de collegekamer zijn in 1735 in Oudenaarde gekocht.
      Zij stellen Vlaamse landschappen voor.
      In tegenstelling tot de andere wandtapijten zijn deze niet speciaal voor deze kamer gemaakt.
      De plafondschilderingen kwamen in 1965 gereed en zijn van de hand van Charles Eyck.
      Zij vervangen de oorspronkelijke schilderingen van Jan Baptist Coclers uit 1737.
      De schilderingen stellen de dierenriem voor.


      Prinsenkamer stadhuis Maastricht.

      De prinsenkamer
      In de Prinsenkamer werden vroeger de afgezanten van beide heren ontvangen.
      Zij spraken hier recht, kondigden er wetten af en benoemden de leden van de raad.
      De wandtapijten zijn gemaakt door Franciscus van den Borght en zij geven het leven van Moses weer.
      Het grootste tapijt stelt voor hoe Moses water uit de rots slaat, daarnaast Moses in het biezen mandje, de aanbidding van het gouden kalf, de doortocht door de Rode Zee en het Mannalezen.
      De spreuk in de schoorsteen van Thomas Vasalli "Traiectum neutri domino sed paret utrique" betekent "één heer geen heer, twee heren één heer".
      Het schilderstuk in de schouw van Theodoor van der Schuer is een allegorie op de dubbele jurisdictie.


      Het Justitiepaneel; 1499.

      Het zogenoemde Justitiepaneel in het stadhuis van Maastricht dateert uit 1499.
      De Middeleeuwen lopen dan op hun einde en dat is aan de kleding te zien.
      Onderwerp van het schilderij is de rechtspraak die door omkoperij is gecorrumpeerd en daardoor niet langer eerlijk en onbevooroordeeld is. Op het paneel zijn voornamelijk welgestelde burgers van de stedelijke aristocratie in beeld gebracht.
      De meesten zijn gekleed in tabbaards: lange en ruimvallende mantels van zware lakense stof.
      Sommige zijn voorzien van een brede bontkraag. De man linksonder draagt een tulbandachtig hoofddeksel; anderen een zogeheten toque, een hoed met ingekeepte rand.

      Andere kamers
      In één van de kamers treft men weer stucwerk aan van Thomas Vasalli.
      In het plafond is onder andere het wijze oordeel van Salomon afgebeeld.
      Het schilderij boven de schouw is van Edmond Plumier (1720) en beeldt het verhaal uit van de kuise Suzanna.
      In de kamer daarnaast heeft H.Levigne in 1954 een tegeltableau gemaakt waarop de patroonheiligen van de Maastrichtse gilden zijn afgebeeld. In de kleine kamer voor het secretariaat is stucwerk te zien van de Italiaanse kunstenaar Gagini.
      Hierop zijn vergezichten en spelende engelen afgebeeld.
      Het kwam gereed in 1789 en is afkomstig uit een afgebroken pand in de Capucijnenstraat.

      De raadzaal
      De belangrijkste ruimte aan de galerij op de tweede verdieping is de raadzaal.
      Aan de wanden van deze ruimte zijn de portretten opgehangen van vroegere burgemeesters van de stad.
      In 1987 is het interieur van de zaal vervangen.
      Tot 1884 was de huidige raadzaal in gebruik als stadsbibliotheek.
      In de antichambre van de raadzaal hangt boven de schoorsteen een paneel uit 1477.
      Het is een zogenaamd gerechtigheidstafereel.
      In het bovenste gedeelte is de goddelijke rechtspraak afgebeeld, in het onderste deel de menselijke rechtspraak.
      Een duivel tracht deze rechtspraak te beïnvloeden met goudstukken.
      Op dit schilderij is een van de oudste afbeeldingen van Maastricht te zien.
      Op de galerij staat een orgel uit 1686, dat in 1980 is gerestaureerd.

      Het orgel in het stadhuis
      De herkomst van het orgel, dat nu al weer geruime tijd de hal van het Maastrichtse stadhuis siert, is slechts ten dele bekend.
      In 1868 kocht de kerk van Opgrimbie, in Belgisch-Limburg, het toen bijna anderhalve eeuw oude orgel van Arnold Clerinx, orgelmaker te St. Truiden, die het per ossenwagen naar Opgrimbie vervoerde.
      Het is niet na te gaan, op welke wijze, Clerinx in het bezit van dit orgel was gekomen en het blijft voorshands dus onbekend uit welke kerk het afkomstig is.
      Ook de identiteit van de maker is niet meer te achterhalen; het komt nog al eens voor, dat de orgelmaker de windlade of een der pijpen van zijn signatuur of naam voorziet, doch ook deze informatie wordt ons onthouden.
      De stijlkenmerken van het meubel en de technische details van het instrument, waaronder vooral zijn klavieromvang C, D-dl (52 toetsen), geven voldoende grond voor een datering op ongeveer 1725'.
      Het instrument draagt het cachet van de Zuidbrabantse orgelfactuur.
      Toen Clerinx het orgel in 1868 te Opgrimbie leverde, heeft hij de klank naar de inzichten van zijn eigen tijd gewijzigd.
      Het door Clerinx geplaatste pijpwerk moge dan niet oorspronkelijk zijn, maar het is wel van goede makelij en, belangrijker nog, het sluit goed aan bij het oudere materiaal.
      Tijdens een globale verkenning van Belgisch-Limburgse orgels in 1951 bezocht Prof. Dr. Vente het instrument, waarna hij het, met een aantal andere historische orgels, vermeldde in Limburg, Tijdschrift voor geschiedenis, kunst, folklore en oudheidkunde (Jaargang XXXI, Maaseik 1952).


      Orgel in het stadhuis van Maastricht.

      Hij noemde het een goed voorbeeld van het bestaan van een zeer waardevol orgel in een onbelangrijke kerk, maar, wist niet, dat er toen reeds gevorderde plannen tot vervanging van het oude instrument bestonden.
      Nadat de Tongerense orgelbouwer E. Verschueren een nieuw orgel te Opgrimbie geplaatst had, heeft hij vele vergeefse pogingen ondernomen voor het oude orgel een andere bestemming in België te vinden.
      In 1957 kocht de gemeente Maastricht het ter plaatsing in het Bonnefanten Museum aan.
      De heer Verschueren herstelde het orgel naar de maatstaven en inzichten van die jaren en streefde er naar het oude klankbeeld zo goed mogelijk te reconstrueren.
      Hij deed dit o.a. door gebruikmaking van enkele oude registers uit zijn bedrijfsvoorraad.
      Deze registers zijn de Cornet 3 sterk - aangebracht ter vervanging van Clerinx's Montre 8' - welke door de er op aangetroffen slagletters haar factuur door de Luikse orgelmaker Graindorge vertoont (± 1840) en een vroeg 18e eeuwse Cromorne 8'.
      Beide registers passen voortreffelijk in het kader van hun tegenwoordige bestemming.
      De ontbrekende koren van de Fourniture werden gemaakt uit prachtig gehamerd metaal van een oude Trompet 8'.
      Het zeer lage vochtigheidspercentage, eerst in het Bonnefanten Museum, later in de hal van het stadhuis, waarheen het instrument inmiddels was overgeplaatst, was de hoofdschuldige van een ernstige beschadiging van de windlade, waardoor het instrument onbespeelbaar werd.
      Reeds in 1970 bezonnen het gemeentebestuur van Maastricht en Prof. Dr. Vente als zijn adviseur, Verschueren Orgelbouw BV en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg zich op een algehele restauratie, die ten slotte in 1979 en 1980 haar beslag kreeg.
      De door Verschueren Orgelbouw BV te Heythuysen uitgevoerde restauratie omvatte de revisie van de windvoorziening en van de mechanieken.
      De grootste aandacht ging uiteraard uit naar de restauratie van de windlade, waarvan de oorspronkelijke constructie ongewijzigd bleef, en van het pijpwerk.
      De in 1957 ten onrechte verlaagde opsneden der labiale pijpen herkregen hun oorspronkelijke hoogte, terwijl hun beschadigde bovenranden werden hersteld.
      De originele toonhoogte, een halve toon lager dan thans normaal, bleef uiteraard gehandhaafd.
      Last edited by SJEF †; 21 november 2009, 14:21.
      Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
      Thomas More

      Opmerking


      • #4
        Met dank aan Rieu is het carillon afgestoft.
        Stadsbeiaardier Frank Steijns wil een vernieuwer zijn van het klassieke klokkenspel.

        Het klokkenspel is wereldwijd bezig aan een comeback.
        Een eeuwenoud instrument herontdekt, met dank aan vernieuwers als Frank Steijns uit Maastricht.
        Eeuwenlang galmen al exact dezelfde carillongeluiden over Maastricht.
        De reden is simpel: in het torentje van het stadhuis hangen nog altijd de 49 klokken uit 1664.
        „Denk je dat eens in!”, onderstreept stadsbeiaardier Frank Steijns het belang van dat feit.
        „Bach moest nog geboren worden!
        De muziek is veranderd, maar het geluid niet.
        Niks.
        Dat is toch een fantastische gedachte?”
        Steijns is een gepassioneerd verteller.
        Over carillons, over muziek, over vernieuwing van de wereld van het klokkenspel.
        Elf jaar geleden volgde hij zijn vader Mathieu Steijns op, van 1952 tot 1997 vaste bespeler van de Maastrichtse stadhuisbeiaard, een van de twee carillons in Nederland die gedeeltelijk van de hand zijn van de beroemde broers Francois en Pieter Hemony, klokgieters in Amsterdam.
        Steijns junior is de dertiende beiaardier van Maastricht.
        Elke zaterdagmiddag beklimt hij de stadhuistoren om drie kwartier te spelen.
        Meestal verzoeknummers.
        Van Limburgse dialectliedjes tot homohits en van bewerkte metaltoppers tot André Hazes en andere meezingfavorieten.
        Als er maar enigszins een melodie uit een geliefd lied is te peuteren, gaat Steijns ermee aan de slag om er een arrangement voor het carillon voor te schrijven.
        De beiaard dichter bij het volk brengen is zijn missie, die in het conservatieve wereldje van het instrument met argusogen wordt gevolgd.
        Het stimuleert Steijns alleen maar.
        Hij wil grenzen uitgummen.
        Liet daarom een mobiel carillon bouwen, waarmee hij al op televisie was en dat via André Rieu inmiddels behoorlijke bekendheid heeft verworven.
        Steijns is lid van het Johann Strauss Orkest en kreeg met zijn carillon een hoofdrolletje in een van de laatste Rieu-shows.
        „Wereldwijd gezien door meer dan 700.000 mensen, exclusief tv-kijkers”, zegt Steijns.
        „Dat heeft het klokkenspel een geweldige oppepper gegeven.
        Met dank aan Rieu is het instrument geïntroduceerd bij een enorme groep mensen die niet eens wist wat een beiaard was.
        André heeft het carillon figuurlijk afgestoft.”


        Frank Steijns; stadsbeiaardier van Maastricht.

        Steijns was in het weekeinde alleen maar bezig met carillons.
        Zaterdag speelde hij in Weert, bezocht het Internationaal Beiaardfestival in het Belgische Lommel en beklom tussendoor nog even de
        stadhuistoren om zijn imponerende versie van Metallica-hit Nothing Else Matters ten gehore te brengen.
        Hij is vereerd dat hij in Maastricht mag spelen.
        Niet alleen als opvolger van zijn vader, maar ook vanwege de enorme bewondering voor het instrument en zijn historie.
        „Een carillon had eeuwen geleden twee functies.
        Het vertelde de mensen hoe laat het was en het fungeerde als de radio van de stad.
        De muziek die er op gespeeld werd, was per definitie volksmuziek.
        Ik voel me verplicht om die traditie voort te zetten.
        Daarom ben ik ook begonnen met populaire muziek te vertalen naar het klokkenspel.
        Met respect voor het instrument.”
        Steijns’ vader vond het prachtig dat zijn zoon de weg van de vernieuwing insloeg.
        „Zelf koesterde hij vooral de mystiek van het instrument.
        Hij speelde altijd klassieke muziek, hooguit nu en dan populaire Limburgse volkliedjes.
        Toen ik mijn eerste concert gaf, speelde ik meteen Frans Bauer.”
        Er is nóg een verschil met senior.
        Steijns junior bespeelt een carillon dat in 1997 helemaal werd opgeknapt.
        Geen ijzeren, maar stalen draden tussen klepel en klok.
        „IJzer ging in de loop der tijd roesten in die toren.
        Het kwam geregeld voor dat tijdens het spelen een snaar knapte.
        Mijn vader trok dan een veter uit een van zijn schoenen, repareerde het euvel provisorisch en speelde vervolgens gewoon verder.”

        © De Limburger; 210708.
        Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
        Thomas More

        Opmerking


        • #5

          HET STADHUYS VAN MAESTRICHT.
          Gedruckt tot Amsterdam: in de Calverstraet aen den Dam in de witte Pascaerdt.
          In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maasstricht.
          Deze prent vormt de eerste van een reeks architectuurtekeningen die door Post en de graveur Jan Mathijs van het bouwwerk werden vervaardigd.
          Deze serie werd in 1664 door Frederik de Wit (1630-1706) in Amsterdam uitgegeven.



          STAND van de VOOR-ZYDE van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT, tegen het Westen.
          ESLEVATION du devant de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT, Contre l'Occident.
          In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maastricht.
          Op deze prent zien we de voorzijde van het stadhuis.
          De prent is de negende uit een reeks prenten van het bouwwerk die in 1664 door de Amsterdamse uitgever Frederik de Wit (1630-1706) werd gepubliceerd.



          STAND van de ACHTER-ZYDE van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT, tegen het oosten.
          ESLEVATION par Derriere de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT, Contre l'Orient.
          In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maastricht.
          Op deze prent zien we het stadhuis van de achterzijde.
          De prent is de achtste uit een reeks prenten van het bouwwerk die in 1664 door de Amsterdamse uitgever Frederik de Wit (1630-1706) werd gepubliceerd.



          Oost en West doorgesneden STAND van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT.
          ESLEVATION par dedans, Coupe Orient et Occident de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT.
          In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maastricht.
          Op deze prent zien we een doorsnede van het stadhuis van oost naar west gezien.
          De prent is de tiende uit een reeks prenten van het bouwwerk die in 1664 door de Amsterdamse uitgever Frederik de Wit (1630-1706) werd gepubliceerd.
          Last edited by SJEF †; 31 december 2008, 07:43.
          Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
          Thomas More

          Opmerking


          • #6

            Zuyd en Noorden doorgesneden STAND van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT.
            ESLEVATION par dedans, coupe Zud et Nord De la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT.
            In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maastricht.
            Op deze prent zien we een doorsnede aan de noord- en zuidzijde van het stadhuis.
            De prent is de zesde uit een reeks prenten van het bouwwerk die in 1664 door de Amsterdamse uitgever Frederik de Wit (1630-1706) werd gepubliceerd.



            STAND vande ZUYD-ZYDE van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT.
            ESLEVATION du Coste de ZUD, de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT.
            In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maastricht.
            Op deze prent zien we het stadhuis van de zuidzijde.
            De prent is de zevende uit een reeks prenten van het bouwwerk die in 1664 door de Amsterdamse uitgever Frederik de Wit (1630-1706) werd gepubliceerd.
            Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
            Thomas More

            Opmerking


            • #7

              GROND van de eerste verdiepingh van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT, zynde met steen gewulft.
              PLAN de la premier estage de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT, estant voute de Pierre.
              In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maastricht.
              Op deze prent uit 1664 is het grondplan van de eerste verdieping afgebeeld.
              De belangrijkste onderdelen worden langs de onderzijde van de prent in het Nederlands en het Frans verklaard.
              Uitgever: Frederik de Wit.
              Bron: Atlas Beudeker [British Library, Londen]



              GROND vande tweede ende voornaemste verdiepingh van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT.
              PLAN de la deuxjesme et principlale estagie de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT.



              GROND van de derde verdiepingh van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT.
              PLAN de la troisjesme estagie de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT.



              GROND van de vierde verdiepingh ofte de Solder, van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT, met vertooningh van Gooten, Nockken ende de Kap.
              PLAN de la quatriesme Estagie, ou le Grenier, de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT, avec remonstration de les Effusions, Faits et le Faistage.
              Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
              Thomas More

              Opmerking


              • #8
                Stadhuis Maastricht

                Dat klinkt als een klok.

                Een tot grote tevredenheid gerepareerde antieke klok in het Maastrichtse stadhuis is uit de kamer van burgemeester en wethouders verbannen.
                Ze verstoorde vergaderingen.
                Het staande uurwerk van wel drie meter hoog bleek na revisie namelijk vier keer per uur een melodie te produceren.
                De fraaie klok stond sinds mensenheugenis in de collegekamer te niksen.
                Ze produceerde geen tik meer, want kapot.
                De ingehuurde klokkenmaker vertrok likkebaardend met het bijzondere exemplaar en meldde bij terugkeer dat ze weer klonk als een klokje.
                Er zat volgens hem zelfs een carillonmechanisme in, een cilinder waarin een melodie zat gestanst.
                De klokkenmaker vertelde er echter niet bij dat het uurwerk elk kwartier van zich laat horen.
                Toen dat luid en duidelijk werd, kreeg de klok een nieuwe plek.
                Ze staat nu op de overloop van het stadhuis te pronken.
                Vier keer per uur wordt de immense ruimte getrakteerd op zacht gerinkel.
                Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
                Thomas More

                Opmerking


                • #9
                  Burgemeesterskamer Stadhuis

                  Klimaat in werkkamer burgemeester Leers slecht voor uniek erfgoed.

                  Restauratie niet te verkopen in tijd van crisis.

                  Burgemeester Gerd Leers werkt in hitte om goudlederen VOC-wanden te sparen.

                  Gerd Leers heeft een unieke werkkamer.
                  En dat is onderhand een probleem.
                  Het goudlederen behang vergaat.
                  Leers werkt noodgedwongen in tropische hitte.
                  Gerd Leers is de eerste om de ernst van het probleem te relativeren.
                  Hij weet dat de burgerij in tijden van crisis wel iets anders aan het hoofd heeft, net als de gemeente en hij zelf natuurlijk.
                  Maar toch, enkele monumentale interieurdelen van het Maastrichtse stadhuis - zijn eigen werkkamer voorop - moeten worden gerestaureerd.
                  Voordat het te laat is.
                  Het betreft goudlederen wandbedekkingen uit 1712, met schilderingen van verre oorden die ooit door de VOC zijn bevaren.
                  Restauratie wordt een kostbaar klusje.



                  Als Leers voor de presentatie van het MVV-Fortuna-rapport de plaatselijke pers in de Merretkamer te woord staat, komt het gesprek als vanzelf op de subtropische temperaturen temperaturen in het stadhuis.
                  Vinden wij deze Merretkamer na een kwartier al geen pretje?
                  Nou, dan zijn we zeker nog nooit in zijn eigen werkkamer geweest.
                  Dat is niet alleen een van de mooiste werkkamers van het ganse land - alleen de collega in Den Bosch en Hare Majesteit zijn mogelijk even goed of een tikje beter bedeeld - maar ook een zweethok zonder weerga.
                  "Mobiele airco’s kunnen we niet voluit laten draaien, want dan drogen de goudlederen schilderingen nog verder uit.
                  En ze zijn er al zo slecht aan toe."
                  De gemeente oriënteert zich op restauratie van onder meer de wanden van Leers’ werkkamer.
                  Maar er is nog niets in gang gezet, bezweert deze.
                  "Er zijn in Nederland zeven vergelijkbare kamers met goudlederen wandschilderingen.
                  Het unieke van deze afbeeldingen in Maastricht is dat er personen op staan afgebeeld."



                  Het oude stadhuis is een rijksmonument dat bewust opengesteld is voor publiek.
                  Al hangen er touwen voor de werkkamers, opdat onbevoegden niet in- en uitlopen.
                  "Het is een openbaar gebouw, maar óók bestuurscentrum", zegt Leers.
                  "Wij moeten touwtje springen - dat is de prijs die je betaalt om in zo’n ambiance te mogen werken."
                  Leers herhaalt meer dan eens dat een kostbare restauratie van zijn werkkamer "in deze tijd niet te verkopen is."
                  Maar hij vraagt in één adem door de andere kant van de zaak niet uit het oog te verliezen.
                  "Kijk, het is nu crisis.
                  Maar als die wanden over honderd jaar onherstelbaar zijn beschadigd, zegt men niet: 'O, toen was het crisis.'
                  Maar: 'Wat was dat voor kerel die zoiets unieks heeft laten vergaan?'
                  We kijken onder meer hoe het Paleis op de Dam dit heeft aangepakt.
                  Het is wél Maastrichts cultureel erfgoed."



                  Leers benadrukt dat hij de gemeenteraad niet wil overvallen met een mededeling, die voor menigeen net zo moeilijk te verkopen is als een miljoenenbonus voor topbankiers.
                  "Als bestuur moet je misschien ook durven zeggen: dit laten we niet verloederen.
                  Het gaat niet om mij, maar om unieke schilderingen.
                  Misschien moeten de wanden achter glas worden gezet.
                  We laten er nog eens goed naar kijken."

                  © Siebrand Vos
                  gazet De Limburger
                  01-07-2009
                  Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
                  Thomas More

                  Opmerking


                  • #10
                    Zulk uniek erfgoed niet restaureren vanwege de crisis, wat een waanzin! Moeten we dan ook maar alle kunst uit musea opstoken, en geen geld meer uitgeven aan theater en muziek? Er is toch zeker ergens geld gereserveerd voor het behoud van dergelijke bijzondere interieurs, dat hoeft toch niet alleen maar uit de gemeentepot te komen - en dan nog. Wat een rare manier om alvast de kritiek de wind uit de zeilen te nemen. Restaureren die boel, en vlug wat.
                    Don't PRESS me....

                    Opmerking


                    • #11
                      Stadhuis Maastricht

                      Icoon voor Maastricht

                      Scheidend wethouder Jean Jacobs vindt dat de komende jaren een groot bedrag besteed moet worden aan het opknappen van het oude stadhuis.
                      We maakten een rondgang door het gebouw.




                      Een wandeling met Jean Jacobs door het stadhuis van architect Pieter Post lijk veel op een master class.
                      Zijn liefde voor het gebouw spat er gewoon vanaf.
                      "Architect Pieter Post was een leerling van Jacob van Campen die het Paleis op de Dam bouwde, het is daarom ook in dezelfde classicistisch-Renaissancistische stijl gebouwd."
                      Waarna de wethouder een heel eposé geeft over dit Gesamtkunstwerk.
                      Want Post liet voor dit gebouw ook veel kunstwerken maken.
                      "Hier is een vermogen aan kunstschatten waar we niet-museaal mee omgaan."
                      Neem nou alleen al de kamers van Jacobs zelf en zijn collega-wethouder Luc Winants.
                      Tot 1795 (Franse Revolutie en invoering Trias Politica) spraken de schepenen hier recht.
                      Het Luikse recht gold in Jacobs' kamer, het Brabantse waar Winants huist: de hertog van Brabant en de Prins-Bisschop van Luik bestuurden samen Maastricht.
                      "Maar kijk in mijn kamer: hier staat niet passend meubilair, een setje Gispen uit de jaren veertig.
                      Toevallig nog veel waard ook, maar toch.
                      En bij Winants komt het fraaie stucwerk aan het plafond zowat naar beneden."
                      De fresco’s in de imposante hal zijn veertig jaar geleden schoongemaakt.
                      "Wat nu donker is, was oorspronkelijk felblauw."


                      Ambtenaar Marc Lustermans (links) en wethouder Jean Jacobs in de Prinsenkamer van het Maastrichtse stadhuis.

                      Iets verderop, in de Prinsenkamer, worden regelmatig bruiloften gehouden.
                      "En dan leunen de gasten op de stoelen met hun hoofden tegen gobelins."
                      Deze Vlaamse wandtapijten, even oud als het stadhuis, en volledig geweven, zijn twintig jaar geleden 'voor een vermogen' gerestaureerd.
                      Ze vertonen anno 2009 inderdaad slijtplekken.
                      "Nog tien jaar zo doorgaan en het is afgelopen."
                      Het gebouw hangt vol met muurdekkende wandtapijten.
                      Het hele gebouw ademt kunst.
                      Zoals een schilderij dat de hertog van Brabant en de Prins Bisschop van Luik als vrouwen weergeeft.
                      Met de tekst: 'Een heer geen heer, twee heren een heer.'
                      De burgemeesterskamer heeft die functie al sinds 1664.
                      "Het oorspronkelijke meubilair was gemaakt voor de zeventiende-eeuwse mens.
                      Nu zou je er klosjes onder moeten zetten.
                      Kijk, Leers heeft nu een supersober bureau.
                      Dat kan toch eigenlijk niet."
                      Vanwege zijn zonnige ligging is de kamer bovendien erg heet.
                      Leers loopt er het halve jaar in hemdsmouwen rond en dat is geen aanstellerij.
                      Hier trouwens geen wandtapijt, maar een muur met goudleren bekleding: rundleer met zilverpasta.
                      Een enorm kunstwerk van ergens rond 1800 met Chinees-Japanse taferelen.
                      "Niet dat de kunstenaar daar ooit geweest was, maar ze wilden laten zien dat ze van de wereld waren."
                      In de kamer ook een primitief ogend aircootje.
                      "En er staat ook een apparaat dat weer vocht toevoert, anders gaat het goudleer helemaal naar de knoppen."
                      Dan op naar de eerste verdieping.
                      Op zolder zijn originele boekenkasten gevonden die werden gemaakt door broeder Franciscus Romanus die later in Partijs de Pont Royal ontwierp.
                      "De gedachte is om al die kasten in de raadszaal te zetten, die tot 2007 dienst deed.
                      Dan krijg je een bibliotheek annex ontvangstruimte, zoals die van Rolduc."
                      De hoeveelheid kunst blijft, als je er op gaat letten, verbazen.
                      In een ruimte vol secretaresses staat een schilderij op hout, er hangen zwaarden aan de muur ("De burgemeester had vroeger geen ketting om, er liep een mannetje met een zwaard voor hem uit."), in een andere kamer is in 1922 stucwerk aangebracht dat afkomstig was van een slooppand aan de Capucijnenstraat.
                      Het stadhuistorentje, pas in 1683 gebouwd, kun je alleen bereiken via een lift en wat gammel ogende houten trappen.
                      Het uitzicht is ronduit magnifiek, maar je staat dan wel in de duivenpoep.
                      Jacobs reageert afwijzend op de suggestie dat je de enorme renovatiekosten deels kunt betalen door van het gebouw een museum te maken en entree te heffen.
                      "Dat haal je er nooit uit.
                      Het Vrijthofmuseum trekt ruim 10.000 mensen per jaar."
                      Het huidige stadhuis haalt daar trouwens al bijna het tienvoudige van.
                      De bode die alle binnenkomers 'incheckt', schat zeker 250 mensen per dag ('En in de zomer nog veel meer, met al die toeristen en huwelijksgroepen') .
                      Met het tentoonstellen van het Verdrag van Maastricht zou je dat aantal nog fors kunnen verhogen, maar dan vergroot je de druk op het toch al kwetsbare gebouw weer.
                      Nog los van de stadhuis of museum discussie, er moet dringend iets gebeuren met het stadhuis, betoogt Jacobs.
                      "Het vergt een groot bedrag, maar dan kun je weer dertig jaar vooruit.
                      Doen we niks dan laat je een historisch gebouw met kunstschatten, een icoon voor de stad, verloederen."

                      © tekst: Joos Philippens
                      © foto: Rob Oostwegel
                      gazet De Limburger
                      21-11-2009
                      Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
                      Thomas More

                      Opmerking


                      • #12
                        Stadhuis Maastricht

                        Conferentie over stadhuis.

                        Het stadsbestuur houdt vandaag 16 juli 2010 een conferentie over de toekomst van het stadhuis.
                        Genodigden worden onder meer geïnformeerd over de restauratieplannen, de geschiedenis en de klimaatbeheersing van het gebouw.
                        Ideeën worden meegenomen in een raadsstuk dat in september besproken wordt in de gemeenteraad.
                        Maastricht hoopt snel daarna te kunnen beginnen met de eerste fase, de renovatie van de hal.
                        De kosten daarvan worden geschat op 3,3 miljoen euro.
                        Hoelang de gehele renovatie gaat duren, kon projectleider Marc Lustermans nog niet zeggen.
                        Het stadsbestuur hoopt voor 2018, het jaar dat Maastricht Culturele Hoofdstad moet zijn, grotendeels klaar te zijn.

                        Een uitgebreid artikel over de restauratieplannen is te lezen via een downloadbaar PDF bestand met als titel: Stadhuis als gevulde schatkist.
                        Last edited by SJEF †; 16 juli 2010, 09:21. Reden: herstel schrijffout
                        Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
                        Thomas More

                        Opmerking


                        • #13
                          Soms kom je al zoekend naar iets, een opmerkelijk bericht tegen.

                          Eene terechtstelling.

                          Men weet dat 't tegenwoordige stadhuis van Maastricht begonnen is gebouwd te worden in 1659, en in 1664 door den Magistraat betrokken werd.
                          De eerste terechtstelling, welke vóór dat stadhuis plaats had, geschiedde in 1661.
                          Eene kroniek (in handschrift) verhaalt ze aldus:

                          Den 30 Martii 1661 sijnder twee jonckmans van goeden huijse die met malckanderen langen tijd getrafiqueert hadden in coopmanschap, den eenen was geheten Francois Dodemont ende den anderen Fastre.
                          Deze twee cregen in eene herberge op een clotsbane binnen Wesent crackeel om eenen halven stuijver, soe dat desen Fastre met een mes Francois Dodemont in sijnen buijck stack waer aff hij stierf.
                          Desen Fastre nam de vluchte binnen Maestricht, meijnende daer vrij te wesen, worde den 31e gevangen op de vesten van St. Peeters poorte daer hij meijnde weder om vuijt te gaan, ende worde op den mart op een scavot voor het nieu stadts huijs onthalst op den 13e April 1661.
                          Sijn licham worde begraeven in St. Niclaes kercke.
                          Requiescat in pace.


                          Bron: De Maasgouw
                          Weekblad voor Limburgsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde.
                          2de Jaargang
                          Nr. 89
                          9 september 1880

                          Wesent = Wezet (Nederlands) of Visé (Frans).
                          Historie is niet alleen het weergeven van de as, maar ook het doorgeven van het vuur.
                          Thomas More

                          Opmerking


                          • #14
                            Moord op de kaatsbaan

                            Dat vluchten binnen de stad Maastricht was niet zo slim van Fastre. Maastricht was niet zonder meer een vrijstad, al leek het daar wel wat op tijdens de St.-Servaasjaarmarkts. Bovendien lagen de vestingwerken bij de Sint Pieterspoort niet op tweeherig gebied, maar expliciet op het gebied van de heerlijkheid Sint Pieter, die op zijn beurt viel onder de jurisdictie van de prinsbisschop van Luik. Net als Visé! Dus daar liep Faste extra risico.

                            Dat hij van goeden huize was, blijkt overigens uit de wijze waarop hij werd terecht gesteld: hij werd onthoofd en niet opgehangen, zoals het de meesten zou zijn overkomen.

                            Opmerking


                            • #15
                              Valt me nog mee dat hij in de kerk begraven mocht worden (als je in zo'n geval al van een meevaller kunt spreken...).

                              Opmerking

                              Bezig...
                              X