Aankondiging

Sluiten
No announcement yet.

Stadhuis Maastricht

Sluiten
This topic is closed.
X
X
  • Filter
  • Tijd
  • Tonen
Clear All
nieuwe berichten

  • SJEF †
    replied
    Burgemeesterskamer Stadhuis

    Klimaat in werkkamer burgemeester Leers slecht voor uniek erfgoed.

    Restauratie niet te verkopen in tijd van crisis.

    Burgemeester Gerd Leers werkt in hitte om goudlederen VOC-wanden te sparen.

    Gerd Leers heeft een unieke werkkamer.
    En dat is onderhand een probleem.
    Het goudlederen behang vergaat.
    Leers werkt noodgedwongen in tropische hitte.
    Gerd Leers is de eerste om de ernst van het probleem te relativeren.
    Hij weet dat de burgerij in tijden van crisis wel iets anders aan het hoofd heeft, net als de gemeente en hij zelf natuurlijk.
    Maar toch, enkele monumentale interieurdelen van het Maastrichtse stadhuis - zijn eigen werkkamer voorop - moeten worden gerestaureerd.
    Voordat het te laat is.
    Het betreft goudlederen wandbedekkingen uit 1712, met schilderingen van verre oorden die ooit door de VOC zijn bevaren.
    Restauratie wordt een kostbaar klusje.

    Als Leers voor de presentatie van het MVV-Fortuna-rapport de plaatselijke pers in de Merretkamer te woord staat, komt het gesprek als vanzelf op de subtropische temperaturen temperaturen in het stadhuis.
    Vinden wij deze Merretkamer na een kwartier al geen pretje?
    Nou, dan zijn we zeker nog nooit in zijn eigen werkkamer geweest.
    Dat is niet alleen een van de mooiste werkkamers van het ganse land - alleen de collega in Den Bosch en Hare Majesteit zijn mogelijk even goed of een tikje beter bedeeld - maar ook een zweethok zonder weerga.
    "Mobiele airco’s kunnen we niet voluit laten draaien, want dan drogen de goudlederen schilderingen nog verder uit.
    En ze zijn er al zo slecht aan toe."
    De gemeente oriënteert zich op restauratie van onder meer de wanden van Leers’ werkkamer.
    Maar er is nog niets in gang gezet, bezweert deze.
    "Er zijn in Nederland zeven vergelijkbare kamers met goudlederen wandschilderingen.
    Het unieke van deze afbeeldingen in Maastricht is dat er personen op staan afgebeeld."

    Het oude stadhuis is een rijksmonument dat bewust opengesteld is voor publiek.
    Al hangen er touwen voor de werkkamers, opdat onbevoegden niet in- en uitlopen.
    "Het is een openbaar gebouw, maar óók bestuurscentrum", zegt Leers.
    "Wij moeten touwtje springen - dat is de prijs die je betaalt om in zo’n ambiance te mogen werken."
    Leers herhaalt meer dan eens dat een kostbare restauratie van zijn werkkamer "in deze tijd niet te verkopen is."
    Maar hij vraagt in één adem door de andere kant van de zaak niet uit het oog te verliezen.
    "Kijk, het is nu crisis.
    Maar als die wanden over honderd jaar onherstelbaar zijn beschadigd, zegt men niet: 'O, toen was het crisis.'
    Maar: 'Wat was dat voor kerel die zoiets unieks heeft laten vergaan?'
    We kijken onder meer hoe het Paleis op de Dam dit heeft aangepakt.
    Het is wél Maastrichts cultureel erfgoed."

    Leers benadrukt dat hij de gemeenteraad niet wil overvallen met een mededeling, die voor menigeen net zo moeilijk te verkopen is als een miljoenenbonus voor topbankiers.
    "Als bestuur moet je misschien ook durven zeggen: dit laten we niet verloederen.
    Het gaat niet om mij, maar om unieke schilderingen.
    Misschien moeten de wanden achter glas worden gezet.
    We laten er nog eens goed naar kijken."

    © Siebrand Vos
    gazet De Limburger
    01-07-2009
    Last edited by Toller; 14 december 2014, 19:19.

    Leave a comment:


  • SJEF †
    replied
    Stadhuis Maastricht

    Dat klinkt als een klok.

    Een tot grote tevredenheid gerepareerde antieke klok in het Maastrichtse stadhuis is uit de kamer van burgemeester en wethouders verbannen.
    Ze verstoorde vergaderingen.
    Het staande uurwerk van wel drie meter hoog bleek na revisie namelijk vier keer per uur een melodie te produceren.
    De fraaie klok stond sinds mensenheugenis in de collegekamer te niksen.
    Ze produceerde geen tik meer, want kapot.
    De ingehuurde klokkenmaker vertrok likkebaardend met het bijzondere exemplaar en meldde bij terugkeer dat ze weer klonk als een klokje.
    Er zat volgens hem zelfs een carillonmechanisme in, een cilinder waarin een melodie zat gestanst.
    De klokkenmaker vertelde er echter niet bij dat het uurwerk elk kwartier van zich laat horen.
    Toen dat luid en duidelijk werd, kreeg de klok een nieuwe plek.
    Ze staat nu op de overloop van het stadhuis te pronken.
    Vier keer per uur wordt de immense ruimte getrakteerd op zacht gerinkel.

    Leave a comment:


  • SJEF †
    replied

    GROND van de eerste verdiepingh van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT, zynde met steen gewulft.
    PLAN de la premier estage de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT, estant voute de Pierre.
    In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maastricht.
    Op deze prent uit 1664 is het grondplan van de eerste verdieping afgebeeld.
    De belangrijkste onderdelen worden langs de onderzijde van de prent in het Nederlands en het Frans verklaard.
    Uitgever: Frederik de Wit.
    Bron: Atlas Beudeker [British Library, Londen]

    GROND vande tweede ende voornaemste verdiepingh van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT.
    PLAN de la deuxjesme et principlale estagie de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT.

    GROND van de derde verdiepingh van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT.
    PLAN de la troisjesme estagie de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT.

    GROND van de vierde verdiepingh ofte de Solder, van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT, met vertooningh van Gooten, Nockken ende de Kap.
    PLAN de la quatriesme Estagie, ou le Grenier, de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT, avec remonstration de les Effusions, Faits et le Faistage.
    Last edited by Toller; 14 december 2014, 19:18.

    Leave a comment:


  • SJEF †
    replied

    Zuyd en Noorden doorgesneden STAND van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT.
    ESLEVATION par dedans, coupe Zud et Nord De la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT.
    In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maastricht.
    Op deze prent zien we een doorsnede aan de noord- en zuidzijde van het stadhuis.
    De prent is de zesde uit een reeks prenten van het bouwwerk die in 1664 door de Amsterdamse uitgever Frederik de Wit (1630-1706) werd gepubliceerd.


    STAND vande ZUYD-ZYDE van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT.
    ESLEVATION du Coste de ZUD, de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT.
    In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maastricht.
    Op deze prent zien we het stadhuis van de zuidzijde.
    De prent is de zevende uit een reeks prenten van het bouwwerk die in 1664 door de Amsterdamse uitgever Frederik de Wit (1630-1706) werd gepubliceerd.
    Last edited by Toller; 14 december 2014, 19:17.

    Leave a comment:


  • SJEF †
    replied

    HET STADHUYS VAN MAESTRICHT.
    Gedruckt tot Amsterdam: in de Calverstraet aen den Dam in de witte Pascaerdt.
    In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maasstricht.
    Deze prent vormt de eerste van een reeks architectuurtekeningen die door Post en de graveur Jan Mathijs van het bouwwerk werden vervaardigd.
    Deze serie werd in 1664 door Frederik de Wit (1630-1706) in Amsterdam uitgegeven.


    STAND van de VOOR-ZYDE van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT, tegen het Westen.
    ESLEVATION du devant de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT, Contre l'Occident.
    In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maastricht.
    Op deze prent zien we de voorzijde van het stadhuis.
    De prent is de negende uit een reeks prenten van het bouwwerk die in 1664 door de Amsterdamse uitgever Frederik de Wit (1630-1706) werd gepubliceerd.

    STAND van de ACHTER-ZYDE van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT, tegen het oosten.
    ESLEVATION par Derriere de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT, Contre l'Orient.
    In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maastricht.
    Op deze prent zien we het stadhuis van de achterzijde.
    De prent is de achtste uit een reeks prenten van het bouwwerk die in 1664 door de Amsterdamse uitgever Frederik de Wit (1630-1706) werd gepubliceerd.

    Oost en West doorgesneden STAND van het STADT-HUYS VAN MAASTRICHT.
    ESLEVATION par dedans, Coupe Orient et Occident de la MAISON DE VILLE de MAASTRICHT.
    In 1659 voltooide de architect Pieter Post (1608-1669) de bouw van het stadhuis van Maastricht.
    Op deze prent zien we een doorsnede van het stadhuis van oost naar west gezien.
    De prent is de tiende uit een reeks prenten van het bouwwerk die in 1664 door de Amsterdamse uitgever Frederik de Wit (1630-1706) werd gepubliceerd.
    Last edited by Toller; 14 december 2014, 19:17.

    Leave a comment:


  • SJEF †
    replied
    Met dank aan Rieu is het carillon afgestoft.
    Stadsbeiaardier Frank Steijns wil een vernieuwer zijn van het klassieke klokkenspel.

    Het klokkenspel is wereldwijd bezig aan een comeback.
    Een eeuwenoud instrument herontdekt, met dank aan vernieuwers als Frank Steijns uit Maastricht.
    Eeuwenlang galmen al exact dezelfde carillongeluiden over Maastricht.
    De reden is simpel: in het torentje van het stadhuis hangen nog altijd de 49 klokken uit 1664.
    „Denk je dat eens in!”, onderstreept stadsbeiaardier Frank Steijns het belang van dat feit.
    „Bach moest nog geboren worden!
    De muziek is veranderd, maar het geluid niet.
    Niks.
    Dat is toch een fantastische gedachte?”
    Steijns is een gepassioneerd verteller.
    Over carillons, over muziek, over vernieuwing van de wereld van het klokkenspel.
    Elf jaar geleden volgde hij zijn vader Mathieu Steijns op, van 1952 tot 1997 vaste bespeler van de Maastrichtse stadhuisbeiaard, een van de twee carillons in Nederland die gedeeltelijk van de hand zijn van de beroemde broers Francois en Pieter Hemony, klokgieters in Amsterdam.
    Steijns junior is de dertiende beiaardier van Maastricht.
    Elke zaterdagmiddag beklimt hij de stadhuistoren om drie kwartier te spelen.
    Meestal verzoeknummers.
    Van Limburgse dialectliedjes tot homohits en van bewerkte metaltoppers tot André Hazes en andere meezingfavorieten.
    Als er maar enigszins een melodie uit een geliefd lied is te peuteren, gaat Steijns ermee aan de slag om er een arrangement voor het carillon voor te schrijven.
    De beiaard dichter bij het volk brengen is zijn missie, die in het conservatieve wereldje van het instrument met argusogen wordt gevolgd.
    Het stimuleert Steijns alleen maar.
    Hij wil grenzen uitgummen.
    Liet daarom een mobiel carillon bouwen, waarmee hij al op televisie was en dat via André Rieu inmiddels behoorlijke bekendheid heeft verworven.
    Steijns is lid van het Johann Strauss Orkest en kreeg met zijn carillon een hoofdrolletje in een van de laatste Rieu-shows.
    „Wereldwijd gezien door meer dan 700.000 mensen, exclusief tv-kijkers”, zegt Steijns.
    „Dat heeft het klokkenspel een geweldige oppepper gegeven.
    Met dank aan Rieu is het instrument geïntroduceerd bij een enorme groep mensen die niet eens wist wat een beiaard was.
    André heeft het carillon figuurlijk afgestoft.”

    Frank Steijns; stadsbeiaardier van Maastricht.

    Steijns was in het weekeinde alleen maar bezig met carillons.
    Zaterdag speelde hij in Weert, bezocht het Internationaal Beiaardfestival in het Belgische Lommel en beklom tussendoor nog even de
    stadhuistoren om zijn imponerende versie van Metallica-hit Nothing Else Matters ten gehore te brengen.
    Hij is vereerd dat hij in Maastricht mag spelen.
    Niet alleen als opvolger van zijn vader, maar ook vanwege de enorme bewondering voor het instrument en zijn historie.
    „Een carillon had eeuwen geleden twee functies.
    Het vertelde de mensen hoe laat het was en het fungeerde als de radio van de stad.
    De muziek die er op gespeeld werd, was per definitie volksmuziek.
    Ik voel me verplicht om die traditie voort te zetten.
    Daarom ben ik ook begonnen met populaire muziek te vertalen naar het klokkenspel.
    Met respect voor het instrument.”
    Steijns’ vader vond het prachtig dat zijn zoon de weg van de vernieuwing insloeg.
    „Zelf koesterde hij vooral de mystiek van het instrument.
    Hij speelde altijd klassieke muziek, hooguit nu en dan populaire Limburgse volkliedjes.
    Toen ik mijn eerste concert gaf, speelde ik meteen Frans Bauer.”
    Er is nóg een verschil met senior.
    Steijns junior bespeelt een carillon dat in 1997 helemaal werd opgeknapt.
    Geen ijzeren, maar stalen draden tussen klepel en klok.
    „IJzer ging in de loop der tijd roesten in die toren.
    Het kwam geregeld voor dat tijdens het spelen een snaar knapte.
    Mijn vader trok dan een veter uit een van zijn schoenen, repareerde het euvel provisorisch en speelde vervolgens gewoon verder.”

    © De Limburger; 210708.
    Last edited by Toller; 14 december 2014, 19:16.

    Leave a comment:


  • SJEF †
    replied
    Stadhuis Maastricht #2.

    De collegekamer
    De tapijten in de collegekamer zijn in 1735 in Oudenaarde gekocht.
    Zij stellen Vlaamse landschappen voor.
    In tegenstelling tot de andere wandtapijten zijn deze niet speciaal voor deze kamer gemaakt.
    De plafondschilderingen kwamen in 1965 gereed en zijn van de hand van Charles Eyck.
    Zij vervangen de oorspronkelijke schilderingen van Jan Baptist Coclers uit 1737.
    De schilderingen stellen de dierenriem voor.


    De prinsenkamer
    In de Prinsenkamer werden vroeger de afgezanten van beide heren ontvangen.
    Zij spraken hier recht, kondigden er wetten af en benoemden de leden van de raad.
    De wandtapijten zijn gemaakt door Franciscus van den Borght en zij geven het leven van Moses weer.
    Het grootste tapijt stelt voor hoe Moses water uit de rots slaat, daarnaast Moses in het biezen mandje, de aanbidding van het gouden kalf, de doortocht door de Rode Zee en het Mannalezen.
    De spreuk in de schoorsteen van Thomas Vasalli "Traiectum neutri domino sed paret utrique" betekent "één heer geen heer, twee heren één heer".
    Het schilderstuk in de schouw van Theodoor van der Schuer is een allegorie op de dubbele jurisdictie.

    Het zogenoemde Justitiepaneel in het stadhuis van Maastricht dateert uit 1499.
    De Middeleeuwen lopen dan op hun einde en dat is aan de kleding te zien.
    Onderwerp van het schilderij is de rechtspraak die door omkoperij is gecorrumpeerd en daardoor niet langer eerlijk en onbevooroordeeld is. Op het paneel zijn voornamelijk welgestelde burgers van de stedelijke aristocratie in beeld gebracht.
    De meesten zijn gekleed in tabbaards: lange en ruimvallende mantels van zware lakense stof.
    Sommige zijn voorzien van een brede bontkraag. De man linksonder draagt een tulbandachtig hoofddeksel; anderen een zogeheten toque, een hoed met ingekeepte rand.

    Andere kamers
    In één van de kamers treft men weer stucwerk aan van Thomas Vasalli.
    In het plafond is onder andere het wijze oordeel van Salomon afgebeeld.
    Het schilderij boven de schouw is van Edmond Plumier (1720) en beeldt het verhaal uit van de kuise Suzanna.
    In de kamer daarnaast heeft H.Levigne in 1954 een tegeltableau gemaakt waarop de patroonheiligen van de Maastrichtse gilden zijn afgebeeld. In de kleine kamer voor het secretariaat is stucwerk te zien van de Italiaanse kunstenaar Gagini.
    Hierop zijn vergezichten en spelende engelen afgebeeld.
    Het kwam gereed in 1789 en is afkomstig uit een afgebroken pand in de Capucijnenstraat.

    De raadzaal
    De belangrijkste ruimte aan de galerij op de tweede verdieping is de raadzaal.
    Aan de wanden van deze ruimte zijn de portretten opgehangen van vroegere burgemeesters van de stad.
    In 1987 is het interieur van de zaal vervangen.
    Tot 1884 was de huidige raadzaal in gebruik als stadsbibliotheek.
    In de antichambre van de raadzaal hangt boven de schoorsteen een paneel uit 1477.
    Het is een zogenaamd gerechtigheidstafereel.
    In het bovenste gedeelte is de goddelijke rechtspraak afgebeeld, in het onderste deel de menselijke rechtspraak.
    Een duivel tracht deze rechtspraak te beïnvloeden met goudstukken.
    Op dit schilderij is een van de oudste afbeeldingen van Maastricht te zien.
    Op de galerij staat een orgel uit 1686, dat in 1980 is gerestaureerd.

    Het orgel in het stadhuis
    De herkomst van het orgel, dat nu al weer geruime tijd de hal van het Maastrichtse stadhuis siert, is slechts ten dele bekend.
    In 1868 kocht de kerk van Opgrimbie, in Belgisch-Limburg, het toen bijna anderhalve eeuw oude orgel van Arnold Clerinx, orgelmaker te St. Truiden, die het per ossenwagen naar Opgrimbie vervoerde.
    Het is niet na te gaan, op welke wijze, Clerinx in het bezit van dit orgel was gekomen en het blijft voorshands dus onbekend uit welke kerk het afkomstig is.
    Ook de identiteit van de maker is niet meer te achterhalen; het komt nog al eens voor, dat de orgelmaker de windlade of een der pijpen van zijn signatuur of naam voorziet, doch ook deze informatie wordt ons onthouden.
    De stijlkenmerken van het meubel en de technische details van het instrument, waaronder vooral zijn klavieromvang C, D-dl (52 toetsen), geven voldoende grond voor een datering op ongeveer 1725'.
    Het instrument draagt het cachet van de Zuidbrabantse orgelfactuur.
    Toen Clerinx het orgel in 1868 te Opgrimbie leverde, heeft hij de klank naar de inzichten van zijn eigen tijd gewijzigd.
    Het door Clerinx geplaatste pijpwerk moge dan niet oorspronkelijk zijn, maar het is wel van goede makelij en, belangrijker nog, het sluit goed aan bij het oudere materiaal.
    Tijdens een globale verkenning van Belgisch-Limburgse orgels in 1951 bezocht Prof. Dr. Vente het instrument, waarna hij het, met een aantal andere historische orgels, vermeldde in Limburg, Tijdschrift voor geschiedenis, kunst, folklore en oudheidkunde (Jaargang XXXI, Maaseik 1952).

    Hij noemde het een goed voorbeeld van het bestaan van een zeer waardevol orgel in een onbelangrijke kerk, maar, wist niet, dat er toen reeds gevorderde plannen tot vervanging van het oude instrument bestonden.
    Nadat de Tongerense orgelbouwer E. Verschueren een nieuw orgel te Opgrimbie geplaatst had, heeft hij vele vergeefse pogingen ondernomen voor het oude orgel een andere bestemming in België te vinden.
    In 1957 kocht de gemeente Maastricht het ter plaatsing in het Bonnefanten Museum aan.
    De heer Verschueren herstelde het orgel naar de maatstaven en inzichten van die jaren en streefde er naar het oude klankbeeld zo goed mogelijk te reconstrueren.
    Hij deed dit o.a. door gebruikmaking van enkele oude registers uit zijn bedrijfsvoorraad.
    Deze registers zijn de Cornet 3 sterk - aangebracht ter vervanging van Clerinx's Montre 8' - welke door de er op aangetroffen slagletters haar factuur door de Luikse orgelmaker Graindorge vertoont (± 1840) en een vroeg 18e eeuwse Cromorne 8'.
    Beide registers passen voortreffelijk in het kader van hun tegenwoordige bestemming.
    De ontbrekende koren van de Fourniture werden gemaakt uit prachtig gehamerd metaal van een oude Trompet 8'.
    Het zeer lage vochtigheidspercentage, eerst in het Bonnefanten Museum, later in de hal van het stadhuis, waarheen het instrument inmiddels was overgeplaatst, was de hoofdschuldige van een ernstige beschadiging van de windlade, waardoor het instrument onbespeelbaar werd.
    Reeds in 1970 bezonnen het gemeentebestuur van Maastricht en Prof. Dr. Vente als zijn adviseur, Verschueren Orgelbouw BV en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg zich op een algehele restauratie, die ten slotte in 1979 en 1980 haar beslag kreeg.
    De door Verschueren Orgelbouw BV te Heythuysen uitgevoerde restauratie omvatte de revisie van de windvoorziening en van de mechanieken.
    De grootste aandacht ging uiteraard uit naar de restauratie van de windlade, waarvan de oorspronkelijke constructie ongewijzigd bleef, en van het pijpwerk.
    De in 1957 ten onrechte verlaagde opsneden der labiale pijpen herkregen hun oorspronkelijke hoogte, terwijl hun beschadigde bovenranden werden hersteld.
    De originele toonhoogte, een halve toon lager dan thans normaal, bleef uiteraard gehandhaafd.
    Last edited by Toller; 14 december 2014, 19:15.

    Leave a comment:


  • SJEF †
    replied
    Stadhuis Maastricht

    Stadhuis Maastricht #1.

    Het stadhuis.
    Van ± 800 tot 1794 werd Maastricht door twee heren geregeerd, namelijk de prins-bisschop van Luik en de hertog van Brabant.
    Beide heren zonden om de twee jaar commissarissen naar Maastricht om recht in hoogste instantie te spreken en om wetten af te kondigen.
    Daarnaast benoemden zij het stadsbestuur dat toen bestond uit een college van 28 leden.
    Voordat in 1664 het stadhuis als bestuurscentrum in gebruik werd genomen, was het bestuur op drie plaatsen in de stad gehuisvest, namelijk in het Dinghuis (Kleine Staat), in de huizen De Lanscroon en De Liebaerd (Grote Staat) en in de Lakenhal die toen midden op de huidige markt stond.


    De Halle ofwel Lakenhal midden op de markt; situatie 1649.

    Dit ongemak en de bouwkundige toestand van de panden maakten het noodzakelijk een nieuw stadhuis te bouwen.
    Sinds 1664 is het stadhuis op de Markt de zetel van het stadsbestuur.
    In dit gebouw bevinden zich de kamers van de burgemeester, de wethouders, de gemeentesecretaris en de adjunct-secretaris.
    Verder treft men er de raadzaal aan, waarin de Maastrichtse vroede vaderen één keer per maand vergaderen.
    In de overige vergaderruimten worden bijna dagelijks besprekingen gehouden met en van allerlei commissies en werkgroepen.
    Een klein gedeelte van het ambtelijk apparaat heeft onderdak gevonden in het stadhuis.
    Op de benedenverdieping is verder nog een ruimte die bestemd is voor representatieve doeleinden.

    De bouw.
    In 1656 kreeg Pieter Post de opdracht een tekening, een begroting en een maquette te maken voor de bouw van een stadhuis in Maastricht. Pieter Post (1608-1669) was een leerling van Jacob van Campen.
    Hij is onder andere de bouwmeester van het Hofje van Nieuwkoop in Den Haag, het Huis ten Bosch en de vergaderzaal van de Staten van Holland.
    Daarnaast ontwierp hij het buitengoed Hofwijck in Voorburg, de Waag in Leiden en de Waag in Gouda.
    Samen met Jacob van Campen werkte hij aan het paleis Noordeinde en het Mauritshuis in Den Haag.
    Voor de bouw van het stadhuis moest de Lakenhal, het Belfort, een deel van de stadsmuur met daarin de Gevangenenpoort en de Leugenpoort én enkele huisjes worden gesloopt.
    Op die manier ontstond in het centrum van Maastricht een groot vierkant plein.
    Het stadhuis is 100 Rijnlandse voeten lang, breed en hoog.
    Dit komt overeen met 32 meter.
    Het gebouw bevat vier verdiepingen: een kelder, de begane grond, twee verdiepingen en een zolder, met erop een toren.
    De gevels zijn opgetrokken uit Naamse steen, die in de groeve van Seilles bij Namen in de Ardennen is gewonnen.
    In deze groeve werden ook alle treden, pilasters en versieringen gehouwen.
    De bouwkosten van het stadhuis bedroegen 127.000 Hollandse guldens.
    In 1659 werd de eerste steen gelegd voor de bouw.
    Drie jaar later, in 1662, kwam de ruwbouw gereed.
    In de achtergevel van het stadhuis is dit jaartal aangebracht.
    In 1664 was het werk zover afgerond dat de eerste raadsvergadering in het nieuwe gebouw kon worden gehouden.
    Het stadhuis is een voorbeeld van classicistische barok.
    De kenmerken van deze stijl zijn symmetrie en harmonie in opbouw en omvang.
    Zo is in het Maastrichtse stadhuis te zien dat de vertrekken links en rechts van het plein gelijk zijn voor wat betreft de afmetingen.


    Dubbele trap voorzijde stadhuis Maastricht.

    Begane grond.
    De begane grond, waar vroeger de moutwaag en de vetwaag waren opgesteld, is in 1980-1981 gerestaureerd en teruggebracht in de oorspronkelijke staat.
    Op deze verdieping is het kabinet van de burgemeester ondergebracht.
    Daarnaast zijn er nog drie vergaderlokalen.
    In het centrum van de begane grond is een ontmoetingsplaats gecreëerd.
    Naast de dubbele trap aan de voorkant werd in 1695 een schandpaal en een 'draeyhuysken' opgesteld, zodat hier straffen uitgevoerd konden worden.
    In 1757 zijn rond die toestellen de huidige smeedijzeren hekken aangebracht.
    Vóór het stadhuis werden in die tijd ook de executies van ter dood veroordeelden uitgevoerd.
    In 1860 gebeurde dat voor het laatst.

    Verdiepingen.
    De verdiepingen op de eerste en tweede verdieping zijn gebouwd rond een grote hal, het zogenaamde plein.
    De kamers aan de linkerkant (gezien vanaf de toegangsdeur) noemt men de kamers aan de Luikse kant; die aan de rechterkant de kamers aan de Brabantse kant.
    De oorsprong hiervan ligt in de tweeherigheid van Maastricht.


    Het plein.
    Het plein wordt afgedekt door een koepel met daarop een klokkentoren.
    Hierin bevinden zich 49 klokken: 17 van Hemony, 11 van Van den Ghijn, 15 van Eijsbouts en 6 van Petit en Fritsen.
    Dat in het verleden in het stadhuis werd recht gesproken is onder andere te zien in het plein.
    Theodoor van der Schuer schilderde in 1670 op het kruisgewelf de naam Jahwe in Hebreeuwse letters.
    Daarnaast zijn de drie goddelijke deugden te zien: geloof, hoop en liefde.
    Het opschrift op het boek "Bibla Sacra" is zó geschilderd dat de tekst altijd voor de toeschouwer te lezen is, waar deze zich ook bevindt op het plein.
    In de koepel schilderde Theodoor van der Schuer de vier jaargetijden en de vier elementen.
    De vlaggen in de triomfboog over de trappen zijn afkomstig van Franse, Belgische en Nederlandse steden die door het Amerikaanse leger werden bevrijd in 1944, vóórdat Maastricht bevrijd werd.
    De bronzen balusters van de borstwering zijn geschonken door de raadsleden van 1664; zij hebben hierop hun naam en hun wapen laten aanbrengen.

    De burgemeesterskamer
    In de kamer van de burgemeester is goudleer tegen de wand gespannen.
    Hierop komen voorstellingen voor die zijn overgenomen van Chinese prenten en borden.
    De kopieerder fantaseerde wel eens teksten die voor Chinees moesten doorgaan, maar op één plaats, namelijk aan de kant van de Muntstraat, heeft hij de Chinese karakters zo nauwkeurig overgenomen dat deze nu nog te lezen zijn.
    Er staat dat alle buitenlandse staten aan het Chinese hof schattingen brengen.
    In 1737 is het goudleer besteld bij de Hollandse handelaar J. van Thiel voor een bedrag van 1166 guldens.
    Het stucwerk in het plafond is het werk van Thomas Vasalli, die van 1735 tot 1737 in het stadhuis van Maastricht werkte.
    I Vasalli was een Italiaans kunstenaar, die in die tijd met zijn gezellen door Europa trok om nieuwe gebouwen te versieren met zijn kunst. Boven de schouw bevindt zich een schilderij van de Luikse Schilder Edmond Plumier uit 1714.
    Hierop zijn de beide heren afgebeeld en een groep weduwen en wezen die worden belaagd door ondeugden.

    De secretariskamer
    De wandtapijten in de secretariskamer zijn gemaakt door het Antwerps Tapissiershuis Naulaerts in 1705.
    De tapijten stellen afbeeldingen voor van Italiaanse tuinen met vogels en beesten.
    Het wandtapijt boven de deur dateert uit 1959, maar is geheel aangepast aan de overige tapijten.
    Het stucwerk van het plafond in laag reliëf en van de schoorsteen in hoog reliëf is weer van Thomas Vasalli.
    In de schoorsteen is de spreuk "Vis imperio secura benigno" aangebracht.
    Dit betekent: "Het gezag is in veilige handen bij een welwillend bestuur".
    Last edited by Toller; 14 december 2014, 19:13.

    Leave a comment:

Bezig...
X