De glasblazer George Robeers, zoon van Jacobus ROBEERS en Cecilia JEUNHOMME werd 24 augustus 1896 gearresteerd tijdens een opstootje bij de Boschbarakken. Hij zou met stenen naar de politie hebben gegooid. De menigte wilde een niet staker, een werkwillige (ook wel "duikboot" genoemd) verhinderen aan het werk te gaan. Het Hof te 's-Hertogenbosch ontsloeg Robeers van rechtsvervolging.

25 augustus 1896.

Johannes Henricus Griens, oud 34 jaar, agent van politie in de gemeente Maastricht, verklaart tegenover Gerrit Antoine B.v.d. B. (Bentz van den Berg), commissaris van politie (en waarschijnlijk hulpofficier van Justitie) te Maastricht dat gistermiddag ruim 1 uur hij vergezeld was van de agent van politie Egtberts in de Capucijnenstraat. Zij hadden de opdracht om de glasslijper Clermons vanaf zijn woning te geleiden naar de fabriek van de heren Regout op de Boschstraat ten einde hem te beschermen van de stakende glasslijpers en andere personen. Toegevoegd is: wij waren in uniform gekleed. In voornoemde straat had zich gevormd een grote volksmenigte bestaande uit ongeveer 200 mensen. Op het ogenblik dat Clermons zijn woning verliet en wij ons met hem op weg naar de fabriek begaven begon de volksmenigte te schreeuwen en o.a. te roepen, verraders, smeerlappen enz. De menigte volgde ons als het ware op de voet. Gekomen op de Maagdendries werd er vanuit de menigte door verschillende personen naar Egtberts en mij geworpen met stukken sintels en straatstenen. Ik werd bij die gelegenheid getroffen tegen de linkervoet. De menigte was intussen met nog een paar honderd man aangegroeid. Ik heb met luide stem hen gewaarschuwd en gelast niet meer te werpen en niet meer mede te lopen. Men voldeed hieraan niet. Gekomen in de Boschbarakken werden Egtberts en ik als het ware omsingeld door het volk en werd er vanuit de menigte wederom met stenen en stukken sintels door verschillende personen geworpen. Ik werd getroffen tegen het rechterbeen doch bekwam wederom geen letsel. Ik heb dit stuk sintel opgeraapt en stel het ter Uwer beschikking. Egtberts en ik hebben ons tegen het publiek gekeerd, hebben de sabel getrokken en daarmede op het publiek ingeslagen teneinde zo het volk uiteen te doen gaan. Op dat ogenblijk is de agent Heijnen aangekomen en deze heeft eveneens met de sabel op de menigte ingeslagen. Het gelukte ons toen het publiek te verspreiden. Bij het uiteen drijven van het volk werd verwond een man die ik later naar het politiebureau heb zien overbrengen en die zich noemt George Robeers. Deze man heb ik aanhoudend vooraan in de volksmenigte waargenomen. Hij liep steeds vlak achter mij. Ik heb niet gezien of hij met stenen of sintels geworpen heeft. Ik kan ook geen andere mensen aanwijzen die naar ons geworpen hebben. Ik heb niet gezien door wie Robeers is verwond. Robeers behoorde tot hen die bleven staan en zich niet wilden verwijderen toen wij met getrokken sabel ons tegen de mening keerden en ik hem persoonlijk nog zei dat hij zich verwijderen moest. Hij gaf mij toen te kennen: ik kan gaan waar ik wil.

Gerrit Antonie BENTZ VAN DEN BERG:
de ouders van Gerrit Antonie BENTZ VAN DEN BERG waren Pieter Rudolph (BENTZ) VAN DEN BERG en Janna Margaretha GAADA. Gerrit werd geboren op 28 januari 1862 te Vianen. Hij huwden Emilie Wilhelmina THOMAS. 14 augustus 1901 te Maastricht gescheiden (Arr.Rechtbank te 's Gravenhage 28 juni 1901).Gerrit overleed 5 november 1905, 43 jaar oud te Teteringen. 6 april 1882 werd bij besluit de familienaam gewijzigd in Bentz van den Berg.13 april 1896 vestigde hij zicht te Maastricht. Adressen: komende 1 april 1896 uit 's Hage naar Bredestraat 31. 1 juli 1896: Grote Staat 3; 24 april 1899: Kleine Staat 5; 1 mei 1902 Spilstraat 1; 2 maart 1905 Bredestraat 9 alle adressen te Maastricht.

Joannes Henricus GRIENS:
de ouders van Joannes Henricus GRIENS waren Philippus Wilhelmus Hubertus GRIENS en Anna Maria Agnes Hubertina VAN HALBEEK. Hij werd geboren op 18 oktober 1861 te Echt en huwde Helena Hubertina WALRAVEN 4 februari 1887 te Echt. Hij overleed 11 april 1900, 38 jaar oud te Maastricht. In 1887 was hij landbouwer. 1896: agent van politie te Maastricht. Zijn echtgenote werd geboren op 2 mei 1862 te Linne en overleed 8 februari 1909, 46 jaar oud te Maastricht.

Franciscus Johannes Banken, 28 jaar oud en opzichter bij de publieke werken wonende Lindenkruis 9 te Maastricht verklaart dat hij gisteren om ongeveer 1 ½ uur zich bevond op de Maagdendries en een groep van geschat 50 mensen zag en twee agenten die een man begeleiden. Hij vervolgt: ik zag dat van uit die menigte naar de agenten werd gegooid met een steen. Wie dat deed zag ik niet.

Arnoldus Bernardus Egtberts, 36 jaar oud en agent van politie in de Gemeente Maastricht. Egberts vertelt hetzelfde verhaal als zijn collega Griens en vermeldt nog wel dat zij in uniform waren en dat de menigte ook hoera en ploerten riepen... Nabij het Lindenkruis werd met kleine kiezels gegooid. Op de Maagdendries werd het geschreeuw nog heviger en werd er door verschillende personen naar mij en Griens geworpen met straatstenen en sintels. Wie dit deden kon ik niet zien. Ik werd niet getroffen. Griens heeft toen nogmaals het publiek gemaand te eindigen doch zonder succes. Op de Boschbaraken gekomen werden Griens en ik omsingeld door het volk nadat eerst vanuit de menigte door verschillende personen weer naar ons geworpen werd met stenen en sintels. Griens zei mij dat hij voor de tweede maal geraakt was en raapte op een groot stuk sintel. Ik zie dat stuk in uw bezit. Om een einde aan dit geweld te maken hebben Griens en ik onze sabels getrokken en hebben daar mee op het publiek ingeslagen teneinde het uiteen te doen gaan. Op dat ogenblik is de agent Heijnen er eveneens bijgekomen; deze heeft ook zijn sabel getrokken en heeft op het publiek ingeslagen. Wij hebben toen het publiek uiteen gedreven.
Verder verklaart hij dat bij die gelegenheid door sabelhouwen gewond is geraakt George Robeers. En vervolgt: deze man heeft zich steeds vooraan in die volksmenigte bevonden. Hij liep dicht achter Griens en mij. Wanneer wij omkeken dan maakte hij met zijn handen een beweging teneinde het volk zogenaamd aan te manen niet meer te schreeuwen. Hadden wij ons echter omgekeerd dan was hij weder een van de eerste die schreeuwde. Aan het Lindenkruis heb ik gezien dat hij naar ons wierp met kiezelstenen. Verder heb ik hem niet zien gooien. Robeers wilde zich aan de Boschbarakken aanvankelijk niet verwijderen toen wij met getrokken sabel ons tegen het publiek keerden. Griens heeft hem toen nog aangemaand om door te gaan. Ik beschouw Robeers als de aanvoerder van de menigte en van de geweldplegingen. Kort na de uiteendrijving van de menigte werd ik nog in het gezicht geworpen met een (tabaks?) pruim. Ik kon niet zien wie dit deed. Ik kan U geen andere personen opnoemen die naar mij en Griens geworpen hebben. Ik kon dit niet zien doordat zij achter mij liepen.

Arnoldus Bernardus EGTBERTS:
de ouders van Arnoldus Bernardus EGTBERTS waren Peeter EGTBERTS en Berendina Johanna DE LAAK. Hij werd geboren omtrent 1860 te Amsterdam en huwde huwde Elisabeth HAANRAETS, dochter van Mattheus Josephus HAANRAETS en Antonet MEEWIS, 24 augustus 1887 te Maastricht. Arnold overleed 30 juli 1935, 75 jaar oud te Maastricht en werd begraven op 1 augustus 1935. 1887: timmerman. 1896: agent van politie te Maastricht. 1920, 1922, 1924: schrijnwerker/timmerman. Sterfhuis: Achter het Vleeshuis 32 te Maastricht.

Wijnandus Hubertus Heijnen agent van politie en tevens onbezoldigd Rijkswachter te Maastricht:
gister namiddag omstreeks 1 ½ uur bevond ik mij in uniform gekleed op de Boschstraat alhier. Mij was opgedragen om twee niet stakende werklieden te begeleiden naar de fabriek van de firma Regout. Ik had toen post gevat op de hoek van de Kleine Barakken en de Boschstraat. Ik zag van daar uit een grote volksoploop in de Boschbarakken. Ik ben daarheen gegaan om te zien wat er gaande was. Ik zag dat de agenten Griens en Egtberts omsingeld waren door een grote volksmenigte; ik zag dat agent Griens zijn sabel trok en daarmede stak. Ik zag dat van uit de menigte met grote stenen en sintels naar de agenten geworpen werd. Dit geschiedde door meerdere personen, ook naar mij werd geworpen en ik werd tegen mijn rechterbeen met een steen getroffen. Vanuit de menigte werd tot mij geroepen: blijf terug verdommeling, smeerlap, Blauwe; ik heb daarop mijn sabel getrokken en heb met de agenten Griens en Egtberts die ik ontzet had op de menigte ingeslagen waardoor zij uiteen gingen. “Bij deze gelegenheid is o.a. verwond geraakt door een mijner sabelhouwen den glasblazer Robeerts die thans nog in bewaring is”. Ik heb zeer duidelijk gezien dat deze Robeerts naar mij en de agenten Griens en Egtberts met een steen geworpen heeft. Ongeveer tezelfdertijd dat Robeerts gooide werd er door andere personen met stenen geworpen. Van achter uit de menigte werd er met kiezelstenen geworpen. Ik ken geen andere personen die met stenen naar de politie hebben gegooid. Robeers was een van hen die zich niet verwijderde nadat de politie de sabel getrokken had en de agent Griens en ik hen nog aangezegd hadden door te lopen; eens zelf liep hij door en kwam weder terug, waarop ik hem een sabelslag toebracht waardoor hij op de grond viel.

Wijnandus Hubertus HEIJNEN:
de ouders van Wijnandus Hubertus HEIJNEN waren Joannes Franciscus HEIJNEN en Maria Agnes VAN DE WEERDT. Wijnand werd geboren op 22 juni 1864 te Gronsveld. Hij huwde (1) Anna Catharina KEIJBEK, dochter van Jan Willem KEIJBEK en Anna Catharina JANSSEN, 13 oktober 1892 te Gronsveld. Anna Catharina overleed 20 juli 1893 te Heer. Winand huwde (2) Maria Elisabeth STEVENS, dochter van Nicolas STEVENS en Maria Margaretha GELISSEN, 2 oktober 1895 te Maastricht. Wijnand overleed 30 augustus 1938, 74 jaar oud te Sittard.

De verdachte Robeers wordt gehoord: George voerende geen bijnaam of valse naam, geboren alhier 2 januari 1867, glasblazer, gehuwd, wonende alhier Breulingenstraat no 14. Robeers verklaart: ik ben nimmer tot straf veroordeeld geworden. Gisteren namiddag ongeveer 1½ uur was ik op weg naar mijn moeder die woont op de Boulevard (Herbenusstraat). Nabij de Capucijnenstraat gekomen zag ik in die straat een grote menigte volksoploop. Ik ben met die volksoploop meegelopen tot op de Boschbarakken. Ik heb niet vooraan gelopen, ik heb niet geschreeuwd en gescholden, ik heb ook niet eerst met kiezelstenen en later met grote stenen en sintels naar de agenten van politie die voor de menigte liepen geworpen. Ik heb ook niet dit door andere mensen zien doen. Op een gegeven ogenblik trokken de agenten van politie hun sabels. De agenten van politie hebben het publiek gezegd om terug te gaan en toen iedereen daar aan voldeed heb ik dit ook gedaan. Ik heb niet tegen de agent van politie gezegd “ik ga waar ik wil". Toen ik met de menigte uiteenging kreeg ik een slag op mijn linkerarm. Ik had toen juist een kind opgeraapt dat omver gelopen was, ik zei tegen een agent schei toch uit want ik heb niets gedaan. Ik ontving daarna nog een paar slagen op de schouder en in de rug en enige op het hoofd, ik ben bij die gelegenheid gevallen en ben op de arm en aan het hoofd verwond geraakt, de wonden aan het hoofd zijn in het gesticht Calvarieberg verbonden. Ik ontken deel te hebben genomen aan het openlijk geweld tegen de politie gepleegd. Het is niet waar dat ik mee geschreeuwd heb en met stenen geworpen heb. Als nieuwsgierige heb ik slechts met de menigte mede gelopen.



26 augustus 1896. Cecilia Jeunhomme, 62 jaren oud, vrouw van Jacobus Robeers wonende alhier Boulevard nr.1 52 verklaart dat op maandag 24 augustus ongeveer 11 uur 's morgens haar zoon George bij haar aan huis geweest is. Hij bleef ongeveer een half uur praten. Het was niet zijn gewoonte iedere dag bij haar te komen. Dikwijls zag zij hem in geen 3 weken. Zij verwachtte hem dus ook 's middags niet terug.

Petrus Alphonsus van Eijsden: 36 jaar oud, glasblazer, Boschstraat 63 of 64 verklaart dat hij in de Capucijnenstraat Robeers ontmoet heeft om ongeveer 1 ½ uur. Hij heeft samen met Robeers meegelopen met het volk, met een niet staker en een paar agenten. Van Eijsden verklaart dat hij niet kan zeggen of Robeers niet geschreeuwd of gescholden heeft. Hij heeft hem noch andere mensen zien werpen met stenen naar de politie. Op het Lindenkruis heeft Van Eijsden Robeers verlaten en is weggegaan. Robeers liep verder met het volk mee in de 2de of 3de rij.

Albertus Veulemans, 42 jaar oud, conducteur op de gastram, wonende Bassin nr. 10: ik bevond mij op de gastram die stilstond op een hoek van de Boschstraat en de Boschbarakken (bij het vulstation van de gastram). Ik zag vanaf de Maagdendries afkomen een menigte volk, groot zeker 100 man. Zij volgden 2 agenten die een niet staker geleidde. Ik heb niet met stenen zien gooien. Ik hoorde de agenten zeggen tot de menigte dat zij terug moesten gaan. Het volk wilde daaraan niet voldoen en deed dat eerst nadat de agenten de sabel hadden getrokken en daar mee sloegen. De man die U mij vertoont en Robeers hier noemen bevond zich ook bij de menigte. Ik heb hem zien vallen. Ik heb gezien, dat hij weigerde zich te verwijderen. Het gedrang was zo groot, dat weinig viel waar te nemen. Wel heb ik gezien dat de agenten door het volk geheel omsingeld waren.

Joseph van Drongelen: 35 jaar oud, glasblazer, wonende Wijkergrachtstraat 23. Hij verklaart om ongeveer 1 uur met Robeers en nog andere mannen naar de Capucijnenstraat is gegaan om de niet staker Clermonts te begeleiden naar de fabriek. Er waren daar zeer vele mensen, ik denk wel 100. Ik ben met Robeers met de menigte meegelopen achter de agenten die Clermonts begeleidden. Er werd in de Boschbarakken met stenen gegooid. De stenen vlogen ons langs het hoofd. Ik kan verklaren dat Robeers niet met stenen geworpen heeft. Robeers heeft niet geschreeuwd of gescholden. Ik kan niet zeggen wie dat deed, maar dit door personen achter ons geschiedde ook het werpen van stenen. Ik heb maar eenmaal met stenen zien werpen. Robeers en ik liepen het kortst achter de agent.

Christiaan Daemen: 31 jaar oud, glasblazer, wonende Wijkergrachtstraat 27 verklaart eveneens dat hij samen met andere mannen waaronder Robeers naar de Capucijnenstraat is gegaan om ongeveer 1 uur met het doel de niet staker Clermonts te brengen naar de fabriek. Er waren ongeveer 100 mensen bij elkaar. Hij vervolgt: ongeveer 60 Ã* 70 man zijn Clermonts en de 2 hem begeleidende agenten gevolgd. Robeers en ik zijn ook meegegaan. Ik liep dicht achter de agenten, waar Robeers liep weet ik niet. Op de Maagdendries heb ik met een koolstronk zien werpen. Met stenen heb ik niet zien werpen. Ik kan niet zeggen of Robeers al of niet meegeschreeuwd en gezongen heeft, evenmin of hij met stenen geworpen heeft, omdat hij niet in mijn nabijheid was.

Tot slot (geen naam vermeld): ik heb tegen deze verdachte afgegeven een bevel van voorlopige aanhouding. Het stuk sintel mij te hand gesteld door de agent van politie Griens zal ik behoorlijk gewaarmerkt doen deponeren ter griffier van de Rechtbank alhier. Ik heb hiervan op ambtseed opgemaakt dit proces verbaal.

Bron: Archiefnummer 20.108A Gemeentepolitie Maastricht - Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL).